Een goede foto vertelt een verhaal. Het verhaal krijg je wanneer je als portretfotograaf emotie weet vast te leggen.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag en vrijdag het beste uit de fotografiewereld in je mailbox.

Een goede foto vertelt een verhaal. Het verhaal krijg je wanneer je als portretfotograaf emotie weet vast te leggen.
In het begin van mijn carrière als fotograaf heb ik een tijd gewerkt als schoolfotograaf voor een firma die niets anders deed. Het doel was om zo snel mogelijk zoveel mogelijk leerlingen te fotograferen. Er was geen tijd om met het model in interactie te gaan maar ze moesten wel lachen. Dat gebeurde met ‘zeg eens spaghettiiiiii’. Je kent ze wel, die foto’s waarvan je je afvraagt hoe een professionele fotograaf zoiets kan maken. Wel, zo dus.
Als je geen tijd hebt om te achterhalen wie je model is, kan je ook geen deftige foto maken. Je legt wel vast hoe ze eruit zien op dat moment en vooral hoe het met hun gebit gesteld is, maar het zegt niet veel over het kind in kwestie.



Voor een echt portret heb je meer tijd nodig. Wil je emoties tonen, dan moet je net voorbij dat moment van poseren gaan. Een heel treffend voorbeeld is de foto die Richard Avedon maakte van Marilyn Monroe zonder haar eeuwige lach. Alle foto’s van haar zijn prachtig, maar wat deze zo apart maakt is dat ze een inkijk geeft achter de poses die ze aannam voor de camera.
Op de andere foto’s staat het personage dat ze speelt, terwijl deze foto de persoon toont. Dat maakt dit portret zo bijzonder. Je krijgt een inkijk in de persoon doordat ze haar emoties toont. Die gevoelens oproepen en vastleggen is niet zo evident. Maar je kan je erin trainen en met een paar praktische tips op weg gezet worden om er goed in te worden.
De beste foto’s maak je wanneer je een connectie hebt met je model. Hoe meer tijd je met iemand kan doorbrengen, hoe gemakkelijker dat gaat. Niemand kan een hele dag lang blijven poseren. Jarenlang heb ik gewerkt voor het magazine Sien dat in Kortrijk uitgegeven wordt. Het blad brengt verhalen van mensen die het met minder moeten doen. Ik maakte er een punt van om altijd bij het interview aanwezig te zijn en om pas na het gesprek foto’s te maken.
Op die manier kreeg ik een beeld van de mensen die ik zou fotografen en waren zij ook al vertrouwd met mij. Ik had hun verhaal gehoord en goed naar hun uitdrukkingen gekeken voordat ik mijn camera boven haalde. Dat was voor mij nodig om het goed te doen. Ze leggen al veel van zichzelf bloot in het interview en het is zonde om daar niet op in te pikken.

Kom je na afloop van het gesprek, dan is de magie van het moment waarop ze zich tonen helemaal weg. Dat zie je in de foto’s. Het draait allemaal om vertrouwen. De meeste mensen voelen zich heel onzeker voor de camera en dat is begrijpelijk. Je staat voor de lens en wordt bekeken tot in het kleinste detail. Dat is ongemakkelijk. Het is een natuurlijke reflex om een masker op te zetten en je daarachter weg te steken. Hoe krijg je dan iemand zover dat ze het poseren laten en tonen wie ze zijn? Om te beginnen is het heel belangrijk dat je weet wie je fotografeert.
Voordat je je camera op je model richt moet je eerst trachten te achterhalen wie die persoon is. Dat kan je door ermee te praten. Probeer zijn of haar interesses te ontdekken en wat hen bezighoudt. Zoek connectie door jezelf ook open op te stellen. Je eigen houding en energie is zeer belangrijk.
Je moet je model kunnen motiveren om zichzelf te tonen en dat kan je door zelf positief en open te zijn. Communicatie is dus echt heel belangrijk. Voor een extraverte fotograaf is dat gemakkelijker dan voor een introverte. Maar niets is zo dodelijk voor een goed portret als een fotograaf die niets zegt en alleen maar klik klik laat horen en verder stilte. En als die dan nog eens tot vervelens toe zwijgend met de instellingen van zijn fototoestel bezig is, dan gaat het helemaal fout.
Een professioneel model is in zo’n situatie gelukkig wel getraind om te weten wat te doen, maar de meeste mensen die we fotograferen zijn dat niet. Zij voelen zich bloot en onzeker voor de camera. Als je hen niet een handje helpt om zich op hun gemak te voelen, dan krijg je het niet gedaan.
Het wordt nog erger als de fotograaf worstelt met het instellen van zijn toestel. Dat voelt alsof je in je blootje bij de dokter staat terwijl die zich afvraagt hoe hij je moet onder zoeken. Praat dus met je model en als er iets fout gaat met je instellingen, laat dat dan zeker niet merken of communiceer er juist openlijk over. Niets zeggen en je nervositeit tonen moet je niet doen.
Jouw ingesteldheid en energie breng je over op je model. Als jij zenuwachtig bent en je model was dat nog niet, dan kan dat snel veranderen. Van zodra de stemming omslaat en het vertrouwen weg is krijg je dat nog zeer moeilijk terug. Zorg dus dat dit niet gebeurt.



Het helpt om op voorhand zo goed mogelijk te communiceren. Vraag aan je modellen om je foto’s te bezorgen die zij goed vinden. Het is niet de bedoeling om die na te bootsen. Een model komt naar jou voor jouw stijl, maar het helpt wel om een idee te hebben van wat ze willen.
Ligt dat mijlenver van jouw eigen fotografiestijl af, dan weet je dat jullie misschien geen match zijn en ze beter bij iemand anders terecht kunnen. Op basis van die voorbeelden kan je ook gemakkelijker communiceren over locatie, poses, kledij, make-up en accessoires. En je sluit ook valse verwachtingen uit. Had je model eerder een sexy shoot voor ogen of gewoon een klassiek zakelijk portret? Dan weet je dat allebei graag op voorhand zodat er geen misverstanden ontstaan.
Het lijkt zo evident, maar wie doet dat als fotograaf? Door zelf eens voor de lens van een collega te staan besef je ineens veel beter hoe naakt en onzeker een model zich kan voelen. Daar sta je dan ineens uit je comfortzone zonder dat je weet wat te doen. Bijna elke fotograaf staat liever achter de camera dan ervoor, maar het is een hele goede oefening. Zo leer je ook heel veel van je collega’s.

Je merkt ineens hoe het overkomt als een fotograaf niets zegt, op zijn toestel kijkt en zit te morren omdat iets niet werkt en het is echt heel confronterend hoe sommige kleine zaken overkomen die je zelf ook doet en waar je je nooit van bewust was. Naar aanleiding van dit artikel deed ik een oproep bij collega’s om elkaar te fotograferen.
Met een kleine groep zijn we een dag op stap geweest. We hebben zowel in studio als op locatie gefotografeerd. Elke fotograaf heeft een andere aanpak in het omgaan met zijn modellen. Iedereen is anders en hoe je dat doet moet kloppen met je eigen persoonlijkheid. Je kan de werkwijze van een ander niet zomaar overnemen.
Maar je neemt van elke fotograaf wel iets mee dat verrijkend is. Behalve de goede tips merk je ook de negatieve zaken en leer je om dat niet meer te doen door ze net als model te ervaren. Ik raad het iedereen aan om dit af en toe te doen. Je zit ook in een hele veilige positie van zodra je niet met een klant werkt. Je doet het voor jezelf en krijgt de ruimte om te experimenteren en om openlijk feedback te geven en te krijgen. Je leert wat werkt en wat je beter kan vermijden zonder het risico op ontevreden klanten.
TFP staat voor Time For Print of Portfolio. Jij hebt een model om zaken uit te proberen en je model krijgt je beste foto’s en kan zo een portfolio uitbouwen. Je helpt elkaar en het kost niets. Het voordeel is dat je net als met collega’s vrijblijvend kan oefenen. Je kan uittesten wat werkt en wat niet zonder op je bek te gaan. Bovendien is een model gewend om voor de camera te staan. Daar kan je veel van leren en die kennis kan je nadien gebruiken om minder vlotte klanten bij te sturen.


Er is geen juist of fout. Iedere fotograaf heeft zijn eigen stijl en de keuze om met natuurlijk licht of met flitslicht te werken is daar meestal een onderdeel van. Er zijn ook heel wat foto grafen die beide gebruiken. Ze hebben elk hun eigen voor- en nadeel. Het grootste voordeel van natuurlijk licht vind ik zelf het feit dat je met heel weinig materiaal kan werken.
Hoe minder en kleiner je materiaal, hoe minder intimiderend je overkomt bij je model. Daar komt nog bij dat natuurlijk licht heel mooi is. Je moet het wel goed weten te gebruiken en dat vergt enige kennis en ervaring. Een ander voordeel is dat je hiermee heel mooi de textuur van de huid vastlegt. Het is zo tastbaar en voelbaar. Met flitslicht kan je de huid zo vlak maken dat je geen textuur meer ziet en voelt. Je portret is altijd mooi, maar veel emotie zit er niet meer in.
Daar staat ook tegenover dat sommige klanten net die foto’s met natuurlijk licht iets te confronterend vinden. Ik had het onlangs voor tijdens een shoot die ik met een reportageflitser gedaan heb in combinatie met daglicht. Op het einde maakte ik nog enkele foto’s met alleen natuurlijk licht. Die vond ik uiteindelijk de mooiste, maar de klant niet. Ondanks de jonge en frisse huid van de klant, kreeg ik het volgende te horen: ‘Je ziet zo goed alle oneffenheden in mijn huid’.



Of je nu flitslicht of daglicht gebruikt, alles draait om de ogen. Daarin moet je letterlijk het licht zien. Ogen die geen licht krijgen zijn donker en leven niet. Met flitslicht is dat gemakkelijk. Je zet een licht op je model en je hebt dat lichtje in de ogen.
Met natuurlijk licht moet je ernaar op zoek gaan. Zoek uit welke richting het licht komt. Dat doe je het best door je model eens rond te laten draaien en goed in de ogen te kijken. Als het licht goed zit zie je lichtjes in de ogen.
De grote fout die velen maken is om te kijken naar een mooie achtergrond om het model daartegen te fotograferen zonder rekening te houden met de richting van het licht. Vergeet niet dat je model het belangrijkste onderwerp is en niet de achtergrond. Kijk eerst waar je licht in de ogen ziet en bepaal dan of een achtergrond geschikt is of niet.


Om een goed portret te maken moet je trachten zoveel mogelijk van je model te weten te komen op korte tijd. We hebben meestal niet de luxe en het budget om een hele dag met iemand op te trekken voordat we foto’s maken. Daarom moeten we als fotograaf mensen snel weten in te schatten.
Door vragen te stellen probeer je zoveel mogelijk te weten te komen. Wie is die persoon, waar loopt die warm voor, welke zijn eventuele raakvlakken waarop je elkaar kan vinden en zo een connectie kan maken? Het is een hele kunst om een persoon snel te lezen, maar hoe meer interesse je toont, hoe sneller dat gaat.
Niet alleen verbale maar evengoed non-verbale communicatie geeft je informatie over wie je voor je hebt. Probeer op zoveel mogelijk details te letten. Een houding, een gebaar, veelvuldig aan het gezicht komen, de manier waarop iemand zijn voeten zet geeft ongelooflijk veel informatie die je kan gebruiken om snel iemand in te schatten.
Diezelfde lichaamstaal probeer je ook zo goed mogelijk te gebruiken in het neerzetten van een portret. Probeer alles te doen kloppen. Wilt de klant een zakelijk portret waarbij die zelfzekerheid uitstraalt, dan moet de hele houding dat uitstralen.

Een tip die ik eerder gaf was om te werken met modellen. Die laten je toe om te gaan oefenen en van hen te leren. Zij weten wat te doen met hun handen en welke houdingen werken voor de camera. Daar kan je als fotograaf ook van leren. De meeste mensen weten zich geen houding te geven. Kijk naar hoe een professioneel model dat doet en gebruik deze kennis als richtlijn.
Het kan helpen om een reeks van foto’s met houdingen die je interessant vindt te verzamelen en bij je te hebben. Dat kan gewoon op je smartphone of op een tablet. Je kan die voor jezelf als inspiratie gebruiken. Als je model het moeilijk heeft om te poseren kan je die voorbeelden ook tonen. Zo heb je een basishouding om van te vertrekken.
Van daaruit is het dan weer eenvoudiger om bij te sturen. Eens het goed lukt kan je nog lichtjes bijsturen. Het beste is natuurlijk dat het model zelf heel spontaan beweegt, maar bij de meerderheid lukt dat niet. Als je moet bijsturen is het heel belangrijk om dat zo duidelijk mogelijk te doen. Probeer je instructies altijd zoveel mogelijk vanuit de positie van je model te geven. Jouw rechts is niet hun rechts. Wil je het hoofd iets meer naar rechts, zeg dan dat het over zijn of haar rechts gaat.
Begeleid je instructies zoveel mogelijk met je handen. Dat werkt heel visueel en is duidelijker dan woorden alleen. Vraag je om het hoofd iets te draaien, dan maakt je begeleidend gebaar met je hand meteen duidelijk hoeveel je precies bedoelt met ‘iets’. Doe zelf ook houdingen voor. Dat maakt het visueel duidelijker dan alleen met woorden te spreken. Het zorgt in veel gevallen ook voor een beetje hilariteit, wat de sfeer ten goede komt. Dat brengt ons naadloos naar een volgend punt.
Hou de sfeer erin. Alles wat helpt om je model te ontspannen komt je foto’s ten goede. Fotografeer je in een studio, dan kan een muziekje op de achtergrond wel helpen. Een goede portie humor helpt ook altijd. Loopt het wat stroef, dan kan een kwinkslag of een grapje zijn werk wel doen. Natuurlijk moet je zelf aanvoelen wat past en wat niet.

Ik ben zelf geen moppentapper en kan ze niet onthouden, laat staan vertellen. Dat ga ik dan ook niet doen want het zou niet werken. Maar een kwinkslag hier en daar kan er altijd wel van af. Zolang het helpt om de sfeer aangenaam en los te houden is alles goed.
Niets is zo erg als een volwassene die probeert er niet verkrampt uit te zien. Die ziet er verkrampt uit, net zoals een kind dat er probeert niet verveeld uit te zien. Dat ziet er verveeld uit. Je moet ook niet vragen aan je model om te lachen. Doe ze gewoon lachen. Als de lach niet echt is gaat die op niets trekken.
Timing is heel belangrijk. Jaag je model niet op want dan maak je hen zenuwachtig. Laat de shoot ook niet te lang duren. Voor het model is de inspanning meestal groter dan voor jou als fotograaf. Jij kan misschien wel blijven gaan, maar vergeet niet dat het niet om jou gaat, maar om je model.
Zorg dat de hele shoot leuk blijft. Als de fut eruit is, is het jammer om het eerdere enthousiasme te zien verdwijnen en plaats te maken voor een eerder negatief gevoel. Met dat gevoel gaat je model naar huis en dat is jammer.
Wat je geeft is wat je krijgt. Ben je zelf zenuwachtig en gespannen, dan breng je dat meteen over op je model. Vergeet niet dat zij daar als het ware in hun blootje staan en het aan jou is om hen vertrouwen te geven en een ontspan nen sfeer te creëren.
Het is jouw energie die ervoor zorgt dat een model zich openstelt of niet en dat heb je nodig om emoties te zien. Jouw energie werkt als een magneet. Stel ook jezelf kwetsbaar op. Dan pas nodig je de ander uit om hetzelfde te doen.


Een goede portretfotograaf moet van mensen houden. Je hebt minstens evenveel mensen kennis nodig als technische bagage. Het grootste aandeel van een goede fotoshoot gaat naar het bezig zijn met je onderwerp, naar het doorgronden, begrijpen, bijsturen, hen op het gemak stellen en emoties proberen uit te lokken.
Als dat lukt heb je het grootste werk volbracht. Het fotograferen zelf is maar een klein deel van het werk. Dat lukt natuurlijk alleen maar als je weet wat je doet en niet meer moet zoeken naar de juiste instellingen, belichting en mogelijke poses. Dat moet in de vingers zitten. Kom je niet professioneel over, dan verlies je al snel het vertrouwen en dat is nu net waar het allemaal om draait: vertrouwen in een situatie waarin je model zich kwetsbaar en onzeker voelt.
Je moet als fotograaf mentale, gevoelsmatige en creatieve gymnastiek doen om te vermijden dat de dunne laag vertrouwen die je probeert op te bouwen met respect niet breekt. Dat alles maakt portretfotografie niet eenvoudig maar wel heel boeiend.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag en vrijdag het beste uit de fotografiewereld in je mailbox.
Krijg Shoot Magazine 6 keer per jaar (inclusief 2 extra dikke dubbelnummers) vol inspiratie, tips en fotoplezier rechtstreeks in je brievenbus.
