Compositie in landschapsfotografie: zo bepaal je het perfecte kader
Landschapsfotografie wordt al te vaak geassocieerd met groothoeklenzen waarbij de fotograaf zo veel mogelijk wil laten zien aan de kijker. Beeld: Bart Heirweg
Leer stap voor stap hoe je door slimme kadervorming, de juiste brandpuntsafstand en scherpe observatie betere landschapsfoto’s maakt.
In het landschap is er vaak zo veel te zien dat het als fotograaf niet altijd vanzelfsprekend is waarop je moet focussen. Vaak wil je te veel laten zien, waardoor het beeld druk of chaotisch wordt. In dit artikel leer ik je stap voor stap hoe je door het selecteren van de juiste brandpuntsafstand en door te focussen op de belangrijkste elementen in het landschap, evenwichtige én verrassende beelden kunt maken.
Door het frame nauwkeurig te bepalen, te focussen op de essentie en alles weg te laten wat er niet toe doet, wordt de foto rustiger en overzichtelijker. Beeld: Bart Heirweg
In tegenstelling tot een landschapsschilder die perfect kan bepalen welke elementen hij overneemt op doek, moet een landschapsfotograaf het altijd doen met wat er zich presenteert. Hij kan helaas niet beïnvloeden wat de camera op de sensor registreert. Storende elementen zoals hoogspanningskabels, windmolens, bebouwing of industrie worden dus onherroepelijk mee vastgelegd op de foto. Wat een fotograaf echter wel kan, is bepalen wat hij opneemt in het kader en wat niet. Saaie luchten, eentonige voorgronden of storende elementen kunnen op die manier beperkt of zelf helemaal uit beeld gelaten worden. Wat je niet laat zien is dus minstens even belangrijk als wat je wel laat zien. Door het frame nauwkeurig te bepalen, te focussen op de essentie en alles weg te laten wat er niet toe doet, wordt de foto rustiger en overzichtelijker: zo blijft de kijker langer geboeid door het beeld.
Wat is compositie in fotografie en waarom is het zo belangrijk?
Wikipedia omschrijft compositie als volgt: “het ordenen van de beeldelementen volgens een vooraf bepaalde strategie. Het is een poging van de fotograaf tot het creëren van orde in de chaos.” De fotograaf probeert dus om de verschillende elementen uit de omgeving samen te brengen tot een ordelijk en overzichtelijk geheel. Het maken van een compositie en het bepalen van het kader verloopt volgens een bepaalde strategie. Al te vaak begint men eerst met het opstellen van het statief en wordt pas later echt goed nagedacht over de compositie. Je hebt immers niet snel de neiging om het statief nog veel te verplaatsen of je standpunt nog te wijzigen als je driepoot eindelijk goed staat opgesteld. Elke compositie begint echter met het grondig verkennen van de omgeving, waarbij je alle mogelijkheden tot jou neemt. Daarbij vraag je je telkens af welke elementen je aandacht trokken, want deze vormen de basis van het beeld. Overweeg vervolgens welke andere elementen nog iets toevoegen en welke objecten je beter gewoon weglaat. Vooraleer je het statief opstelt, probeer je dus eerst een goed beeld te vormen van hoe de foto er moet gaan uitzien. Denk hierbij na over je eigen positie, het standpunt (hoog of laag) en de lens of brandpuntsafstand die je zal gebruiken. Vermijd om vooraf te veel foto’s van andere fotografen op te zoeken, want die zullen je ongetwijfeld beïnvloeden. Onbewust ga je dan op zoek naar vergelijkbare beelden, maar die kan je op dat moment misschien gewoonweg niet maken omdat het landschap geëvolueerd is of de omstandigheden gewoon helemaal anders zijn. Bovendien heb je dan geen oog voor de andere mogelijkheden. Probeer elke omgeving dus met een open geest en een nieuwe blik te benaderen en laat het landschap tot jou spreken. Bij het bepalen van het kader zal je dus eerst grondig observeren, vervolgens reflecteren en pas daarna effectief fotograferen.
Welke factoren bepalen je kader? Positie, lens en brandpuntsafstand
Er zijn verschillende elementen die invloed hebben op het kader. Om te beginnen je eigen positie: door dichter, verder, hoger of lager te gaan staan, verandert het kader automatisch. Vanaf een hoger standpunt laat je meer van de omgeving zien. De voorgrond is minder prominent aanwezig en het middenvlak wordt duidelijker zichtbaar. Wanneer je een lager standpunt inneemt, wordt de voorgrond dominanter en zal het middenvlak deels verdwijnen. Door dan weer dichter of verder te gaan staan, kan je in- of uitzoomen op het landschap. Je gaat dus als het ware “kaderen” met je voeten.
Door je eigen positie te veranderen heb je een enorme invloed op het kader. Door lager te gaan zitten, konden veel storende elementen uit het beeld weggelaten worden. Bovendien komt de boomstam beter los van de omgeving. Beeld: Bart Heirweg
Naast je eigen positie heeft ook de keuze van de lens en de brandpuntsafstand een enorme invloed op het kader. Door het gebruik van een groothoeklens wordt de voorgrond uitvergroot en verkleinen elementen die wat verderaf liggen. De verhouding tussen dichte en verre objecten verandert en doordat de schaal wijzigt, worden elementen in de verte kleiner afgebeeld en krijgen ze dus minder aandacht. Een groothoek laat bovendien veel van de omgeving zien, waardoor snel overal storende elementen opduiken. Wanneer je een telelens gebruikt voor een landschap, is de beeldhoek een stuk kleiner, waardoor je slechts een klein deel van het landschap vastlegt. Onderwerpen die verder weg liggen, kan je dichterbij halen en bovendien lijkt de afstand tussen verschillende objecten te verkleinen. Met een telelens zoom je in op de omgeving en kan je, in tegenstelling tot een groothoek, veel van de storende elementen uit het beeld laten.
Door de brandpuntsafstand te wijzigen krijg je een compleet andere foto en laat je veel van de chaos uit beeld. Bovendien krijg je zo een veel originelere benadering van een vaak gefotografeerde locatie. Beeld: Bart Heirweg
Ten slotte kan je het kader ook achteraf nog bijsturen in nabewerking. Door gebruik te maken van de crop tool kan je de uitsnede bepalen. Storende elementen werk je dan weer moeiteloos weg met het retoucheerpenseel of de clonestempel en met behulp van een vignet kan je het onderwerp “omkaderen”. In nabewerking kan tegenwoordig echt alles, maar dat betekent uiteraard niet dat je lui moet worden en geen aandacht meer moet besteden aan het kader tijdens het fotograferen. Nabewerkingsprogramma’s zijn er om de kleuren en contrasten van een RAW-beeld te accentueren en de sfeer van het moment wat in de verf te zetten, maar niet om de hele werkelijkheid naar je hand te zetten. Gebruik dergelijke programma’s dus enkel als aanvulling op je workflow. Je haalt veel meer voldoening uit een foto als je in het veld de perfecte compositie gevonden hebt. Het bepalen van het perfecte kader doe je immers tijdens het fotograferen en niet achteraf op de computer.
Door gebruik te maken van natuurlijke kaders kan je het landschap omkaderen. Kies je positie zorgvuldig en vermijd dat het kader overlapt met het onderwerp. Beeld: Bart Heirweg
6 vragen die je jezelf stelt voor het perfecte kader
Bij het bepalen van het perfecte kader zijn er een aantal zaken waaraan je bijzondere aandacht moet besteden door jezelf een aantal vragen te stellen:
1. Voegt de lucht iets toe?
Als de lucht weinig toevoegt, laat je die beter gewoon weg. Grote witte, grijze of blauwe vlakken leiden immers af van de essentie van het beeld. Een felle zon of een uitgebrande lucht vormen zelden een meerwaarde en trekken vaak onmiddellijk alle aandacht. Vaak kan je door minder lucht te tonen net meer van de sfeer laten zien. De tinten en zachte kleurnuances in het landschap komen op dat moment beter tot hun recht. Overweeg dus altijd goed of de lucht wel een meerwaarde biedt.
Als de lucht weinig toevoegt of zelfs storend werkt, kan je die beter weglaten. Op die manier kan je vaak meer van de sfeer laten zien. Beeld: Bart Heirweg
2. Biedt de voorgrond een meerwaarde?
Zorg ervoor dat de voorgrond niet te dominant wordt en voldoende interessant blijft. Een uitgestrekt (gras)veld of een eindeloos wateroppervlak zonder enige variatie zal al snel eentonig en dominant overkomen. De blik van de toeschouwer gaat verloren in die uitgestrekte massa en de kijker verliest al snel z’n aandacht. Bestudeer daarnaast ook altijd goed of de voor- en achtergrond met elkaar in evenwicht zijn en vermijd dat bepaalde vlakken te overheersend worden. Door meer in te zoomen of de oriëntatie (landschap/portret) van de foto te wijzigen kan je de voorgrond beïnvloeden of beperken.
Zorg dat de voorgrond niet de dominant wordt. Zoom in om eentonige vlakken te beperken of weg te laten. Beeld: Bart Heirweg
3. Zijn er storende elementen aanwezig?
Bestudeer altijd goed of er in het beeld elementen aanwezig zijn die geen enkele meerwaarde bieden of zelfs storend overkomen en die je dus beter weg kunt laten. Let hierbij altijd goed op de randen van de foto. Zorg ervoor dat alle elementen voldoende, maar ook niet te veel, ruimte krijgen aan de buitenkant. Vermijd dat de belangrijkste objecten met elkaar overlappen, want dan verliezen ze de aandacht en wordt het beeld vaak drukker. Bestudeer de foto in detail in live view en hou het beeld rustig en overzichtelijk. Door het kader te wijzigen, gebruik te maken van een grotere brandpuntsafstand of door in te zoomen met je voeten kan je storende elementen uit beeld houden.
Vermijd storende elementen en bestudeer altijd goed de randen van de foto. Beeld: Bart Heirweg
4. Laat ik me ontmoedigen door het weer?
Het weer durft wel eens tegen te vallen, maar dat hoeft de pret niet te bederven. Je hoeft voor landschapsfotografie niet altijd de beste omstandigheden af te wachten. In tegendeel: op grijze dagen kan je bijvoorbeeld focussen op meer intieme landschappen. Dergelijke beelden komen op zo’n moment immers het best tot hun recht. Op zonnige dagen is de sfeer weer snel verdwenen. Door in te zoomen op details in het landschap kan je die sfeer vaak langer vasthouden. Dat kan bijvoorbeeld mist zijn die wat langer blijft hangen in een bepaald hoekje of lichtschakeringen tussen de vegetatie. Met behulp van een telelens kan je deze elementen extra benadrukken of het beeld er zelfs mee vullen.
Focus op intieme landschappen als de omstandigheden tegenvallen. Beeld: Bart Heirweg
5. Toon ik de essentie?
Een weids uitzicht zegt vaak minder dan een intiem landschap. Ga op zoek naar treffende elementen in de omgeving en durf weg te laten. Focus op de elementen die je aandacht trokken en probeer niet te veel te tonen want dat maakt het voor de kijker alleen maar verwarrender. De eenvoudigste beelden zijn vaak de krachtigste.
Zoom in op sfeervolle details in het landschap, want daar blijft de sfeer vaak langer hangen. Beeld: Bart Heirweg
6. Heb ik voldoende tijd genomen om het beeld te maken?
Er is niets frustrerender dan aankomen bij een geweldig locatie onder fantastische omstandigheden en niet genoeg tijd te hebben om de omgeving te verkennen en de perfecte compositie te vinden. Je hebt geen tijd meer om goed na te denken over het juiste kader en het resultaat is dus vaak teleurstellend. De prachtige sfeer heb je dus niet optimaal kunnen benutten. Zorg ervoor dat je op tijd aanwezig bent of ga vooraf op verkenning zodat je al een idee hebt van de mogelijkheden. Wees geduldig bij het zoeken naar het juiste kader. Loop rond, verken alle standpunten en experimenteer met verschillende brandpuntsafstanden.
Experimenteer met negatieve ruimte, abstractie en vervaging
Als je er goed in slaagt om het perfecte kader te bepalen, kan je af en toe ook eens experimenteren en de regeltjes aan je laars lappen. Ik schreef eerder al dat je de lucht en de voorgrond in vraag moet stellen en vermijden dat deze elementen te overheersend worden. Je kunt echter het onderwerp ook meer aandacht geven door bewust gebruik te maken van veel lege ruimte rondom het subject. In dergelijke gevallen zal je dus met opzet veel lucht of voorgrond laten zien. Het beeld krijgt hierdoor een desolaat en minimalistisch karakter.
Door de context volledig weg te laten krijg je dan weer meer abstracte natuurbeelden. De focus ligt dan niet meer op het landschap, maar op de opbouw van het landschap. Focus op de vormen, lijnen, kleuren, patronen en texturen die je in de omgeving terugvindt. Omdat de context verdwijnt, wordt het subject soms helemaal onherkenbaar. Dit zet de kijker aan tot nadenken, waardoor hij/zij langer bij de foto blijft stilstaan.
Focus op vormen, lijnen, kleuren, patronen en texturen voor een meer abstracte benadering van het landschap. Beeld: Bart Heirweg
Foto’s moeten rustig en overzichtelijk blijven, maar de natuur is niet altijd geordend en gestructureerd. Vaak vind je in de natuur veel wanorde en wordt het lastig om een rustig beeld te maken. Maar deze wanorde hoeft niet altijd een straf te zijn. Ook chaos kan tot leuke en abstracte beelden leiden. Denk bijvoorbeeld een beeld van een wirwar van takken en struiken onder een laagje sneeuw of een mix van allerlei prachtige herfstkleuren in het bos. Let op: de grens tussen een chaotisch beeld dat aanspreekt en een ongestructureerde foto is vaak héél dun. Je moet dus leren aanvoelen wanneer chaos tot een leuk abstract beeld kan leiden of wanneer het gewoon een zooitje blijft.
Ten slotte kan je ook experimenteren met vervaging. Door gebruik te maken van sneeuw, planten of bloemen in de voorgrond kan je storende elementen verbergen of een natuurlijk kader creëren rondom het onderwerp. Fotografeer hiervoor dicht bij de voorgrond met beperkte scherptediepte voor de beste resultaten.
De kunst van het weglaten: waarom minder tonen meer impact geeft
Landschapsfotografie wordt vaak geassocieerd met groothoeklenzen waarbij de fotograaf zoveel mogelijk van het landschap wil laten zien. Dit resulteert in beelden die druk en chaotisch overkomen en de kijker weinig zullen boeien. Door het juiste standpunt uit te kiezen, in te zoomen op het landschap en te focussen op de essentie zullen je beelden sterker overkomen. Overweeg altijd goed wat je wel en niet opneemt in het kader, want wat je niet laat zien is net zo belangrijk als wat je wel laat zien!
Maak gebruik van veel witruimte rondom het onderwerp om het beeld een minimalistisch karakter te geven. Beeld: Bart Heirweg
Checklist voor betere compositie
Bepaal de compositie: observeer, reflecteer, fotografeer.
Probeer verschillende kadertechnieken: speel met de brandpuntsafstand, wijzig je positie of gebruik natuurlijke kaders.
Stel jezelf de juiste vragen: voegt de lucht iets toe, zijn voor- en achtergrond in balans, zijn er geen storende elementen aanwezig in de foto, zit de sfeer goed en toon ik de essentie van het landschap?
Experimenteer: fotografeer met negatieve ruimte, benader het landschap op een abstracte of chaotische manier of speel met vervaging.
Gun jezelf tijd: wees op tijd aanwezig zodat je alle mogelijkheden en opties kunt exploreren.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief om het laatste nieuws uit de fotografiewereld te ontvangen én het gratis ebook ‘Start met Fotograferen’.