Wil je met een drone fotograferen vanuit de lucht, dan moet je niet alleen kunnen fotograferen maar ook kunnen vliegen. En net zoals bij wagens, komt daar een vliegbewijs compleet met theorie, praktijk en examen bij om het hoekje kijken. Tijd dus om die L-sticker terug boven te halen en piloot in opleiding te worden.
Opgelet: In juni 2020 zal er worden overgestapt op de Europese wetgeving wanneer het op vliegen met een drone aankomt. Er zullen dan ook enkele dingen veranderen. Tot die tijd kan je hieronder de huidige wetgeving raadplegen.
Ik liet het jullie al weten in Shoot 66: een drone is geen camera. Het is een vliegtuig waar een camera aan hangt. Jij beschouwt het als een camera, jij hebt er één gekocht om mee te fotograferen, maar de overheid beschouwt hem als een UAV of een RPAS (zie woordenlijst onderaan). Want in tegenstelling tot de camera die je mooi om je schouder hangt, vlieg je met deze camera eropuit, het luchtruim in. Om te vermijden dat we toestanden krijgen in de lucht zoals we die al op de weg kennen – het compleet vastlopen van het verkeer enerzijds en talloze accidenten anderzijds – is het goed dat niet zomaar iedereen dat ruime luchtsop mag kiezen.
Dat is
natuurlijk even schrikken. Drones zijn makkelijk aan te schaffen en (zeker de
modellen van DJI) ook makkelijk te bedienen. Je bent er zo mee weg en voor je
het weet heb je je eerste foto of dronie gemaakt, gewoon in je achtertuin.
Maar weet je
wat je eigenlijk mag met die drone? Waar mag je vliegen en vooral waar niet?
Dat is een ander verhaal. Een camera ligt steeds voor je klaar en neem je zo
overal mee. Bij een drone komt veel meer kijken, zoals ik in dat vorige artikel
al liet weten. Maar daar komt nog een pak bovenop: wat mag en vooral wat mag
niet. Dit lees je niet op de verpakking van je drone, er is geen sticker of flyer,
je moet het zelf uitzoeken. Of je kan dit artikel lezen.
3 klassen voor dronegebruik
Je drone is een vliegtuigje dat valt onder de nationale wetgeving. De bedoeling is naar een Europese wetgeving te evolueren, daarvoor zou volgend jaar de eerste stap gezet worden. Zo zouden vanaf 2020 nieuwe Europese regels moeten gelden. Voorlopig moet je het met de Belgische doen, en die zijn de strengste van Europa. Als je nu al zonder voorbereiding aan het vliegen bent, is de kans groot dat je al die tijd illegaal bezig bent geweest. Zonder het te beseffen heb je waarschijnlijk al heel wat regels overtreden. Daarom zet ik de belangrijkste hier op een rij.
Er zijn drie
klassen gedefinieerd voor dronegebruik: recreatief, klasse 2 & klasse 1. Recreatief
mag je eigenlijk zo goed als niks: 10 meter boven privéterrein (je eigen
eigendom of dat van iemand die je toestemming heeft gegeven), that’s it. Dus
wil je meer en vooral hoger, dan zit er niet anders op dan voor een certificaat
te gaan en dus een opleiding te gaan volgen.
Afhankelijk
van de gevolgde opleiding (klasse 2 of 1) mag je dan tot 45 meter,
respectievelijk 90 meter hoog gaan. In Nederland is recreatief gebruik
toegestaan tot 120 meter, maar dat betekent niet dat we nu massaal moeten verhuizen.
Want die hoogte is maar één facet. Waar je mag vliegen is een belangrijke
tweede. Net als in Nederland zijn er bij ons verschillende gebieden waar je
niet mag vliegen of waar restricties gelden. Alleen al daarom is het
interessant om een cursus te volgen. Want zelf wegwijs geraken uit al die codes
waarmee dergelijke gebieden aangeduid worden, is niet evident. Er bestaan apps en
sites die je allerhande info bieden, alleen moet je die gegevens nog kunnen
lezen. Je moet de taal leren verstaan. Want het is een typisch jargon, enkel
weggelegd voor een clubje insiders. Een opleiding kan je de deur naar de wereld
van CTR’s & NOTAM’s openen.
Je drone-certificaat behalen
Als je voor
een certificaat wil gaan, is de eerste vraag: klasse 1 of 2. Dat hangt af van
het budget dat je wil gaan spenderen en van wat je met je drone wil gaan doen.
Om klasse 1 te behalen zit je al snel aan 3000 euro, bij klasse 2 gaat het
richting 1000 euro. Dit bedrag omvat de kosten van de opleiding, het examen, de
eventuele medische keuring, het aanschaffen van een luchtkaart en dergelijke.
Het is dus geen goedkope zaak. Maar in ruil daarvoor vlieg je niet langer
illegaal, mag je hoger vliegen, eventueel vliegen met commerciële bedoelingen en
vliegen met zwaardere drones. Recreatief gebruik is beperkt tot één kilogram,
wat op zich geen probleem vormt. De meest populaire toestellen, zoals de DJI Mavic,
wegen minder. Het is vooral de beperking tot 10 meter boven privéterrein die je
richting het behalen van een certificaat stuwt.
In Vlaanderen
kan je op een vijftal locaties een opleiding volgen, in de links zet ik ze voor
je op een rijtje. Eerst wordt de theorie behandeld en daarna de praktijk om je
voor te bereiden op het examen en het behalen van dat certificaat. In de theorieles
(of -lessen, afhankelijk van de klasse waar je voor kiest) word je ingewijd in
het jargon van de dronepiloot. Het is als het aanleren van een andere taal. Vanaf
nu spreek ook jij ‘piloots’, een voor buitenstaanders compleet mysterieus
taaltje.
Maar na afloop
kreeg ik geen vleugels opgespeld, maar een fluovestje om aan te trekken.
Gelukkig wel eentje waar piloot op staat. Deze krijg je om je kenbaar te maken:
één van de vele veiligheidsmaatregelen die je op een cursus aangeleerd krijgt.
Waar mag je vliegen met een drone?
Het taalbad
bestaat niet alleen uit het leren van die specifieke termen en afkortingen. Je leert
ook daadwerkelijk lezen, meer bepaald luchtkaarten lezen. Speciale kaarten –
die je ook best aankoopt – geven je een idee hoe het er boven de grond aan toe
gaat, welke delen voorbehouden zijn voor wie en vanaf welke hoogte. De
Belgische kust is bijvoorbeeld voor het grootste deel een No Fly Zone, want
daar heb je twee grote stukken gereserveerd voor de luchthaven van Oostende en
de helikopterhaven van Koksijde. Ook de haven van Zeebrugge is natuurlijk
verboden terrein, maar wist je dat eigenlijk volledig West-Vlaanderen
oefengebied is voor helikopters, een HTA dus? Dat betekent dat je in een
specifieke database, de AIP, moet opzoeken wat wel en wat niet mag én vooral wanneer en wanneer niet in
dit gebied.
Het gaat
natuurlijk verder dan dat taaltje. Zo leer je in detail hoe de GPS in je
toestel werkt, je leert zelfs te vliegen zonder GPS. We gebruiken universele
systemen, met universele benamingen en universele maten zodat iedereen in de
wereld op dezelfde manier communiceert. Geen misverstanden in coördinaten, want
er is maar één manier om een plaats exact te bepalen. En daar komt meer bij
kijken dan je denkt. Wist je dat het Noorden op drie manieren wordt bepaald?
Wist je dat een kompas gemakkelijk ontregelt geraakt? Geen misverstanden in
timing ook, er is maar één juiste tijd, Zulu-time. In alle officiële (en dus
universele) communicatie wordt deze UTC-tijd gebruikt. En dus moeten wij van
daaruit steeds berekenen hoe laat (of hoe vroeg) dat bij ons is.
Voer voor fotografen
Mocht je nu denken
dat het alleen piloten-mumbo-jumbo is dat je de hele tijd te horen krijgt, dan
vergis je je. Ook zaken als privacy worden besproken. Met je drone vlieg je
niet zomaar iemands privédomein binnen. Daarvoor bestaan regels waar je je aan dient
te houden wil je geen klacht (of zelfs rechtszaak) riskeren. Dat geldt natuurlijk
niet alleen voor dronepiloten, maar ook voor dronefotografen. Wanneer is iemand
een publiek persoon? En wanneer is die publiek persoon toch privé? Wanneer mag
je een foto van zo iemand delen? En hoe zit het met bepaalde gebouwen, zoals
het Atomium? Moet je steeds toestemming vragen? Kan je best geen mensen
vastleggen, of ze onherkenbaar in beeld brengen? Voldoende vragen voor
fotografen om toch even bij stil te staan.
Frank De Boosere achterna: Drones in weer en wind
Het weer is
natuurlijk een bepalende factor bij het vliegen. Je gaat geen onnodige risico’s
nemen, en wilt dus hevige wind en regen vermijden. Maar hoe kan je dat weer het
best inschatten? Waar vind je de beste info? Hoe werkt dat eigenlijk, het weer?
Niet dat je een spoedcursus weerman krijgt, maar het weerbericht zal voortaan
toch anders klinken.
Een
hoofdstukje Meteo kan dus niet ontbreken. Hoge en lage luchtdruk, cumulus- en
cumulonimbuswolken – ze passeren allemaal de revue. Het belangrijkste is ook hier
op voorhand recherchewerk te doen. Zo is het aan te raden vooraf te kijken of
er wolken voorspeld zijn, hoeveel wolken en welk soort wolken. Bovendien wil je
weten hoe warm het wordt, waar de wind vandaan komt en met welke snelheid. Al
deze informatie wordt samengevat in één regel, de METAR.
Ook de Kp-index
is niet onbelangrijk. Die laatste geeft de zonneactiviteit aan. Zonnestormen
geven namelijk storing in het magnetisch veld, wat dan weer storing kan geven in
het kompas van jouw vlieger. Om dat soort storingen te vermijden, vermijd je
ook best hoogspanningskabels, zendmasten en dergelijke. Want zonder kompas is jouw
drone mogelijk het noorden – en daarmee jou – kwijt.
De Kp-index
kan je opzoeken met de Aurora-app, dezelfde app waarmee je de kans op
Noorderlicht kan inschatten, als je op reis bent in het Scandinavië. Maf dat
het fenomeen dat zo’n prachtig lichtspektakel tevoorschijn tovert ook invloed
heeft op jouw vliegmachine. In tegenstelling tot wolken, kan je dit niet zien. Het
devies is dus: checken, checken en nog eens checken. Op voorhand en nog eens op
de dag zelf.
Apparatuur kennen
Wat je ook
steeds moet checken is je apparatuur. Voor elke vlucht. Is alles in orde, is
alles opgeladen, is er niks beschadigd? Een goede tip is om je batterijen te
nummeren, zodat je bij een defect exact weet welke batterij je uit je gear
haalt.
De
handleidingen van al die spullen bijhouden en echt lezen is nog zo’n tip. Daar
kan je best een fysieke plaats voor voorzien, maar je kan die ook in digitaal
formaat vinden, op de sites van de producenten, waarna je ze downloadt in PDF en
op je PC ook zo’n verzamelplaats voorziet. Zelf stop ik daar de aankoopfacturen
en serienummers bij, dan heb ik ze snel teruggevonden als ik ze nodig hebt. En
wees maar zeker, vroeg of laat heb je ze nodig. De vraag is niet of je zal
crashen, de vraag is eerder wanneer je zal crashen.
Heb ik een droneverzekering nodig?
In mijn geval
was dat na amper een paar dagen. Ik kocht een klein dronetje, zuiver om het
vliegen te oefenen, waarbij ik dat ook gewoon binnenshuis dacht te kunnen doen.
De derde dag ging hij recht tegen het plafond en dat zonder dat ik daar voor
verantwoordelijk was of iets kon aan doen. In plaats van op te stijgen en te
hooveren op ongeveer één meter, ging hij in één ruk omhoog en lag even snel
weer op de grond. Resultaat: één van de vier motoren was uit. Maar gelukkig
niks anders. Geen schade, geen gewonden. Even checken of je verzekerd bent voor
ongelukken en schade is dus geen overbodige luxe. Kleine drones vallen onder de
familiale verzekering, maar er bestaan ook aparte en bijkomende formules.
Explosief goedje
Drones vliegen
met LIPO-batterijen en ook daar komen wat regels bij kijken. Dat zijn héél
krachtige batterijen, maar ook vrij onstabiel. Niks om je ongerust over te
maken, maar ook hier kan je maar beter het zekere voor het onzekere nemen.
Zorgen dat ze goed worden opgeladen, ze goed bewaren, goed transporteren. Er
bestaan speciale ‘bags’ om de batterijen te bewaren en te transporteren. Je
stopt ze ook niet in je hoofdbagage als je het vliegtuig neemt. Best is om ze
te bewaren en te transporteren op 75 procent van hun capaciteit. Behalve als je
gaat vliegen, dan wil je natuurlijk 100 procent. Ook al zijn het krachtige
dingen, na een kwartiertje is het meestal uit met de pret.
Administratie bij het vliegen van een drone
Als je gaat
vliegen, wil je natuurlijk zo snel mogelijk de lucht in. Het gaat je immers om het
vliegen, of meer bepaald, het gaat om de foto’s die je kan maken tijdens dat
vliegen. Maar om te kunnen fotograferen moet je naast piloot ook een beetje boekhouder
worden. Je moet er – afhankelijk van de klasse waar je voor gaat – een beetje administratie op na houden: je moet logboeken
bijhouden waarin je je vluchten oplijst. Maar ook eventueel uitvoeren van risicoanalyses
op voorhand, afhankelijk van waar je wil gaan vliegen, of er mensen, eventueel
kinderen in de buurt zijn. Eventueel moet je een operationeel handboek
bijhouden of een checklist opstellen. Die loop je rigoreus na voor elke vlucht.
Kortom, de pret houdt niet op.
Vooral veel oefenen
Tot slot nog
een laatste tip: ga vooral veel vliegen! Want dat zorgt ervoor dat je je
toestel door en door leert kennen. Dat zorgt ervoor dat je situaties steeds
beter leert inschatten. Dat betekent niet dat je zorgeloos moet worden, er kan
steeds iets gebeuren. Je toestel kon ontregeld geraken, er kan opeens een
stevige wind komen opzetten, je kan de connectie met het toestel verliezen.
Omstaanders kunnen zich komen bemoeien, dieren kunnen raar reageren (zeker
paarden), kinderen zien het gevaar niet, komen dus zomaar dichterbij. Het is precies
zoals met leren autorijden: onwennig in het begin, zoeken naar de verhoudingen
tussen de pedalen. Overdonderd worden door het grote aantal verkeersregels en de
hoeveelheid borden op de weg. Langzaamaan word je steeds behendiger in dat
drukke verkeer. Maar toch moet je steeds op je qui-vive zijn en blijven.
• UAV: Unmanned Aerial Vehicle • RPAS: Remotely Piloted Aircraft System • VLOS: Visual Line Of Sight • UTC: Coordinated Universal Time = Zulu-Time • NM: Nautical Mile = Zeemijl • KT: Knot of knoop = 1 NM/uur • CTR: Gecontroleerd gebied, van een luchthaven • HTA: Helicopter Training Area • NOTAM: Notice to Airmen • AIP: Aeronautical Information • METAR: Meteorlogic Aviation Routine Weather Report • RTH: Return To Home = terug naar vertrek
Shoot wil van elke lezer een betere fotograaf maken. Daarbij kiezen we voor een praktijkgerichte aanpak met realistische onderwerpen. Ervaren fotografen, die bekend staan als de top in hun vak, delen in Shoot hun kennis. Een begrijpelijke uitleg en praktische tips helpen jou als lezer om betere foto’s te maken. Van glamourportret tot straatbeeld, van reisreportage tot concertshot.