Een variabele ND-filter (neutral density) blokkeert een deel van het licht voordat het je lens bereikt. Maar waarvoor gebruik je zo’n filter precies?
Hoe werkt een ND-filter?
Wat een gewone ND-filter doet, is eenvoudig te begrijpen: het houdt een deel van het licht tegen. Hoeveel licht precies, hangt af van de sterkte van het filter. Die sterkte wordt uitgedrukt in ‘stops’, waarbij elke stop staat voor een halvering van het licht. Een 1-stopfilter laat de helft van het licht door, een 2-stopfilter een kwart, een 3-stopfilter een achtste, en zo verder tot aan de zwaarste filters van 10 stops of meer.
Wat is een variabele ND-filter?
Een variabele ND-filter blokkeert ook licht, maar met als voordeel dat je de sterkte zelf kunt instellen. Een variabele ND-filter is opgebouwd uit twee polarisatiefilters die ten opzichte van elkaar kunnen draaien. Door eraan te draaien, varieer je de filterkracht. De meeste variabele ND-filters bieden een bereik van 2 tot 8 stops. Ze zijn eenvoudig in gebruik: je schroeft het filter voor de lens en draait tot je de gewenste sterkte bereikt.
Daglicht en sneeuw gecombineerd met lange sluitertijden vereist een ND-filter. Beeld: iStock.com/Vitalii Lonov
Beperkingen om rekening mee te houden
Variabele ND-filters hebben ook nadelen ten opzichte van vaste ND-filters. Doordat ze zijn opgebouwd uit twee polarisatielagen, kunnen ze bij de hoogste filterkracht een zogenaamd kruispatroon (of X-patroon) in het beeld veroorzaken. Bij fotografie met een groter beeldformaat valt dit snel op, zeker in egale vlakken zoals een blauwe lucht. Voor video is dit minder een probleem, omdat het kruispatroon bij het gebruikelijke 16:9-formaat vaak buiten beeld valt.
Moderne variabele ND-filters, zoals die van K&F Concept, NiSi, Urth of PolarPro, zijn de afgelopen jaren sterk verbeterd op het gebied van kleurnauwkeurigheid en optische kwaliteit. Een goedkope filter kan een kleurzweem introduceren, wat in nabewerking moet worden gecorrigeerd. Kies daarom voor een kwalitatief hoogwaardige filter, zeker als je het voor video gebruikt.
Lange sluitertijden
ND-filters worden veel gebruikt om met lange sluitertijden te werken. Meestal wil je als fotograaf een sluitertijd die kort genoeg is om je onderwerp scherp vast te leggen. Maar soms kies je bewust voor een langere sluitertijd, bijvoorbeeld om bewegend water of wolken een glad, wazig effect te geven. Overdag heb je daarvoor een sterk filter nodig. In de ochtendchemering is een normale belichting bijvoorbeeld 1/30 seconde op f/11 en ISO 100. Met een variabele ND-filter op minimale sterkte (2 stops) wordt je sluitertijd 1/8 seconde, wat nog te kort is voor het gewenste effect. Draai je het filter naar de maximale sterkte (8 stops), dan wordt je sluitertijd 8 seconden en krijg je het typische gladde wateroppervlak. Door de sterkte te variëren, experimenteer je eenvoudig met verschillende sluitertijden.
Foto van een waterval met een lange sluitertijd. Beeld: Pexels
Als je niet snel in je hoofd kunt uitrekenen welke sluitertijd bij een bepaalde filtersterkte hoort, gebruik dan een app op je smartphone. Zoek naar ‘ND calculator’ of ‘long exposure calculator’ in de app store van je keuze.
Flitsen met lange sluitertijd
Wanneer je flitslicht wilt gebruiken tijdens een portretshoot op locatie, ben je gebonden aan de maximale flitssynchronisatietijd van je camera. Die ligt doorgaans tussen 1/160 en 1/250 seconde, afhankelijk van het model. Op een zonnige dag betekent dit dat je met kleine diafragma’s moet werken, zoals f/11 of kleiner. Dat gaat ten koste van de mooie achtergrondvervaging die je met een grote lensopening bereikt.
Ook hier helpt een variabele ND-filter. Je schroeft deze voor de lens, stelt de flitssynchronisatietijd in als sluitertijd, en draait aan de filter tot je bij het gewenste diafragma een correcte belichting voor de omgeving hebt. Vervolgens richt je de flitsers op je onderwerp en stel je de gewenste flitskracht in. De filter blokkeert weliswaar ook een deel van het flitslicht, maar het grotere diafragma compenseert dat. Bovendien zorgt dat grotere diafragma voor mooie achtergrondvervaging. Het variabele karakter is hier bijzonder handig: wisselende lichtomstandigheden, zoals een wolk die even voor de zon trekt, zijn snel op te vangen door aan de filter te draaien.
Je kunt ook gebruikmaken van high speed sync (HSS) of hypersync om de flitssynchronisatietijd te omzeilen, maar daarmee verlies je aanzienlijk aan flitsvermogen naarmate de sluitertijden korter worden.
Video
Bij het filmen met handmatige instellingen kies je de sluitertijd op basis van de framerate. De vuistregel is dat de sluitertijd het dubbele van de framerate moet zijn: 1/50 seconde bij 25 frames per seconde, of 1/100 seconde bij 50 fps. Bij kortere sluitertijden wordt beweging schokkerig weergegeven, een effect dat bekend staat als de ‘Saving Private Ryan-look’, naar de openingsscène van die film.
Je sluitertijd ligt bij video dus vast en mag tijdens een opname niet veranderen. Ook de ISO-waarde blijf je het liefst constant houden. Het diafragma aanpassen is technisch mogelijk, maar levert abrupte helderheidsverschillen op, tenzij je een lens hebt met een traploos instelbaar diafragma. Op zonnige dagen werk je bovendien al snel met erg kleine diafragma’s, wat resulteert in een grote scherptediepte die je misschien helemaal niet wilt.
Een variabele ND-filter biedt hier de oplossing, wat ook de reden is dat professionele videocamera’s er vaak een ingebouwd hebben. Voor systeemcamera’s, die tegenwoordig steeds vaker voor zowel foto als video worden ingezet, is een variabele ND-filter een essentieel accessoire geworden. Je kunt hiermee ook onderweg soepel bijsturen wanneer je van schaduw naar volle zon beweegt, zonder je sluitertijd of diafragma aan te passen.
Praktisch gebruik
Op de zwaarste stand blokkeert een variabele ND-filter zoveel licht dat de autofocus en lichtmeting van je camera onbetrouwbaar worden. Stel daarom scherp zonder filter, of met de filter op de lichtste stand. Zodra je hebt scherpgesteld, schakel je de autofocus uit. Raak daarna de focusring niet meer aan.
Maak ook een testopname zonder filter om te bepalen welke basisinstellingen voor sluitertijd, diafragma en ISO een correcte belichting geven. Zet de camera in handmatige opnamestand, stel je gewenste diafragma en ISO in, en schroef dan de filter op de lens. Stel de gewenste filterkracht in en bereken de bijbehorende sluitertijd. Maak een testopname en controleer het histogram om te zien of de belichting klopt. Pas de sluitertijd aan indien nodig: langer bij onderbelichting, korter bij overbelichting.
Shoot wil van elke lezer een betere fotograaf maken. Daarbij kiezen we voor een praktijkgerichte aanpak met realistische onderwerpen. Ervaren fotografen, die bekend staan als de top in hun vak, delen in Shoot hun kennis. Een begrijpelijke uitleg en praktische tips helpen jou als lezer om betere foto’s te maken. Van glamourportret tot straatbeeld, van reisreportage tot concertshot.