Auteursrechten lijken in het digitale tijdperk ernstig onder druk te staan. Geldt dat ook voor de rechten op de foto's die jij hebt gemaakt?
Door de opkomst van internet en sociale media wordt het wettelijk auteursrecht op beeldmateriaal vaak met voeten getreden. Maar het wordt even fel verdedigd.
In dit eerste deel van een reeks artikelen over copyright een nog jonge, maar nu al zeer belangrijke rechtszaak in Amerika over foto's die op Twitter werden geplaatst: persbureau AFP versus fotograaf Daniel Morel.
Een fotograaf is ook een auteur
Ook al is auteursrecht een zeer complexe aangelegenheid, de meeste professionele fotografen kennen de hoofdlijnen ervan wel. Een foto is net zoals een boek of een muziekstuk een creatieve uiting waar in beginsel auteursrecht op rust.
Jij als maker hebt automatisch de volledige zeggenschap over het beeld en wat ermee gebeurt. Wil iemand jouw beeld op een of andere manier gebruiken of verspreiden, dan heeft hij of zij jouw toestemming nodig.
We hebben het dan niet over het portretrecht (de rechten van personen die eventueel zijn afgebeeld) en ook niet over eigendomsrecht (iemand heeft bijvoorbeeld een afdruk gekocht en is eigenaar geworden van die afdruk). Het auteursrecht, in dit artikel ook copyright genoemd, gaat over gebruik van de creatie zelf.
Toestemming voor elk gebruik afzonderlijk
Geef je iemand toestemming om jouw foto voor een bepaald doel te gebruiken, bijvoorbeeld publicatie in een boek, dan mag hij of zij de foto niet zomaar ook voor andere doelen aanwenden. Het auteursrecht blijft bij de auteur, en voor elk gebruik moet opnieuw jouw goedkeuring gevraagd worden.
Dat is niet voor iedereen onmiddellijk duidelijk of vanzelfsprekend, zeker niet als men geld voor je foto heeft betaald. Auteursrechtinstanties zullen je dan ook aanbevelen om altijd vooraf schriftelijk vast te leggen wat je toestaat en afspreekt. Je geeft dan als het ware een licentie voor gebruik van je foto volgens voorwaarden die jij bepaalt.

(© bioraven)
Tsunami
Met name dat laatste is in een nieuw daglicht komen te staan met de explosie van sociaalnetwerksites. Door de komst van internet was verspreiding van foto’s al in een enorme stroomversnelling geraakt. Zeg maar gerust een tsunami.
Je foto kan via het web makkelijk in handen van een vreemde komen. En omdat deze vreemde aan de andere kant van de wereld kan zitten, tik je hem of haar niet zomaar op de vingers als hij er iets ongeoorloofds mee doet. Ook met een advocaat of piratenjager dreigen maakt misschien weinig indruk. Zeker niet op iemand met een nare bijnaam op een forum, maar misschien ook niet eens op een vrij bekende buitenlandse website.
Altijd uitkijken wat je overhandigt dus, en hoe je dat doet. Als je creatie de vorm van enen en nullen kan aannemen, ben je eigenlijk al bij voorbaat kansloos dat jouw rechten altijd en overal gerespecteerd zullen worden.
Facebook en Twitter
Alsof dit niet al problematisch genoeg is, doen websites zoals Facebook en Twitter er nog eens een flinke schep bovenop. Want zij claimen het gebruiksrecht op foto’s die je via deze sociale netwerken verspreidt.
Een account openen kan doorgaans alleen als je de voorwaarden van het netwerk accepteert. En daar staat algauw in dat je automatisch afstand doet van de rechten op alle foto’s die je post.
Een auteursrechtenorganisatie zal benadrukken dat een vinkje plaatsen bij ‘ik ga akkoord met de voorwaarden’ in dit opzicht van generlei betekenis is, en dat alleen een serieuze akte rechtsgeldigheid heeft. Maar dat neemt niet weg dat er, zeker internationaal, complexe situaties kunnen ontstaan voor fotografen die toch gebruikmaken van deze netwerken.
Dat bewijst de aan het begin van dit verhaal genoemde zaak tussen de Haïtiaanse fotograaf Daniel Morel en het nieuwsagentschap Agence France-Presse.
Aardbeving
Op 12 januari 2010 wordt Haïti getroffen door een aardbeving die meer dan driehonderdduizend mensen het leven zal kosten. Morel, een freelance fotograaf die werkt voor fotoarchief Corbis, bevindt zich pal in het centrum van hoofdstad Port-au-Prince op het moment dat de ramp toeslaat. Gewond raakt hij niet, en hij kan de gebeurtenis vastleggen met zijn camera.
In zijn hotel zet hij zijn foto’s zo snel mogelijk op Twitter. Na ruim een uur staan er 17 beelden van de ramp op de netwerksite. Deze worden meteen gekopieerd door een twitteraar uit de Dominicaanse Republiek genaamd Lisandro Suero. Hij zet ze op zijn eigen TwitPic-pagina.
Persbureau downloadt foto's
Ruim vijf uur na de eerste door Morel geüploade foto downloadt Vincent Amalvy, fotobaas van persbureau AFP voor Noord- en Zuid-Amerika, negen foto’s van het TwitPic-account van Suero. Deze worden vervolgens doorgestuurd naar drie fotopersbureaus, waaronder het bekende Getty Images. Het beeldmateriaal belandt via Getty uiteindelijk in een grote Amerikaanse krant, de Washington Post.
Op het moment van downloaden dacht Amalvy, zo zegt hij later, dat de foto’s gemaakt waren door Suero. Hij kon nergens aan zien dat ze toebehoorden aan Morel.
Dat hoort hij een dag later, in de vroege ochtend van 13 januari, van een AFP-collega uit Parijs. Amalvy past onmiddellijk de bijschriften van de foto’s aan en brengt de klanten van het persbureau die een foto hebben ontvangen daarvan op de hoogte. Althans, zo beweert hij in de huidige rechtszaak.
Maar volgens Daniel Morel ontvangt hij op de avond van de ramp al een e-mail van Amalvy met de vraag of hij foto’s van de aardbeving heeft. Dat bewijst volgens de fotograaf dat AFP er op dat moment al weet van had dat de foto’s aan hem toebehoorden.
Rechtszaak
De rechtszaak die hieruit voortvloeit, bevindt zich nog in een relatief jong stadium waarin de feiten door beide partijen worden gepresenteerd, en de rechtbank bekijkt of er overeenstemming hierover kan worden bereikt.
Volgens Morel hebben AFP, Getty Images en de Washington Post zich schuldig gemaakt aan piraterij en inbreuk op auteursrecht. De drie tegenpartijen ontkennen dat, en gebruiken meerdere argumenten om de copyrightclaims van Morel van tafel te vegen.
Een van de argumenten die AFP aanvoert is dat het nieuwsagentschap het recht had de beelden van Morel te verspreiden op basis van de gebruiksvoorwaarden van Twitter en TwitPic.
“Door een account aan te maken bij Twitter en zijn foto’s te posten via TwitPic, heeft Morel de gebruiksvoorwaarden geaccepteerd waarin staat dat derden de foto’s mogen herpubliceren”, zo stelt AFP in een memorandum.
Maar een districtsrechter uit New York heeft in december 2010 al gezegd dat AFP en de andere aangeklaagden verzuimen te bewijzen dat ze een licentie hadden voor het gebruik van Morels foto’s. Ook moeten ze bewijzen dat zij de “derden” zijn die bedoeld worden in de voorwaarden van de genoemde internetdiensten.

Kijk uit met wat je twittert. (© Eduardo Rivero)
Ironisch
Morel wijst er ook nog eens fijntjes op hoe Getty Images zichzelf tegenspreekt. Op de website van het commerciële fotoarchief staat dat het “een veelgemaakte vergissing is dat een foto publiek bezit is als deze op internet staat, en er daarom geen toestemming nodig zou zijn voor gebruik ervan”.
“Voor zulke wereldwijze contentleveranciers als AFP en Getty Images, die bekendstaan om de agressieve bescherming van hun materiaal, zou een extra hoge zorgstandaard moeten gelden. Vooral omdat grote mediabedrijven moeten kunnen vertrouwen op hun bekwaamheid bij het leveren van beelden en informatie.” Aldus Morels advocaat Barbara Hoffman.
"Retweeten zou niet meer mogen"
AFP blijf echter op de Twittervoorwaarden vertrouwen. “Foto’s van een natuurramp in hoge resolutie en zonder enige restrictie plaatsen op sociale media als Twitter, waar het bekend is dat materiaal onmiddellijk universeel verder wordt verspreid, mag geen mechanisme zijn om iemand te vangen.
"Retweeten [het met één klik doorsturen van een bericht op Twitter naar nog meer Twittergebruikers, red.] zou anders altijd een inbreuk makende activiteit zijn, en dat zou het einde van Twitter en andere sociale media betekenen.”
In dat laatste heeft AFP misschien gelijk. Maar het gaat eraan voorbij dat het de foto’s niet heeft geretweet maar gedownload en doorgestuurd naar een krant, die ze heeft afgedrukt.
Wordt vervolgd
Overigens is het nog aardig om te weten dat Getty Images volgens Morel 820 exemplaren van de gewraakte aardbevingsfoto’s heeft verkocht voor zowel redactioneel als commercieel gebruik. Dit terwijl het bijschrift van AFP dat laatste uitdrukkelijk verbood.
Als de fotograaf in het gelijk wordt gesteld en inbreuk op auteursrecht bewezen wordt, kan hij uiteraard rekenen op een schadevergoeding. Deze kan volgens zijn advocaat variëren van 750 tot 30.000 dollar voor elke inbreuk. Dat zou Morel een slordige 20 miljoen dollar kunnen opleveren.
Sterker nog, als wordt bewezen dat de inbreuk moedwillig was, kan het districtshof de schadevergoeding optrekken naar een niet kinderachtige 150.000 dollar per geval. Morel is dan maximaal ruim 120 miljoen dollar rijker.
De zaak gaat duidelijk nog een tijdje voortslepen, en kan zeker verstrekkende gevolgen hebben. Hopelijk brengt de rechter die het laatste woord heeft in deze zaak uitsluitsel over de vraag of professionele fotografen inderdaad de rechten verliezen op foto’s die ze op sociale media plaatsen – op de manier zoals Daniel Morel dat heeft gedaan.
Enkele van de foto’s van Morel bekijk je hier op zijn website.
Update 16 januari 2013:
De districtsrechter in New York stelt fotograaf Daniel Morel in het gelijk. Haar uitspraak lees je in dit Shoot-nieuwsartikel.
[extern_gallery urls=”http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/20/120363_1.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/20/120363_2.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/20/120363_3.jpg” caption=”Hebben AFP, Getty Images en de Washington Post zich schuldig gemaakt aan inbreuk op auteursrecht? (sportgraphic/shutterstock.com)||(Foto: bioraven)||(Foto: Eduardo Rivero)”]