Ben je van plan om producten in hun leefomgeving te fotograferen? Dan zijn deze tips en tricks onmisbaar.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief om het laatste nieuws uit de fotografiewereld te ontvangen én het gratis ebook ‘Start met Fotograferen’.

Ben je van plan om producten in hun leefomgeving te fotograferen? Dan zijn deze tips en tricks onmisbaar.
De vraag naar productfotografie is sinds de opkomst van de e-commerce geweldig toegenomen. Wil je daarmee starten, dan vind je hierover online een groot aanbod aan goede artikels en tutorials. Maar als het gaat om grote stukken zoals meubels, dan is de informatie al veel schaarser. De fotograaf die zich hierin specialiseert investeert in een gigantische studio met een infini en voldoende lampen en omvormers om alles goed egaal uit te lichten. Als je maar sporadisch grote stukken fotografeert kan je die investering niet doen en moet je roeien met de riemen die je hebt. Waar loop je tegenaan en hoe los je het op? Het is een hele uitdaging maar niet onmogelijk. In dit artikel wil ik een aantal tips en tricks met je delen.
Bij een lifestyleshoot maak je foto’s van je onderwerp in zijn context. Je isoleert het onderwerp niet tegen een effen achtergrond maar toont het in een omgeving waar het thuishoort. Meubels fotograferen op locatie in een bepaalde setting heeft het voordeel dat je geen studio nodig hebt en niet met de zware stukken moet gaan sleuren. Je fotografeert het product gewoon waar het staat. Bij deze soort van fotografie is sfeer heel belangrijk.

Je kan de stukken fotograferen met of zonder modellen. Als je modellen gebruikt, let er dan wel op dat ze niet het hoofdonderwerp van de foto worden. Mensen kijken graag naar mensen. Dat maakt dat ze op een foto meer visueel gewicht krijgen dan de rest. Daarom wordt bij lifestyleshoots veel gewerkt met mensen die door een interieur lopen met een lange sluitertijd waardoor ze niet scherp zijn. Wat onscherp is verliest visueel gewicht tegenover wat scherp is. Op die manier gaat de aandacht naar waar ze moet gaan, nl naar het meubel. Een andere manier om met mensen te werken zonder ze te laten overheersen is door enkel een onderdeel zoals een hand of een been in beeld te brengen.
Bij werken op locatie is natuurlijk licht perfect. Zonder veel moeite kan je met daglicht een ruimte gelijkmatig uitlichten. Daglicht heeft ook als voordeel dat de kleurtemperatuur neutraal is zodat de kleuren van de meubels bij een correct gebruikte witbalans natuurgetrouw weergegeven worden.
Om meer sfeer te brengen kan je ervoor kiezen om aanwezig kunstlicht mee te fotograferen. Dan heb je een mengeling van verschillende kleurtemperaturen. Als het kunstlicht maar accenten zijn in je beeld en niet overheersen is dat geen probleem. Als zowel kunstlicht als natuurlijk licht een groot deel van je beeld in beslag nemen ga je moeten kiezen welke van de twee je neutraal weergeeft. Je kan de camera maar op één kleurtemperatuur instellen. Alle lichtbronnen die hiervan afwijken zullen een blauwe of gele kleurzweem hebben. Dat kan je met een lokale aanpassingsborstel in Lightroom bijwerken.
Let wel op met direct zonlicht en harde schaduwen. Ideaal is een overtrokken hemel. Die werkt als een gigantische softbox met een licht van superieure kwaliteit en het is helemaal gratis.

Heb je hoeken die te donker zijn, dan kan je die invullen met flitslicht. Flitslicht heeft het voordeel dat het dezelfde kleurtemperatuur heeft als natuurlijk licht. De kleuren blijven realistisch. Heb je geen flitslicht, dan is HDR een mogelijkheid. Met HDR maak je meerdere opnames met een correct belicht beeld en één of meerdere overbelichte en onderbelichte beelden die je in postproductie samenbrengt. Op die manier kan je naast de middentonen ook de hoge lichten en schaduwpartijen perfect belichten. Het nadeel van deze methode is dat je kleurzwemen in je beeld krijgt. Als de sfeer belangrijker is dan de kleurechtheid is dat geen probleem, maar als de kleuren waarheidsgetrouw moeten blijven, dan werken met invulflits een betere manier om het te doen.






Voor productfotografie is de ideale lens een 50mm of een lichte telelens. Die lenzen geven geen vertekening. Hoe breder de hoek wordt, hoe meer je op de foto krijgt, hoe meer vertekening je in je product riskeert. Maar op locatie heb je niet altijd de keuze om ver genoeg naar achter te gaan. Dan moet je het doen met de plaats die je hebt en kan je soms niet anders dan met een extreme breedhoek werken. Vermijd in dit geval elementen die niet mogen vervormd worden dicht bij je lens te hebben en let zeker op de randen van je beeld, want daar is de vervorming het grootst.


Maak niet enkel foto’s van het geheel maar ook van details. Die moeten het product tastbaar maken door in te zoomen op de textuur, op elementen die het afmaken. Dat soort foto’s maak je eerder met weinig scherptediepte om die details beter te laten uitkomen tegenover een onscherp geheel. Zo isoleer je een element in een druk kader zodat de kijker weet wat het onderwerp van je foto is.


Sfeerbeelden zijn de kruiden van de shoot. Ze tonen het product maar niet met alle details zoals een pure packshot. Hiernaast heb je een voorbeeld van een product achter een raster en het product onscherp op de achtergrond. Ook dat behoort tot productfotografie.


Een tweede manier om meubels te fotograferen is tegen een witte achtergrond. Hiervoor heb je een studio nodig. Idealiter heb je dan een gigantische ruimte met een vaste infini die je kan afwassen en met heel veel studioflitsers en lichtomvormers om zowel de achtergrond als het product langs alle kanten perfect te belichten. Fotografeer je maar sporadisch grote producten, dan heb je dat allicht niet.
Het voordeel van veel plaats en veel studioflitsers is dat je de achtergrond helemaal apart van je onderwerp kan uitlichten zodat je bij de opname zelf al een perfect witte achtergrond hebt. Door ze één of meerdere stops over te belichten kan je ze helemaal wit krijgen en flits je alle oneffenheden en vlekjes weg. Dat kan je alleen maar als je voldoende ruimte hebt om je product ver genoeg van die achtergrond te zetten om te vermijden dat het licht op de achtergrond een overstraling geeft op je onderwerp. Je hebt dus veel plaats, veel flitsers en een grote achtergrond nodig om dat goed te doen.
Heb je dat niet, dan moet je je behelpen met wat je hebt. Bij onvoldoende ruimte kan je de achtergrond niet overbelichten. Dan krijg je die niet perfect wit in opname en ga je nog nabewerking nodig hebben.
De kast hieronder is gefotografeerd op een propere rol witte vinyl die apart is uitbelicht. Er was echter geen plaats genoeg om het meubel verder van de achtergrond te zetten zodat deze niet kon overbelicht worden zonder een overstraling op het product. Het wit is niet perfect maar voldoende om met een minimum op te lossen in Lightroom dankzij het nieuwe masker dat je toelaat om net zoals in Photoshop een onderwerp te selecteren. Voor die update moest je elke foto in Photoshop bewerken. Door in Lightroom te kunnen blijven heb je niet alleen geen tweede bestand naast het origineel, maar kan je nadien nog steeds aanpassingen op dat origineel doen zonder de bewerking op de achtergrond dan kwijt te zijn. Voorwaarde is wel dat je voldoende contrast hebt tussen je onderwerp en de achtergrond.
Maak een nieuw masker en kies ‘Onderwerp selecteren’. Draai vervolgens de selectie om en overbelicht nu de achtergrond zoals je zou doen in studio mocht je voldoende plaats en studiolampen hebben. Heeft je meubel lichte randen die niet voldoende contrast hebben tegenover de achtergrond, dan kan het masker delen missen.
Heb je maar één studioflitser, dan kan je kleinere objecten samen met de achtergrond uitlichten. Gebruik hiervoor een grote softbox en zet die frontaal schuin boven je object dat nu dicht bij je achtergrond staat. Het licht valt op het onderwerp en op de achtergrond. Omdat je ook hier geen overbelichte achtergrond hebt, ga je ook nog een minimum aan nabewerking nodig hebben om die perfect wit te krijgen. Maar zoals hierboven gezien is dit met de nieuwe maskers in Lightroom een fluitje van een cent geworden.



De achtergrond wit maken in Lightroom werkt alleen als je bij opname de achtergrond al zo goed als wit hebt. Dat lukt niet altijd. Bij een opdracht moest ik zoveel mogelijk en zo snel mogelijk grote stukken fotograferen in een loods waar de klant een grote achtergrond had opgehangen. Na een paar zware kasten was die niet meer proper te krijgen en zaten er scheuren in. Dan kan je niet anders dan het onderwerp uitknippen en op een nieuwe achtergrond plaatsen.


Bij grote stukken heb je al snel te weinig licht onder het meubel. Dan krijg je zo’n zware schaduwen die onvoldoende contrast geven met de achtergrond. Een automatisch masker kan hier geen weg mee want dat kan geen onderscheid maken tussen de ondergrond en het onderwerp. Dan kan je niet anders dan het masker bijwerken of meteen uitknippen in Photoshop.

Glanzend meubilair kan zeer lastig zijn. Hoe meer spreiding van het licht, hoe zachter en hoe minder opvallend de reflecties zijn. Heb je weinig plaats, dan kunnen grote softboxen helpen. Als ze echter te klein zijn en te dicht bij je onderwerp staan, dan krijg je toch een lichtvlek. Een betere keuze is dan indirect licht. Heb je een witte muur, dan kan je je licht daarop richten en werkt de hele muur als een grote zachte lichtbron. Je hebt geen grote dure softbox nodig en je licht is heel mooi egaal verspreid. De muur moet wel wit zijn om geen kleurzweem op je meubel te krijgen! Heb je geen witte muur, dan kan je er een groot reflectiepaneel voorzetten om hetzelfde effect te bekomen.



Voor productfotografie is het belangrijk dat je product zo waarheidsgetrouw mogelijk in beeld komt. Een kleine kleurzweem of afwijkende kleurtemperatuur kan de kleur er helemaal anders laten uitzien. Fotografeer daarom altijd een grijskaart mee in je shoot. Die is goud waard bij de nabewerking. Als je bij een klant fotografeert en je komt thuis om je foto’s te bewerken, dan kan je niet even gaan controleren of de kleur op je scherm overeenkomt met de werkelijke kleur. Dan moet je daar op een andere manier zeker van zijn. En daarvoor is een grijskaart onmisbaar. Als je in RAW fotografeert kan je de kleurtemperatuur probleemloos aanpassen en de grijskaart is je referentie.
Moeten de kleuren helemaal perfect hetzelfde zijn als in werkelijkheid, dan kan je een ColorChecker overwegen. Dat werkt verfijnder dan een grijskaart. Van de ColorChecker kan je in Lightroom een profiel maken en de kleuren zijn perfect waarheidsgetrouw. Dat is omslachtiger dan werken met een grijskaart en is vooral van belang bij de exacte weergave van de kleur van bijvoorbeeld stoffen en gordijnen.

Een spiegel fotograferen is niet evident zonder jezelf als fotograaf erbij te krijgen. Hoe los je dat op? De eenvoudigste manier is om de spiegel te draaien naar een neutraal vlak waar je geen storende reflecties hebt.
Als je de spiegel ook in vooraanzicht wilt hebben lukt dat natuurlijk niet want jijzelf staat er voor. Dan moet je de spiegel in Photoshop vervangen door een ander stuk spiegel of door een grafische voorstelling die een spiegel suggereert.
Een andere mogelijkheid is fotograferen met een tilt-shift lens. Door de lens zo te verschuiven fotografeer je als het ware naast de spiegel. Zo’n lens is heel duur in aankoop en geen optie als je maar nu en dan foto’s van spiegels moet maken.



Heb je een product in meerdere kleuren, dan kan het interessant zijn om die omkleuring in Photoshop te doen in plaats van elk afzonderlijk meubel te verplaatsen en te fotograferen. En soms heb je maar één of enkele kleuren in stock en zijn meerdere opties te verkrijgen die aangeboden worden via kleurstalen. Hoe doe je dat?
Photoshop is een heel flexibel en uitgebreid programma en heeft meestal meerdere manieren om tot een resultaat te komen. Met een nieuwe kleur geven aan een voorwerp is dat niet anders. Ik toon je de manier die ik gebruik als de nieuwe kleur correct moet zijn.
Eerst en vooral fotografeer je de kleurstalen in een zo neutraal en effen mogelijk licht. In studio of dicht bij een raam voor neutraal daglicht is ideaal. De grijskaart fotografeer je mee om zeker de correcte witbalans te hebben zodat je geen kleurzweem hebt door te warm of te koud licht.

In Lightroom klik je met het pipet van de witbalans op de grijskaart om de kleurtemperatuur goed te zetten. Open vervolgens vanuit Lightroom de foto in Photoshop. Het voordeel van deze manier van werken is dat alle foto’s in je Lightroom bibliotheek goed georganiseerd blijven.
In Photoshop ga je de kleur van een staal waarmee je de stoel wilt inkleuren opzuigen met het pipet. Het probleem is dat de stof oneffen is en afhankelijk van de lichtinval je veel verschillende waarden krijgt. Om dat op te lossen moet je een gemiddelde waarde zien te bekomen van de kleuren die in het staal zitten. Vlak de staal uit met een filter Gaussiaans vervagen.

Hier bovenop plaats je vervolgens de filter pixel mozaïk om effen vlakken van het kleur te krijgen.

Klik nu ergens in het midden en vergelijk met de kleurstaal in het echt. Stuur nu bij indien nodig. Je verandert niet de kleur, maar alleen de helderheid door naar boven of naar onder te gaan en/of de saturatie door naar links of naar rechts te gaan. Eens je de kleur hebt die het dichtst aanleunt bij je kleurstaal hou je de hexacode bij. Dat is de code die begint met # en vervolgens 8 tekens. Die code gaan we later nodig hebben.
Neem nu de foto die je wilt omkleuren. Maak een selectie van alleen de stof zodat de rest niet mee verandert. Voor die selectie maak je best een laagmasker. Dat masker kan je nog altijd bijwerken waar nodig. Eens je de omkleuring gedaan hebt merk je misschien dat je bepaalde delen te veel of te weinig geselecteerd hebt. Die vallen soms maar op na toevoegen van een nieuwe kleur, maar met een masker kan je het altijd nog verfijnen. Welke methode je gebruikt voor de selectie maakt niet uit. Voor deze taak moet die niet zo heel erg nauwkeurig zijn als bij het uitknippen van een voorwerp. Mijn selectie is gemaakt met de toverstaf. Dat werkt heel snel en heeft hier goed zijn werk gedaan. Maar voor elke afbeelding kan dat weer anders zijn.
De meest voor de hand liggende methode om iets een andere kleur te geven is door gebruik te maken van een aanpassingslaag Kleurtoon/Verzadiging. De naam zegt het zelf. Met deze laag kan je de kleurtoon aanpassen. Zet deze laag boven de laag met je onderwerp. Speel nu met de schuivers Kleurtoon, Verzadiging en Lichtheid. Dat doet zijn werk wel en is al veel verbeterd tegenover vroeger, maar een exacte kleur kan je niet ingeven.
Als je een exacte kleur moet hebben is er een andere methode om dat te doen.
Zorg dat je voor- en achtergrondkleur op zwart en wit staan en maak een nieuwe aanpassingslaag ‘Verloop toewijzen’. Zorg dat deze enkel van toepassing op de laag die je wilt bewerken en niet op alles door er een uitknipmasker van te maken. Het masker is nu alleen van toepassing op de laag eronder en niet op al de rest. De stof is nu donker grijs ingekleurd. Klik vervolgens op de verloopbalk om deze te bewerken.

Links hebben we een marker om de schaduwen aan te passen en rechts een marker om de hoge lichten aan te passen. Met een muisklik in het midden maak je een marker bij die je toelaat om de middentonen bij te sturen. Die kan je nu gelijk welke kleur geven. Klik op het vakje kleur en de kleurkiezer gaat open. Daar kan je de hexawaarde invullen van je nieuwe kleur. Op die manier moet je niet met schuivers hopen dat je min of meer het kleur bekomt dat je nodig hebt, maar heb je met de code de correcte kleur.





Als meubels fotograferen niet je specialiteit is ben je niet uitgerust met het materiaal dat deze job gemakkelijk maakt. Je zal wat creatiever uit de hoek moeten komen, maar onmogelijk is het niet. Begin gewoon met thuis te oefenen op je eigen meubels en zie wat werkt voor jou.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief om het laatste nieuws uit de fotografiewereld te ontvangen én het gratis ebook ‘Start met Fotograferen’.
Krijg Shoot Magazine 6 keer per jaar (inclusief 2 extra dikke dubbelnummers) vol inspiratie, tips en fotoplezier rechtstreeks in je brievenbus.