Studiofotografie basis essentie Kattoo Hillewaere


Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


Eenvoud komt na de complexiteit, dat is mijn lievelingsmotto. Zoeken om het overbodige weg te gooien en te komen tot de kern van de zaak. Dat streef ik na in alles wat ik doe. Met studiofotografie is dat niet anders.

In nagenoeg alle lessen en workshops leer je met minstens twee, maar liefst met drie studioflitsers werken. Eén voor het hoofdlicht, een invullicht en een licht op de achtergrond. Met een haarlicht erbij kom je aan vier. En dan heb je nog al die verschillende achtergronden nodig om mee te starten. Dat alles stel je niet zomaar even op in je woonkamer, dus een extra grote ruimte op overschot moet je ook nog hebben. Dat schrikt al snel af om zelf met studiofotografie te beginnen. Het lijkt heel complex om dat allemaal onder de knie te krijgen. En het is natuurlijk een hele investering voordat je kan starten.

Maar het kan ook anders. Op een infoavond bij de Vereniging van Beroepsfotografen die georganiseerd werd voor afstuderende fotografen hoorde ik een jonge fotografe vertellen over hoe zij haar wondermooie portretten maakte. Ze was nog maar pas gestart, had niet veel geld en een piepklein appartement in Antwerpen. Toch slaagde ze erin om portretten te toveren die stuk voor stuk heel bijzonder waren. Dat had alles te maken met het feit dat de beperking van een kleine ruimte en weinig materiaal haar dwong om heel creatief te zijn.

Studiofotografie basis essentie Kattoo Hillewaere

Je hebt niet per se veel nodig

Je kan twee kanten op. Ofwel begin je niet met een studio, want je hebt niet de ruimte en de middelen. Ofwel doe je het met wat je hebt en haal je daar het maximum uit. Na haar relaas dacht ik, verdorie, meer heb je eigenlijk niet nodig. Ook al kan je je meer permitteren. Want zelf was ik altijd in die val getrapt met denken dat ik geen deftige studiofotografie kon doen omdat ik er de plaats niet voor had. Wel had ik lang geleden al geïnvesteerd in enkele studiolichten en aanvullend materiaal. Ik heb die aangekocht om schoolfotografie te doen: drie krachtige studioflitsers, enkele lichtomvormers zoals flitsparaplu’s en softboxen, een stuk of tien verschillende achtergronden en een lichtmeter. De achtergronden waren vrij zware rollen vinyl gemonteerd op een dikke rol karton.

Het enige wat ik niet had, was een ruimte waar ik mijn materiaal kon opzetten om mee te gaan experimenteren. Mijn woonkamer was veel te klein. En als ik al eens ergens een ruimte kon gebruiken om opnames te maken, dan kon ik mijn opstelling nooit laten staan. Heel dat gedoe ontmoedigde me steeds opnieuw om ermee aan de slag te gaan. Zo bleef mijn studiomateriaal netjes opgeborgen in mijn kelder. Tot ik het moment dat ik het nodig had voor een schoolopdracht waar ik dan steeds dezelfde voorgeschreven opstelling gebruikte. Ik had toen niet door dat ik eigenlijk meer dan genoeg had om mee te kunnen werken in een kleine ruimte. Eén lamp, één grijze achtergrond, één reflectiepaneel en Photoshop voldoen.

In dit artikel wil ik jullie meenemen in de wondere wereld van minder is meer. Of hoe je met deze minimale uitrusting toch hele verschillende portretten kan maken. En natuurlijk, soms zou je dan toch dat tweede licht zo graag gehad hebben om je model los te maken van de achtergrond. Om dat mooie haar van achteren op te lichten. Maar weet dat je ook met deze beperkte middelen kan starten. Je hebt geen excuses meer om er niet mee te beginnen.

 “Everything should be made as simple as possible, but not simpler.”

ALBERT EINSTEIN 

De juiste studioflitser kiezen

Voor mijn portretten in mijn kleine ruimte van net geen 3 bij 4 meter heb ik een nieuwe studioflits aangeschaft. Mijn oude Broncolor en Visatec doen het nog zeer goed, die dingen gaan niet kapot. Maar ze hebben te veel vermogen en geven op de kleinste stand nog te veel licht om in een kleine omgeving te gebruiken. Bovendien kosten de lichtomvormers en vervangstukken veel geld. Die dingen hebben hun werk gedaan, maar ondertussen zijn er veel goedkopere en toch kwalitatief goede alternatieven op de markt. Ik heb me na enkele workshops laten overtuigen om te kiezen voor Godox AD600 en ik heb er verdraaid geen spijt van. Deze is heel krachtig en kan je toch laag genoeg zetten om met heel weinig licht te gebruiken als dat nodig is. De flitser is vederlicht in vergelijking met mijn oude lampen, heeft TTL en werkt op een batterij zodat je hem mee naar buiten kan nemen. Maar ook binnen is dat heel handig. Ik doe nog steeds soms schoolfotografie en zonder kabels die overal in de weg zitten heb je al een pak stress minder. Deze flits werkt met een superhandige zender, die je volledig vanop de camera kan bedienen. Zo is het gedaan met bij elke nieuwe instelling naar je flitser lopen. Met deze zender kan je ook perfect kleinere reportageflitsers aansturen, maar hier zijn we al in de verleiding om uit te breiden. Ik wil het toch meegeven, want dat maakt deze combinatie vrij uniek. Heb je alleen maar budget voor één enkele studioflitser, dan kan je deze aanvullen met reportageflitsers die niet zo krachtig moeten zijn als je hoofdflitser en super goedkoop, klein en licht zijn. Op die manier kan je toch je hoofdlicht aanvullen met een extra invullicht en een haarlicht – als je dat wilt.

Studiofotografie basis essentie Kattoo Hillewaere

Modifiers: Paraplu, softboxen of octobox?

Het licht dat uit één enkele lichtbron komt en dat direct op je onderwerp valt, is zeer hard licht. Zet maar eens een lamp op iemands gezicht en kijk welke harde schaduwen dat geeft. Het maakt niet uit of dat licht nu afkomstig is van een zaklamp of van een studiolamp.

Hard licht kan nuttig zijn om textuur te accentueren, maar is niet erg bruikbaar bij portretfotografie. Textuur bij een portret vertaalt zich in rimpels, puistjes en andere oneffenheden die we meestal niet extra in de verf willen zetten. Daarom gebruiken we hulpstukken die het licht helpen verstrooien en zo de harde lichtbron omvormt tot een zachte.

Een studiolicht is groter dan een reportageflitser en geeft al iets minder hard licht, maar is toch nog steeds klein. Als we zacht licht willen hebben, moeten we dit licht groter maken. Dat is de functie van lichtvervormers. Deze bestaan in verschillende vormen zoals paraplu’s, softboxen en octoboxen. De regels is: hoe groter je modifier, des te zachter het licht. Als we er dan toch maar één mogen kiezen, dan gaan we voor de grootst mogelijke. Een grote lichtvervormer kan je altijd kleiner maken door delen af te schermen. Een kleine groter maken is moeilijker.

Mijn keuze is gevallen om een octobox van Jinbei met een doorsnee van 150 cm. Ik heb ze op de kop kunnen tikken voor slechts 66 euro bij een promotie. Deze is echt heel groot en geeft een supermooi zacht licht. Omdat ze zo’n groot oppervlakte heeft dat zacht licht geeft, steekt het niet zo nauw waar het model precies ten opzichte van het licht staat. Dat is heel handig als je werkt met kinderen. En het geeft volwassen modellen de ruimte om te bewegen. Het voordeel van een octobox tegenover een vierkante of rechthoekige softbox is de vorm van het licht in de ogen. Door zijn ronde vorm is het veel mooier en komt natuurlijker over. Hij gelijkt op de vorm van het licht dat van de zon komt. Bovendien is deze octobox in enkele tellen opgezet. Nadat je hem voor de eerste keer in elkaar gezet hebt, is er eigenlijk geen reden meer om hem terug uit elkaar te halen. Het geheel gaat in de bijhorende draagtas en je klapt het hele ding open en dicht als een paraplu. Meer werk is het niet. Dat maakt de octobox superhandig om mee op locatie te nemen.

Studiofotografie basis essentie Kattoo Hillewaere
Als je budget slechts één achtergrond mogelijk maakt, kies dan een middengrijze. Met de juiste belichting maak je ervan wat je wilt.

Een achtergrond kiezen

Achtergronden kosten geld, nemen veel plaats in beslag en kunnen wat tijd vergen om tussendoor te wisselen. Alleen al om de hiervoor benodigde ruimte heb je een grote studio nodig. Maak je echter geen portretten ten voeten uit, dan kan je met een relatief kleine achtergrond aan de slag.

Als we verder gaan op het elan van de eenvoud en we mogen er maar één kiezen, dan gaan we voor een middengrijze. Met de juiste belichting maak je ervan wat je wilt. Een grijze achtergrond waarop geen licht valt, is onderbelicht en wordt zwart. Hiervoor moet je je model wel voldoende ver van de achtergrond kunnen zetten, zodat het licht op de persoon de achtergrond niet bereikt. Heb je een extra lamp, dan maak je met voldoende licht de achtergrond wit. Valt er slechts een beetje licht op de achtergrond van strooilicht van je model, dan blijft hij grijs.

Behalve wit, grijs of zwart kan je met kleurfilters al bij de opname de achtergrond gelijk welke kleur geven. Dat lukt ook met een witte of een zwarte achtergrond, maar met 18% grijs krijg je toch de rijkste kleuren. Grijs is ook de gemakkelijkste kleur om in Photoshop de achtergrond door een andere te vervangen.

4 manieren van belichting met 1 octobox

We hebben slechts één octobox, maar door de keuze van plaatsing kunnen we toch hele andere resultaten krijgen. Ik overloop er een paar, maar er zijn allicht nog veel meer boeiende varianten mogelijk.

Belichting 1: Licht 45 graden van boven en 45 graden van links of rechts

Dit is de veilige manier om mee te starten. Het licht is altijd mooi op die manier. Doordat het gezicht van slechts één kant belicht wordt, blijft de andere kant vrij donker met een driehoekig lichtvlak onder het oog. Dat noemen we Rembrandt-licht. De oude meesters wisten wat mooi was, dus goed kijken naar hun werk kan je erg helpen om mooie portretten te maken.

Hoe groot of hoe klein je dat driehoekje wilt hebben, daar kan je nu mee gaan experimenteren. Hoe verder je de modifier van het model zet, hoe groter het lichtvlak op de donkere zijde gaat worden. Maar ook geldt: hoe verder je de lichtbron zet, hoe harder de schaduwen worden. Let daar dus goed op. Het klinkt voor de meeste mensen niet logisch, dus ik kan het niet vaak genoeg herhalen. Hoe dichter het licht bij je model, hoe zachter de schaduwen. En hoe verder, hoe harder ze worden.

De octobox is zo groot dat er met deze manier van plaatsen nog genoeg licht op het donkere deel van het gezicht valt om een mooi portret te maken.  Het licht plooit zich als het ware rond het gezicht en geeft een contrastrijk karaktervol portret. Wil je dat effect wat minder uitgesproken hebben, dan kan je de schaduwzijde invullen met een reflectiescherm. Dat kan een eenvoudig isomo/polystyreen-paneel zijn of een wit karton. Een reflectiescherm maakt geen licht. Het licht alleen de schaduwen op, zodat er meer detail te zien is en het verschil tussen de lichte kant en de donkere kleiner is.

Belichting 2: Zijlicht

Positioneer de octobox nu 90 graden ten opzichte van het model. Draai hem wat weg van het onderwerp, zodat je een meer zijwaartse verlichting krijgt. Als het model nu recht in de camera kijkt, is de ene helft van het gezicht belicht terwijl er op de andere helemaal geen licht valt. Tenzij je voor extreme effecten gaat, geeft dit meestal niet zo’n mooi resultaat. Zelfs bij een portret met extreme contrasten wil je nog steeds iets van de donkere kant zien. Laat je model zich bij deze opstelling daarom naar de lichtbron draaien voor een mooiere belichting.

Belichting 3: Clamshell-belichting

Met deze techniek gaan we voor een mooi zacht en vrijwel schaduwloze belichting. De clambshell-belichting wordt veel gebruikt in fashion omdat ze zo flatterend is. De techniek maakt de huid effen, omdat je bijna geen schaduwen hebt en je dus ook geen structuren benadrukt.

Bij een clambshell-belichting plaats je de sofbox helemaal van voren en in een hoek van 45 graden boven je model. De enige schaduwen die we hiermee hebben komt onder de neus en onder de kin. Die lichten we op met een reflectiepaneel die we onder het model te plaatsen. Bijkomend voordeel van deze belichtingstechniek is dat we nog minder plaats nodig hebben dan de bij de voorgaande methodes.

Belichting 4: Reflecteren tegen een witte muur

Eerder in dit artikel schreef ik dat een lichtomvormer verkleinen simpel is maar vergroten moeilijker gaat. Met deze methode tonen we dat toch niet helemaal onmogelijk is. Als je een witte muur voorhanden hebt, dan kun je de octobox nog groter maken dan ze al is. Je richt hem hiervoor simpelweg op die muur. De witte muur reflecteert het licht en verspreidt het nog meer dan de octobox al doet. Door dit effect krijg je een nog zachter licht. En plaats je een reflectiescherm aan de andere kant, dan maak je het hele effect nog zachter.

Hou het eenvoudig én leuk

Ik hoop dat ik met dit artikel voldoende heb kunnen aantonen dat studiofotografie niet duur en ingewikkeld moet zijn. Uiteraard heb je met meer materiaal meer mogelijkheden. Maar met beperkte middelen in een kleine ruimte kan je zonder twijfel toch hele mooie beelden maken. Na het lezen van dit artikel heb je dus geen excuses meer om niet te gaan experimenteren met studiofotografie.

Nog een laatste tip van mij: zorg dat het fun blijft! In een setting zonder gespannen model bekom je de beste beelden. Een shoot met een model dat op zijn of haar gemak is, zal je altijd de beste beelden opleveren.

Studiofotografie basis essentie Kattoo Hillewaere
De beste tip voor studiofotografie: Zorg voor een ontspannen sfeer op de set voor de mooiste resultaten.

Dit artikel werd geschreven door Kattoo Hillewaere. In het verleden schreef zij voor Shoot ook al een uitgebreid artikel over bedrijfsfotografie. Meer foto’s en achtergrond kan je terugvinden op Kattoo.be.



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in