Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


Hoe dichter je bij opname op je onderwerp zit, hoe moeilijker de voorstelling nadien wat je beeld voorstelt. In de vroege jaren tachtig liep een quizprogramma op tv met de naam Micro macro. Hierbij werden voorwerpen getoond bij aflopende vergrotingen, waarbij de kandidaat uiteraard moest raden naar het voorwerp. Lezers met een gevorderde leeftijd herinneren zich dit misschien wel. Dit programma was voor mij als tiener een fascinatie. Waarschijnlijk ontstond hier, samen met de liefde voor de natuur, mijn passie voor macrofotografie en voor details.

Een onuitputtelijke bron aan onderwerpen, in alle seizoenen, vind je in de natuur. Van het kleinste bloemetje tot een reuze vista met alles ertussenin.

f/11, 0,4, ISO 200, 180 mm – Een krappe uitsnede van vliegenzwammen laat enkel nog wat vorm en kleur zien. Het springstaartje is een meevaller en brengt spanning in beeld.

Een leven is te kort om alles gezien te hebben. Dat hoeft ook niet, de vrije tijd die we aan onze hobby (of meer) kunnen spenderen geeft ontzettend veel voldoening. Je geniet twee keer, bij opname en in nabewerking.

Natuurlijk maak je ook die registratiebeelden waarbij je onderwerp gestoken scherp en zo herkenbaar mogelijk is gefotografeerd. Ze kunnen rechtstreeks de natuurgids in. Niets mis met deze vorm van documentairefotografie. De kritiek die je doorgaans nog eens hoort op dergelijk beeldmateriaal is: “mooi beeld hoor, maar wel een registratie”. Waarmee de criticus wil aangeven dat er geen creativiteit, geen doordachtheid in je opname zit. De uitdrukking ‘dertien in een dozijn’ is hier op zijn plaats. Is dat een probleem? Nee hoor, hopelijk behoor je tot die fotografen die in de eerste plaats voor zichzelf fotograferen. Vallen de resultaten mee, des te beter, anders, pech, maar voor mij is die opname wel geslaagd.

Natuurlijk wil je soms meer. Iets anders dan die technisch perfecte foto’s die je net maakte. Met het onderwerp mooi scherp en herkenbaar, de compositie en het licht in orde. Probeer dan juist eens van voorgaande zaken af te wijken. Hetzij door omstandigheden, hetzij door opnametechniek ga je vervreemden, meer en meer weg van de werkelijkheid.

Hoe pak je dit nu aan? Het is geen simpel toepassen van regeltjes. Mits je op een aantal zaken let, kom je dichtbij dergelijke opnames. ‘Beelden met een hoek af’, is misschien nog geen slechte benaming?   

f/8, 0,36, ISO 400, 100 mm – De heftige beweging van de dikkopjes brengt kanaaltjes en schuimvorming op het water teweeg. Door recht van boven te fotograferen ontstaat een abstract beeldje. Het populierenkatje verraadt het seizoen en de grassprietjes zijn een indicatie van de afmetingen. 

Van lijnen naar vormen tot structuren

Van punten naar lijnen, van lijnen naar vormen, structuren zijn een regelmatige herhaling van vormen. Het is een beginsel uit de wiskunde en volkomen toepasbaar op wat er in de natuur te vinden is. Zo goed als in alle onderwerpen zie je allerlei lijnen die samen een geheel vormen. Boomstammen en stengels geven rechte lijnen. De overgrote meerderheid zijn echter geen rechte maar gebogen lijnen of curven. Denk bijvoorbeeld aan de bladeren van deze planten. Een veelvoudige herhaling van deze bladeren is dan weer de boomkruin.

f/11, 0,8, ISO 100, 90 mm (panorama van drie beelden) – Diagonale lijn doorheen patronen gevormd door waterplanten.

Wat doet je nu eenmaal besluiten een beeld te maken van iets dat je opmerkt? Allerlei zaken natuurlijk, maar wedden dat je onbewust geraakt wordt door de harmonische samenhang van al deze elementen. Samengevat noem je dit mooi. Het raakt je, je wil het vastleggen op beeld. Het is dus een vrij abstracte benadering van fotograferen. Maar dit is wel de essentie.

Om in dit jargon te blijven, de structuur van een fotografisch beeld bestaat uit:

  1. Elementen die harmoniëren met elkaar. Je neemt deze zo in beeld dat een   voor het oog plezierig geheel ontstaat (de compositie dus).
  2. Het licht op de onderwerpen is eveneens van groot belang.
  3. Het moment van opname (kan een rol spelen).
  4. De belichting van je beeld.

Komen al deze zaken op een goede manier samen, dan kan je van een geslaagd beeld spreken.

f/13, 1,3, ISO 100, 100 mm – Een mannetje? De schors op de stam van een plataan vormt met enige verbeeling een figuurtje. Goed uitkijken is de boodschap!

Uiteraard macro

Je zal dit soort patronen en texturen gemakkelijker herkennen in kleinere onderwerpen. Het vraagt ook minder inspanning qua verplaatsing en tijd, je kan al in je eigen tuin aan de slag. Een van de grote troeven van macrobeelden is dat je zelfs met beperkte tijd, toch nog wat quality time kan beleven met fotografie op een kleine oppervlakte.

Bloemen of paddenstoelen en herfstbladeren in het water, om maar iets te noemen als onderwerp, komen zelden alleen maar voor in veelvuldige herhalingen. Ga op zoek naar die herhalingen, diagonaal of willekeurig en neem deze vervolgens van dichtbij op. Zit er niet mee dat je aansnijdt aan de randen, je wekt de indruk dat je onderwerpen doorlopen tot ver buiten beeld.

f/11, 1, ISO 100, 100 mm – Kletsnatte paddenstoeltjes in vogelperspectief tonen boeiende vormen en lijnen. Enkel het bramenblaadje geeft een indicatie van de grootte. Je kan ook besluiten om het niet in beeld te nemen.

Een vaste regel in de natuurfotografie is om je onderwerpen zo veel mogelijk op ooghoogte op te nemen. Zo komen ze het meest natuurgetrouw over.
Fotografeer je echter recht van boven, met het zogenaamde vogelperspectief, dan geef je een zekere vervreemding aan je onderwerpen. Ook door laag of extreem laag te fotograferen breng je vervorming teweeg, die vreemd overkomt door een overdreven perspectief. Afhankelijk van je brandpunt en opname-afstand is die vervorming meer of minder groot. Van storende achtergronden heb je doorgaans minder last, gezien de scherptediepte bij macro’s sowieso klein is.   

f/8, 1/30, ISO 100, 100 mm – Een verweerde zaagsnede van een boomstam. De veelheid aan lijnen en curven wordt doorbroken door de ontluikende plantjes. Warm strijklicht accentueert iedere oneffenheid.

Abstraheren

Abstraheren – per definitie is de betekenis van dit werkwoord iets zo weergeven dat er geen directe of concrete voorstelling meer is. Anders geformuleerd: je ziet niet direct meer wat het beeld voorstelt. Het vraagt enige inspanning van de toeschouwer om te oordelen naar wat hier in beeld is gebracht. Natuurlijk zijn macro’s uitermate geschikt om beelden te schieten die hieraan voldoen, zoals je in de vorige paragraaf al kon lezen.

Beperk je echter niet tot macro’s. Ook in het grotere geheel kan je zoeken naar abstracte weergaven. Landschappen met interessante herhalingen van vormen in de voorgrond, om maar een voorbeeld te noemen. Fotografeer beeldvullend, zonder lucht en horizon mee in beeld te nemen. Stranden of duinpartijen met boeiende zandribbels, beekjes en rivieren waarin iets gebeurt zoals een draaikolk van blaadjes. Planten- of rietstengels die uit een waterpartij schieten met hun weerspiegelingen.

Weerspiegelingen op zich leveren ook boeiend beeldmateriaal op. Close-up is dan een betere definitie dan macro. Je neemt uiteraard beelden op dichter bij de camera, maar niet in die mate dat je van macrofotografie kan spreken.

Brandpunten die goed werken bij dergelijke opnames liggen rond 35 tot 50 mm. Dan krijg je nog net niet die vervormingen eigen aan een groothoek, maar heb je toch best een wijdere kijkhoek dan met een lichte tele. Vol open voor een beperkte scherptediepte of wat dichtgedraaid voor meer. Je kan het allemaal veelzijdig inzetten!

Hoe dichter je deze structuren fotografeert, hoe moeilijker het voor de beschouwer wordt om te zien wat je hebt weergegeven. Dit komt omdat onze hersenen in het beeld steeds op zoek gaan naar hoe de onderwerpen zich ten opzichte van elkaar verhouden. Een mens gefotografeerd nabij een boomstam geeft je direct alle info over de grootte van de boom, omdat je nu eenmaal weet hoe groot een mens is. Beelden van mammoetbomen of reuzesequoia’s in Californië tonen beter de omvang van deze mastodonten als je deze kan vergelijken met bijvoorbeeld een persoon erbij. Laat je echter die vergelijking weg, dan heb je geen idee of je hier nu naar iets kleins of groots kijkt. Dat geeft je dus de mogelijkheid om vervreemding toe te voegen in je beelden. Neem je die interessante patronen op zonder horizon of lucht, waarin dus vaak dergelijk vergelijkingsmateriaal te vinden is, dan ontneem je de toeschouwer deze indruk van groottebepaling. De onderwerpen raken daardoor ondergeschikt, terwijl de herhalingen van de texturen en/of kleuren de kijker aan het nadenken zetten.

Leuk is ook om een element toe te voegen waarmee je ofwel contrast weergeeft of een zekere interactie. Die grotere structuren kan je nu doorbreken met een bijkomend element. Een blaadje op een varen, de kop van een slak bij een paddenstoel, een tak doorheen een bloemenzee. Bekijk het beeldmateriaal van het artikel maar eens, dan snap je direct de bedoeling. Het hoeft echt niet groot in beeld gebracht, maar geeft wel direct een prettige spanning. Contrast kan je toevoegen door met kleur te spelen of met vorm en dezelfde kleuren. Ook met contrasten tussen seizoenen kan je spelen, zie de foto met de doorgezaagde boomstam. Een voorjaarsplantje tegenover (onscherpe) achtergrond van herfstkleuren. Je geeft hiermee meestal weer een idee van grootte prijs maar het blijft toch even kijken.

Denk ook na over de verschillende beeldformaten en de keuze tussen een horizontale of verticale opname. Beter is altijd de beide op te nemen, zodat je nadien meer keuze hebt.

f/16, 0,5, ISO 100, 55 mm (met polafilter) – Hevige wind speelt door bloeiend fluitenkruid. De boomstammen zorgen voor contrasterende scherpte met de wazige bloemen. Laat rood avondlicht zet alles in de juiste sfeer.  

Abstractie met licht

Met licht is eveneens een zekere vorm van abstractie te bereiken. Strijklicht is uitermate geschikt om de contrasten in structuren op te schroeven. Vooral het licht dat langs je onderwerp heen valt en lange schaduwen produceert of enkele facetten in je onderwerp beschijnt, is hetgeen ik bedoel. Weerom zijn die zandribbels een voorbeeld. Iedere oneffenheid, onvolkomenheid zie je geaccentueerd. Dit kan je ook met tegenlicht bereiken, want ook silhouetten kan je beschouwen als een vorm van abstractie.

De lange schaduwen die deze soorten licht doorgaans produceren kan je als onderwerp zelf opnemen, bij een hoog standpunt. Toevallig is dit net het licht van een laagstaande zon, ’s morgens en ’s avonds. De tijdstippen waarop je het liefst aan de slag bent dus! Het gouden licht dat hierbij voorkomt is eveneens een bonus. Voor of na deze periodes zie je overwegend blauw licht, het zogenaamde blauwe uurtje, dat schept weer andere mogelijkheden.  Verlies vooral niet uit het oog dat licht bepalend is voor de sfeer van je beeld. Verder kan je ook gebruik maken van weersomstandigheden. Een sneeuwbui of een fikse bui, je onderwerpen komen alleszins niet alledaags in beeld.

f/11, 15, ISO 100, 55 mm (met 6-stops grijsfilter) – Voorbijtrekkende wolken tijdens een zomeravond. Een lange sluitertijd zorgt voor streperige wolkenslierten. De boompjes accentueren de beweging.

Heb je dit alles bij je opname niet gezien, dan is er in nabewerking nog veel te redden. Met name met het crop-gereedschap snijd je die overtollige elementen weg en houd je toch dat lekker abstract beeldje over. Had je liever een beeldpartij of zelfs het volledige beeld wat minder scherp, dan kan je deze ook vervagen.
Tot nu toe hebben we het over enkelvoudige beelden gehad. Maar ook met dubbele of meervoudige belichtingen in de camera of in nabewerking is zoveel mogelijk. Een gekend voorbeeldje: een scherpe opname van een bloem gevolgd door een onscherpe. De onscherpe opname vormt een halo rond de scherpe delen. Dit is echter zoveel nieuwe stof dat dit ons nu te ver zou leiden.

Beweging in beeld

Nog een mogelijkheid om abstracte beelden te maken is het weergeven van beweging in je beeld. Dit kan je op meerdere manieren bereiken. We onderscheiden beweging in je onderwerp door omstandigheden. Deze kan veroorzaakt zijn door bijvoorbeeld de wind, golfslag en stromingen. In de sluitertijdvoorkeuze-stand kan je die beweging bevriezen met een korte sluitertijd. Doorgaans levert dat niet meteen de meest boeiende of creatieve beelden op waar we hiernaar streven. Pas door de sluitertijd gaandeweg te verlengen komt de beweging meer en meer in beeld. Uiteraard zijn je onderwerpen nu niet meer gestoken scherp, maar dat hoeft ook niet. Vage strepen, wazige vlekken wisselen al dan niet af met onderwerpen die wel scherp zijn. Kijk eens naar de foto waarop het onscherpe fluitenkruid contrasteert met de scherp weergeven boomstammen. Je ziet als het ware hoe de wind de bloemen meeneemt. Het avondlicht zorgt voor de juiste sfeer.

3x ISO 100, 100 mm – Voorbeelden van structuren doorbroken met vorm en/of andere kleur. Alle drie zijn quasi vanuit vogelperspectief gefotografeerd.

Hier is er nog een grote mate van herkenbaarheid. De mate van abstractie of onherkenbaarheid breng je ook in beeld door de compositie. De bomen geven nog een herkenningspunt. Laat deze ook weg en er rest enkel nog de wiegende bloemenzee, al meer abstract. Belicht je nog langer, dan worden die planten vager en vager tot voorbij het punt er praktisch geen herkenbaarheid meer inzit. De ware definitie van abstractie. Meestal streef je hier niet naar, een zekere vorm van semi-abstractie is beter. Van zodra je de kijker verplicht om wat langer naar het beeld te kijken, is je opzet geslaagd.

f/11, 6, ISO 100, 135 mm – Ontluikende rode en groene beuk met een krappe uitsnede gefotografeerd. Bij het rechtse beeld is bewegingsonscherpte toegevoegd in nabewerking.

Hoe lang de sluitertijd moet zijn om die mate van onscherpte in je beeld te brengen, hangt van de omstandigheden af en is moeilijk te voorspellen. De mate van de beweging zelf speelt natuurlijk een grote rol. Een vaste regel is er echter wel: experimenteer. Door de sluitertijd te variëren, wijzigt de mate van wazigheid. Eenmaal terug thuis kies je het betere beeld. Er is geen goed of slecht hier, alleen beter of minder. Twijfels bij je keuze? Vast wel, maar vraag gerust een tweede of derde mening. Het werk van collega’s kan ook inspirerend werken, maar uiteindelijk neem jij de beslissing.

De foto van het fluitenkruid is genomen met sluitertijd van een halve seconde. De wind was echter redelijk hevig. Was dat minder geweest, dan zou dezelfde mate van wazigheid in beeld misschien een seconde of langer vereist hebben. Pas door een verscheidenheid aan keuzes zal je de verschillen kunnen zien. Dan kan je ook constateren dat ze werkelijk van tel zijn om een ‘beter-dan-de-rest’-beeld te kunnen kiezen.

f/11, 1/4, ISO 100, 58 mm – IJspatronen in een boeiende diagonaal gevat.

Wil je een langere sluitertijd dan je met het kleinste diafragma en ISO-waarde kan bereiken, dan zal je naar filters moeten grijpen. Een grijsfilter is hier de oplossing. Grijsfilters van 3, 4, 6, 10 en zelfs 15 stops verlengen je sluitertijd in die mate dat je zelfs overdag minutenlang kan belichten. Immers, door deze te combineren tel je hun effect bij elkaar op. Zit er niet mee dat de beeldkwaliteit door filters te combineren iets achteruit kan gaan, dit speelt bij dergelijke beelden minder. Heb je zo’n filter niet, dan kan een polafilter met bijna 2 stops verlenging ook al enige uitkomst bieden.

Zelf beweging creëren

Wat als er echter geen wind of enige andere beweging in je onderwerp is?  Heel eenvoudig, dan gaan we hier zelf voor zorgen. ICM of intentional camera movement is een ingeburgerde Engelse term in de fotografie. Gedurende de belichting beweeg je de camera en zo ontstaat een bewust onscherp beeld. Variatie in sluitertijd en de bewegingen zelf zijn grenzeloos en nodigen uit tot eindeloos experimenteren.

Deze camerabewegingen kunnen in één richting verlopen of ook geheel willekeurig. Bosfoto’s bijvoorbeeld, waarbij je de camera tijdens de belichting omhoog of omlaag beweegt, geven enkel nog de essentie weer van je onderwerp, bomenstammen als vage strepen weergegeven en de ondergrond als een kleurvlak. Naargelang de omstandigheden ontstaan verschillende beelden. Je kan deze technieken toepassen in elk seizoen. Op deze pagina vind je twee beelden van een bos die met deze techniek zijn opgenomen, een voorjaarsbeeld en een winterbeeld.

Tip: wil je een strakke beweging enkel in één vlak, bijvoorbeeld op en neer, zet dan je camera op statief en beweeg enkel op en neer. Het geeft boomstammen weer als strakke verticale, vage lijnen.

Je manier van bewegen van de camera is aan geen enkele regel gebonden, een gelijkmatige beweging, in schokken of gedeeltelijk tot een willekeurige. Denk ook aan de camera roteren tijdens belichting.

Een resem aan technieken bieden je hulp in het verder abstract maken van je opnames: in- of uitzoomen, draaien aan de scherpstelring, verstelling van tilt of shift (voor zoverre van toepassing). De keuze van de sluitertijd is uiteraard weer vrij, hoe langer hoe drastischer het effect en hoe meer tijd je krijgt om te spelen met beweging en andere technieken. Je eigen vindingrijkheid is de enige limiet.

Deze technieken zijn natuurlijk ook te combineren met bewegingen door de omstandigheden (zie vorige paragraaf). Plezier gegarandeerd bij dergelijke opnames!  De keerzijde is echter dat je heel veel opnames zal maken die rechtstreeks de prullenbak in kunnen. Maar af en toe springt iets in het oog en dat is altijd weer een meevaller. Uiteraard zal je hier niet altijd mee bezig zijn. Het is ook niet iedereen zijn ding, maar dat hoeft ook niet. Dergelijke scènes fotograferen is nou eenmaal eerder subjectief. Het woord kunst gebruik ik altijd met veel overweging. Vooral in de fotografie ligt dit gevoelig. Misschien wel, misschien niet? Op het einde van de dag rest enkel die vraag: heeft je foto voldoende zeggingskracht? Veel plezier met je experimenten!

f/8, 8, ISO 400, 70 mm – Een bosrand. Gedeeltelijk zoomen tijdens belichten in combinatie met schemeringskleuren levert een vrij abstract beeld op. Het blauw heb ik in nabewerking geaccentueerd.


Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in