Leer fotograferen met groothoeklenzen en ontdekt veelgemaakte fouten bij groothoekfotografie van architectuur of landschappen.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag en vrijdag het beste uit de fotografiewereld in je mailbox.

Leer fotograferen met groothoeklenzen en ontdekt veelgemaakte fouten bij groothoekfotografie van architectuur of landschappen.
De diagonaal van je sensor is de maatstaf van de indeling van lenzen. Bij een 35mm formaat, dat we hier als de maatstaf beschouwen, is dat om en bij de 50mm. Lenzen nabij deze brandpunten noemen we standaardlenzen. Ze benaderen onze manier van kijken en beelden min of meer hetzelfde perspectief af. Alles hoger dan deze standaard beschouw je als telelenzen. Alle brandpunten kleiner noemen we groothoek.
Meteen kan je hieruit afleiden dat groothoeklenzen meer van de omgeving laten zien dan ons gezichtsveld. Constant scannen we de omgeving af en genereren zo massa’s panorama’s. Dat kan een camera uiteraard niet, die maakt immers gebruik van een starre lens. Zelfs met een zoom zal je die enkel op één brandpuntpunt instellen.
Tot om en bij de 24mm leveren deze nog een gematigde weergave van de omgeving, wat hen dan ook de naam standaardgroothoeken oplevert. Eens de 24mm voorbij (kleiner in mm) kan je echt spreken van typische groothoeken. Namen als super- en ultragroothoeken produceren beelden met steeds kleinere brandpuntsafstanden en grotere beeldhoeken. De kleinste brandpunten gaan tegenwoordig tot wel 10mm-12mm op fullframe, wat echt gigantisch breed is. Het is dan ook opletten voor je voeten of statiefpoten bij dergelijke opnames.
Een wel heel bijzondere groothoek is de zogenaamde fisheye. Deze lenzen registreren de wereld met beeldhoeken tot 180° en meer. Het gaat om compleet vervormde beelden, met een circulair beeld. Deze specialistische lenzen zullen we hier verder niet bespreken.

Interieur- en architectuurfotografen zullen dankbaar gebruik maken van de grote beeldhoek van dergelijke lenzen. Groothoekfotografie in steden zijn een andere toepassing. Vooral ook bij landschapsfotografen ontbreken deze lenzen niet in de vaste uitrusting. Waarom zal ik later in dit artikel pogen te illustreren. Landschappen bevatten nu eenmaal massa’s details die je graag aan de toeschouwer wil laten zien. Hierin zit meteen het gevaar dat alles te klein in beeld komt en bijgevolg de foto zijn effect op de toeschouwer mist.
Niet enkel voor landschappen zet je een groothoek op je camera, ook om je onderwerp dichter in beeld te brengen kunnen ze handig zijn. Gebruik je je groothoek als macro, dan zal je versteld staan hoe dramatisch de beelden wel niet kunnen zijn. Je vindt voldoende voorbeelden bij dit artikel.
Het perspectief is per definitie een punt van waaruit je naar iets kijkt. In landschappen staan verschillende onderwerpen op diverse afstanden van elkaar. Je neemt al deze onderwerpen waar. Door hun vorm, kleur en grootte vragen sommige meer aandacht dan andere. Onderwerpen dichter bij ons zijn, zelfs als ze klein zijn, nu eenmaal gemakkelijker waar te nemen. Wijzig je je standpunt dan wijzigt je perspectief en dus ook de onderlinge relatie tussen al deze onderwerpen.
Hoe meer groothoek (beeldhoek wordt groter, brandpuntsafstand kleiner) hoe meer van al deze onderwerpen in beeld passen. Weliswaar worden ze met zijn allen kleiner. Zo klein zelfs dat ze eigenlijk bijna verdwijnen in beeld en je niets nog optimaal waarneemt, een beginnersfoutje bij fotograferen met groothoeken. Een ander probleem is de soms oninteressante ruimtes tussen onderwerpen, de zogenaamde dode ruimte.
Ga je echter meer nadruk leggen op voorgronddetails, dan zal je zien dat deze groter in beeld komen en zo meer aandacht krijgen. De achtergrond (een bosrand, bergketen, …) komt veel kleiner in beeld. Alle andere onderwerpen vallen qua afbeeldingsgrootte ergens tussenin. Dit is meteen ook de kracht van groothoekbeelden: onderwerpen voorin zijn groot afgebeeld en nemen je blik verder mee in beeld. Mits goed toegepast creëren deze beelden diepte in een vlakke weergave.

Het is aan de fotograaf om met een gekozen brandpunt een boeiende compositie te vinden zodat de onderwerpen in beeld op de gepaste grootte worden afgebeeld en de nodige aandacht kunnen opeisen. Hoe dichter je bij de voorgrond komt, hoe groter deze wordt en hoe meer aandacht hij zal krijgen. Dat fenomeen kan je versterken door een kleiner brandpunt te gebruiken, vanuit een lager standpunt te fotograferen of een verticale foto te maken.
Een extreem voorbeeld hiervan is groothoekfotografie waarbij de ganse voorgrond het hoofdonderwerp van je foto is. Met een extreme groothoek kan dit bijzondere sterke beelden opleveren. Enkel een interessante voorgrond zal werken. Een saaie vlakte, zoals een grasveld, zal eerder saai overkomen.
Het vinden van een compositie zal met groothoeklenzen meer werk vragen. Ga je voor een hoger of lager standpunt? Iets meer naar links of naar rechts? Dichter of verder? Kleine verschillen in standpunt kunnen grote verschillen betekenen. Invoerende lijnen kunnen enorm helpen, vooral als deze diagonaal lopen. Rustige beelden werken ook beter dan beelden met vele kleine onderwerpen.

Of je nu een vaste brandpuntslens of een zoomlens gebruikt, beide hebben hun voordelen. Vaste lenzen bieden over het algemeen een hogere kwaliteit, vooral aan de randen van een foto. Maar de kwaliteit van de huidige groothoekzoomlenzen is zodanig verbeterd dat het verschil klein is. Daarnaast is het ongebruikelijk om foto’s te maken met een zeer grote lensopening. Werkdiafragma’s tussen f/8 en f/16 zijn gebruikelijk en bijna alle lenzen presteren optimaal binnen dit bereik. Hoewel groothoeklenzen niet bekend staan om hun bokeh (onscherpe achtergrond), kan dit effect in sommige situaties, vooral dichtbij het onderwerp, toch van belang zijn.
Zoomlenzen bieden meer gemak bij het aanpassen van het kader vanuit één standpunt, wat minder tijdrovend is dan het verplaatsen van de camera zelf. Deze lenzen zorgen doorgaans voor een grotere scherptediepte, waardoor het hele beeld van voor naar achter scherp is. Als je echter heel dicht bij je voorwerp bent, kan het zijn dat zelfs bij f/16 de scherptediepte niet voldoende is. Gebruik in dat geval liever geen diafragma groter dan f/16 om diffractie (vervorming) te voorkomen. Als een grotere scherptediepte nodig is, kun je overwegen om f/22 in te stellen en de scherpte later in de nabewerking aan te passen.
Als diafragmeren niet voldoende is om het hele beeld scherp te krijgen, kun je overwegen om een focus stack te maken bij statische onderwerpen. Een tilt-shiftlens kan ook een oplossing bieden, niet door meer scherptediepte te bieden, maar door de scherptediepte te verplaatsen naar een ander deel van de afbeelding.
Gangbare lichtsterktes voor groothoeklenzen zijn meestal f/2.8 voor vaste lenzen en f/4 of iets kleiner voor zoomlenzen. Dit is ruim voldoende voor de meeste onderwerpen die je wilt fotograferen. Een uitzondering hierop zijn foto’s van sterrenhemels of de Melkweg. Tegenwoordig zijn er groothoeklenzen met hoge lichtsterktes zoals f/2 of f/1.4; deze zijn echter vaak duurder.
Bij de moderne systeemcamera’s, waarbij de lens dichter bij de sensor staat dan bij DSLR-camera’s, is er nog steeds een corrigerend lenssysteem (retrofocus) nodig om met zeer kleine brandpunten te fotograferen. Dit maakt groothoeklenzen duurder in productie en aanschaf.
Tegenwoordig hebben bijna alle lenzen autofocus, maar handmatig scherpstellen is geen probleem. Oudere handmatige lenzen functioneren zelfs prima. Dankzij de scherpstelhulpjes op systeemcamera’s kun je hiermee goede resultaten behalen.
Populaire vaste brandpunten zijn 35mm, 24mm, 20mm en 14mm. Vooral de 24mm en 14mm zijn onmisbaar in mijn uitrusting. Bij zoomlenzen is de 16-35mm erg populair en beschikbaar in bijna alle merken. Voor nog bredere hoeken zijn er lenzen zoals de 14-24mm, 12-24mm of 11-24mm, maar verwacht meer te betalen voor die extra millimeters.
Cropcamera’s hebben een nadeel vanwege de cropfactor (1,5-1,6 of 2), wat betekent dat een 24mm lens effectief meer dan 35mm wordt, en dus niet echt groothoek. Fabrikanten bieden echter speciale groothoekzooms voor cropcamera’s aan, zoals 10-20mm modellen.
Door de brede beeldhoek en kleine weergave van onderwerpen is de sluitertijd minder kritisch. Dankzij moderne beeldstabilisatie is werken zonder statief soms mogelijk, maar voor nauwkeurige composities en bij focus-stacking is een statief onmisbaar.
Een hoekzoeker is handig bij DSLR’s met een vast scherm om een stijve nek bij lage standpunten te voorkomen. Bij camera’s met een kantelbaar scherm is dit minder een probleem.

Vervormingen zijn typisch voor groothoeklenzen. Door de brede beeldhoek kunnen rechte voorwerpen gebogen lijken, vooral aan de randen en in de hoeken van de foto. Dit is geen lensfout, maar eerder een gevolg van het dwingen van veel beeldinformatie in een klein kader. Lensfouten zoals beeldveldwelving en kussen- of tonvormige vervormingen kunnen deze effecten versterken.
Als je de camera waterpas houdt tijdens het fotograferen, zijn vervormingen meestal beperkt. De horizonlijn blijft dan recht, hoewel je vaak een grote voorgrond krijgt, die soms leeg kan zijn. Croppen in de nabewerking kan hier een oplossing zijn.

Problemen met vervormingen ontstaan vooral wanneer je de camera naar boven of beneden kantelt. Rechte lijnen kunnen dan krom worden en onderwerpen lijken achterover te vallen. Hoewel je de horizon vaak buiten het midden plaatst, zijn de mogelijkheden om dit tijdens het fotograferen te compenseren beperkt. Gelukkig bestaan er in nabewerkingstechnieken, zoals lensprofielen en correcties in Photoshop, die een hoge mate van correctie bieden. Dit gaat soms wel ten koste van wat beeldkwaliteit.
Tilt-shiftlenzen zijn ideaal om vervormingen te verminderen. Je kunt waterpas fotograferen en door de lens te shiften, plaats je de horizon waar je wilt zonder vervormingen. Deze lenzen zijn echter niet voor iedereen geschikt.
Vervormingen kunnen bij groothoekfotografie ook creatief gebruikt worden om een uniek perspectief aan je foto’s toe te voegen, vooral bij verticale opnames.
Een ander veelvoorkomend probleem bij het kantelen van de camera is dat onderwerpen, zoals bomen of gebouwen, naar achteren lijken te vallen. Dit kun je verminderen door de kantelhoek te verkleinen, je standpunt te veranderen door naar achteren te stappen of een lens met een groter brandpunt te gebruiken.
Chromatische aberratie, wat purperen randjes veroorzaakt, komt ook vaker voor bij groothoeklenzen. Hoewel een hoge mate van correctie de kosten van de lens kan verhogen, kan veel in nabewerking gecorrigeerd worden, waardoor de paarse of groene kleurranden bijna volledig verdwijnen.
Tot slot, gebruik altijd een zonnekap, hoe klein ook. Dit helpt lensflare te voorkomen, wat een veelvoorkomend probleem is bij groothoeklenzen door hun bolle vorm die veel licht vangt.
Filters kunnen je groothoekfoto’s verbeteren, en de klassieke filterkeuzes voor landschapsfotografie zoals polarisatiefilters, grijsfilters, en grijsverloopfilters zijn ook essentieel in mijn uitrusting. Maar bij groothoeklenzen kan het praktisch gebruik van filters soms problemen opleveren. De meeste lenzen hebben schroefdraad aan de voorkant voor het bevestigen van schroeffilters, wat de eenvoudigste manier is om filters te gebruiken. Echter, door de brede beeldhoek van deze lenzen kunnen dikke filters vignettering veroorzaken, waarbij donkere randen in het beeld verschijnen. Dit kan soms vermeden worden door het gebruik van een dunne ‘slim’ filter of een grotere filter met een step-up ring.
Sommige groothoeklenzen hebben een zo bolle voorste lens dat schroefdraad niet mogelijk is. Hier bieden fabrikanten speciale systemen aan om toch filters te kunnen gebruiken. Deze systemen kunnen echter groot en onhandig zijn, en de filters zijn vaak duur.

Een praktische oplossing voor dit probleem is het gebruik van systeemcamera’s met adapters voor oudere lensvattingen. Sommige adapters hebben een sleuf voor drop-in filters, zoals ook bij sommige supertelelenzen. Hierdoor speelt de vorm van de frontlens van je groothoek geen rol meer. Daarom zal ik mijn 14mm en 11-24mm groothoeken niet vervangen door nieuwere modellen met de lensvatting voor de systeemcamera. Merken als Meike, Kolari en Breakthrough Photography bieden ook dergelijke adapters aan met verschillende filters.
Grijsfilters zijn ideaal voor langere sluitertijden, om beweging in water of wolken vast te leggen en krachtige zeelandschappen te creëren. Er zijn verschillende sterktes verkrijgbaar, maar ik raad aan om bij vaste sterktes te blijven, omdat variabele grijsfilters op groothoeklenzen problemen kunnen veroorzaken.
Grijsverloopfilters, die het contrast tussen lucht en voorgrond verminderen, gebruik je het best in een adapter voor hoogteregeling, afhankelijk van de positie van de horizon. Met de huidige technieken voor belichtingstrapjes worden ze echter minder gebruikt, ook door mij.
Tot slot, een opmerking over polarisatiefilters. Deze onderdrukken reflecties en versterken het blauw in de lucht, maar werken het best als ze ongeveer 90° ten opzichte van de zonnestand staan. Bij groothoeklenzen kan het gebeuren dat het filter slechts op een deel van de lucht effectief is, wat leidt tot een ongelijkmatig effect in de lucht. Dit is meestal moeilijk te corrigeren in de nabewerking. Het is beter om de beeldhoek te verkleinen of verticaal te fotograferen. Bij twijfel kun je het beste zowel met als zonder filter fotograferen om thuis de beste opname te kiezen.

Niet ieder onderwerp leent zich om met een groothoek op te nemen. Een (lichte) telelens is veelal gemakkelijker in te zetten en minder tijdrovend. Neem je echter de moeite en tijd om grondig te werk te gaan met een groothoek op je camera dan zal je niet teleurgesteld zijn. Deze beelden zijn een welkome afwisseling in een beeldreeks over een bepaalde streek of specifiek onderwerp.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag en vrijdag het beste uit de fotografiewereld in je mailbox.
Krijg Shoot Magazine 6 keer per jaar (inclusief 2 extra dikke dubbelnummers) vol inspiratie, tips en fotoplezier rechtstreeks in je brievenbus.
