Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


In de vorige uitgave van Shoot omschreef ik hoe je met een minimum aan materiaal en beschikbare oppervlakte toch geslaagde portretten met belichting van studiokwaliteit kan maken. In dat eerste deel van deze reeks over portretten buiten de studio kwamen onder meer het materiaal, de soorten licht, lighting modifiers en belichtingspatronen aan bod. Deze keer ga ik verder waar ik in het vorige artikel gestopt ben.

Joakim Steyls portretfotografie
f/4.0, 1/200, ISO 300, 100 mm

De achtergrond en reportageflitser zijn reeds opgesteld. We hebben een light modifier gekozen en de flitser naar wens gepositioneerd ten opzichte van het model. Nu is het tijd om dieper in te gaan op de camera-instellingen en te begrijpen welke invloed deze hebben op het eindresultaat. Verder bespreken we tethering als onderdeel van mijn werkwijze, de nabewerking (post-processing) en een aantal mogelijkheden om op eenvoudige manier een extra dimensie toe te voegen aan je portretten door middel van een tweede lichtbron.

Camera-instellingen

Om de volledige controle te hebben over het eindresultaat zet ik steeds zowel mijn camera als mijn reportageflitser in manuele stand. Voor portretten met een zwarte achtergrond probeer ik over het algemeen mijn sluitertijd rond 1/200 te houden, dat is tevens de maximum flash sync speed van mijn camera. Door de sluitertijd van mijn camera voldoende snel te houden kan ik ervoor zorgen dat er weinig tot geen omgevingslicht aanwezig is in de foto. Ik heb het licht dat op mijn model valt zo volledig in eigen hand heb en kan het zelf sturen. Hierdoor zorg ik er tevens voor dat de kans zo klein mogelijk is dat mijn zwarte achtergrond eerder donkergrijs zou gaan lijken doordat er omgevingslicht valt. In het geval van een witte achtergrond maakt dat minder uit en zal je zien dat mijn sluitertijd soms iets trager is.

Joakim Steyls portretfotografie
f/1.6, 1/60, ISO 200, 50 mm
Dit portret is ook gemaakt met een zeer open diafragma, maar doordat ik voor deze foto een 50mm lens gebruikt heb kan je nog steeds voldoende details in de tattoos op het lichaam.

Ongeacht de kleur van de achtergrond gebruik ik voor deze portretreeks zelden een sluitertijd die trager is dan 1/100. Mede omdat ik een groot deel van de portretten met een 100mm-lens maak en altijd de vuistregel hanteer waarbij de sluitertijd minimaal 1 op de brandpuntsafstand moet zijn om bewegingsonscherpte te voorkomen als ik zonder statief fotografeer.

Het is belangrijk om te begrijpen en te onthouden dat de hoeveelheid licht die een flitser op het model werpt niet beïnvloed zal worden door de sluitertijd. Dit komt doordat de duurtijd van de belichting door de flitser vele malen korter is dat de sluitertijd van de camera. Het maakt dus niet uit of je een sluitertijd van 1/100 of 1/200 gebruikt, zolang de flitser maar afgaat terwijl de sluiter open is. Zo kan je als extreem voorbeeld in een volledig donkere ruimte een long exposure foto maken van meerdere seconden, waarbij je je flits laat afgaan terwijl de sluiter open staat en zo een moment bevriezen doordat de flits afgaat in een minimale fractie van een seconde. De intensiteit van de belichting zal in dit voorbeeld hetzelfde zijn als in het geval waarbij je een sluitertijd van 1/200 gebruikt.

Zoals ik eerder al vermeldde heeft de sluitertijd wel degelijk een invloed op de hoeveelheid omgevingslicht die gecapteerd wordt. Vergeet dus zeker niet daar rekening mee te houden als er veel omgevingslicht aanwezig is. In sommige gevallen kan dit licht je studioportret vervuilen doordat er ongewenst licht op je onderwerp valt. In een ruimte waar helemaal geen omgevingslicht is, zijn de enige factoren die invloed hebben op de hoeveelheid licht de opening van het diafragma, de ISO-waarde, de ingestelde kracht van de flitser en de afstand van de lichtbron ten opzichte van het model.

Toen ik begon met het maken van de portretreeks koos ik er vaak voor om een relatief groot diafragma te gebruiken. Met de resulterende minimale scherptediepte wou ik de aandacht vestigen op de ogen van het model. Naarmate ik meer mensen fotografeerde en meer verschillende dingen uitprobeerde, merkte ik echter al snel dat mijn voorkeur veel meer uitging naar een kleiner diafragma. Hoofdzakelijk omdat ik wil vermijden dat de tattoos op het lichaam onherkenbaar worden door de blur als gevolg van de scherptediepte. Maar ook omdat lenzen over het algemeen een scherper resultaat bieden rond f/8.0. Een ander voordeel van een kleiner diafragma is dat het de kans verkleint op een foutieve focus, omdat je iets meer foutmarge hebt op het vlak van scherptediepte.

De ISO-waarde en de sterkte van de reportageflitser die ik instel, kunnen al eens variëren. Die hangen hoofdzakelijk af van welke lighting modifier ik gebruik en hoe ver of dicht ik deze kan plaatsen ten opzichte van het model. Daarbij speelt de hoeveelheid plaats die ik heb in de ruimte waar ik aan het fotograferen ben een belangrijke rol. In ideale omstandigheden zal ik altijd beginnen met een lage ISO-waarde om zoveel mogelijk beeldkwaliteit te behouden. Als ik de levensduur van mijn batterijen wil sparen kan ik de ISO-waarde wat hoger zetten en de flitssterkte iets verlagen. Een lichtmeter gebruik ik niet, maar doordat ik tethered fotografeer, zie ik direct het eindresultaat in detail en kan ik ingrijpen en bijsturen waar nodig. Verderop in het artikel vertel ik meer over dat tethered fotograferen.

Bij het fotograferen van portretten met een statief maak ik vaak gebruik van de Touch Shutter functionaliteit op mijn camera. Hierbij kan ik met de LCD display inzoomen om zo gemakkelijker scherp te stellen op de ogen van het model. Als ik uit de hand fotografeer maak ik gebruik van de viewfinder en de scherpstelpunten. Ik gebruik zelden of nooit manuele focus omdat ik het risico op een misfocus wil verkleinen.

Tethering

Eén van de zaken waardoor ik het meeste bijgeleerd heb op vlak van belichtingspatronen is het gebruik van tethering. De techniek heeft me ook vaak geholpen tijdens het maken van de reeks portretten. Bij tethered fotograferen verbind je de camera rechtstreeks met Lightroom of Capture One op je laptop en krijg je de gemaakte foto’s in realtime te zien op je scherm. Door de foto’s direct op een groot laptopscherm te bekijken in plaats van op een relatief klein cameradisplay kan je beter zien of je focus juist is. Verder is het op een groter scherm ook handig om te zien waar je de belichting moet bijsturen om een bepaald lichtpatroon te verkrijgen. Via tethering kan je ook reeds gemaakte Lightroom presets toepassen op de nieuwe foto’s. Daardoor zie je onmiddellijk hoe het eindresultaat er ongeveer zal uitzien.

Joakim Steyls portretfotografie

Een ander voordeel van tethering bij het fotograferen van mensen is dat het onderwerp zelf kan meevolgen hoe de gemaakte portretten er uit zien. Dat kan in sommige gevallen net die extra zelfzekerheid met zich meebrengen als mensen positief onder de indruk zijn van de foto’s die je aan het maken bent. Zeker als je werkt met mensen die geen ervaring hebben als model of die onwennig zijn voor de camera, is dat van toegevoegde waarde.

De meest moderne dslr’s en systeemcamera’s kunnen gebruikt worden om tethered te fotograferen. Het enige dat je nodig hebt is Lightroom of Capture One en een tetheringkabel.

Post-processing

Mijn post-processing gebeurt hoofdzakelijk in Lightroom en in mindere mate in Photoshop. Doordat ik mijn preset alvast toepas tijdens het tetheren is de hoeveelheid nabewerking die nodig is redelijk beperkt. Ik verkrijg een consistenter eindresultaat omdat ik niet elke foto nadien vanaf nul moet bewerken. Het gebruik van presets zorgt er ook voor dat mijn workflow drastisch wordt ingekort. De stijl van nabewerking die ik gebruik voor mijn portretten is te omschrijven als heel contrastrijk zwart-wit. Mijn voorkeur gaat uit naar deze stijl, omdat het goed past bij de harde look van het onderwerp, namelijk mensen met tattoos in hun gezicht. Persoonlijk vind ik dat het gebruik van contrast en puur zwart in portretten ervoor zorgt dan ze krachtiger overkomen dan wanneer ze alleen maar bestaan uit grijstinten. Dat geeft op zijn beurt eerder een plattere of fletse look.

Het contrast bereik ik hoofdzakelijk door gebruik te maken van de Basis- en Tone Curve-panelen in Lightroom. In het Basispaneel voeg ik als eerste stap wat algemeen contrast toe aan de foto om te kijken welk resultaat dit geeft. Verder pas ik standaard de zwart- en witpunten van de foto aan om een goed toonbereik te garanderen en om clipping te genereren waar nodig. Clipping kan ervoor zorgen dat een bepaald deel van de foto 100% zwart of wit wordt. Er kunnen situaties zijn waarbij je wil dat er in bepaalde delen van een foto detail aanwezig is in de schaduwen en hooglichten, maar soms is het gewenste effect dat een foto op die plaatsen écht zwart of wit is. Hiervoor kan je de zwart- en witpuntschuiven gebruiken. Door de Option- of Alt-knop in te drukken terwijl je de slider verschuift, kan je snel zien welk deel van de foto volledig zwart of wit wordt tijdens het aanpassen. Deze twee sliders vertegenwoordigen elk een uiteinde van de tone curve. Het zwartpunt bepaalt het punt linksonder en het witpunt het punt rechtsboven.     

Houd er wel rekening mee dat volledig zwarte of witte pixels geen grijswaarden of beeldinformatie meer bevatten. Persoonlijk zorg ik er altijd voor dat er geen clipping is langs de witte kant, omdat dit snel overbelicht kan lijken. Omdat de portretten die ik maak echter low-key zijn en veel donkere schaduwen bevatten waar ik niet per se detail in wil hebben, pas ik mijn zwartpunt altijd behoorlijk agressief aan. Nadat ik mijn zwartpunt- en witpunt aangepast heb, kijk ik altijd even of ik met de schuiven voor de schaduwen en de hooglichten bepaalde delen van de foto die te veel of te weinig in de schaduw vallen moet corrigeren. Eventueel maak ik ze wat lichter of donkerder om detail terug te brengen.

Door Clarity toe te voegen in de bewerking zorg ik ervoor dat de foto’s iets meer punch krijgen door het contrast te versterken in de middentonen. Verder maak ik gebruik van het Tone Curve-paneel om fijnere contrastaanpassingen te kunnen toepassen. Zo zorg ik er altijd voor dat mijn Tone curve een lichte S vorm heeft en kies ik ervoor het zwart in mijn portretten te ‘crushen’ door de linkerkant van de curve naar de onderkant te trekken.

In sommige gevallen waarbij het model te dicht tegen achtergrond staat of de lichtbron niet volledig juist gepositioneerd is, kan het zijn dat er een kleine hoeveelheid licht ongewild op de achtergrond valt. Dit zal ervoor zorgen dat deze donkergrijs lijkt in plaats van zwart. Deze schakeringen van donkergrijs kunnen omgezet worden tot puur zwart door de linkerkant van de Tone curve naar beneden te trekken. Een voorbeeld hiervan kan je hieronder zien. In de linker foto valt er omgevingslicht op de achtergrond waardoor er een bepaalde textuur zichtbaar wordt. De achtergrond lijkt hier heel donkergrijs in plaats van zwart. In de rechter foto is dit niet meer zichtbaar omdat de Tone curve aangepast werd en het zwart gecrusht is.

Joakim Steyls portretfotografie
f/4.0, 1/100, ISO 400, 100 mm
Door een extra flitser achter het model te plaatsen en deze in de richting van camera te positioneren kan je een fijn randje van lichtgloed creëren die je onderwerp als het ware losmaakt van de achtergrond. Dit noemt men een rim light.

Een extraatje?

Om af te sluiten wil ik graag nog even benadrukken dat de creatieve mogelijkheden met studioflitsers eindeloos zijn. Persoonlijk maak ik in de meeste gevallen gebruik van slechts één lichtbron. Maar eens je het gebruik van flitsers onder de knie hebt, kan je gerust beginnen experimenteren door een tweede of zelfs derde lichtbron toe te voegen. Je kan ervoor kiezen of je met de extra lichtbron een deel van de schaduwen wilt invullen ofwel of je eerder een creatiever effect wil bereiken door bijvoorbeeld een rim light toe te voegen.

Als je maar één flitser tot je beschikking hebt, kan je perfect gebruik maken van een reflectiescherm. Dat kan op zijn beurt dienst doen als een soort van extra lichtbron, zij het niet in de strikte zin van het woord omdat het licht reflecteert en niet zelf uitstraalt. De voorbeelden hieronder tonen hoe je een extra flitser of reflectiescherm kan gebruiken om een extra dimensie te geven aan je studioportretten. Veel experimenteerplezier !

Dit artikel werd geschreven door Joakim Steyls. Meer foto’s van Joakim kan je vinden op zijn Instagram-pagina. Meer tatttooportretfoto’s vind je op instagram.com/job.stoppers of lees hier het eerste deel van deze reeks.



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in