De Gelderse Poort: Natuurfotografie tussen Nederland en Duitsland
Op de grends van Nederland en Duitsland ligt de Gelderse Poort, een uitgebreid natuurgebied met diverse fauna en flora, perfect voor fotografen.
Aan beide kanten van de Nederlands-Duitse grens ligt een van de meest interessante en belangrijkste natuurgebieden van de Nederrijn: de Gelderse Poort. Dankzij zijn imposante diversiteit aan flora en fauna met grote grazers en vele vogelsoorten zul je je hier als natuurfotograaf nooit vervelen.
In dit fraaie
uiterwaardenlandschap liggen een aantal belangrijke natuurgebieden zoals de
Millingerwaard en Meinerswijk. De Gelderse Poort heeft haar internationale
bekendheid vooral te danken aan de vogels.
Er broeden
maar liefst meer dan 160 soorten in de Gelderse Poort. Dit is zo’n tachtig
procent van de Nederlandse broedvogelfauna. Ook is de Gelderse Poort een
botanische schatkamer waarin ruim 700 soorten planten groeien. Dat betekent dat
ongeveer de helft van de Nederlandse flora hier voorkomt. De diversiteit aan
planten zorgt ook voor een groot aanbod van insecten. De laatste jaren wordt zelfs
de geel-zwarte koninginnenpage in grote aantallen in de Millingerwaard
waargenomen. Neem daarnaast de aanwezigheid van grote grazers als de
konikpaarden en galloways in beschouwing, en je kunt je voorstellen dat je als
fotograaf niet uitgefotografeerd raakt bij zo’n overstelpende hoeveelheid
onderwerpen.
Door een voorgrond aan het beeld toe te voegen creëer je een gevoel van diepte. f/4.5, 1/500, ISO 200, 300 mm
Plan Ooievaar
In 1986 werd
met het Plan Ooievaar voorgesteld om in de uiterwaarden de natuurontwikkeling de
ruimte te geven en de landbouw meer te concentreren in het binnendijkse gebied.
Vanwege de periodieke overstromingen kon de landbouw niet optimaal ontwikkelen.
Door in de uiterwaarden voldoende oppervlak te reserveren voor de natuur, moest
er meer ruimte komen voor de natuurlijke processen die bij een rivier horen: overstromingen,
sedimentatie, erosie en natuurlijke begrazing door grote grazers. Hierdoor zou
een meer natuurlijk landschap ontstaan met een prominente plaats voor
ooibossen. Meinerswijk werd in het jaar 1991 het eerste voorbeeldterrein van
Plan Ooievaar in de Gelderse Poort. In 1992 volgde de natuurontwikkeling in de
Millingerwaard. Wat begon met één paar hectare bij het Millingerduin, is inmiddels
uitgegroeid tot een vermaard natuurgebied met een oppervlakte van 700 hectare.
De karakteristieke wilgen met prachtige bovengrondse wortels aan de rivier de Waal zijn heel fotogeniek. f/10, 1/13, ISO 200, 27 mm
Fotografie
in de Gelderse poort
In de afgelopen
jaren heb ik veel mooie plekken in de wereld bezocht als Antarctica, Borneo en
Madagascar. Maar zo ongeveer naast mijn deur, op vijf minuten afstand fietsen
vanaf mijn woning, liggen de uiterwaarden van de Ooijpolder en wat verderop de
Millingerwaard. Hoe vaak ik er ook ben geweest, nog steeds kan dit gebied me
ontzettend boeien en maak ik daar met plezier foto’s. Voor elke natuurfotograaf
is er wel wat te vinden: fraaie landschappen, vogelrijkdom, een diversiteit aan
planten en insecten. Maar ook zoogdieren als konikpaarden, galloways, de vos en
verschillende marterachtigen als de bunzing en de hermelijn.
Het mooie van
een gebied als de Millingerwaard is dat je er nagenoeg overal kan rondstruinen.
In tegenstelling tot de meeste natuurgebieden in Nederland mag je in de
uiterwaardgebieden van de paden af. Heerlijk rondstruinen in de natuur levert
je veel meer fotomogelijkheden op. Daarnaast kun je ook met de auto over
landweggetjes en de dijk op zoek naar vogels. Door de auto te gebruiken als
schuilhut kun je veel dichter bij de vogels komen. Overigens zijn er
tegenwoordig ook een soort van camouflage gordijnen voor het autoraam
verkrijgbaar, die er voor zorgen dat je nog minder zichtbaar bent voor schuwe
dieren.
Landschapfotografie
Voor
landschapfotografen is de Gelderse poort een prachtig gebied door de variatie
in landschap met ooibossen, watergebieden, bloemrijke graslanden en
cultuurlandschap. Een van de bijzonderheden van de Millingerwaard is het
Millingerduin vlakbij de Millinger theethuin. Met inmiddels 10 meter is dit het
hoogste actieve rivierduin van Nederland. Het is ontstaan door de westenwind
die over het strand langs de waal het zand heeft opgestuwd. De duinen herbergen
een zeldzame flora vanwege een bijzonder (micro)klimaat dat droog, warm en
voedselarm is.
De
rivierbegeleidende wilgen met prachtige bovengrondse wortels staan hier stevig
in het zand aan de rivier de Waal, heel fotogeniek! De uiterst zeldzame zwarte
populier staat hier zelfs met de wortels in het water. Het lijkt wel een
mangrovebos! Het beste moment om hier te zijn is tegen de avond. De ondergaande
zon schijnt dan tegen de bomen, verlicht de schaduwpartijen onder het bladerdek
en de wortels, en zorgt dan voor prachtig warm licht.
In de
waterrijke Gelderse poort is er ook een veel grotere kans op mist en nevel. Dat
zorgt een sfeertje waarvoor je als landschapsfotograaf vroeg het bed wilt
komen. Vooral vanaf de dijk heb je dan prima mogelijkheden. Door het hogere
standpunt vanaf de dijk kijk je als het ware het landschap in en de verschillende
struiken en bomen creëren een zigzagpatroon die je als kijker meeneemt door het
landschap. Met name bij lagere mist ontstaan er lagen in het landschap,
waardoor de dieptewerking wordt versterkt. Sfeer, mist, lagen en lijnwerking
zijn de elementen die zo’n beeld dan compleet maken.
Staan je meer
in het landschap, bijvoorbeeld te midden van een bloemenweide, dan is heb je te
kampen met een gebrek aan diepte in het beeld. In levende lijve zijn veel
landschappen weids, maar op de foto vlak. Dat komt omdat we op de foto geen
referentie hebben van afstanden. Een landschap is immers driedimensionaal, een
foto tweedimensionaal. Door een voorgrond aan het beeld toe te voegen creëer je
een gevoel van diepte. Door een opvallende plant, struik of rotsblok op de voorgrond
mee te nemen in de beeldvorming zorg je dat er evenwicht in het beeld ontstaat.
Diepte kun je ook creëren door met perspectief te werken. Lijnen die in het
landschap evenwijdig lopen, zullen op een foto ogenschijnlijk op een punt
samenkomen. Als we die lijnen benadrukken, zien we ook diepte.
Rijke
flora
De Gelderse
Poort heeft een enorme variatie in planten, vaak zelfs in grote aantallen. In
de zomer zijn grote delen van de uiterwaarden bont gekleurd met prachtige
bloeiende planten. Daar zitten dan ook nog zo’n honderd soorten bij die vermeld
staat op de Rode Lijsten (overzicht van beschermde soorten in Nederland, red.).
Van vroeg in het voorjaar tot in de herfst is het zeker de moeite waard om je
langdurig te richten op deze ruime hoeveelheid planten. De plantdichtheid is op
sommige plekken (met name op de rivierdijken) zo groot dat je enkele uren
achter elkaar kunt fotograferen op een paar vierkante meter.
Een groot
voordeel van het fotograferen op rivierdijken is de mogelijkheid om met het
allerlaatste licht te werken. In tegenstelling tot bijvoorbeeld bosgebieden is
er door de ligging en openheid voldoende mogelijkheid om de laatste
zonnestralen in beeld te vangen. Je kan dan heel fijn met warm opvallend licht
op de planten werken of juist met tegenlicht. Dat geeft een heel ander
resultaat en benadrukt ook mooi de transparantie van bloemen. Tegen het late
zonlicht in fotograferend kan dit het hele beeld van een warme gele gloed
voorzien die vaak wel leuke foto’s oplevert. Je kunt dan wel te maken krijgen
met lens flare, dat ontstaat doordat het binnenvallende licht tussen de
lenselementen weerkaatst. Een filter kan het effect – door de extra laag
–versterken. Je kunt dan ook te maken krijgen met andere effecten zoals
lichtstrepen of vlekken, dat wordt vaak meer als hinderlijk ervaren. De lens
voorzien van een zonnekap helpt vaak niet afdoende. Soms kun je het voorkomen
door je hand voor de zon te houden en zo een schaduw over de lens te werpen. Beweeg
een beetje heen en weer met je hand en je ziet snel genoeg of de hinderlijke
reflecties verdwijnen.
Kleine
kruipers en fladderaars
Als je dan
toch lekker in een uiterwaardenweiland vol met bloemen of op de rivierdijk zit
om planten te fotograferen, dan zal het je ook steeds meer opvallen dat er van
alles tussen beweegt. Het is namelijk de leefomgeving van ontzettend veel
insecten. Die zie je vaak pas zitten als je zelf ook rustig tussen de planten
zit. Kijk maar eens rondom en je bent vaak omringt door allerlei kleine vreemde
schepsels. De kevertjes, sprinkhanen, vliegen en vlinders en nog veel meer
soortgroepen zijn perfecte modellen voor macrofotografie.
De kevertjes, sprinkhanen, vliegen en vlinders en nog veel meer soortgroepen zijn perfecte modellen voor macrofotografie. f/4.5, 1/200, ISO 500, 90 mm
Vooral in de
vroeg ochtend en tegen de avond zijn ze wat rustiger – door de lagere
temperaturen – en beter te fotograferen. Het is onhandig om een statief met
drie poten tussen de vegetatie heen en weer te schuiven, bovendien loop je de
kans dat je net tegen dat sprietje stoot waar dat prachtig gekleurde kevertje
op zit te rusten. Die is natuurlijk snel weg als een reus met een grote metalen
stang zijn zitplek verstoort. Het is beter om met de camera uit de hand te
werken. Je moet dan wel de sluitertijd goed in de gaten houden; die moet kort
genoeg zijn om trillingsonscherpte te voorkomen. Tegenwoordig gaat dat veel
makkelijker omdat moderne digitale camera’s prima met hogere ISO-waarden te
gebruiken zijn. Daarbij hoef je echt niet meer met diafragma’s van f/22 te
werken – voor de geliefde beeldstijl met veel onscherpte voor en achter het
onderwerp is juist een groter diafragma als f/5.6 de standaard. En dat zorgt
dan meteen voor snellere tijd en voilà … het uit de hand fotograferen kan
beginnen. Je kunt dan zoveel makkelijker en sneller je compositie bepalen en
rondom je onderwerp kruipen en bewegen om net die betere achtergrond te
krijgen. Houd die achtergrond altijd goed in de gaten, want dat is bijna net zo
belangrijk als een fotogeniek insect.
Voor de hele
lage standpunten is een hoekzoeker een bijzonder handig accessoire. Je monteert
dit op de zoeker en dan kun je van bovenaf het beeld bekijken in een hoek van
90 graden. Zo hoef je je nek niet langdurig in een vervelende positie te
houden. Bij sommige camera’s met rond oculair draai je de hoekzoekers erop en
bij de camera’s met rechthoekig oculair schuif je ze erop. Deze laatste werken
sneller, maar als je even niet fotografeert of een stuk gaat wandelen dan is
het beter om de hoekzoeker in je broekzak of fototas op te bergen want je kunt
ze – weet ik uit eigen ervaring – makkelijk verliezen.
Het belang van begrazing is groot, want zonder planteneters degenereert een ecosysteem. De noodzakelijke verjonging van de kruiden, struiken en bomen vindt dan niet meer plaats. f/6.3, 1/125, ISO 400, 90 mm
Grote grazers
Misschien wel
de belangrijkste zoogdieren die in de Gelderse Poort leven, zijn de
konikpaarden en de gallowayrunderen. Belangrijk vanwege de begrazing. De
konikpaarden stammen rechtstreeks af van de Tarpan, een uitgestorven Europees
wild paard. De van oorsprong schotse gallowayrunderen zijn hoornloos en hebben
een zwart krullende vacht. Beide dieren zijn het hele jaar door zelfredzaam, ook
in de winter vinden ze hun eigen voer. De twee soorten grazers zorgen voor de
noodzakelijke variatie in de vegetatie. Ze hebben specifieke graasgewoonten. De
koniks benutten de kort begrazen vegetaties doordat ze in staat zijn het gras
af te bijten, de galloways benutten meer de ruigten. Het belang van begrazing
is groot, want zonder planteneters degenereert een ecosysteem. De noodzakelijke
verjonging van de kruiden, struiken en bomen vindt dan niet meer plaats. ’s
Zomers is de groeikracht van het gewas zo groot dat het de dieren letterlijk
boven het hoofd groeit. Daardoor kan alles in bloei raken, door insecten
bestoven worden en zaad zetten. Samen met de grote grazers profiteren ook grote
aantallen insecten, vogels en zoogdieren van deze jaarcyclus van het gewas.
Konik kijkt aandachtig in de groothoeklens. f/10, 1/320, ISO 200, 27 mm
Van wilde dieren verwacht je dat ze heel schuw zijn. Deze grote grazers komen vaak juist niet wild over, want meestal gedragen de paarden zich rustig. Met name de eenjarige veulens zijn nieuwsgierig en komen bijvoorbeeld even aan je rugtas knabbelen. Neem echter wel afstand en blijf een eindje van de groep staan als ze onrustig zijn. Het natuurlijke gedrag van de konikpaarden wordt verstoord door ze aan te halen of te voeren. Sommige dieren kunnen zo opdringerig worden, dat ze moeten worden gedood. Bedenk goed dat een paard zeer pijnlijk kan bijten of nog erger, je met een ferme trap naar achteren dodelijk kan verwonden. Zorg dan ook dat je altijd aan de voorkant van het paard blijft en houd tijdens het fotograferen ook in de gaten dat ze niet plotsklaps achter je staan. De oudste merrie leidt altijd de kudde en bepaalt waar ze bijvoorbeeld gaan grazen. De dag is bij de paarden opgedeeld in elkaar regelmatig afwisselende perioden van slapen, grazen en spelen. Door een groep gedurende een hele dag van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat te volgen, leer je de gedragingen goed kennen en kun je als fotograaf anticiperen op plotselinge situaties.
Bij de
fotografie van koniks kun je verschillende objectieven gebruiken. Een
groothoekobjectief voor een overzicht van de dieren in het landschap, een tele-
of telezoomobjectief voor de meer portretachtige beelden. Daarmee kun je ook op
veilige afstand een schermutseling fotograferen. Prachtig om te zien als de
paarden tegen elkaar op staan, maar houd altijd de sluitertijd in de gaten.
Door de snelle bewegingen heb je – om de actie te bevriezen – een tijd van
1/1000 seconde of korter nodig.
Probeer ook eens met het laatste licht wat tegenlichtbeeld te maken. De mooie vorm van het paard en de manen doen het prima bij dit soort beelden. f/9, 1/800, ISO 200, 390 mm
Eigenlijk
heeft ieder type weer bij de fotografie van koniks haar eigen karakteristieke
charme. Het eerste of laatste zonlicht levert natuurlijk prachtige warme tinten
op. Maar ook regen en wind kunnen het
ruige karakter van het paard in het
beeld versterken.
Probeer ook
eens met het laatste licht wat tegenlichtbeeld te maken. De mooie vorm van het
paard en de manen doen het prima bij dit soort beelden. De twee grazers vind je
in zowel Meinderswijk als de Millingerwaard. Bij Meinerswijk heb je vanaf
verschillende plekken op de dijk een goed zicht over het hele gebied, zodat je
relatief makkelijk de kudde kunt spotten. In de Millingerwaard is dat lastiger vanwege
het grotere gebied en de hoge begroeiing op veel plekken bij de dijk. Overigens
tref je ook in de Ooijpolder op verschillende plekken kuddes grazers aan, onder
andere bij de Oude waal en bij de Bizonbaai.
In de bloeitijd
van juni tot september kleurt een van natte graslanden in Meinerswijk helemaal
paars met de grote kattenstaart. Deze plant kan tot 1.20 meter groot worden.
Als je liefhebber bent van doorkijkjes en scherpe/onscherpe vlakken kun je deze
plant mooie gebruiken bij de fotografie van bijvoorbeeld de konik. Andere hoge
planten om tussendoor te fotograferen en als onscherpe vlekken in beeld te
gebruiken zijn ook altijd wel te vinden, bijvoorbeeld het jacobskruiskruid.
De schaatsenrijder kan over het water rennen een eet andere insecten die in het water zijn gevallen. f/4, 1/400, ISO 400, 300 mm
Vogels
Bij een bezoek
aan de Gelderse poort vallen in eerste instantie vooral de grotere soorten als
de blauwe reiger en ooievaar op. Deze laatste is onmiskenbaar met zijn
zwart-witte verenkleed en grote rode snavel en poten. Bijna was het in de jaren
zeventig gedaan met de ooievaar. Maar dankzij het voortreffelijk werk van de
buitenstations zijn er in Nederland inmiddels weer zevenhonderd ooievaarsparen.
Op warme zomerdagen kun je soms wel een tiental ooievaars via thermiek boven de
Millingerwaard zien cirkelen. In de hele Gelderse poort kun je ze in de
weilanden aantreffen als ze op zoek zijn naar hun voedsel: kikkers, muizen en
insecten. Bij de ingang van de Millingerwaard bij Kekerdom staat een
ooievaarswiel in het weiland bij de kerk, waar ze bijna ieder jaar – meestal in
mei – jongen krijgen. De jongen blijven ongeveer zestig dagen op het nest. Ook in
de tuin bij Restaurant Oortjeshekken achter de dijk bij de Bizonbaai staat een
nest waar sinds een paar jaar jongen worden geboren. Deze kun je vanaf het
terras goed zien en fotograferen, maar via het raam in het achterdeel van het
restaurant zit je zelfs bijna bovenop het nest. Al deze aandacht van
restaurantbezoekers maakt de ooievaars niks uit.
De jongen van de fuut blijven de eerste periode lekker tussen de veren van pa of ma fuut. f/6.3, 1/250, ISO 400, 640 mm
De aalscholver
(Phalacrocorax carbo) is een andere karakteristieke vogel voor de Gelderse
Poort. Je herkent hem aande fikse haaksnavel en de typische geschubde tekening
in het zwarte verenkleed. Bijna waren ze verdwenen vanwege door
milieuverontreiniging en bestrijding door beroepsvissers vanwege concurrentie.
Gelukkig herstelde zich midden jaren zeventig de aangeslagen populatie en
vervolgens zijn de vogels sterk teruggekomen. Overal langs de rivier is de
aalscholver weer te zien, vooral als hij zijn vleugels droogt na een visvangst.
Veel van die vogels laten zich prima vanuit de auto fotograferen, zowel vanaf
de dijk als bij de vele boerenweggetjes die de polder rijk is. Als je aan het
rondrijden bent en je spot bijvoorbeeld een ooievaar of reiger in een weiland
of bij een waterplas is het de kunst om deze rustig te benaderen met zomin
mogelijk bewegingen in de auto. Draai alvast aan de kant vanwaar je de vogel
wilt fotograferen het raam naar beneden en leg de rijst- of bonenzak in de
raamopening. Leg de camera startklaar met de juiste instellingen; meestal een groot
diafragma als f/5.6, lensstabilisator aan vanwege trilling en AF-servo om de
bewegende vogel te volgen. Rijd dan weer langzaam naar de plek vanwaar je de
vogel denkt te kunnen fotograferen. Zodra je op die plek bent aangekomen en
voorzichtig de camera op de bonenzak hebt gelegd, kun je het beste direct wat
foto’s maken – die heb je dan tenminste. Daarna is het beter om de motor van de
auto uit te zetten om trillingen die tot onscherpe foto’s kunnen leiden te
voorkomen. Houd wel het in achterhoofd dat je ten alle tijde langzaam blijft
bewegen; snelle bewegingen leiden meestal tot het vertrek van de vogel.
Bij de rups van de koninginnenpage zou je bijna door zijn exotische uiterlijk met een tropisch dier te maken te hebben. f/10, 1/100, ISO 400, 135 mm
Extra info: De Millingerwaard
Eigen vervoer: Bij Kekerdom aan de dijk op ongeveer 100 meter van de ingang Millingerwaard is een (betaalde) parkeerplaats. Het adres is Weverstraat 96, Kekerdom.
Openbaar vervoer: Vanaf centraal station Nijmegen met buslijn 80 of 82 richting Millingen aan de Rijn en bij Kekerdom, halte Weverstraat, uitstappen. Van daar is een paar minuten lopen naar de Millingerwaard.
Eten: Midden in de Millingerwaard ligt de Millingertheetuin, waar je in een prachtige bloemrijke omgeving een lunch kan genieten.
Eigen vervoer: Vanuit het centrum van Arnhem rijd je naar het zuiden over de Nelson Mandelabrug. Na ongeveer 1,5 kilometer bij de stoplichten rechtsaf en na 500 meter, tegen de dijk op, richting Driel/Heteren. Op de dijk rechtsaf de Drielsedijk op en na een paar honderd meter links de dijk af het hannesstraatje te Arnhem in. Hier is een parkeerplaats en aan de overzijde van de dijk kunt u Meinerswijk in.
Openbaar vervoer: Neem vanaf centraal station Arnhem buslijn 6, richting Heteren. Uitstappen bij de halte Steenfabriek. Daarna nog een klein stukje doorlopen naar de ingang van Meinerswijk.
Eten: Iets verderop in het hannesstraatje ligt Pannekoekenboerderij de Stenen Kamer, gevestigd in een monumentale Saksische boerderij uit 1848.
Shoot wil van elke lezer een betere fotograaf maken. Daarbij kiezen we voor een praktijkgerichte aanpak met realistische onderwerpen. Ervaren fotografen, die bekend staan als de top in hun vak, delen in Shoot hun kennis. Een begrijpelijke uitleg en praktische tips helpen jou als lezer om betere foto’s te maken. Van glamourportret tot straatbeeld, van reisreportage tot concertshot.