Praktijk

Stappenplan landschapsfotografie: van camera-instellingen tot nabewerking

boom in landschap gefotografeerd met polarisatiefilter, manuele scherpstelling op 1/3 van het beeld bij landschapsfotografie

Leer de complete workflow voor landschapsfotografie: van de juiste camera-instellingen en filters tot focus stacking en nabewerking.

Landschapsfotografie is een geweldig boeiende, maar ook uitdagende discipline, zowel technisch als compositorisch. En dus kan een goede werkwijze het verschil maken tussen een gemiddelde foto of een beeld dat er met kop en schouders bovenuit steekt. In dit artikel doorlopen we de complete workflow voor de landschapsfotograaf: van de juiste camera-instellingen tot het gebruik van filters of focus stacking, zodat jij binnenkort moeiteloos de mooiste landschapsfoto’s maakt.

Als landschapsfotograaf moet je best wat hordes overwinnen om een knappe foto te maken. Je moet niet alleen de perfecte locatie vinden, maar ook hopen op het juiste weer en de beste omstandigheden om het landschap echt te laten schitteren. Maar zelfs als alles perfect samenvalt, is het cruciaal om ook alle technische aspecten te beheersen: van de juiste camera-instellingen tot geavanceerde technieken zoals HDR en focus stacking. Zelfs de meest adembenemende landschappen komen immers niet tot hun recht als ze niet op de juiste manier vastgelegd worden. Want bij een onscherpe of onderbelichte foto gaat de magie van het moment sowieso verloren. De oplossing? Een vlotte workflow.

De juiste camera-instellingen

Alles begint met de juiste camera-instellingen. Landschappen fotografeer je ofwel in diafragmavoorkeurstand (A(v)) of manuele stand (M). Je wil immers zelf het diafragma en de scherptediepte kunnen bepalen. Persoonlijk verkies ik diafragmavoorkeur: om te beginnen hoef je niet telkens de sluitertijd aan te passen wanneer je een filter voor de lens plaatst. De camera meet opnieuw het licht en past de sluitertijd aan. Daarnaast vind ik het ook praktischer dat de sluitertijd zichzelf regelt als het beeld verandert. In de manuele stand gebeurt dan niet en zal de foto dus soms compleet over- of onderbelicht zijn als je de compositie drastisch verandert. Het verschil in sluitertijd is immers zo groot dat je in sommige gevallen zelfs niets meer ziet in live-view of de zoeker.

Afhankelijk van de (licht)omstandigheden kies je voor een diafragma tussen f/8.0 en f/16, waarbij de ‘sweet spot’ rond f/11 zit. Zo verzeker je jezelf van voldoende scherptediepte en heb je weinig last van lensfouten die duidelijker worden naarmate het diafragmagetal stijgt.

In sommige situaties zal je echter moeten afwijken van deze waarde. Bijvoorbeeld als er erg weinig licht is of wanneer je fotografeert met een telelens. In dergelijke situaties kan je het diafragma best iets lager instellen, zodat je wat aan sluitertijd wint. Het diafragma hoger instellen doe je dan weer wanneer je bijvoorbeeld een ‘ster-effect’ op de zon wil creëren of een langere sluitertijd nodig hebt om beweging te suggereren.

De ISO-waarde hou je best laag (ISO100-200), maar hou hierbij altijd rekening met de omstandigheden. Als er veel wind staat of je fotografeert met een grotere brandpuntsafstand wordt de camera gevoeliger voor bewegingsonscherpte. In zo’n geval zet je de ISO dus best wat hoger (ISO400-800), zodat de sluitertijd korter wordt en het toestel minder gevoelig is voor trillingen door de wind.

De witbalans staat bij mij meestal op automatisch omdat die toch constant wijzigt afhankelijk van het licht. Als je in RAW fotografeert, kan je de witbalans achteraf nog probleemloos wijzigen. Bovendien is de witbalans ook iets persoonlijk en zal een koude witbalans bij het ene beeld beter werken, terwijl een andere foto beter tot haar recht komt wanneer de witbalans iets warmer afgesteld wordt.

Je start telkens met de belichtingscompensatie op nul. Uiteraard zal dit nog wijzigen, maar om de belichting of de filtratie te bepalen, start je aanvankelijk best met de belichtingsmeter in het midden.

Om elke vorm van trillingen te vermijden, kan je met een DSLR ten slotte nog gebruikmaken van een afstandsbediening of een timer gecombineerd met ‘mirror-lockup’ of ‘spiegelopklappen’. Sommige camera’s beschikken ook over een functie zoals ‘belichtingsvertragingsstand’ (optie d4 of d5 bij Nikon): deze stand combineert een timer met spiegelopklappen, waardoor een afstandsbediening in de meeste gevallen overbodig wordt. Je kan natuurlijk ook fotograferen in live view, waardoor de spiegel al opgeklapt is. Gecombineerd met ‘stille opname’ of ‘silent photography’ vermijd je zo elke vorm van trilling in de camera. De belichtingstijd wordt dan uitsluitend elektronisch geregeld (spanning aan/uit) en de mechanische sluiter maakt geen enkele beweging meer. Dit klinkt vergezocht, maar ik heb ondervonden dat deze optie goud waard is wanneer je landschappen met telelens fotografeert bij langere sluitertijden. Wie mirrorless fotografeert met een systeemcamera heeft geen spiegel of zelfs geen sluiter meer en vermijdt dus sowieso deze problemen.

Stappenplan voor tijdens het fotograferen

Maak meerdere beelden

Tijdens het fotograferen is het belangrijk om altijd rustig en geduldig te werk te gaan. Neem de tijd om meerdere foto’s van hetzelfde beeld te maken, zodat je zeker bent dat er eentje tussen zit waarbij alles goed zit. Zorg ervoor dat je het statief stevig positioneert, vooral bij veel wind of wanneer de ondergrond minder vast is. Zet de poten eventueel wat wijder voor extra stabiliteit.

verkeerd gepositioneerd statief in landschap, tip voor stabiele statiefopstelling bij landschapsfotografie
Zorg dat je het statief stevig positioneert, dus niet zoals op deze foto! Beeld: Bart Heirweg

Compositie

Nu de instellingen goed staan en je camera en statief stevig gepositioneerd zijn, is het tijd om na te denken over je compositie, de opbouw van het beeld. Probeer altijd verschillende composities en uitsneden en varieer je standpunt, zowel hoog als laag. Voorgrondelementen en lijnen gebruik je om meer diepte in je foto’s te creëren. Let op het kader en zorg ervoor dat die niet te krap of te ruim gekadreerd is. Gebruik de regel van derden zodat de horizon of het onderwerp niet altijd in het midden staat. Vermijd te dominante delen in een foto: je wil namelijk dat alles in balans is. Zie het niet altijd te breed, maar durf ook details in het landschap vast te leggen en maak zowel horizontale als verticale beelden. Kortom: denk altijd grondig na over de compositie en controleer alles nog eens goed in live view.

compositie in landschapsfotografie met diepte en evenwicht, herfstlandschap met waterreflectie en bomen
Denk na over de compositie. Zorg voor diepte, evenwicht en balans. Let op het kader en de randen en maak zowel horizontale als verticale beelden. Beeld: Bart Heirweg

Scherpstellen bij landschapsfotografie: 1/3-regel, focus stacking en live view

Landschappen stel je best manueel scherp. Zo vermijd je dat de autofocus scherpstelt op een punt dat te dichtbij of te veraf ligt. Want dan zal de scherpte respectievelijk te veel naar voor of te veel naar achter liggen. Bovendien werkt een autofocus bij weinig licht meestal niet zo goed. Om manueel scherp te stellen gebruik je best live view. Je zoomt hiermee in op 1/3 van de onderkant van het beeld en regelt vervolgens de scherpstelling.

Controleer nadien ook de rest van de foto en zoom in op de achtergrond. Zorg ervoor dat ook die mooi scherpt oogt. Je wisselt dus af tussen voor- en achtergrond en zoekt het scherpstelpunt waarbij beide scherp lijken.

Soms zijn er situaties waarbij het niet lukt om zowel voor- als achtergrond helemaal scherp te krijgen. Dat is meestal het geval wanneer je dichter bij de voorgrond komt en dus afwijkt van de ‘normale’ statiefhoogte. In dergelijke situaties geldt de 1/3 regel voor scherpstelling dus niet meer en maak je best gebruik van focus stacking waarbij je de scherpte van meerdere beelden combineert. Gebruik live view om in te zoomen op de voorgrond en bepaal het dichtste scherpstelpunt. Hou witbalans en camera-instellingen constant en maak verschillende beelden waarbij je telkens een beetje aan de scherpstelring draait tot je bij oneindig komt.

Gelukkig bieden veel toestellen hierbij tegenwoordig hulp. Bij Nikon kan je bijvoorbeeld gebruikmaken van de ‘focus shift’ optie. Bij Fuji en Canon heet dit dan weer ‘focus bracketing’. Hierbij neemt de camera een groot deel van het werk over. Je stelt manueel of met de autofocus scherp op het dichtste deel in de foto en bepaalt vervolgens hoeveel beelden je nodig hebt. Doorgaans kom je met 3 tot 6 beelden al een heel eind, maar het is altijd beter om er twee te veel dan eentje te weinig te maken. Je activeert vervolgens de ‘focus shift’ of ‘focus bracketing’ optie en de camera zal zelf de scherpstelring bedienen en telkens een foto maken. Je hoeft de camera dus niet meer aan te raken: zo minimaliseer je bewegingsonscherpte of kleine verschillen in compositie.

Ten slotte bestaan er nog situaties waarbij je een detail in het landschap fotografeert. In dergelijke gevallen focus je logischerwijze op dat detail. Dat kan opnieuw manueel in live view of eventueel via de autofocus.

Afhankelijk van de situatie bestaan er dus 3 manieren om scherp te stellen:

  • De 1/3 regel wanneer je vanaf normale statiefhoogte fotografeert en de voorgrond niet te dichtbij zit.
  • Focus-stacking wanneer je lager bij de grond fotografeert en de voorgrond dus dichter bij de lens komt.
  • Focussen op een detail wanneer je inzoomt op het landschap.
detail van boom in landschap met telelens, scherpstelling via live view of autofocus bij landschapsfotografie
Beeld: Bart Heirweg

Welke filters gebruik je bij landschapsfotografie? Polarisatie- en grijsfilters

De volgende stap is het plaatsen van filters die bij landschapsfotografie het beeld sterker kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan een polarisatiefilter om de lucht contrastrijker te maken, (herfst)kleuren te versterken of reflecties te beïnvloeden. Kijk eerst door het filter om het effect te beoordelen.

Wil je de sluitertijd manipuleren om meer dynamiek in het beeld te creëren? Maak dan gebruik van een grijsfilter. Probeer te streven naar een sluitertijd tussen 0,5 à 2 seconden om beweging in het landschap te visualiseren.

landschapsfotografie met lange sluitertijd voor beweging in water en lucht, gebruik van grijsfilter voor dynamiek
Met een sluitertijd van ongeveer 1 seconde visualiseer je dynamiek in het landschap. Beeld: Bart Heirweg

Belichting bij landschapsfotografie

Nu de instellingen en compositie goed staan en eventuele filters werden toegevoegd, wordt het nu tijd voor een eerste testfoto. Van deze foto controleer je vervolgens de belichting. Zorg ervoor dat het histogram niet raakt aan de linker- of rechterkant. Maak gebruik van belichtingscompensatie wanneer je in diafragmavoorkeurstand (A(v)) werkt of wijzig de sluitertijd indien je volledig manueel fotografeert. Een positieve belichtingscompensatie of een langere sluitertijd zal de foto lichter maken en dus het histogram naar rechts verplaatsen. Een negatieve belichtingscompensatie of een kortere sluitertijd maakt het beeld donkerder en verplaatst het histogram naar links. Op die manier probeer je te vermijden dat het histogram links of rechts raakt en er dus detail in de hooglichten of schaduwen verdwijnt.

Probeer indien mogelijk de foto in het veld zo licht mogelijk te maken, zonder detail in de hooglichten te verliezen (of dus te raken aan de rechterkant van het histogram). Deze techniek wordt ook wel ‘expose to the right (ETTR)’ of ‘rechts belichten’ genoemd en garandeert de hoogste kwaliteit met de beste signaalruisverhouding. Dit resulteert in een histogram dat dicht tegen de rechterkant zit en een foto die de maximale hoeveelheid licht heeft opgeslagen met de minste ruis in de donkere delen. Opgelet: deze techniek geldt eigenlijk enkel voor RAW beelden en achteraf zal je in het beeldbewerkingsprogramma de foto meestal terug wat donkerder en contrastrijker moeten maken.

Als je twijfelt welke belichting de juiste is, maak dan verschillende foto’s, waarbij je de belichting telkens aanpast. Zo ben je er zeker van dat je over voldoende beelden beschikt met verschillende belichting. Achteraf kan je op het computerscherm bepalen welke volgens jou de beste is.

Contrastproblemen oplossen met grijsverloopfilters of HDR-bracketing

Je probeert altijd eerst om de belichting goed te krijgen door de sluitertijd (of belichtingscompensatie) te wijzigen. Wanneer je echter merkt dat de voorgrond te donker is of er uitbranding in de lucht aanwezig blijft, wijst dat op de nood aan verloopfilters of HDR-technieken. Dat zie je ook in het histogram dat in dergelijke situaties zowel links als rechts raakt.

Op te bepalen hoeveel filtratie je nodig hebt, ga je de foto overbelichten tot de schaduwen/voorgrond goed belicht is. Bepaal aan de hand van het aantal stops dat je moet overbelichten en het percentage uitgebrande hooglichten (flikkering) hoeveel filtratie nodig is: een derde uitgebrand betekent 0.3 of één stop, twee derde uitgebrand betekent 0.6 of twee stops en drie derde uitgebrand betekent 0.9 of drie stops. Je zult merken dat je vaak bij 2 stops uitkomt.

grijsverloopfilter voor gebalanceerde belichting bij landschapsfotografie, contrast beheersen in tegenlich
Met een grijsverloopfilter kan je het contrast onder controle houden.

Beschik je niet over grijsverloopfilters, dan kan je ook een bracketingreeks fotograferen. In zo’n geval maak je meerdere beelden met verschillende belichting, die je achteraf combineert tot een HDR-beeld. Zet de camera in de bracketing-stand en maak een reeks foto’s met telkens 0,7 tot 1 stops verschil. Meestal maak ik 7 tot 9 foto’s, maar die heb je uiteraard niet in elke situatie allemaal nodig. Toch is het beter om wat speelruimte te voorzien: achteraf kan je bij het samenstellen van het HDR-beeld nog altijd foto’s weglaten.

Combineer bracketing met de timer functie van je camera. Zo hoef je het toestel niet meer aan te raken tijdens de opnames en vermijd je opnieuw bewegingsonscherpte of verschillen in compositie. Oudere of minder uitgebreide toestellen laten niet altijd bracketing van 7 of 9 shots toe (in het slechtste geval maar 3 shots). In dergelijke gevallen zal je manueel de sluitertijd of belichtingscompensatie moeten aanpassen en meerdere foto’s maken die je telkens 2/3 stops lichter en donkerder maakt.

bracketing en HDR-fotografie in het landschap, meerdere belichtingen combineren bij landschapsfotografie
Heb je geen grijsverloopfilters of laat de situatie niet toe een verloopfilter toe te passen, fotografeer dan in bracketing en maak meerdere beelden met verschillende belichting. Beeld: Bart Heirweg

Reset

Je hebt nu alle stappen doorlopen om tot een goed belichte en scherpe landschapsfoto te komen. Denk eraan om na de fotosessie je instellingen terug ‘neutraal’ te zetten, zodat je bij de eerstvolgende shoot niet met een compleet over- of onderbelicht beeld start.

Nabewerking van landschapsfoto’s in Adobe Lightroom of Camera Raw

Als je eenmaal thuis bent, rest er je nog één opdracht: wie in RAW fotografeert moet zijn beelden nog nabewerken. Een RAW-beeld is eigenlijk het ruwe beeld of digitaal negatief. RAW-beelden moeten dus nog wat opgesmukt worden omdat ze er anders flets en levenloos uitzien. In Adobe Lightroom of Adobe Camera Raw voeg je achteraf dus nog wat contrast, helderheid en levendigheid toe om de sfeer van die mooie ochtend te visualiseren. Ook de hooglichten, schaduwen, witte- en zwarte tinten hebben vaak wat aanpassing nodig. Sommige fotografen zien nabewerking als een noodzakelijk kwaad, maar eigenlijk maakt dit deel uit van het creatieve proces.

Welk cameraprofiel gebruik je voor landschapsfotografie?

Het cameraprofiel (landschap, levendig, portret, enz.) waarin je fotografeert heeft invloed op het histogram. Deze profielen bewerken de foto eigenlijk voor jou en voegen o.a. contrast toe. Dat betekent dat het histogram uitgerekt zal worden. Je zult dus sneller problemen krijgen met de belichting, want het histogram zal vlugger de linker- of rechterkant raken. Toch is er op dat moment misschien nog helemaal niets aan de hand. Dit contrast wordt immers niet toegevoegd aan de RAW-foto, want het profiel waarin je fotografeert staat los van het RAW-beeld. Je ziet op de camera dus eigenlijk een foutief histogram van een JPEG-preview, bewerkt aan de hand van het profiel waarin je fotografeert. Om het verschil tussen het histogram op de camera en dat in het beeldbewerkingsprogramma te minimaliseren, kan je dus best een profiel kiezen met zo weinig mogelijk contrast (bv. neutraal of vlak). Zo wordt het histogram minder gemanipuleerd en kan je de belichting veel correcter inschatten.

Conclusie: de juiste workflow is essentieel

Bij landschapsfotografie komt heel wat kijken. Het vereist een goede technische kennis om in elke situatie een scherp en goed belicht beeld af te leveren. Maar het is ook een proces dat zich keer op keer herhaalt. Bij elk nieuw beeld of nieuwe compositie doorloop je opnieuw het stappenplan. Naarmate je vertrouwd raakt met dit proces zal dit steeds vlotter gaan en hoef je hierbij steeds minder na te denken. Hierdoor ontstaat ruimte om je te concentreren op het creatieve proces, het verfijnen van composities en het verkennen van minder voor de hand liggende landschapsfoto’s. Vergelijk het een beetje met het leren rijden met de wagen: in de begin komt er veel op je af en verloopt het meestal stroef, maar na enkele jaren wordt het een automatisme en hoef je er niet meer bij na te denken.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag en vrijdag het beste uit de fotografiewereld in je mailbox.

Google Voeg Shoot.be toe als favoriete bron op Google!
Onderwerp: landschapsfotografie, natuurfotografie

Meer relevante berichten

 Word abonnee van Shoot!

Krijg Shoot Magazine 6 keer per jaar (inclusief 2 extra dikke dubbelnummers) vol inspiratie, tips en fotoplezier rechtstreeks in je brievenbus.