Huisdierenfotografie: Portret van je trouwe vriend
Of je nu binnen of buiten fotografeert, met deze tips uit de praktijk maak je sterkere beelden van je huisdier. In dit artikel leer je de do’s en don’ts voor de omgang met dieren, de scherpstelling en de belichting bij het fotograferen van je kameraden.
Het (flits)licht gebruiken
Veel professionele huisdierenfotografen werken graag in het bos. Gemiddeld is er veel minder daglicht aanwezig in bossen. Je kunt dan een open plek of een pad opzoeken, zodat je meer invallend licht en toch een beboste achtergrond hebt. Een lichtsterke lens gebruik je waarschijnlijk al omdat je een kleine scherptediepte wilt hebben. Die hoge lichtsterkte is in combinatie met een hogere gevoeligheid natuurlijk ook heel handig om in donkere omstandigheden te werken. Gebruik centrumgerichte lichtmeting of zelfs spotmeting om het onderwerp correct te belichten. Dit geldt vooral als je met tegenlicht werkt. Stel de lichtmeting handmatig in zodat je geen fouten krijgt na het opnieuw instellen van de compositie. Bij een staand, zittend of liggend huisdier kun je een langere sluitertijd gebruiken, bij een rennende of springende hond lukt dat uiteraard niet.
In het bos kun je een open plaats of een bospad opzoeken voor meer licht. f/6.2, 1/220, ISO 400, 229 mm
Beeldstabilisatie in het objectief en/of de camera is heel nuttig, maar het helpt alleen tegen de trillingen van de fotograaf, niet tegen die van het onderwerp. Je kunt ook flitslicht gebruiken, hoewel niet veel beroepsfotografen dat daarvoor gebruiken. Met een aantal compacte flitsers op accu kun je een mooie opstelling maken. Meestal zul je de omgeving mee willen laten doen, anders had je net zo goed in de studio kunnen werken. Stel daarom de mix van flits- en bestaand licht zo af dat beide meespelen in de belichting.
Gebruik van een enkele flitser is ook mogelijk. Let wel dat het geen typische flitsfoto’s worden, met hard licht en een schaduw achter het onderwerp. Een systeemflitser kan in ieder geval handig zijn om catchlights in de ogen te krijgen; stel in dat geval een lage flitsoutput in.
De juiste houding
Je zult een huisdier meestal stationair fotograferen, dat wil zeggen: in zittende of staande positie. Sommige honden kunnen allebei prima afwisselend doen; dat heeft ook te maken met hoe goed ze op commando’s reageren. Het is fijn om een gevarieerde serie te maken. Er zijn echter ook honden die niet graag zitten of er dan onnatuurlijk uitzien. Laat ze dan staan of liggen en doe dit in overleg met de eigenaar, want die weet meestal wat de beste houding van een hond is. Maak opnamen waar het huisdier in zijn geheel inclusief de omgeving op staat, maar ook van de kop en schouders en alleen de kop. Zorg er bij opnamen van een staand huisdier voor dat alle vier de poten zichtbaar zijn.
Als
het onderwerp in de lens kijkt, is de foto sterker. f/5, 1/500, ISO 200, 75 mm
Of het nu om portretten van mens of dier gaat: als het onderwerp in de lens kijkt wordt de foto sterker. Als je zo’n foto (of schilderij) bekijkt is het alsof het onderwerp jou aankijkt. Toch kun je ook afwijken van deze regel. Als de hond bij buitenopnamen in een andere richting kijkt, krijgt hij een natuurlijke, ongeposeerde houding, alsof er geen camera op hem gericht staat. Bij honden die moeilijk hun aandacht vast kunnen houden gaat dat vanzelf en anders moet je de eigenaar vragen om niet achter jou te gaan staan, maar links of rechts van je.
Dolce kijkt niet in de camera en heeft hierdoor een natuurlijke, ongeposeerde houding. f/2, 1/640, ISO 100, 75 mm
Actie!
We hebben het nu steeds over een stilstaand of zittend huisdier, maar misschien wil je juist de hond rennend fotograferen. Een hond beweegt vaak veel sneller dan een mens, zodat hij voorbij is voordat je het weet. Bij gebruik van een objectief met een langer brandpunt heb je zoals gemeld een kleine scherptediepte. Het voordeel is echter dat de hond door de grotere opnameafstand een langer traject aflegt totdat hij zo dicht bij je is dat je geen opnamen meer kunt maken.
Je kunt het beste overschakelen naar de hoogste seriesnelheid: Continu-AF (C-AF>) en de trackingmodus plus de instelling waarbij je over zo veel mogelijk AF-punten beschikt. Bij veel camera’s wordt dan een groot deel van het beeld afgedekt met scherpstelpunten, zodat het bewegende onderwerp goed gevolgd kan worden. De effectiviteit is niet bij elke camera en elk objectief voldoende, hoewel fabrikanten de laatste tijd grote vorderingen maken. Tegenlicht is een extra voordeel, maar kan ook de autofocus in de war brengen. Gebruik een hogere gevoeligheid en een sluitertijd die snel genoeg is om de beweging te bevriezen, bijvoorbeeld 1/1000 seconde. Stel de belichting handmatig in, zodat alle opnamen gelijk zijn wat betreft helderheid. Een wat kleinere lensopening geeft een grotere scherptediepte waardoor kleine scherpstelfoutjes gecorrigeerd worden. Neem een laag standpunt in.
Bij een spiegelreflexcamera zul je dan al snel op de grond moeten gaan liggen, bij een systeemcamera met een uitklapbaar scherm hoeft dat niet. Begin met de hond staand of zittend tegenover jou op de gekozen plaats. Laat de eigenaar van de hond een bal over jouw hoofd gooien, zodat de hond daar naartoe rent. Je kunt het baasje ook achter jou laten staan en hem de hond laten roepen of lokken met een piepend speeltje.
Blijken je camera en lens toch niet snel genoeg om een naar jou toe rennende hond scherp vast te leggen, probeer dan de handmatige (bff-)manier. Stel scherp op een punt op de grond waar de hond langskomt en druk op het juiste moment (of liever iets eerder) af. Ook hier is oefening belangrijk en je kunt uiteraard ook de serieopnamemodus gebruiken.
Een naar de camera toe rennende hond vergt het uiterste van het scherpstelsysteem van de camera. De professionele snelheidsmonsters van de verschillende cameramerken zijn speciaal ontworpen voor het fotograferen van snelle sport en hebben daarom geen probleem met een rennende hond. In de praktijk zul je bij een normale camera – ondanks beloften van camerafabrikanten – meestal een hit-andmiss resultaat krijgen; af en toe een geslaagde opname tussen onscherpe beelden.
Geef de moed niet op, probeer eens om de hond voor je langs je te laten lopen in plaats van naar je toe. Dit is veel gemakkelijker omdat het onderwerp op ongeveer dezelfde afstand van je blijft; je kunt dit zelfs met handmatige scherpstelling doen. Door het meebewegen van je camera met het bewegende onderwerp wordt het onderwerp scherp en de bewogen achtergrond onscherp, wat een dynamisch effect geeft. Dit effect wordt sterker bij gebruik van langere sluitertijden. Experimenteer en maak veel opnamen in de continumodus. Een beetje beweging in het onderwerp is niet te vermijden, maar het geeft ook juist extra dynamiek. Wat uitsnede betreft is het mooi als er meer ruimte in de looprichting van het onderwerp is.
Diepte suggereren
Door dichter bij je onderwerp te fotograferen wordt de achtergrond ook onscherper. f/4, 1/500, ISO 400, 105 mm
We hebben het al eerder over de wenselijke kleine scherptediepte gehad, waarbij je onderwerp scherp afsteekt tegen een onscherpe achtergrond. Als je niet over een objectief met een grotere lichtsterkte en/of een grotere brandpuntsafstand (dus meer tele) beschikt – of met je smartphone wilt fotograferen – kun je dieptewerking suggereren of in ieder geval een drukke achtergrond vermijden. Plaats het huisdier op een hoger punt zoals een heuveltje, een picknicktafel of een bankje en fotografeer vanaf een laag standpunt zodat het onderwerp afsteekt tegen de lucht. Let hierbij wel op de belichting en gebruik spotmeting, invulflits of een reflectiescherm, anders wordt je onderwerp te donker.
Het vermijden van een drukke achtergrond geeft al een (soort van) dieptewerking. f/5.6, 1/80, ISO 320, 76 mm
Andersom kun je vanuit een hoger standpunt het huisdier van boven fotograferen, dat werkt al als je rechtop staat en een groothoek gebruikt. De grond (bosgrond, grasveld, straatstenen) of bijvoorbeeld een parketvloer werkt dan als neutrale achtergrond. Trek de aandacht van de hond, zodat hij naar de camera kijkt. Door dichter bij je onderwerp te fotograferen wordt de achtergrond ook onscherper en je ziet al een verschil als je alleen de kop in plaats van de hele hond fotografeert. Door gebruik van tegenlicht en invoerende lijnen krijg je ook dieptewerking.
Als je vanaf een hoog standpunt fotografeert, kan de vloer als neutrale achtergrond dienen. f/4, 1/50, ISO 400, 64 mm
Meer tips voor huisdierfoto’s
Dit artikel is ook gepubliceerd in het boek Huisdieren fotograferen van Mark Moed. Hierin leer je om van je huisdier een professionele foto te maken waarop je trouwe viervoeter of gevederde vriend in al zijn glorie tot zijn recht komt. Het boek geeft je de juiste werkwijze voor het fotograferen van honden, katten, paarden en kleine knaagdieren. Je krijgt tips over hoe je ideeën bedenkt voor aansprekende foto’s, het moment naar je hand zet, compositie en standpunt bepaalt en hoe je met dieren omgaat zodat zij zich van hun meest fotogenieke kant laten zien. In het boek staan schitterende foto’s met uitleg over hoe je zelf een soortgelijk resultaat kunt bereiken. Je neemt een kijkje in de keuken van acht meesterlijke fotografen die uitblinken in het fotograferen van dieren. Zij leggen je hun werkwijze en trucs haarfijn uit.
Shoot wil van elke lezer een betere fotograaf maken. Daarbij kiezen we voor een praktijkgerichte aanpak met realistische onderwerpen. Ervaren fotografen, die bekend staan als de top in hun vak, delen in Shoot hun kennis. Een begrijpelijke uitleg en praktische tips helpen jou als lezer om betere foto’s te maken. Van glamourportret tot straatbeeld, van reisreportage tot concertshot.