In mijn vorige artikel over meervoudige belichting schreef ik al dat deze techniek veel meer mogelijkheden biedt. Tijd voor een update dus!

Steeds meer fotografen gaan met de techniek van meervoudig belichten aan de slag en gaven er hun eigen invulling aan. Het onderwerp werd opgenomen in workshops en het werd een uiterst populaire manier van fotograferen. Wat is er nu zo aantrekkelijk aan meervoudige belichting? Er is een aanzienlijke groep fotografen die zoeken naar iets extra’s in hun fotografie. Graag geven ze een kunstzinniger visie mee die verder gaat dan pure registratie. En dan kom je bij die schatkist die meervoudige belichting heet en waar een dubbele bodem blijkt in te zitten met de opwindende opties ‘light’ en ‘dark’ (ook ‘helder’ en ‘donker’ genaamd).

Meervoudige belichting is niet voor iedereen

Helaas is het zo dat niet iedere camera deze mogelijkheid heeft. Veel camera’s hebben meervoudige belichting niet eens in hun menu staan, laat staan de meer geavanceerde toepassingen ervan. Uiteraard kan je dan verschillende foto’s maken en die later in Photoshop samenvoegen met blendmodus ‘lighten’ of ‘darken’, maar het is veel leuker en motiverender om het resultaat meteen op het camerascherm te kunnen zien. Op die manier zie je ook meteen ter plaatse wat er beter kan en bereik je meer op korte tijd.

Hoewel Nikon eerder dan Canon meervoudige belichting op digitale camera’s invoerde, heeft het bedrijf lang gewacht om de optie light/dark die Canon later wel voorzag, over te nemen. Nikon-fan als ik was, liet ik de light/dark – mea culpa – dan ook maar links liggen. Mijn toestel bood me met de ‘gewone’ meervoudige belichting voldoende uitdagingen. Maar met de komst van de Nikon D500, de Nikon D7500 en de Nikon D850 kon ik er niet meer omheen. De opties ‘LIGHT’ en ‘DARK’ staarden me verleidelijk aan en ik moest er nu wel mee aan de slag.

Twee belangrijke principes

Er zijn twee zeer belangrijke zaken waar je even de tijd voor moet nemen om over na te denken. Dan is werken met meervoudige belichting light en dark eigenlijk heel makkelijk. Ten eerste moet je voor ogen houden dat bij de optie light alle donkere delen overschreven worden door alle lichte delen. Hierbij gaat het niet alleen om lichte kleuren die voorrang krijgen op donkere kleuren, maar ook om zonverlichte delen die voorrang krijgen op delen die in de schaduw liggen.

Omgekeerd is het bij de optie dark: alle lichte delen van het beeld worden weggewerkt door de donkere delen die er overheen gefotografeerd worden. Donkere kleuren overschrijven dus lichte kleuren en schaduwrijke delen nemen zonverlichte delen over. De foto’s van de varens illustreren precies wat ik bedoel met dit principe. Omdat dus ook het verschil tussen zon en schaduw meespeelt, zijn zonverlichte dagen de fijnste dagen om met deze technieken aan het werk te gaan.

meervoudige belichting
Principe 1 – light: lichte of zonverlichte delen overschrijven donkere of schaduwrijke stukken in de foto. (f/1.2, 1/250, ISO 64, 55 mm, uit de hand)

Ten tweede is de belichting cruciaal. Bij dark komen veel donkere delen boven op andere donkere delen te liggen. Deze foto’s zijn dan ook snel sterk onderbelicht wanneer men een normale belichting zou toepassen. Hetzelfde gebeurt bij light waar er overlap is tussen lichte delen en de foto dus sterk overbelicht zou kunnen zijn.

Natuurlijk zal de uiteindelijke belichting afhangen van wat je juist fotografeert, de belichtingen die je instelt en welke lichtwaarden er allemaal in beeld zijn en hoe sterk die zijn, maar een goed uitgangspunt is (bij matrix- of meervlaksmeting) het cijfer 2. Indien je een dark meervoudige belichting 2 stops overbelicht, zal het uiteindelijke beeld vaak oké zijn. Idem dito bij de light-optie: hier kan je standaard 2 stops onderbelichten. Het spreekt voor zich dat dit vuistregels zijn en je na de eerste poging nog wat moet finetunen voor een optimale belichting.

meervoudige belichting
Principe 2 – dark: donkere of schaduwrijke delen overschrijven lichte of zonverlichte stukken in de foto. (f/1.4, 1/1000, ISO 64, 50 mm, uit de hand)

Meervoudige belichting in natuurfotografie

Wie denkt in dit artikel alle mogelijke toepassingen in de natuurfotografie te gaan vinden, kan ik al meteen met beide voeten op de grond zetten … of is het net motiveren? Wat ik namelijk ga doen, is enkele toepassingen uitleggen en illustreren. Maar mijn betoog zal absoluut niet exhaustief zijn. Ik heb al verschillende technieken uitgevoerd, de ene met meer succes dan de andere. Ik geef daar enkele voorbeelden van. Veel belangrijker is dat er naast deze voorbeelden nog zoveel andere dingen zijn die je met deze technieken kan toepassen. Gebruik vooral je fantasie en denk goed na over wat je wilt bereiken.

Soft focus

Dit is een van de populairste toepassingen van de ‘gewone’ meervoudige belichting. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van twee opnames op statief, waarvan één in focus bij een groot diafragma en de andere volledig uit focus. Zo creëer je een zachte, wat romantische sfeer. Met de optie light vind ik het effect nog het mooist uitvallen bij bloemen. Uiteraard (doordenkertje) moet deze bloem dan lichter zijn dan de achtergrond of je ziet die zachte halo van de bloem helemaal niet. Een goed voorbeeld hiervan is de foto van de klaproos.

meervoudige belichting
Soft focus – light: werkt goed bij donkere achtergronden. (f/1.4, 1/1000, ISO 64, 50 mm, uit de hand)

Het werken met deze techniek in de optie dark leidt tot een verrassend, bijna duister, beeld. Dit zie je bij de foto van de vijver. De foto wordt ook zachter, maar er zijn geen halo’s meer, de contouren en kleuren worden als het ware afgevlakt.

Focus: AF uit na eerste opname, MF, AF met manual override of werken met AF-ON-knop losgekoppeld van de ontspanknop.

Soft focus – dark: er verschijnt een duistere sfeer in de foto. (f/2.8, 1/200, ISO 320, 70 mm, statief)

Meervoudige belichting: Close-up draaieffecten

Dit is een van de technieken die ik graag uit de losse hand gebruik. Ga bijvoorbeeld op zoek naar een groepje bloemen (zie de foto van de margrieten – optie light) waarvan je er één als draaipunt kiest. Je gaat erboven staan en zet daar het scherpstelpunt van de camera. Dit draaipunt kan zowel in als uit het midden van de foto liggen. Let er wel op dat, wanneer je met een lens werkt die enkel in het midden echt scherp is, je het draaipunt ook in het midden houdt.

Vervolgens probeer je een gelijk ritme te zoeken waarmee je rond het draaipunt stapt. Voor je opnieuw afdrukt, leg je het scherpstelpunt weer exact op het draaipunt en stel je weer scherp. Dit is cruciaal voor een goed resultaat. En zo ga je verder tot je het aantal vooraf ingestelde opnames bereikt hebt. Je kunt de draaibeweging helemaal proberen af te maken tot je de volle 360 graden hebt afgestapt, maar vaak is het mooier om de beweging ergens halverwege te onderbreken.

Overigens zijn dit soort beelden in mijn ervaring het mooist met lichtsterke lenzen met brandpuntsafstanden van ongeveer 50 tot 85 mm waarbij je het diafragma zo ver mogelijk openzet en de achtergrond ver van het draaipunt verwijderd is. Probeer je dit te doen met een madeliefje in plaats van met een margriet, zal het resultaat namelijk veel drukker ogen.

Focus: AF kan je telkens opnieuw gebruiken of alles in MF.

meervoudige belichting
Close-up draai-effecten: goed scherpstellen is de boodschap. (f/1.4, 1/1250, ISO 100, 50 mm, uit de hand)

Stapeltechniek bij meervoudige belichting

Deze techniek kan je zowel met light als met dark gebruiken. Op statief stel je de camera liefst in op 4 à 5 opnames. Je stelt één keer scherp en beweegt dan tussen de opnames een klein beetje naar boven toe alvorens je weer afdrukt. Dit kan mooie effecten opleveren bij een goede bomencompositie of bij een tak met zonverlichte blaadjes. Je kan in plaats van recht naar boven ook een combinatie van bewegingen doen (naar boven, links, rechts et cetera), maar daarvan is het resultaat moeilijk voorspelbaar. Een gelukte foto op deze manier kan er echter erg kunstig uitzien. De beste resultaten bereik ik hier met mijn 70-200mm lens.

Focus: AF uit na eerste opname, MF of werken met AF-ON-knop losgekoppeld van de ontspanknop.

Stapeltechniek – dark: recht opwaartse beweging. (f/8, 1/100, ISO 500, 70 mm, statief)

Slingerbeweging

Ook deze techniek leent zich, afhankelijk van hoe donker of licht het onderwerp is ten opzichte van de achtergrond, voor zowel light als dark. Statief en een beetje telelens met statiefgondel zijn hierbij goede maatjes. Je kiest een duidelijk punt waar je rond wil draaien en stelt de camera in op 5 of 7 opnames.

De eerste foto die je maakt, is die waar je belangrijkste onderwerp rechtop staat. Dan maak je een tweede foto waarbij je de lens een beetje naar rechts kantelt in de statiefgondel en je drukt af. Volgens hetzelfde ritme draai je nog verder en druk je nogmaals af. Hetzelfde doe je in de andere richting. Werk je met 7 opnames, moet je aan elke kant nog even doordraaien en dus drie foto’s langs elke kant van het middelpunt maken.

Focus: AF uit na eerste opname, MF of werken met AF-ON-knop losgekoppeld van de ontspanknop.

meervoudige belichting
Slingerbeweging – light: het vingerhoedskruid bevond zich in de zon, het bos erachter in de schaduw. (f/10, 1/200, ISO 64, 300 mm, statief)

Zoomburst of net niet?

Zoomburst is een leuke techniek om mee te spelen. Hierbij zoom je in of uit terwijl je afdrukt bij een lange sluitertijd. Indien je dit op een zonnige dag wil proberen en je geen grijsfilters bij je hebt, kan je dit plan al snel opbergen … ware het niet dat de light en dark meervoudige belichting soelaas kan brengen.

Je werkt op statief met een zoomlens. Je brengt eerst het onderwerp ruim in beeld en drukt af. Dit kan met een heel snelle sluitertijd, dat maakt niet uit. Vervolgens zoom je lichtjes in op het onderwerp en drukt nogmaals af. En zo ga je verder tot je het ingestelde aantal belichtingen bereikt hebt. Let er wel op om telkens even veel in te zoomen zodat je een gelijkmatig resultaat krijgt.

meervoudige belichting
Simulatie van een zoomburst met de light-techniek. (f/8, 1/2000, ISO 250, 110 mm, statief)

Focus: AF en bij elke opname opnieuw scherpstellen.

Draaien rond details

Deze techniek levert foto’s op waarbij je moet gaan uitleggen wat het precies is. En als je dat dan niet netjes in je notitieboekje hebt genoteerd, sta je soms met je mond vol tanden. De foto’s zijn immers vaak heel verrassend en lijken in niets op de realiteit die je voor je zag.

De makkelijkste manier om dit soort foto’s te maken is alweer met behulp van een statief en een lens met statiefgondel. Op die manier kan je heel gelijkmatig draaien. De lens op een bonenzak bovenop het statief leggen kan deze functie ook min of meer vervullen, maar dan moet je uiterst accuraat werken. Opnieuw kies je een draaipunt (bijvoorbeeld halverwege de stengel van een bloem of een bepaald punt op een boomstam waarrond schaduwen van boomblaadjes zichtbaar zijn) en zet je het scherpstelpunt daarop. Ook hier hoeft dat scherpstelpunt weer niet in het midden te vallen, je kan dat ook off-center plaatsen.

Belangrijk is dat je er nu voor zorgt dat je eenzelfde ritme volgt. Persoonlijk vind ik het opsplitsen van de volledige draaicirkel in 8 opnames het makkelijkst en het ziet er ook netjes en niet te druk uit. Je maakt één foto en onthoudt goed waar het scherpstelpunt stond. Je draait de camera 45 graden in de statiefgondel, controleert nog eens of het scherpstelpunt nog op het draaipunt staat en anders stel je wat bij. In dat geval moet je ook opnieuw scherpstellen. En zo ga je gelijkmatig verder tot je de 8 opnames hebt afgemaakt. Daarna is het afwachten wat er op het scherm verschijnt. Ook deze techniek is zowel toepasbaar bij light als bij dark.

Focus: bij elke opname opnieuw scherpstellen. Dit is niet nodig wanneer het scherpstelpunt na het draaien exact op dezelfde plaats ligt als voor het draaien.

meervoudige belichting
Draaien rond een bosdetail – dark: schaduwen op een boomstam. (f/2.8, 1/500, ISO 200, 105 mm, statief)

Daarboven in het bos

Ik heb een grote voorliefde voor beukenbomen. Hun lange stammen en hun meestal hooggeplaatste bladerdek voelen heel ruimtelijk aan. Een ideaal onderwerp dus voor de groothoeklens. We richten de camera naar boven en kunnen weer dezelfde cirkel gaan maken als in de vorige oefening.

Het kan interessant zijn om dit eerst even uit de hand te proberen zodat je weet of je op de juiste positie staat om een mooie foto te bekomen. Je zet dan het scherpstelpunt weer op het draaipunt in het midden en draait ritmisch rond je as, telkens tussen twee foto’s het draaipunt in het midden houdend – probeer hierbij telkens 45° te draaien zonder over een tak te struikelen of je evenwicht te verliezen in een putje in de oneven bosgrond. Het resultaat zal om die redenen waarschijnlijk niet zo egaal zijn, maar je krijgt toch al een idee hoe de foto er in ideale omstandigheden kan uitzien.

Voor een quasi perfect resultaat gaan we proberen die ideale omstandigheden te simuleren. Was de foto die je uit de hand maakte veelbelovend, dan zet je je statief op die plaats waar je net stond te draaien. Zet het statief laag voor het meest weidse effect. Je zet de camera dan op het statief recht boven de middenzuil, uiteraard met de lens naar boven gericht. Nu is dit makkelijker gezegd dan gedaan, want iedereen heeft een andere statiefuitrusting dus zie ik tijdens workshops de deelnemers lekker creatief knutselen met balhoofden, schommelkoppen, L-brackets en posities van statiefplaatjes alvorens ze de ideale constructie gevonden hebben.

meervoudige belichting
Decentrale plaatsing boomkruin: een groothoeklens geeft een gevoel van ruimte. (f/8, 1/100, ISO 400, 200 mm, statief)

Verder moet je ervoor zorgen dat zowel statief als camera zelf waterpas staan. Op de meeste statieven zit er wel ergens een waterpas, dus dat is niet zo’n uitdaging. Maar door de verschillende constructies om ook de camera naar boven te doen wijzen waarbij je liefst je beeldscherm en/of zoeker nog kunt zien, kan het best zijn dat de camera niet meer waterpas staat. Er zijn allerhande camerawaterpasjes in de handel. De goedkoopste (maar daarom niet meest praktische) optie is om in het midden van de lens op een zacht lensdoekje een mini rubber waterpasje te leggen en dan wat aan balhoofd of andere zaken prutsen tot je ziet dat ook de camera waterpas staat.

Vervolgens moet je gelijkmatig draaien. Je kan, afhankelijk van het gewenste resultaat, 6, 8, 9 of 12 keer draaien, dat geeft natuurlijk telkens een ander beeld. Idealiter heb je een balhoofd waar de gradenboog helemaal rondom zichtbaar is. Wanneer je dan beslist een foto met 6 opnames te maken, druk je eerst af bij nul, dan draai je verder naar 60 graden, druk je weer af en zo verder. Vergeet natuurlijk niet eerst dat lensdoekje van de lens te halen want anders zou het resultaat wel eens kunnen tegenvallen.

Indien je balhoofd geen volledige gradenboog zichtbaar heeft, kan je zelf een soort gradenboog maken op maat van jouw balhoofd die dan als hulp kan dienen. En wat indien je het draaipunt niet in het midden wil? Dan zet je de camera gewoon een beetje uit waterpas door aan een van je statiefattributen te draaien (balhoofd, schommelkop, statiefplaatje), draait weer je rondje 6, 8, 9 of 12 keer en klaar is kees.

Focus: AF uit na eerste opname, MF of werken met AF-ON-knop losgekoppeld van de ontspanknop.

meervoudige belichting
Draaien rond een plantenstengel – dark: vingerhoedskruid in een dor grasveld. (f/8, 1/100, ISO 400, 200 mm, statief)

En dat was het … of niet?

Zoals ik in het begin al zei, zijn dit slechts enkele voorbeelden van de light/dark meervoudige belichting en zijn de mogelijkheden eindeloos. Ongetwijfeld kom je zelf op andere ideeën en komen de komende tijd massa’s creaties tevoorschijn. Niets houd je tegen om bijvoorbeeld ook eens rond twee verschillende bomen in één meervoudige belichting te draaien, of van één insect een insectenfeestje te maken. En laat ook niet na om eens te variëren met de witbalans van de camera, of een foto te maken in zwart-wit. Vergeet ook niet dat een ander diafragma voor een heel ander resultaat kan zorgen. Hoe scherper je achter- of voorgrond wil, hoe meer je moet diafragmeren.

Spelen met witbalans – dark. (f/11, 1/80, ISO 400, 105 mm, statief)
meervoudige belichting
Een weidebeekjufferfeestje – dark. (f/4, 1/1000, ISO 200, 420 mm, statief)

Arme ik, mijn camera kan dit niet

Er zijn inderdaad veel toepassingen die gemaakt lijken voor deze light/dark-techniek, maar als de normale meervoudige belichting in het menu van je camera staat en je stelt deze in op ‘gemiddelde belichting’ of ‘automatische versterking aan’, dan sta je soms versteld dat dat bij sommige van de hierboven beschreven technieken ook wel goede resultaten kan opleveren. Laat de moed dus niet zakken en probeer het eens uit!

Wil je meer weten welke creatieve mogelijkheden je met de techniek van meervoudig belichten je hebt, volg dan een van mijn workshops. Het aanbod vind je op mijn website.

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in