Macrofotografie BHE


Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


De lente is er. Onder het gebladerte schuilen de eerste voorjaarsbloeiers, kikkers en padden keren terug naar hun geboortepoel en de eerste insecten duiken op. Binnenkort worden we online overladen met beelden van al dat moois. Maar hoe zorg je ervoor dat jouw foto’s er bovenuit steken? In dit artikel brengen we vaak gefotografeerde onderwerpen op een creatieve manier in beeld. Zo onderscheiden jouw beelden zich van de rest. Bart Heirweg

Het voorjaar schuilt om de hoek: de dagen worden langer, ‘s morgens hoor je al heel wat vogels fluiten en de eerste voorjaarsbloeiers steken hun kop boven de grond. De monochrome kleuren van de winter maken plaats voor verschillende tinten groen en de natuur ontwaakt uit haar diepe winterslaap. Binnenkort vind je in het bos talloze macrofotografen: op de buik om boshyacinten of -anemoontjes in beeld te brengen. Of tussen de vegetatie langs de oevers van vijvers en vennen speurend naar libellen en waterjuffers. Deze fascinerende microwereld is namelijk ongelooflijk fotogeniek en de meeste onderwerpen werden dan ook al veelvuldig gefotografeerd. Toch brengen de meeste fotografen deze onderwerpen op een vrij klassieke manier in beeld: beeldvullend en met een egale achtergrond. Het onderwerp komt in zo’n geval misschien wel duidelijk in beeld, de foto’s ogen eerder voorspelbaar. Macrofotografie is veel meer dan enkel close-upfotografie van kleine onderwerpen. Door te experimenteren met scherptediepte, licht en voor- en achtergrond breng je deze kleine wereld groots in beeld.

Creatief met scherptediepte

Wie over macrofotografie spreekt, spreekt automatisch ook over scherptediepte. Scherptediepte wordt omschreven als de afstand tussen het dichtstbijzijnde en het verste punt die acceptabel scherp afgebeeld worden. Hoe groter die afstand, hoe groter de scherptediepte. Scherptediepte bepaalt dus ook hoeveel van het onderwerp scherp gefotografeerd wordt. Deze scherpte wordt onder andere beïnvloed door de brandpuntsafstand van de lens, de scherpstelafstand en het diafragma. Door de grotere brandpuntsafstand van de meeste macrolenzen en de korte afstand waarop je fotografeert, is de scherptediepte bij macrofotografie doorgaans erg beperkt. Om het onderwerp dus helemaal scherp in beeld te brengen, zal je een hoog diafragma moeten instellen (bijvoorbeeld f/16), maar dat zorgt dan weer voor meer drukte en detail in de achtergrond. Het is dus lastig om het onderwerp scherp af te beelden en de achtergrond rustig te houden. Maar misschien hoeft het onderwerp niet altijd volledig scherp te zijn.

Macro vlinder
f/6.3, 1/125, ISO 400, 240 mm (kleinbeeldequivalent) – Een vrij saai close-up beeld van een groot geaderd witje op een orchidee waarbij weinig ruimte werd gelaten voor de omgeving.

Door met beperkte scherptediepte te fotograferen en slechts een deel van het onderwerp scherp af te beelden laat je veel meer aan de verbeelding van de kijker over. Bovendien blijven de vormen en kleuren in de voor- en achtergrond dan ook rustig en krijg je te maken met het meest fascinerende aspect van macrofotografie: bokeh. Dit fenomeen kan je omschrijven als de manier waarop de lens de onscherpe delen in de foto weergeeft. Met deze esthetische onscherpte kan je van een gewone macrofoto een echt kunstwerkje maken – als je maar weet hoe je deze onscherpte creatief kunt toepassen.

We stappen dus af van het idee dat het onderwerp altijd helemaal scherp afgebeeld moet worden. Het belangrijkste is dat de focus op de juiste plaatst ligt. Bij dieren is dat doorgaans het oog, want als dat scherp is, krijgt de kijker de indruk dat alles scherp is. Bij bloemen kies je dan weer voor de stampers of de meeldraden in het hartje van de bloem. Uiteraard kan je ook van deze regel afwijken om de kijker opnieuw aan het denken te zetten, maar later meer daarover.

Dynamisch beeld
f/3.0, 1/250, ISO 100, 105 mm – Een groot geaderd witje in zijn omgeving levert een veel sfeervoller beeld af.

Succesrecepten voor bokeh

We zagen eerder al dat scherptediepte afhankelijk is van de brandpuntsafstand van de lens, de afstand tot het onderwerp en het diafragma. Dat is bij bokeh niet anders. De mooiste voor- en achtergrondonscherpte krijg je immers bij zeer beperkte scherptediepte en dus een laag diafragma (bijvoorbeeld f/3.0). Bovendien heeft bokeh alles te maken met de omgeving van het onderwerp. Als je te dicht op het onderwerp kruipt, dan wordt de achtergrond egaal afgebeeld en ontstaan weinig interessante vormen en kleuren. Door net een stapje achteruit te gaan betrek je meer van de omgeving in het beeld en kan je elementen in de voor- en achtergrond gebruiken om de foto spannender, speelser en kleurrijker te maken. In tegenstelling tot wat je van macrofotografie dus zou verwachten ga je het onderwerp net minder beeldvullend fotograferen. Het is vaak zelfs zo dat de context eigenlijk belangrijker wordt dan het onderwerp zelf.

Maar hoe creëer je nu een interessant bokeh? Er zijn een aantal recepten die goed werken. Dauwdruppels bijvoorbeeld: waterdruppels die zich vasthechten op de vegetatie rondom het onderwerp reflecteren het licht en creëren lichtvlekjes in de foto. Afhankelijk van de scherptediepte en de afstand tot de lens worden ze kleiner en scherper of groter en waziger afgebeeld. Als je ‘bokehbubbels’ wil fotograferen, ga je best ’s morgensvroeg op een nevelige ochtend op pad, want dan is de kans het grootst dat de vegetatie onder de dauw zit. Vooral in tegenlicht kunnen deze dauwdruppels voor zeer sfeervolle beelden zorgen. Belangrijk uiteraard is dat je steeds met beperkte scherptediepte fotografeert, want anders zal je het beoogde effect nooit kunnen bereiken.

Macro BHE
f/3.0, 1/2000, ISO 200, 105 mm – Een boswitje gefotografeerd in tegenlicht waarbij gebruik gemaakt werd van beperkte scherptediepte om de dauwdruppels als lichtbubbels weer te geven.

Lichtvlekken in de achtergrond

Naast dauwdruppels kunnen ook lichtvlekken in de achtergrond een meerwaarde geven. Ze ontstaan doordat licht door de vegetatie valt en zo voor een speels patroon van lichtschakeringen in de achtergrond zorgt. Je eigen positie heeft een enorme invloed op de (licht)effecten die ontstaan. Door je camera simpelweg wat te verplaatsen zal je zien dat de achtergrond beïnvloed wordt. Je zal vaak moeten fotograferen vanuit een zeer laag standpunt zodat de struiken en bomen in de achtergrond (en het licht dat erdoor valt) achter het onderwerp gepositioneerd worden. Vanuit een hoger standpunt is zoiets bijna onmogelijk. Het resultaat is een verrassend beeld waarbij de achtergrond geen egaal saai oppervlak meer is, maar een afwisseling van lichtere en donkere vlekken en schakeringen.

Tijgerspin
f/10, 1/60, ISO 400, 105 mm – Deze tijgerspin werd gepositioneerd tegenover struiken waardoor het eerste zonlicht viel. De achtergrond wordt hierdoor spannender en interessanter.

Experimenteer met schaduw en licht

Een andere formule die goed werkt is het combineren van een onderwerp dat zich in de schaduw bevindt met een achtergrond die fel belicht wordt. Dat valt soms van nature voor, bijvoorbeeld wanneer je in een schaduwrijke omgeving fotografeert. Maar je kan het ook in scène zetten door op een zonnige dag het onderwerp af te schermen met een flitsparaplu, terwijl de achtergrond nog steeds fel belicht wordt door de zon. De kleuren en lichtcontrasten die dan ontstaan zorgen voor adembenemende resultaten: dit is dé manier om je macrobeelden te laten opvallen.

Net als bij het zoeken naar dauwdruppels of lichtvlekken in de achtergrond is experimenteren vaak de boodschap. Gebruik live-view om je het leven wat gemakkelijker te maken. Meestal ga ik eerst met de camera in de hand op zoek naar het gewenste effect om vervolgens het statief in de juiste positie te plaatsen. Ik heb meestal ook een tweede (lichter) statief mee waarmee ik de flitsparaplu kan positioneren, zodat ik mijn beide handen vrij heb bij het fotograferen.

Heidelibel
f/3.0, 1/250, ISO 100, 105 mm – Deze zwarte heidelibel werd in de schaduw geplaatst terwijl de achtergrond fel belicht blijft. Hierdoor ontstaat een prachtig contrast tussen onderwerp en achtergrond.

Fotografeer door de begroeiing

We hebben het voorlopig vooral gehad over wat er in de achtergrond gebeurt, maar ook de voorgrond kan een enorme meerwaarde bieden. Door met beperkte scherptediepte doorheen de begroeiing te fotograferen kan je een natuurlijk onscherp kader rondom het onderwerp creëren. Hierdoor krijgt het subject meteen alle aandacht. Bovendien kan je met deze werkwijze ook storende elementen proberen verbergen en ontstaat er een dromerige sfeer in het beeld. Toch zal niet alle vegetatie goede resultaten opleveren. Vermijd te rommelige stukken en ga op zoek naar eerder eentonige en gelijkmatige vegetatie voor een harmonieus resultaat. Let op: je zal jezelf vaak in allerlei posities moeten plooien en buigen om het gewenste effect te bereiken. Mijn ervaring is dat de meest fascineerde bokehbeelden vaak vanuit de lastigste posities gefotografeerd zijn.

Lukt het niet om een natuurlijke vervaging of kader te creëren? Laat de natuur je een handje helpen. Zo gebruik ik soms afgevallen bladeren of wat gras en houd ik die voor de lens om voorgrondonscherpte te creëren. Ik vind het bijvoorbeeld storend wanneer een bloemstengel onderaan het beeld te hard afgetekend wordt. Door gebruik te maken van enkele bladeren en die op de juiste plaats voor de lens te houden kan ik die bloemstengel wat verdoezelen zodat het lijkt alsof hij uit het ‘niets’ omhoogkomt.

Orchidee
f/3.0, 1/400, ISO 200, 105 mm – Deze orchidee (hondskruid) werd doorheen de vegetatie gefotografeerd. Zo ontstaat een diffuus kader rondom het onderwerp. Bovendien kon ik op die manier de onderkant van de stengel wat vervagen.

Speel met licht

Naast scherptediepte speelt ook licht een belangrijke rol bij creatieve macrobeelden. We hebben al geleerd dat je met tegenlicht of het contrast tussen licht en schaduw een bijzondere sfeer kunt creëren, maar je kan nog een stapje verder gaan door te experimenteren met de belichting van de camera. Op bewolkte dagen is het licht vaak diffuus en de lucht weinig interessant. De sombere sfeer van dergelijke dagen is eigenlijk ideaal om high key beelden te maken. Positioneer het onderwerp tegen de egale lucht en overbelicht met 2 tot 3 stops zodat die grijze lucht bijna helemaal wit wordt. De grijze weersomstandigheden ga je dus creatief benaderen met sfeervolle, luchtige en minimalistische beelden als resultaat. Aangezien de lucht je achtergrond vormt kan je bovendien veel hoger in diafragma gaan, zodat het onderwerp helemaal scherp afgebeeld wordt. Omdat de achtergrond (de lucht dus) zo ver weg zit, loop je geen risico dat die te druk wordt.

Maar het wordt pas echt leuk als je verschillende creatieve technieken gaat samenbrengen. Zo kan je high key opnames bijvoorbeeld combineren met voorgrondonscherpte. Omdat high key beelden doorgaans vrij minimalistisch en licht ogen, werkt een onscherpe voorgrond van groene vegetatie in zo’n gevallen minder goed. Daarom durf ik wel eens gebruik maken van een wit stukje stof (een zakdoek bijvoorbeeld) om voor de lens te houden. Omdat je toch met 2 tot 3 stops overbelicht, wordt deze zakdoek (net zoals de lucht) bijna helemaal wit afgebeeld. Het resultaat is een witte, bijna mistachtige onscherpte die je kunt gebruiken om bijvoorbeeld de ‘voet’ van de stengel wat te verdoezelen of om een kader te maken. Lukt het je niet op deze manier of vind je dit erg omslachtig, dan kan je hetzelfde effect proberen te bereiken door in Lightroom gebruik te maken van een gradueel filter die je over de onderkant van het beeld positioneert en lokaal negatieve ‘nevel verwijderen’ en eventueel ‘helderheid” toepast.

Ringoogparelmoervlinder
f/8.0, 1/40, ISO 800, 105 mm – High key beeld van twee ringoogparelmoervlinders op een grijze ochtend. Een stukje witte stof zorgt voor de vervaging van de onderkant van de stengel.

Low key

Wie over high key spreekt, denkt uiteraard ook aan low key. In tegenstelling tot high key, waarbij je vooral gebruik maakt van zeer lichte tonen, maak je bij low key gebruik van donkere tonen en schaduwen. Het beste effect voor low key beelden bereik je als je in tegenlicht fotografeert. Je gaat nu bewust onderbelichten zodat de achtergrond donkerder wordt en het onderwerp als een silhouet afgebeeld wordt. Omdat het subject grotendeels herleid wordt tot haar contouren, is de vorm en de houding van het onderwerp cruciaal.

zwartsprietdikkopjes
f/3.2, 1/6400, ISO 400, 105 mm – Door stevig te onderbelichten kon ik dit low key beeld van twee zwartsprietdikkopjes maken.

Je zult dus op zoek moeten gaan naar pakkende silhouetten. Opnieuw zal het simpelweg verplaatsen van de camera een enorme invloed hebben op de manier waarop de achtergrond weergegeven wordt. Wanneer je in tegenlicht fotografeert, dan ontstaan ongetwijfeld ook hier en daar lichte vlekken in de achtergrond, die je kan gebruiken om het onderwerp in de kijker te zetten. Zo kan je het subject bijvoorbeeld positioneren tegenover de opkomende zon of een lichte vlek in het gebladerte. Door vervolgens fel te onderbelichten behoud je het detail in de lichtste delen, maar wordt de rest van het beeld vrij donker.

Sneeuwklokje
f/4.0, 1/1000, ISO 200, 105 mm – Voor deze foto positioneerde ik een sneeuwklokje tegenover de lucht. Vervolgens heb ik stevig onderbelicht en de lens van de camera grotendeels afgedekt met mijn handen (incl. zwarte handschoenen). Het resultaat is een low key beeld waar het klokje alle aandacht krijgt.

Flitsen

We hebben het voorlopig vooral gehad over natuurlijk licht, maar de (weers)omstandigheden werken natuurlijk niet altijd mee. Op bewolkte dagen kan je immers geen gebruik maken van het zonlicht om de achtergrond te belichten, terwijl je het onderwerp in de schaduw houdt. Het licht is diffuus en zorgt voor onvoldoende contrast. In zo’n geval kan je gebruikmaken van artificieel licht zoals flitslicht om het beeld wat op te fleuren. Door gebruik te maken van een ‘off-shoe’ flits gecombineerd met een gele of oranje kleurengel kan je de achtergrond doen oplichten.

Je zult gebruik moeten maken van een flitstrigger zodat je de flitser kunt loskoppelen van de camera. Je flitst dus niet op het onderwerp zelf, maar positioneert de flitser achter het onderwerp (uiteraard uit beeld) zodat het flitslicht de achtergrond verlicht. Er ontstaat een prachtig contrast tussen het onderwerp en de ingeflitste achtergrond. Door te experimenteren met de instellingen van de camera (ISO-waarde of sluitertijd) kan je de sterkte van het flitslicht beïnvloeden en dus de achtergrond meer of minder oplichten.

Creatief met accessoires

Je kunt gebruik maken van artificieel licht zoals een flitser om in minder goede omstandigheden de achtergrond wat kleur te geven, maar je kunt natuurlijk ook de achtergrond gewoon volledig vervangen. Zo kan je een bonte achtergrond achter het onderwerp plaatsen om het beeld kleurrijker te maken. De achtergrond valt buiten de scherptediepte van het beeld en wordt dus zacht en egaal weergegeven. Vooral bij beelden die sterk in close-up gefotografeerd zijn, zoals details van bloemen of insecten, werkt een geïmproviseerde achtergrond goed. Een kleurrijke jas, een microvezeldoekje dat in je fototas zit om je materiaal te poetsen, de regenhoes van je rugzak of een kniemat uit de doe-het-zelf zaak die je eigenlijk meezeult om de knieën wat te ontlasten tijdens het fotograferen, behoren allemaal tot de mogelijkheden. Je kunt het zo gek niet bedenken als het maar kleur toevoegt.

Plantenspuit

Dauw is een vorm van neerslag die ontstaat wanneer waterdamp in de lucht op de vegetatie condenseert. Het is een natuurlijk proces dat meestal rond zonsopgang optreedt in gebieden met een hoge luchtvochtigheid. Het zijn de ideale omstandigheden om te fotograferen in tegenlicht zodat een prachtig bokeh van lichtvlekjes ontstaat. Jammer genoeg zijn dergelijke momenten in de zomer vrij schaars, zeker nu voorjaar en zomer steeds heter en droger worden.

In zo’n geval kan je dat effect proberen nabootsen door gebruik te maken van een plantenspuit. Met deze spuit benevel je voorzichtig de vegetatie en het onderwerp. Het meest natuurlijk resultaat bereik je wanneer je de nevel vanop enige hoogte laat neerdwarrelen. Sproei dus niet rechtsreeks op het subject, maar spuit in de lucht en laat de wind zijn werk doen. De waterdruppeltjes hechten zich vast op de vegetatie, waardoor het lijkt alsof het de voorbije nacht koel en vochtig geweest is. Eventueel kan je zelfs afdrukken wanneer de minuscule druppeltjes naar beneden vallen, zodat een grafisch patroon van fijne spetters ontstaat. Uiteraard hoef ik hierbij niet te vermelden dat je voorzichtig te werk moet gaan, zodat het onderwerp geen nadeel ondervindt van jouw experiment. Vergeet niet dat het welzijn van het dier of de plant primeert boven eender welke foto.

Speel met het scherpstelpunt

Ik vermeldde eerder in dit artikel al dat je doorgaans scherpstelt op de ogen van het onderwerp wanneer je te maken hebt met dieren of op de stamper of meeldraden in het geval van bloemen en planten. Door hiervan echter af te wijken kan je meer verrassende beelden maken en de kijker aan het denken zetten.

Focus bij insecten bijvoorbeeld eens bewust niet op de ogen, maar op de vleugels. Bij bloemen kan je de focus dan weer leggen op de rand van de bloemblaadjes zodat enkel de eerste kroonbladeren scherp afgebeeld worden. Of je kunt het onderwerp gewoon helemaal onscherp afbeelden zodat je een suggestief beeld overhoudt waarbij de vormen en kleuren belangrijker zijn dan het onderwerp zelf. Laat je creativiteit de vrije loop en experimenteer met het scherpsstelpunt en je zult versteld staan van de resultaten.

Durf experimenteren

Zoals je kon lezen is macrofotografie meer dan enkel het beeldvullend in beeld brengen van kleine onderwerpen. Meer zelfs: ik zou zelfs durven stellen dat het onderwerp van ondergeschikt belang is en dat alles te maken heeft met de omgeving en de manier waarop je het subject benadert. Fotografeer met zeer geringe scherptediepte en experimenteer met licht, belichting, scherpstelpunt, flitsers en andere accessoires en til jouw macrofoto’s naar een ander niveau. Succes!

Creatieve macrofotografietips op een rijtje

  1. Meer dan registratie
    Fotografeer niet altijd in close-up, maar ga een stapje achteruit en laat wat ruimte voor de omgeving.
  2. Ga op zoek naar bokeh
    Fotografeer met beperkte scherptediepte en betrek voor- en achtergrond in het verhaal. Fotografeer doorheen de vegetatie om het onderwerp te omkaderen.
  3. Speel met licht
    Fotografeer in tegenlicht. Plaats het onderwerp in de schaduw en laat de achtergrond fel belicht. Experimenteer met over- en onderbelichten.
  4. Gebruik een flits
    Kies voor een flitser als de weersomstandigheden minder gunstig zijn. Creëer prachtige lichtcontrasten door de achtergrond op te lichten met een kleurengel.
  5. Voeg accessoires toe
    Experimenteer met paraplu’s en artificiële achtergronden voor verrassende resultaten.
  6. Speel met focus
    Stel niet alleen scherp op de ogen van je onderwerp, maar zet de kijker aan het denken door te spelen met het focuspunt.

Over Bart Heirweg

Bart Heirweg, is natuur- en landschapsfotograaf. Wie meer beelden van hem wil zien kan zijn Shoot-artikel over de Durme lezen of meer van zijn werk vinden op Instagram en zijn website.



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in