Hoe gebruik je een reportageflitser los van je camera?
Beeld: iStock.com/cwzahner
Een reportageflitser kan een meerwaarde zijn voor het verbeteren van je foto’s, maar hem zomaar op je camera laten staan is niet de juiste strategie.
Een reportageflitser is een hele handige tool als je ze goed weet te gebruiken. Zet je ze op de camera en laat je zowel je camera als je flitser automatisch werken, dan krijg je meestal zeer lelijke flitsfoto’s. Daarom zweren velen bij natuurlijk licht. Maar als je weet wat je doet is diezelfde flitser een fantastisch instrument waarmee je je fotografie naar een hoger niveau tilt.
Natuurlijk licht of flitser: wanneer kies je wat?
Als je enkel met aanwezig licht werkt, dan ben je beperkt tot het licht dat je hebt. De nieuwe fototoestellen kunnen alsmaar beter om met weinig licht. Maar de kwaliteit van het licht is niet altijd even goed. Als je binnen fotografeert met verschillende lichtbronnen, dan heb je meerdere kleurtemperaturen door elkaar en dat geeft een kleurzweem. Natuurlijk kan je dat in nabewerking nog aanpassen. Maar een huidskleur in postproductie bijsturen is lastig. Het is beter om dat in camera al goed te doen. Ook al heb je licht genoeg, flitslicht op je onderwerp zorgt voor een neutraal wit licht waardoor de huidskleur bij opname al meteen goed is.
uji X-T3, f/1,2 1/250 ISO 2000, 56 mm (zonder flits) Beeld: Kattoo HillewaereFuji X-T3, f/2,8 1/60 ISO 800, 24 mm (met flits) Beeld: Kattoo HillewaereBeeld: Kattoo HillewaereBeeld: Kattoo Hillewaere
Balans tussen natuurlijk licht en flitslicht
Gebruik je flitslicht in combinatie met natuurlijk licht, dan heb je eigenlijk twee belichtingen. Koppel deze los van elkaar en je hebt de volledige controle over de twee. Neem hiervoor altijd eerst een foto van de omgeving zonder flitslicht. Is deze foto naar je zin, zet dan de instellingen op je fototoestel vast en kom er niet meer aan. De omgeving blijft zoals je ze ingesteld hebt bij elke foto constant. Nu ga je je onderwerp belichten met de flitser. Zie deze als een lamp met een dimmer. Je onderwerp meer of minder belichten doe je enkel hiermee.
Kies in het toestel een belichting voor de omgeving. Hier is ze iets onderbelicht. Beeld: Kattoo Hillewaere Fuji X-T3, f/4,0 1/250 ISO 160, 56 mmMet de flitser zet je nu licht op je onderwerp. Beeld: Kattoo Hillewaere Fuji X-T3, f/4,0 1/250 ISO 160, 56 mm
Je kiest dus zelf hoe donker of hoe licht je de omgeving wilt hebben en hoeveel licht op je onderwerp zet. Met die balans kan je gaan spelen. Met de sluitertijd bepaal je hoeveel omgevingslicht je binnenlaat. Deze heeft geen invloed op de hoeveelheid flitslicht. De duur van de flitser is zo kort dat een korte of een lange sluitertijd evenveel flitslicht binnenlaat. Deze is wel bepalend voor de hoeveelheid omgevingslicht. Hoe langer je sluitertijd, hoe meer omgevingslicht binnenkomt en hoe lichter je ze maakt. Meer of minder licht op je onderwerp doe je met de flitskracht. Op die manier zijn de twee belichtingen losgekoppeld van elkaar en heb je volledige controle over de twee apart.
Fuji X-T3, f/4,0 1/250 ISO 1600, 23 mm Beeld: Kattoo HillewaereFuji X-T3, f/4,0 1/60 ISO 1600, 23 mm Beeld: Kattoo HillewaereIn de laatste foto halen we de flitser van de camera en plaatsen deze nu voor het model zodat het uit dezelfde richting komt als het kaarslicht. We zetten het iets hoger om het spooky effect van het licht dat van onderen komt tegen te gaan en we flitsen met een hele lage flitskracht om de sfeer te behouden. Beeld: Kattoo Hillewaere Fuji X-T3, f/4,0 1/30 ISO 1600, 23 mm
De kunst bestaat erin om de sfeer niet weg te flitsen. Daar kan je heel ver in gaan. Hier is een voorbeeld waarbij de sfeer in de kerk met kaarsen heel belangrijk is. Maar het licht van de kaarsen alleen is niet sterk genoeg om een goed portret te maken. En bovendien is het gezicht door de kaars van onderen belicht. Dat geeft een spookachtig effect dat weinig flatterend is.
Deze opname is alleen met aanwezig licht gemaakt. De ISO is vrij hoog en het kaarslicht belicht het gezicht van onderen wat voor een spooky effect zorgt. Beeld: Kattoo HillewaereWe stellen een belichting in voor het lichtste deel in de foto en dat is het kaarslicht. De omgeving is donker en het model lichten we zo meteen bij met flitslicht. Beeld: Kattoo HillewaereWe zetten de instellingen van het toestel goed voor de omgeving en we belichten het model bij met een flitser op de camera. Dat geeft problemen. Het flitslicht is te fel en neemt de sfeer weg en het licht komt uit de richting van het toestel, terwijl het kaarslicht uit een andere richting komt. Beeld: Kattoo HillewaereWe halen de flitser van de camera en plaatsen deze nu voor het model zodat het uit dezelfde richting komt als het kaarslicht. We zetten het iets hoger om het spooky effect van het licht dat van onderen komt tegen te gaan en we flitsen met een hele lage flitskracht om de sfeer te behouden. Beeld: Kattoo Hillewaere
Flitser los van de camera
Zolang de flitser op het toestel staat ben je beperkt in de controle over de lichtkwaliteit, de lichtrichting, het contrast en de lichtafval.
Lichtkwaliteit: hard of zacht licht met de reportageflitser
Als we spreken over de lichtkwaliteit, dan hebben we het over hard of zacht licht. De flitskop van een reportageflitser is zeer klein en geeft daarom hard licht. Van zodra je de flitser van het toestel haalt kan je met een bracket zowat alle omvormers uit de studio gebruiken in combinatie met een reportageflitser. Een bracket is een tussenstuk dat bestaat met verschillende vattingen die overeenkomen met die van studiolampen. Op die manier heb je een mini studio met ontzettend veel mogelijkheden. Nu kan je de kleine harde lichtbron mooi zacht maken. Let er wel op dat je voor zacht licht je lichtbron steeds dicht bij je onderwerp plaatst. We spreken van een kleine lichtbron relatief tegenover het model. Hier is een kleine softbox gebruikt die net buiten beeld staat. Deze geeft een mooi zacht licht. Diezelfde softbox is voor de tweede foto een meter verder gezet en je ziet dat diezelfde lichtbron nu niet meer zo zacht is. Als je zacht licht wilt, dan is een grotere lichtbron alleen maar zacht als die dicht genoeg bij je model staat.
Fuji X-T3, f/7,1 1/125 ISO 200, 56 mm Beeld: Kattoo HillewaereLet vooral op de schaduw van de haarspeld om het verschil in lichtkwaliteit te zien. Beeld: Kattoo Hillewaere Fuji X-T3, f/7,1 1/125 ISO 200, 56 mm
Lichtafval
Lichtafval is een vreemd woord als je het niet kent. In de workshops zijn cursisten geneigd om er synoniemen voor te zoeken omdat ze het woord teveel associëren met vuilnis, vuil licht. Dat zou gekund hebben maar heeft er niets mee te maken. Afval duidt hier op het verminderen van licht. Hoe dichter bij de lichtbron, hoe meer licht, hoe verder, hoe minder. Hoe verder van de lichtbron verwijderd, hoe minder snel het licht afneemt. Dat is belangrijk als je bijvoorbeeld een model ten voeten uit wilt belichten met een flitslicht. Als je lichtbron klein is en enkel het hoofd verlicht, dan zal het lichaam niet veel licht krijgen. Hoe meer naar onder, hoe sneller alles in het donker valt. Wil je dat het lichaam ook licht krijgt, dan zou je kunnen je lichtbron een stuk verder zetten. Hoe verder van de lichtbron verwijderd, hoe minder snel het licht afvalt. Maar zoals we hierboven zagen krijg je met een lichtbron die veraf staat een relatief kleinere lichtbron en dus ook hard licht. Als dat niet is wat je wilt ga je dat anders moeten aanpakken. Je zou dit kunnen oplossen door met twee flitsers boven elkaar te werken. De bovenste maak je zacht met een softbox dicht bij het gezicht. Voor de onderste gebruik je een lange stripbox die het lichaam belicht. Die mag al iets harder zijn dus als het moet zet je die wat verder om het hele lichaam te belichten.
Lichtrichting bij portretten met flits
In het voorbeeld met de kaarsen zagen we dat de richting van waaruit het flitslicht komt belangrijk is om het te doen samenwerken met bestaand licht. Wil je de illusie dat het model belicht is door kaarslicht, dan moet je lichtbron uit dezelfde richting komen.
Maar je kan evengoed bestaand licht gebruiken als een tweede lichtbron en je flitslicht inzetten als hoofdlicht. Een typisch voorbeeld is een portret gemaakt met tegenlicht waarbij de zon als haarlicht dient en de flitser gebruikt wordt als hoofdlicht op het model. Wees je dus steeds goed bewust van de lichtrichting en gebruik deze op een logische manier zodat het geheel klopt.
Fuji X-T3, f/4,0 1/250 ISO 160, 56 mm Beeld: Kattoo Hillewaere
De richting vanwaar het licht op je onderwerp komt is ook heel bepalend voor de sfeer van een portret. Met de flitser op de camera komt het licht van voren en dat geeft een vrij plat beeld. Die richting kan je veranderen door onrechtstreeks te flitsen via het plafond of een muur. Hiermee kan je echt wel mooie resultaten krijgen. Maar wil je meer controle over de precieze richting in combinatie met de grootte van de lichtbron, dan moet je de flitser van het toestel halen. Met een losse flitser zet je net als in een studio je lichtbron precies waar je ze hebben wilt. Je hebt controle over de grootte van de lichtbron, over de hoogte en de hoek tegenover je onderwerp. Elk van deze factoren bepaalt de sfeer van je portret.
Frontaal
Licht dat uit de richting van de camera komt geeft een vrij plat beeld. Dat klinkt slecht maar als het goed uitgevoerd is kan je er mooie resultaten mee bereiken. Het is heel flatterend omdat het weinig schaduw geeft. Hier is gekozen voor een beauty dish die vooraan boven het model geplaatst is. Dat licht is zacht maar minder diffuus dan het licht dat je krijgt met een grote softbox. Omdat het van boven komt geeft het donkere schaduwen onder de ogen, de neus en de kin. Dat kan je makkelijk invullen door een reflectiepaneel onderaan te zetten. Dat licht is net als bij de flitser op het toestel frontaal, maar doordat het losgemaakt is van de camera heb je de mogelijkheid om een beauty dish te gebruiken zodat je een mooi studioportret krijgt en niet een platte flitsfoto.
Beauty dish vooraan boven het model geeft een open beeld met weinig reliëf en zorgt voor een zeer flatterend portret. Beeld: Kattoo Hillewaere Fuji X-T3, f/5,6 1/125 ISO 160, 56 mmDe schaduwen zijn met een reflectiepaneel onder de ogen, de neus en de kin ingevuld. Beeld: Kattoo Hillewaere Fuji X-T3, f/5,6 1/125 ISO 160, 56 mm
Zijlicht
Zijlicht geeft meer schaduwen dan frontaal licht en zorgt voor meer karakter. De plaatsing van het licht is een heel belangrijk onderdeel voor het verhaal dat je vertelt. In tegenstelling tot frontaal licht hebben we bij zijlicht een lichte en een donkere kant. We spreken van een hoog contrast als het verschil tussen die twee groot is. Een groot contrast zorgt voor een mysterieuze sfeer.
Fuji X-T3, f/6,4 1/60 ISO 250, 56 mm Beeld: Kattoo HillewaereFuji X-T3, f/8,0 1/60 ISO 250, 56 mm Beeld: Kattoo Hillewaere
Driekwart
Nu de flitser los staat van de camera kan je spelen met de positie ervan. Iets meer naar voren voor een driekwart positie werkt ook altijd goed. Zet je flitser nu zo tot je het fameuze driehoekje van licht onder het oog in de schaduwkant krijgt voor een typische rembrandt verlichting. Varieer ook in hoogte tot je het resultaat krijgt zoals je het wilt hebben. Alles wat in studio kan is nu ook mogelijk met de reportageflitser. Het enige nadeel is dat je geen instellicht hebt zodat je niet ziet hoe je licht gaat vallen. Het is een kwestie van uitproberen en bijsturen, maar dat lukt ook.
Het spel van licht en donker kan je ook doortrekken in de achtergrond. In het portret hierboven contrasteert de lichtste kant van het gezicht met een donkere achtergrond en de schaduwkant van het gezicht krijgt een lichtere achtergrond. Dat is een hele populaire techniek dat een grote dynamiek geeft aan de foto.
Contrast
Het contrast tussen de donkere en de lichte kant van een portret gaat over de grootte in verschil tussen die twee. Bij het portret met het frontaal licht en opvulling van de schaduwen hebben we geen contrast. Het portret met splitlicht zonder invulling is het andere uiterste en heeft een extreem hoog contrast. Meestal zitten we daar ergens tussenin. Hoe meer contrast je hebt, hoe meer drama je in je portret krijgt. Hoe minder contrast, hoe vlakker maar hoe meer open een persoon overkomt. De keuze is van belang in hoe je je persoon wilt afbeelden en wat het doel van je portret is. Een hoog contrast maakt een portret zeer boeiend, maar is doorgaans minder geschikt voor een zakelijk portret.
Een reportageflitser is een hele handige tool die je zoveel extra mogelijkheden geeft. Je kan er al ver mee komen als je die gebruikt op je fototoestel. Maar haal je ze eraf, dan krijg je er meteen een studio in het klein bij. Met een losse flitser heb je de volledige vrijheid over de lichtrichting. En met een extra bracket erbij heb je toegang tot alle studio omvormers. Een reportageflitser is minder krachtig dan een studiolamp, maar in veel situaties kom je er ruim mee toe. Eens je weet hoe je het volledig naar je hand kan zetten maak je zonder studio toch hele professionele portretten. Het enige wat je moet doen is je schrik om het te gebruiken laten varen en gewoon veel oefenen tot je het in de vingers hebt.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief om het laatste nieuws uit de fotografiewereld te ontvangen én het gratis ebook ‘Start met Fotograferen’.
Kattoo is professioneel fotograaf en houdt ervan haar passie uit te leggen op een manier die helder en eenvoudig is, zelfs als het onderwerp complex is. Haar slogan is: "Eenvoud komt na de complexiteit".