De buizerd, zwevend op de thermiek of zittend op een paaltje langs de snelweg. De torenvalk, biddend boven een grasberm op zoek naar muizen. Heb je al eens geprobeerd deze majestueuze vogels te fotograferen? Dat is lang niet altijd makkelijk.

Wie kent ze niet? De buizerd, zwevend op de thermiek of zittend op een paaltje langs de snelweg. De torenvalk, biddend boven een grasberm op zoek naar muizen. Heb je al eens geprobeerd deze majestueuze vogels te fotograferen? Dat is lang niet altijd makkelijk. Met de tips in dit artikel fotografeer je ze zelfs met groothoekobjectief! Edwin Giesbers

Roofvogels spreken niet voor niets tot de verbeelding van veel vogelfotografen. Ze staan boven aan de voedselketen en ze stralen kracht en macht uit. Bovendien zijn ze met hun vervaarlijke haaksnavel en stoere blik bijzonder fotogeniek.

f/5.6, 1/80, ISO 1600, 400 mm Door de langzame sluitertijd ben ik gedwongen te wachten met fotograferen totdat de buizerd eventjes niet beweegt.

In België en Nederland broeden zo’n veertien soorten roofvogels, de laatste die aan deze lijst is toegevoegd is de visarend. De buizerd en de torenvalk zijn de bekendste vogels op de lijst. Tijdens een autorit of wandelend in de natuur is de kans dan ook het grootst dat je die roofvogelsoorten tegenkomt. Maar ook de boomvalk, verschillende soorten kiekendief en de wespendief zie je weleens voorbij komen. De sperwer, havik en andere soorten die meestal in hinderlaag jagen, kom je minder vaak tegen tijdens wandelingen.

Objectieven voor roofvogelfotografie

In het algemeen geldt bij roofvogelfotografie in het veld: hoe meer millimeters je objectief heeft, des te beter. Roofvogels hebben een uitstekende blik en zijn in het algemeen bijzonder schuw, heel dichtbij een roofvogel zul je dan ook niet geraken. Daarom heb je een flink teleobjectief nodig om ze acceptabel groot in beeld te vangen. Denk aan een vastbrandpuntobjectief van 500 of 600 mm of een telezoomobjectief van 150 tot 600 mm.

f/5.6, 1/800, ISO 1600, 400 mm Bij windstille omstandigheden kun je de spiegeling van de havik op het oppervlak van de vijver mee fotograferen.

Het voordeel van een vastbrandpuntobjectief is dat de afbeeldingskwaliteit hoger is. Bovendien hebben ze meestal een hogere lichtsterkte, waardoor ze beter geschikt zijn om te worden uitgerust met een teleconverter. Die zijn ideaal als je nóg meer millimeters nodig hebt.

Ook bij de meeste telezoomobjectieven kun je zo’n teleconverter gebruiken, maar dan mis je meestal de noodzakelijke hogere lichtsterkte om de AF te kunnen gebruiken. Bovendien haalt een teleconverter altijd iets van de scherpte weg, waardoor de combinatie met de minder goed presterende zoomobjectieven al snel zal tegenvallen. Het is dan beter om achteraf in een fotobewerkingsprogramma als Lightroom een uitsnede te maken om de vogel op die manier groter in beeld te brengen. Dankzij de grote hoeveelheid pixels van de huidige generatie camera’s zijn daar meer dan genoeg mogelijkheden voor. Voor een crop van het beeld moet het originele bestand wel ragscherp zijn, want een deelvergroting vraagt meer van de ultieme scherpte.

f/6.3, 1/640, ISO 1000, 400 mm Eén straaltje zonlicht beschijnt de havik. Met een onderbelichting van -1.33 EV heb ik voorkomen dat deze overbelicht raakt.

Ga je fotograferen vanuit een fotohut, dan vraagt dat deels specifieke eisen wat betreft het te gebruiken objectief. Daarover vertel ik je verderop in dit artikel.

De mobiele schuilhut

Een aantal soorten roofvogels zijn prima vanuit de mobiele schuilhut, de wagen dus, te fotograferen. Denk daarbij aan soorten als de buizerd, de torenvalk maar ook aan zowel de bruine, de blauwe als de grauwe kiekendief. De eerste twee soorten kom je merendeel tegen in weiland- en poldergebieden. Als ze niet op een paaltje of in een boom of een hoge struik zitten die ze als uitkijkpost gebruiken, dan vliegen ze wel rond op zoek naar een prooi.

Een rijstzak, een autoraamstatief van Berlebach en een camouflagenet zijn dé accessoires voor roofvogelfotografie vanuit de auto. (Foto door Peter van Wieringen)

Kiekendieven vind je vooral in waterrijke gebieden met rietvelden. Alle soorten zijn grondbroeders, die vooral boven de moerassige delen op met name watervogels jagen. Heb je eenmaal een jagende kiekendief gespot, dan kun je er meestal vanuit gaan dat je ze in de nabije omgeving veel vaker aantreft. Kom je bijvoorbeeld een bruine kiekendief tegen en vliegt deze weg, dan raad ik aan om een tijdje in de auto te blijven wachten. Vaak durft de roofvogel na een korte periode weer dichter bij de auto te komen. Dat zijn prima momenten om hem in de vlucht te fotograferen.

f/6.3, 1/2000, ISO 400, 630 mm (kleinbeeldequivalent) Door links in de compositie ruimte te reserveren, creëer je een kijkruimte voor de slechtvalk.

Meestal trekken kiekendieven ze zich niks van je aan als je in de wagen blijft, ze voelen zich niet bedreigt. Maar dat ligt anders voor de buizerd als deze rustig op een paaltje zit. Hoewel, je kunt rustig langs zo’n buizerd fietsen of autorijden en er is niks aan de hand, hij of zij blijft zitten. Maar zodra je stopt en langzaam maar zeker je objectief op ‘m richt … meestal nog voordat je één foto hebt kunnen maken, gaat de roofvogel dan op de wieken. Natuurlijk zijn er exemplarische uitzonderingen die minder schuw zijn, maar in het algemeen is de kans groot dat een buizerd ervandoor gaat.

f/7.1, 1/2500, ISO 640, 900 mm (kleinbeeldequivalent) Vanuit de auto kan ik de buizerd fotograferen terwijl deze wordt aangevallen door een kraai.

Een oplossing hiervoor is om een camouflagenetje voor het zijraam aan de bestuurderskant te plaatsen. Die kan je bij de gespecialiseerde fotowinkel kopen of online bestellen. Vaak moet je zo’n netje eerst even op maat knippen. Je hangt het met een touwtje of klittenband aan de bovenkant van het zijraam en rolt het op. Zodra je in de verte een buizerd op een paal of in een struik spot, draai je het raampje open en laat je het camouflagenetje zakken. Je kunt er dan nog doorheen gluren (dat is belangrijk voor de verkeersveiligheid), maar je onttrekt jezelf aan het zicht van de buizerd. Rijd vervolgens heel rustig verder richting de roofvogel. Pas wel op voor het overige verkeer en de berm bij dat laatste stukje autorijden. Zodra je bijna op de gewenste plek bent aangekomen, zet je de motor af en laat je de auto rustig uitrollen. Zet de auto in de versnelling of voorzichtig op de handrem om te voorkomen dat je de naastgelegen sloot inrolt. Nu ben je klaar om je objectief voorzichtig onder het netje door op de buizerd te richten. Meestal kun je ‘m zo prima fotograferen.

Stabiliteit vanuit de auto

Bij het fotograferen met zware teleobjectieven vanuit de auto is het belangrijk om goed rekening te houden met de stabiliteit, wil je scherpe foto’s overhouden. Ten eerste is het aan te raden om de automotor uit te zetten, dat voorkomt al ongewenste trillingen die tot onscherpte zouden kunnen leiden. Daarnaast kan ik ook aanraden om een rijstzak te gebruiken, waarop je het zware objectief kunt leggen. Dat levert naast een stabiele, trillingvrije ondergrond ook een meer relaxte houding op als je langer moet wachten – en dat is vaak nodig.

Er zijn zogenaamde broekzakrijstzakken in de handel, die door hun vormgeving beter op het portier van de auto blijven liggen. (Overigens is de naam rijstzak wat gedateerd, veel van deze zakken worden geleverd met granulaatkorrels. Deze kunststofkorrels zijn lichter en zuigen zich bovendien niet vol met water, in tegenstelling tot de rijstkorrels die daardoor in een vieze drab veranderen.)

f/8.0, 1/800, ISO 500, 750 mm (kleinbeeldequivalent) Vanuit de rijdende schuilhut kan ik deze torenvalk op een paaltje fotograferen.

Als je de camera met objectief op een rijstzak op het portier hebt liggen, zul je in een ongemakkelijke houding met gebogen rug door de zoeker moeten kijken. Het portier ligt namelijk een stuk lager. Zeker als je langer door de zoeker tuurt, kan dat vervelend zijn. Je kunt dit oplossen door een raamstatief te gebruiken. Dit is meestal een balhoofd met klem die je op het raam bevestigd. Je brengt het geheel vervolgens op ooghoogte door het raam iets omhoog te draaien. Het Berlebach 50120 autoraamstatief vind ik een aanrader. Dit is eigenlijk een groot, houten platform dat op het raam gemonteerd kan worden. Je kan het plateau horizontaal in een gewenste positie kantelen en het met een knop fixeren. Je legt de rijstzak op het plateau om extra stabiliteit te krijgen. De genoemde Berlebach heeft ook een aansluiting voor een statiefkop, en is daarmee een fijne accessoire om comfortabel vanuit de auto te fotograferen.

Fotograferen vanuit een schuiltent

Om roofvogels van nog dichterbij dan vanuit een auto te kunnen fotograferen, biedt een schuiltent goede mogelijkheden. Ze zijn verkrijgbaar in allerlei soorten en maten, van éénpersoonstenten tot tenten waarin je gezellig met een collegafotograaf kan zitten. Er zijn tenten waar je tijd en handigheid voor nodig hebt om op te zetten, en er zijn tenten die je met één beweging van een klein pakketje tot gebruiksklaar transformeert. Soorten als de havik en de sperwer kun je vanuit zo’n tent prima fotograferen.

Maar er komt meer bij kijken dan alleen je tentje opzetten. Om de roofvogels op korte afstand van de tent te krijgen, dien je ze te lokken. Dat kan met een dode prooi, die je bijvoorbeeld langs de weg hebt gevonden. Of je maakt in een geschikte biotoop als een bos een vijvertje waar de vogels dan hopelijk op af komen om te drinken.

Het zal duidelijk zijn dat je niet zomaar overal je tent kunt plaatsen. Een stukje gepachte bosgrond, waarop je je tent voor een langere tijd veilig kunt laten staan, is wat locatie betreft ideaal. Ook omdat roofvogels in het algemeen moeten wennen aan een schuiltent. Als zo’n tent er maar een enkele dag staat, kan het zijn dat de roofvogels in de buurt het niet vertrouwen. Dus komen ze ook niet bij het vijvertje drinken. Soorten als de sperwer, de havik en de buizerd kun je goed vanuit een schuiltent fotograferen.

Fotohut huren

Heb je geen mogelijkheden om een schuiltent op een min of meer vaste plek op te stellen, dan is een commerciële fotohut een goed alternatief. Deze kan je voor een dag huren. In zowel België als Nederland zijn er tal van mensen die natuurfotografen de mogelijkheid bieden om – vaak tegen een gering bedrag – vogels vanuit fotohutten te fotograferen. Soms zijn dit primitieve, tochtige hutjes met daarin een wankel tuinstoeltje waar je na een dag zitten met pijn in de rug uitkomt. Maar meestal zijn het prima verzorgde en luxueuze hutten met comfortabele stoelen. Vaak hebben ze zelfs verwarming voor tijdens de koudere dagen. De meeste hebben voor het raam een rail waaraan je een balhoofd kan monteren.

f/5.6, 1/800, ISO 1600, 400 mm In close-up vallen de prachtig oranje gekleurde ogen van de havik op.

Bij vrijwel alle fotohutten komen er allerlei soorten zangvogels, en zo af en toe een roofvogel. Maar er zijn ook fotohutten die bekend staan om de frequentere bezoekjes van roofvogels. Huur je zo’n hut, dan moet het wel erg vreemd lopen wil je geen roofvogel voor je lens krijgen. Meestal komen ze enkel in de buurt van de hut om water uit de vijver te drinken, maar soms gebeurt het dat bijvoorbeeld een grote havik er een waterbad in neemt. Het is prachtig als zoiets gebeurt, op slechts enkele meters voor je neus. Maak je dat voor het eerst mee, dan giert de adrenaline door je lijf. Wat is zo’n havik op een paar meter afstand groot en imposant! En wat een prachtige felle ogen heeft deze heerser van het bos! Je zou dan bijna vergeten om te fotograferen …

Een aantal fotohutten is uitgerust met glas, dat je een goed zicht biedt op de omgeving vóór de hut. De vogels kunnen jou echter niet zien. Het is wel belangrijk om donkere kleding te dragen, want bewegingen in lichte kleding kunnen ze mogelijk toch waarnemen. De kans is dan dat ze er meteen vandoor gaan. Andere hutten zijn dan weer voorzien van glas om enkel doorheen te kijken, en van een opening om het objectief doorheen te steken. Bij dit soort hutten heb je het voordeel dat je niet aan licht en scherpte verliest, vergeleken met de hutten waarbij je door het glas dient te fotograferen.

f/5.6, 1/60, ISO 800, 600 mm (kleinbeeldequivalent) Bij een schuilhut komen de roofvogels soms zo dichtbij dat zelfs portretfoto’s mogelijk zijn.

Zodra een roofvogel bij de fotohut is geland, gaat hij vaak eerst op een tak bij de hut zitten. Hij neemt de tijd om de omgeving te observeren. Voelt hij zich veilig, dan gaat de roofvogel naar de vijver om te drinken of naar de prooi om te eten. Zodra een roofvogel voor de hut zit – en jij weer op adem bent gekomen van zijn verschijning – heb je de neiging om meteen te fotografen. Houd echter nog even in en wacht tot het dier gaat drinken of eten. Fotografeer je te snel, dan is de kans aanwezig dat de roofvogel argwaan krijgt door het geluid van de sluiter. Het gevolg: hij gaat er weer vandoor en laat zich de rest van de dag niet meer zien.

Het is ook heel belangrijk om de gehele dag in de hut te blijven en niet steeds naar buiten te gaan om bijvoorbeeld even de benen te strekken. Het is goed mogelijk dat er zich hoog in de bomen in de nabijheid van de hut roofvogels bevinden. Die zijn dan meteen gealarmeerd. Ook dan is de kans groot dat je op die dag geen roofvogel meer zult zien. Voldoende zitvlees en geduld zijn bij roofvogelfotografie dan ook belangrijke eigenschappen! Tip: met een kop warme koffie uit de thermosfles en een stuk appeltaart kom je in een luxe stoel de tijd echt wel door.

Roofvogels in vlucht

Het fotograferen van vliegende roofvogels is een vak op zich. Ook hierbij kan je best vanuit de auto te werk gaan. Omdat je geen bedreiging vormt, durven de vogels toch dichterbij te vliegen. Het volgen en in beeld houden van een vliegende roofvogel is vanuit het autoraam helaas lastig, omdat je bewegingsruimte beperkt is.

Houdt altijd de alarmerende roep van andere vogels in de gaten als je op een plek staat te posten. Meestal vliegt er dan ergens in de nabijheid een roofvogel die weleens voor de auto kan opduiken. Soms worden roofvogels lastig gevallen door bijvoorbeeld kraaien, dan is het de uitdaging om die twee vogelsoorten in één beeld te vangen. Om de roofvogels in hun vlucht te fotograferen stel je de autofocus van je camera in op continu-AF. Vervolgens selecteer je de methode waarbij een groep focuspunten in het centrum actief is. Met een groep autofocuspunten houd je de vogels namelijk beter in focus dan wanneer er maar één punt actief is. Houd ook de sluitertijd in de gaten, want die dient kort genoeg te zijn om de beweging van de vliegende vogel te bevriezen. En, als je uit de hand fotografeert, kan zo’n korte sluitertijd ook voldoende te zijn om onscherpte door de beweging van de camera op te vangen. Meestal voldoet een sluitertijd van 1/1000 seconde of korter. Het kan sowieso geen kwaad om te oefenen en vooraf testfoto’s te maken, bijvoorbeeld bij vliegshows van vogelsoorten in dierenparken.

f/6.3, 1/640, ISO 640, 900 mm (kleinbeeldequivalent) Een bruine kiekendief vliegt langs in het vroege ochtendlicht.

Een soort als de torenvalk blijft stil in de lucht hangen als hij ‘bidt’, en op die momenten is hij iets makkelijker in beeld te houden. Het mooiste beeld krijg je als je min of meer op gelijke hoogte van de valk kan fotograferen. Daarom zijn de gebieden met uiterwaarden en dijken heel geschikt voor roofvogelfotografie. Daar zie je vaak ‘biddende’ valken die speuren naar muizen in de vegetatie op de dijk. Met een beetje geluk komt zo’n valk min of meer naast de auto op gelijke hoogte!

Met groothoekobjectief

Roofvogels fotograferen met een groothoekobjectief – het klinkt bijna als een contradictio in terminis. Je hebt immers te maken met hele schuwe vogels die je vooral op grote afstand ziet. Maar het is zeker wel mogelijk hoor! Je moet wat medewerking krijgen van de roofvogel, want niet ieder exemplaar accepteert het sluitergeluid van dichtbij. Maar áls het je lukt, heb je zonder twijfel een zeer pakkende plaat waarmee je op social media kunt scoren.

Hoe dan? Allereerst moet je met een dode prooi werken. Dat wordt bij een aantal commerciële fotohutten voor je geregeld. Monteer je camera met groothoekobjectief op een klein statiefje, positioneer hem vlakbij de prooi en stel de compositie in. Een zeer degelijk statiefje dat hiervoor prima bruikbaar is, is bijvoorbeeld de Leofoto MT-01 met ballhead LH-25.

f/5.6, 1/13, ISO 1600, 20 mm Ook een schuwe roofvogel als de havik is met een groothoekobjectief en afstandsbediening te fotograferen.

Sommige camera’s hebben een functie waarbij de sluiter minder of geen geluid maakt, het is raadzaam om die in te schakelen. Ook kan je overwegen een zogenaamde camerablimp aan te schaffen. Dit is een behuizing waarin je je camera plaatst, en die het geluid van de camera reduceert. Je wilt immers alles doen om te voorkomen dat de roofvogel schrikt terwijl hij op de prooi zit. Om de camera te bieden, ofwel de sluiter te ontspannen, kun je een draadloze afstandsbediening inzetten. Vooraf dien je dus wel al de scherpstelling voor elkaar te hebben.

Je kan er natuurlijk ook voor kiezen om in zo’n situatie je camera middels een app op je mobiel aan te sturen. Voor mijn Nikon-camera’s gebruik ik de app WirelessMobileUtility, die het beeld van mijn camera op het scherm van mijn telefoon laat zien. Met deze app kan ik de autofocus van de camera op elke gewenste plek richten. Andere cameramerken hebben hun eigen apps met vergelijkbare mogelijkheden, afhankelijk van je camera.

Dit artikel is geschreven door vaste Shoot-medewerker Edwin Giesbers. Ook de beelden zijn door hem gemaakt. Op zijn website vind je meer beelden van hem en informatie over zijn werk als natuurfotograaf. Edwin schreef bovendien een boek over macrofotografie.

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in