Van plan om een zonsverduistering te fotograferen? Dit heb je nodig om op de juiste, veilige manier foto’s te maken.
Een zonsverduistering is een van de weinige natuurfenomenen waarvoor mensen de wereld rondreizen. De maan schuift voor de zon, het licht krijgt een vreemde metaalachtige kleur en dieren gedragen zich alsof de avond te vroeg valt. Het is ook een van de weinige onderwerpen waarbij verkeerd fotograferen je ogen én je camera permanent kan beschadigen. Hieronder lees je wat je nodig hebt, wat je absoluut niet moet gebruiken en hoe je tot een scherpe opname komt.
Regel één: kijk nooit met het blote oog in de zon
Dit is de belangrijkste tip en meteen de enige die niet onderhandelbaar is. Zelfs wanneer 90 procent van de zonneschijf bedekt is, blijft de resterende sikkel de krachtigste natuurlijke lichtbron aan de hemel. Je netvlies heeft geen pijnreceptoren, dus je merkt de schade pas uren later.
Gebruik een eclipsbril met een filter dat voldoet aan de internationale norm ISO 12312-2. Volgens de Vlaamse Volkssterrenwachten filtert zo’n bril niet alleen het zichtbare licht, maar ook de ultraviolette en infrarode straling die je niet ziet en niet voelt.
Deze zaken mag je NOOIT gebruiken:
- een zonnebril, ook een dure met UV-coating
- berookt glas
- een fotonegatief of een röntgenfoto
- een cd of dvd
- een ND-filter, ook een sterke
- een gewone lasbril
Lasglas is de enige uitzondering op die laatste, maar alleen in de zware uitvoering met een dichtheid van 14 of hoger. Lichter lasglas laat te veel infrarood door. Controleer je eclipsbril ook op krasjes, scheurtjes of speldenprikken voor je hem gebruikt. Houd hem tegen een felle lamp: je mag niets zien behalve de gloeidraad.
Waarom een ND-filter géén zonnefilter is
Denken dat een ND-filter voldoende bescherming kan bieden is een grote fout. Een 10-stops ND-filter is bedoeld voor lange sluitertijden bij daglicht, bijvoorbeeld voor vloeiend water of wolkenstrepen, maar komt nog steeds te kort voor een zonsverduistering. De dichtheid is niet voldoende. Om de zon rechtstreeks te fotograferen heb je ruwweg 16 tot 17 stops lichtvermindering nodig, wat overeenkomt met optische dichtheid 5 (ND100000). Tien stops is honderd keer te licht.
Ten tweede blokkeren gewone ND-filters het nabij-infrarood niet. De UV- en IR-straling van de zon kunnen je sensor oververhitten en zelfs diafragmalamellen doen smelten, ook wanneer het beeld op je scherm correct belicht lijkt. Filters stapelen lost dat niet op: je loopt tegen diffractie aan lang voor je de nodige dichtheid haalt, en het infraroodprobleem blijft.
Wil je meer weten over waar ND-filters wél voor dienen, lees dan onze uitleg over ND-filters.
Welke filter heb je dan wel nodig?
Voor systeemcamera’s zijn er twee bruikbare opties.
Zonnefolie. Baader AstroSolar-veiligheidsfolie met dichtheid OD 5.0 is de klassieker onder astrofotografen. Je knipt er zelf een schijf uit en monteert die spanningsvrij in een kartonnen of geprinte houder die over je lensvatting schuift. Goedkoop, licht en verrassend scherp. Reken op een neutraal tot licht blauwachtig beeld dat je in nabewerking makkelijk warm trekt.
Een schroeffilter of magneetfilter. Merken zoals NiSi, Haida en K&F Concept bieden intussen zonnefilters aan met ND100000 (16,6 stops) en een expliciete UV/IR-cut. Duurder, maar sneller te monteren en steviger in de wind. Let op de aangegeven filtermaat van je objectief.
Opgelet: een zonnefilter voor je camera is niet automatisch geschikt om er met het blote oog door te kijken. Sommige fotografische exemplaren zijn dat uitdrukkelijk niet. Lees het etiket.
Koop je materiaal ruim op voorhand. Bij de eclips van augustus 2026 verkocht de Koninklijke Sterrenwacht van België naar eigen zeggen in minder dan een week meer dan 13.200 eclipsbrillen en moest de online verkoop stilgelegd worden.
Kijk niet door de zoeker, ook niet bij een systeemcamera
Een objectief werkt als een vergrootglas. Door een optische zoeker van een spiegelreflex naar de zon kijken is een kwestie van seconden voor er blijvende schade is. Bij een spiegelloze camera kijk je naar een schermpje, dus je oog loopt geen risico. Je sensor wel: die wordt bij een elektronische zoeker permanent blootgesteld aan het gebundelde licht. Werk daarom altijd met een filter en laat de camera tussen de opnames door niet minutenlang op de zon gericht staan. Zet de lensdop er even op tijdens het wachten.
Hoeveel millimeter heb je nodig?
Ondanks de omvang van de zon is ze aan onze hemel maar een half graadje breed. Vuistregel: de diameter van de zon op je sensor is ongeveer je brandpuntsafstand gedeeld door 109.
Concreet, op fullframe:
- 400 mm: zonneschijf van ongeveer 3,7 mm, een klein stipje in het kader
- 600 mm: ongeveer 5,5 mm, herkenbaar maar klein
- 1.000 mm: ongeveer 9 mm, ruim een derde van de beeldhoogte
- 2.000 mm: ongeveer 18 mm, zowat beeldvullend in de hoogte
Op een APS-C-camera haal je een vergelijkbaar resultaat met ongeveer 1.300 tot 1.400 mm, op micro-four-thirds met de helft van de fullframewaarde. Ga je nog verder, dan valt de zon simpelweg buiten het kader. Voor de meeste fotografen is 400 tot 600 mm het realistische vertrekpunt. Denk aan een Sony 400-800 mm, een Canon RF 200-800 mm, een Sigma 60-600 mm of een Nikkor 180-600 mm, eventueel met een 1,4x of 2x teleconverter. Dat levert een kleine maar perfect scherpe zon op die je later kunt uitsnijden.
Wil je zonder verwisselbare objectieven maximale reikwijdte, dan blijft een superzoomcamera een efficiënte oplossing. De Nikon Coolpix P1100, aangekondigd in februari 2025 als opvolger van de P1000, biedt volgens Nikon 24 tot 3.000 mm in fullframe-equivalent met een 1/2,3-inch sensor van 16 megapixels. De beeldkwaliteit haalt die van een fullframecamera niet, maar voor een zon met zonnevlekken in beeld is het meer dan genoeg. Ook zo’n camera heeft een zonnefilter nodig.
Camera-instellingen
Werk in manuele modus. Met een zonnefilter voor de lens werkt je autofocus zelden betrouwbaar, dus stel manueel scherp. Gebruik Live View, zoom digitaal in tot 10x op de rand van de zonneschijf of op een zonnevlek en draai tot die rand messcherp is. Herhaal dat gerust tussendoor, want temperatuurverschillen doen je scherpstelling verlopen.
Een bruikbaar vertrekpunt met een filter van OD 5.0:
- ISO 100 (of de laagste native waarde)
- diafragma f/8, het scherpteoptimum van de meeste telelenzen
- sluitertijd rond 1/500 s
Maak meteen een testopname en beoordeel het histogram, niet het schermbeeld. De juiste sluitertijd hangt af van je filter, je diafragma en vooral van de hoogte van de zon: staat ze laag boven de horizon, dan slikt de atmosfeer een pak licht en heb je langere tijden nodig. Bracket ruim, van 1/4.000 tot 1/125 s, en kies achteraf.
Verder:
- Fotografeer in raw. Je hebt de extra ruimte nodig voor de kleurcorrectie van de filter.
- Statief en draadontspanner of zelfontspanner. Bij 600 mm is elke trilling zichtbaar.
- Zet beeldstabilisatie uit op statief.
- Bij een spiegelreflex: gebruik spiegelvoorontspanning.
- Blijf onder de 1/500 s bij lange brandpunten. Luchtturbulentie is bij zonnefotografie vaak de echte beperkende factor, niet je objectief.
- Een intervalometer laat je om de paar minuten automatisch een beeld maken. Achteraf monteer je die reeks tot een compositie waarin je de maan stap voor stap door de zon ziet schuiven.
Met je smartphone
Een smartphone zonder toebehoren maakt van de zon een overbelicht wit vlekje, en de groothoeklens maakt het bovendien piepklein. Toch is er wat mogelijk. Houd een extra eclipsbril of een stukje zonnefolie voor de cameralens, tik op het beeld om scherp te stellen en trek de belichting handmatig naar beneden. Op toestellen met een periscoop-telelens van 5x of meer krijg je zo een herkenbare sikkel. Gebruik de pro- of raw-modus als je toestel die heeft, en een statiefje. Richt je telefoon niet minutenlang ongefilterd op de zon: ook die sensor kan beschadigd raken.
Redactie Shoot401 berichten
Shoot wil van elke lezer een betere fotograaf maken. Daarbij kiezen we voor een praktijkgerichte aanpak met realistische onderwerpen. Ervaren fotografen, die bekend staan als de top in hun vak, delen in Shoot hun kennis. Een begrijpelijke uitleg en praktische tips helpen jou als lezer om betere foto’s te maken. Van glamourportret tot straatbeeld, van reisreportage tot concertshot.