Praktijk

Bevers fotograferen in en rond het water

Bever fotograferen in en rond het water: zwemmende bever tussen groene oevervegetatie

Bevers laten zich niet zomaar benaderen. Welke lenzen en welke instellingen zorgen voor sterke natuurbeelden?

Enkele jaren geleden verhuisde ik met mijn gezin naar een nieuwe omgeving. Jarenlang waren heidevelden, vennetjes en naaldbossen het vertrouwde terrein waarin ik mijn landschapsfoto’s maakte. Voor wildlife fotografie richtte ik me als vanzelfsprekend op de zoogdieren die in die biotopen voorkwamen, zoals vos, wild zwijn en ree. Nu belandde ik in een compleet andere omgeving, de Maasplassen in Nederlands Midden-Limburg. Al bij mijn eerste uitje met de camera maakte ik bij toeval kennis met een mij tot dan toe onbekend zoogdier, de bever. Hoewel zowel het biotoop als het onderwerp voor mij volledig nieuw waren, kon ik meteen aan de slag en mijn vertrouwde aanpak als een sjabloon op deze nieuwe kans leggen. Welk onderwerp je ook wil gaan fotograferen, de weg naar mooie beelden is bijna altijd dezelfde als die ik hieronder beschrijf voor mijn beverportfolio.

Een bever vinden

Wil je een zoogdier, of willekeurig welk onderwerp, goed fotograferen, dan helpt het als je kennis hebt over je onderwerp en de omgeving waarin het voorkomt. Het begint er mee dat je weet waar en wanneer je moet zoeken. De bever brengt een groot deel van zijn leven in het water door, en heeft een minimale waterdiepte nodig om te kunnen zwemmen en duiken. Wil je er een gaan fotograferen, dan zal je dus op zoek moeten gaan langs meren, plassen, rivieren en beken.

Langs ondiepere beken en plassen zonder steile oevers bouwt de bever duidelijk zichtbare burchten, met de ingang onder water. Soms is zo’n burcht ontstaan als een oeverhol, maar is het plafond ingestort. De bever bouwt er dan een nieuw dak op in de vorm van een enorme berg takken. Een enkele keer betreft zo’n berg takken overigens gewoon snoeiafval. Het verschil is duidelijk te zien omdat de bever de takken schuin afknaagt en een motorzaag of snoeischaar kaarsrechte sneden achterlaat. Langs diepe beken en plassen met steile oevers wonen de bevers soms in oeverholen. De ingang ligt, net als bij de burcht, onder de waterspiegel. In zo’n geval is de aanwezigheid van de bever niet meteen zichtbaar. Althans, de woonplaats is niet zichtbaar.

Bever fotograferen bij vraatsporen: knagende bever aan een tak langs de oever
Beeld: Marijn Heuts

De sporen van zijn activiteiten zijn dat doorgaans wel. Als een bever(familie) in een gebied woont, zie je overal afgeknaagde stammen, dikke bomen waarvan de bast weg is gevreten, inhammetjes met kaalgevreten takjes, en beverwissels. Die laatste zijn de paadjes die ontstaan als de bever telkens op dezelfde plek het water verlaat en weer betreedt. Vaak leiden die wissels naar een voedselbron, zoals een wilgenbosje, een kruidenrijke oever, of in het seizoen een akker rijpe maïs of fruitboomgaard.

Knaagsporen van een bever als hulp bij het vinden en fotograferen van bevers
Beeld: Marijn Heuts

Niet alleen de ogen helpen je een beverterritorium te vinden. Ook de neus komt van pas. Bevers markeren hun territorium door aan de randen hoopjes modder en plantenresten bij elkaar te schrapen. Met een speciale klier smeren ze castoreum (bevergeil) op dat hoopje. De geur lijkt een beetje op een combinatie van schoensmeer en een ziekenhuisgeur. Dat klinkt gek maar als je het eenmaal een keer geroken hebt, herken je het meteen. Je weet dan zeker dat je een bewoond territorium te pakken hebt. Overigens gebruiken de bevers het castoreum ook om hun vacht mee in te vetten. Hun achterpoten hebben een extra nagel die ze als een kammetje inzetten om hun vacht mee te verzorgen. Bevers besteden veel tijd aan het verzorgen van hun eigen en elkaars vacht. Dat moet ook wel, want die enorm dichte berg haren houdt hun velletje droog en warm.

Een bever zien

Heb je eenmaal een bewoond territorium gevonden, dan wil je natuurlijk ook een bever te zien krijgen. Opnieuw komt kennis van de bever goed van pas. Bevers zijn met name actief in de schemer en in het donker. Heel soms tref je er overdag een, maar dat is meer uitzondering dan regel. Aangezien we in het donker niet kunnen zien en fotograferen, moet je het dus van de schemering hebben.

In de donkere zes maanden van het jaar is de nacht zo lang dat de bevers de schemering overslaan en alleen in het duister hun eten zoeken. Een winterslaap houden ze overigens niet, ze zijn hoogstens wat minder actief en spenderen meer tijd in de burcht. Op echt koude dagen zie je soms warme dampen uit de burcht opstijgen.

Bevers fotograferen in de winter: bever op het ijs in de donkere maanden
Beeld: Marijn Heuts

De zomerse zes maanden blijven dus over voor de fotografie. Zo ongeveer tussen half maart en half oktober maak je aan de randen van de dag goede kansen de bevers waar te nemen. Het vroege voorjaar heeft als voordeel dat er nog weinig blad aan de bomen zit en ook waterplanten zijn nog niet te zien. Het gebied is beter overzichtelijk en de bevers eenvoudiger te vinden als ze aan de kant zitten te knagen. Het nadeel in die periode is dat de nachten nog relatief lang zijn en de bevers overdag maar kort buiten zijn. In de zomer is dat andersom. Alles draagt blad en de waterplanten staan enorm hoog. Het zien van de bever is dan een stuk lastiger, de foto’s ogen wel weelderiger. Er staat tegenover dat de bevers heel wat uren daglicht buiten besteden. Bijvoorbeeld in de ochtend kun je ze tussen 5 uur en 8 uur prima waarnemen, in de avond maak je tussen 20 en 22 uur de beste kans.

Bever fotograferen in de schemering met avondlicht en menselijke omgeving op de achtergrond
Beeld: Marijn Heuts

Een bever benaderen

Bevers voelen zich veilig in het water, daar zijn ze wendbaar en kunnen ze eenvoudig vluchten. Zodra ze aan de kant kruipen om voedsel te zoeken of zich te poetsen, zijn ze traag en kwetsbaar en daardoor extra alert. Opnieuw komt enige kennis over de bever van pas. Bevers zien niet heel erg goed, maar plotse bewegingen vallen op. Probeer bij het benaderen dan ook laag te blijven en hoge en dichte vegetatie achter je te houden. Je silhouet is dan niet zichtbaar tegen de lucht. Zwemt er een bever in een beek of plas en kun je deze volgen langs de oever, loop dan langzaam achter de bever aan. De bever heeft in de Benelux eigenlijk geen natuurlijke vijand, maar het blijft een prooidier. Net als veel andere prooidieren heeft een bever daarom een wijd blikveld (kraalogen). Maar achter zich kijken kan zelfs een bever niet.

Bevers fotograferen langs de oever: twee zwemmende bevers in groen weerkaatst licht
Beeld: Marijn Heuts

Horen en ruiken doen bevers des te beter. Beweeg voorzichtig en ga niet op droge takjes staan. Breek ook geen takjes en veeg geen grassen of riet aan de kant om een betere foto te kunnen maken. Zodra een bever iets verdachts hoort, zal deze onder de vegetatie aan de oever schuilen, of als ie aan land was meteen te water gaan. Na enige tijd zal de honger het meestal winnen van het wantrouwen en keert de bever weer terug.

Een schuwe bever benaderen en fotograferen tussen het riet aan de oever
Beeld: Marijn Heuts

Als het even kan, hou rekening met de windrichting en probeer geen opvallende geuren te dragen. Dus geen parfum, muggenspray of pas gewassen kleding. Ruikt een bever je, dan zal ie een paar keer rond je positie zwemmen, de neus op en neer bewegend om meer informatie te verzamelen. Vertrouwt ie het niet, gaat de bever er onderwater vandoor. Waar deze weer bovenkomt is totaal niet te voorspellen, meestal ben je hem of haar kwijt. In het slechtste geval panikeert de bever en geeft meteen een ferme klap op het water met zijn enorme staart. Die pets dient als een alarmsignaal richting de rest van de familie. Als dat gebeurt hoef je de eerste tijd geen bever meer rond je positie te verwachten en áls ze weer verschijnen zullen ze extra alert zijn.

Een bever fotograferen: ISO, sluitertijd en de juiste lens

We weten nu hoe we bevers kunnen vinden, zien en benaderen. Fotograferen is dan de volgende stap. Omdat bevers in de schemer actief zijn, het zonlicht actief mijden, en ook nog eens vaak onder struiken en overhangende bomen foerageren, zal je met weinig licht moeten werken. Hou er daarom rekening mee dat de ISO-waarde van je camera hoger ingesteld zal moeten worden dan je wellicht gewend bent. Gelukkig zijn we verwend met de moderne techniek en kun je op de meeste camera’s probleemloos tot ISO 3200 werken zonder al te veel ruis. Zelfs hoger is geen probleem meer. Als er al een te hoog ruisniveau ontstaat, is de software heel goed in staat deze te verwijderen en de details en scherpte te behouden. Kies sowieso liefst een iets hogere ISO-waarde om de sluitertijden behapbaar te houden. Een bever is groot en langzaam, maar als deze zich zit te poetsen of aan het knagen is aan een lange tak, bewegen kop en voorpoten vrij snel. Een sluitertijd vanaf 1/250s is toch echt wel nodig om die beweging te bevriezen. Al kun je zeker eens een relatief lange sluitertijd proberen en kijken of de geïntroduceerde bewegingsonscherpte misschien iets toevoegt aan je foto’s.

Bever fotograferen vanaf laag standpunt bij het water voor intieme beelden
Beeld: Marijn Heuts

Een bever is het grootste knaagdier van Europa. Zwemmend zie je alleen de kop en lijkt het niet veel, maar als de bever het water verlaat en in volle glorie te zien is, valt pas op wat voor kolos het is. Je hebt dus zeker niet de langste telelens nodig om een bever te fotograferen. Langs grote plassen kun je de bever niet overal goed volgen en benaderen, maar langs riviertjes en beken zal de afstand tot de bever nooit heel groot zijn. Zo’n 300-400mm kan al genoeg zijn om beeldvullende foto’s van een bever te maken. Het voordeel is dat objectieven met zulke brandpunten vaak wat lichtsterker zijn dan nog langere lenzen. Dat scheelt weer in het ophogen van de ISO-waarde, of geeft je extra sluitertijd en de kans om wat snellere actie zoals de staartklap te vangen. Zelf werk ik om deze redenen met een 400mm f/2,8 lens. Maar ook een wat tragere lens, zoals het populaire 200-600mm objectief, kan prima dienstdoen. Hou dan wel rekening met standaard hoge ISO-waarden en extra werk in de nabewerking.

Het voordeel van zo’n zoomlens is dat je veel flexibeler bent in het maken van een compositie. Met een vast brandpunt bepalen jouw positie en die van de bever de foto en een stapje naar voren of achteren is vaak niet mogelijk zonder een nat pak te halen.

Welke camera je gebruikt is niet zo van belang, alle moderne camera’s zijn prima in staat met autofocus een niet al te snelle bever te volgen. Ook de prestaties bij weinig licht zijn dik in orde. Wie met te weinig millimeters moet werken, kan gerust de foto’s bijsnijden, zonder met te weinig pixels voor een mooie afdruk te blijven zitten. Wat wel een voordeel kan zijn, is het gebruik van een systeemcamera. Omdat deze geluidloos functioneert, kun je veel eenvoudiger schuwe dieren fotograferen. Zeker een DSLR in de mitrailleurstand kan een zoogdier flink laten schrikken, en de bever is daarop geen uitzondering gebleken. Werk je met een DSLR, overweeg dan de stille stand te gebruiken. Dat gaat ten koste van het maximaal aantal beelden per seconde, maar beter minder foto’s dan helemaal geen enkele foto wegens een geschrokken onderwerp.

Wie met een flinke telelens werkt, zal graag vanaf een statief fotograferen. Het ontlast je armen en zorgt bij weinig licht voor scherpere foto’s. De beweging van de fotograaf wordt immers uitgeschakeld. Dat werkt uiteraard ook bij het fotograferen van de bever, maar mijn ervaring is dat zonder statief werken extra flexibiliteit brengt. Je werkt vaak op dichtbegroeide plekken, wat het plaatsen van het statief lastig maakt. De bewegende en krakende vegetatie kan de bever laten schrikken. Vaak zit er net een rietpluim of wat gras voor de lens, en het maken van kleine aanpassingen naar links en rechts is dan erg lastig. Wil je een keer een hoger of lager standpunt, dan sta je de poten uit te vouwen of in te vouwen en ook dat kan de aandacht van de bever ongewenst op jouw aanwezigheid vestigen. Vanuit de hand beweeg je eenvoudig tussen de vegetatie door en kun je snel de camerahoogte aanpassen. Als het goed is werk je toch al met een voldoende korte sluitertijd om de beweging van de bever te bevriezen. Je mag er dan van uit gaan dat ook de trilling van de fotograaf daarmee wordt uitgeschakeld.

Over standpunt gesproken, een vuistregel in de natuurfotografie is dat je dieren liefst vanaf hun ooghoogte fotografeert. Dat geeft intieme resultaten, alsof je je in de leefwereld van je onderwerp hebt ondergedompeld. Vaak kun je om dat te bereiken op de grond gaan liggen of in een greppel of kuil plaatsnemen. Bij de bever is dat zo eenvoudig niet, die leeft immers in het water en de oevers van plassen en riviertjes zijn vaak steil. Je kunt dat soms oplossen als je camera een uitklapbaar LCD-scherm heeft. Hou de camera (of de telelens bij het handvat) met de linkerhand laag boven het water vanuit zittende of liggende positie, bepaal via het klapscherm de uitsnede en scherpstelling, en druk met de rechterhand af. In veel situaties kom je zo al laag genoeg voor mooie intieme beelden met een fraaie onscherpe achtergrond.

Daar waar de oevers te diep en steil zijn, zal je zelf te water moeten gaan. Gewoon in het water gaan staan is natuurlijk geen optie, de bever zal je zien en er vandoor gaan. Een drijvende schuilhut is dan de enige oplossing. Die kan je kant en klaar kopen, of zelf maken van wat hout, schuimplaten of pvc-buizen voor het drijfvermogen, en een tentje. Trek een waadpak aan en blijf langs de oever stil in het tentje staan of zitten. De bever zal je niet in de gaten hebben en gewoon langs zwemmen of komen foerageren. Het is verleidelijk met de drijvende schuilhut rond te gaan lopen door het ondiepe water in de richting van de bevers als je ze verderop bezig ziet. De golfslag en geluiden die je hiermee creëert zullen de bevers echter laten schrikken en je ziet ze vermoedelijk niet meer terug. Beter is het daarom een plek te kiezen waar de kans groot is dat de bever er gaat komen. Denk aan een eilandje langs de oever met veel verse vraatsporen, of een gevelde wilg die nog niet helemaal op is. Ga daar in de buurt te water als er nog geen bever is en blijf rustig wachten. Grote kans dat de bever op die plek langskomt. Zo niet, niks aan de hand, gewoon nog een keer proberen!

Variatie in objectiefkeuze

De ene plek is de andere niet, en de ene bever is de andere niet. Soms kun je niet dichtbij komen, of heb je te maken met een schuwe beverfamilie. De lange lens zal dan altijd je beste keuze zijn. Maar als je geluk hebt, vind je een locatie waar je je goed kan verplaatsen, en waar de bevers zich ook op korte afstand van mensen relaxt gedragen. Doet zich zo’n kans voor, benut die dan ten volle en kies ook eens voor een kortere lens. Een 70-200mm of een 100-400mm is ideaal om de bever in het landschap te fotograferen. Je vertelt dan veel meer over het biotoop en de manier waarop de bever het gebruikt dan met de zoveelste beeldvullende opname, hoe mooi die ook zijn.

Bever fotograferen in het landschap: beverburcht in het biotoop van de Maasplassen
Beeld: Marijn Heuts

Werken de bevers echt goed mee en vertonen ze voorspelbaar gedrag, dan kun je misschien een camera met een groothoeklens en een afstandsbediening inzetten. Heeft de bever net een boom omgeknaagd, dan weet je zeker dat daar de komende dagen activiteit zal zijn. Net als met een korte telelens laat je met een groothoekobjectief meer van de relatie tussen bever en biotoop zien, maar nu met de extra bonus van een dramatisch groothoekperspectief. Heb je een drone, dan kan ook die een extra dimensie aan je portfolio bieden. In mijn geval gebruikte ik de drone om met hoogwater te fotograferen hoe de bevers hun burcht proberen te verstevigen en er ineens bovenop gaan wonen. Maar ook de aanblik van bovenaf van een eiland vol omgehaalde berken is een waardevolle aanvulling op het beeldmateriaal.

Nog een andere kijk op de bever kon ik bereiken door vanuit een kano te werken. Waar je normaliter altijd vanaf de oever richting het water fotografeert, kun je nu ineens vanaf het water richting de kant werken. Dat ziet er niet alleen heel anders uit, je kunt ook op plekken komen die normaal niet bereikbaar zijn. Zo kon ik de bevers onder een overhangende wilg zien foerageren. Extra voordeel is dat de bevers een fotograaf op het water minder als een bedreiging lijken te zien dan een fotograaf aan de kant. Alsof ze weten dat de mens in het water net zo traag en onbeholpen beweegt als de bever op het land doet. Niet zelden komt een bever nieuwsgierig aanzwemmen om uiteindelijk recht onder de kano door te duiken. Naast dat het fotografisch nieuwe mogelijkheden biedt, is het peddelen in een kano ook nog eens een rustgevende en sportieve bezigheid. Dat zijn een boel vliegen in één klap.

Projectmatig fotograferen: een beververhaal opbouwen

In het begin zal je blij zijn met elke foto waarop de bever scherp staat afgebeeld en die op enigszins acceptabel ISO-niveau is gefotografeerd. Na enige tijd heb je een archief vol met zwemmende bevers, of bevers die ergens langs de oever zitten te knabbelen. Je kunt dan meer van hetzelfde blijven maken, of op zoek gaan naar een nieuw onderwerp. Een nog beter idee is het een meewerkend voorwerp tot het onderwerp van een langdurig project te maken. Heb je eindelijk een dier gevonden dat zich goed laat zien en fotograferen, haal er dan ook alles uit en kijk of je er een verhaal van kan maken. Ook dan is kennis weer belangrijk. Elk dier heeft specifieke kenmerken en gedragingen, en juist die wil in je beeld brengen ter illustratie van je verhaal.

Bevers fotograferen als project: interactie tussen een oudere bever en een jong
Beeld: Marijn Heuts

Bij de bever kun je bewust op zoek gaan naar bijvoorbeeld het verstevigen en isoleren van de burcht met modder in het najaar, het markeren van het territorium of de interactie tussen oudere bevers en de kleine jongen van dit jaar. Maar ook het verzorgen van de vacht, het stoeien in dieper water, het bouwen van een dam, het stelen van maïs en het knagen aan bomen zijn typische voorbeelden. En wat te denken van de verstandhouding met de mens? De bever doet het enorm goed en de aantallen nemen gestaag toe. Dat betekent dat de beste territoria bezet zijn en nieuwe bevers steeds dichter bij de mens komen en steeds minder geschikte gebieden innemen. Die gebieden moeten ze geschikt maken door met dammen het waterpeil te verhogen, of door vaker gebruik te maken van door de mens geteeld voedsel. De schade die dat meebrengt is voer voor een meer journalistieke insteek.

Knaagsporen fotograferen als onderdeel van een beverproject in de natuurfotografie
Beeld: Marijn Heuts

Vergeet ook niet de foto’s te maken waar helemaal geen bever op staat, maar die wel nodig zijn voor het voltooien van het geheel. De kenmerkende knaagsporen aan bomen en de bergen houtsnippers, de burchten en de wissels en glijbanen zijn goede voorbeelden. Maar ook details van het beverlichaam als je een verkeersslachtoffer zou vinden zijn waardevolle toevoegingen. Prenten zijn ook leuk, maar lastig te vinden. De meeste afdrukken van de voorpoten worden overlapt door de achterpoten, waarna de staart het geheel netjes weer uitveegt. Dat geldt ook voor uitwerpselen. De bever doet zijn behoefte in het water, waarna de vezelrijke keutels snel vocht opnemen en zinken. Mocht je er enkele vinden, is dat een buitenkans.

Tijd en moeite

Of je nu gaat voor een serie ‘gewoon mooie beelden’ of er een heel projectmatig verhaal van wil maken, zonder er veel tijd en moeite in te steken ga je er niet het maximale uithalen. Natuurlijk kan je een keer op het juiste moment op de juiste plek zijn, maar als je je kansen wil vergroten op bijzonder beeld, zal je vaak moeten gaan. Als je vaak gaat, heb je 50% van ‘juiste moment, juiste plek’ al te pakken.

Om bij de bever als voorbeeld te blijven, deze zie je altijd wel een keer voorbijzwemmen, en geregeld een takje oppeuzelen langs de oever. Dat zijn op zich de eenvoudige beelden. Maar ook die kunnen altijd beter. Denk aan mooier licht, mooiere kleuren in het water, of een fijnere achtergrond. Het verzorgen van de vacht en de interactie tussen meerdere bevers is iets dat al minder vaak voorkomt en ook nog eens vaak onzichtbaar achter vegetatie gebeurt. Wil je dat fotograferen, dan zal je dus heel vaak moeten gaan proberen. Over de echt bijzondere momenten hebben we het dan nog niets eens gehad. In vijf jaar en honderden bezoekjes heb ik slechts een enkele keer een bever diens territorium zien markeren. De moederbever die een ongehoorzaam jong in de bek verplaatste en de bever die een hele ochtend met modder de burcht isoleerde, waren echte buitenkansjes die ik wellicht nooit meer te zien ga krijgen.

Bever fotograferen bij mooi licht met warme kleuren in het water
Beeld: Marijn Heuts

Kort samengevat

Dit verhaal gaat specifiek over het fotograferen van de bever, maar wie goed oplet zal tussen de regels door een aanpak hebben ontwaard die op elk willekeurig onderwerp kan worden toegepast. Heel kort samengevat? Lees en leer over je onderwerp, ga gericht op zoek, leer plekken en gedragingen kennen, pas er je fotografische aanpak op aan, bouw die langzaam uit als blijkt dat je een meewerkend voorwerp hebt gevonden, en probeer er een sluitend verhaal van te maken. En het belangrijkste, steek er heel veel tijd en moeite in en geniet van elk moment dat je iets te zien krijgt waarvan je weet dat het niet voor iedereen is weggelegd dat te mogen zien en fotograferen!

Bever fotograferen op ooghoogte voor een intiem portret in de natuur
Beeld: Marijn Heuts

Zoektocht naar informatie

Informatie over je onderwerp is op veel plekken te vinden. Meestal begint het met een zoektocht op internet. Op de website van bijvoorbeeld de Zoogdiervereniging maar ook op Wikipedia is al heel veel informatie te vinden. Soms is er een particulier die een dier tot zijn levenswerk heeft gemaakt en er een hele website aan heeft gewijd. Van veel soorten zijn ook educatieve boeken uitgebracht, die diep ingaan op de leefwijze, kenmerken en biotopen. Maar zelfs een algemenere gids over zoogdieren in de Lage Landen kan je al veel vertellen. Een laatste optie is je licht opsteken bij iemand die al veel kennis over je beoogde onderwerp heeft opgedaan. Dat kan een andere fotograaf zijn, maar ook een onderzoeker of een lokale natuurliefhebber. De praktijk is immers vaak weerbarstiger dan de theorie. Ook over de bever heb ik in het veld veel geleerd, onder meer over voedselkeuze, dat nog nergens beschreven was.

Apparatuur

Alle foto’s in dit artikel zijn gemaakt met een full-frame DSLR of systeemcamera van Canon (5DIV) of Sony (A9 en A7III), en objectieven van dezelfde merken. Met name de 400/2,8 en 100-400/4,5-5,6. Soms is gebruik gemaakt van een draadloze afstandsbediening, waarbij een 16-35/2,8 op de camera was gemonteerd. De gebruikte drone is een DJI Mavic 2 Pro. De zelfgebouwde cameraval bestaat uit een Canon 600D met een 18-55 kitlens en twee of drie oude flitsers.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief om het laatste nieuws uit de fotografiewereld te ontvangen én het gratis ebook ‘Start met Fotograferen’.

Google Voeg Shoot.be toe als favoriete bron op Google!
Onderwerp: dierenfotografie, natuurfotografie

Meer relevante berichten

 Word abonnee van Shoot!

Krijg Shoot Magazine 6 keer per jaar (inclusief 2 extra dikke dubbelnummers) vol inspiratie, tips en fotoplezier rechtstreeks in je brievenbus.

Shoot 129 cover