f/6.3, 1/125, ISO 200, 85 mm Een letterlijk bad van licht waar achteraf in nabewerking wat extra contrast is op

Opzetflitser, studioflitser, lichtmeter, grijskaart … Wat heb je allemaal nodig voor professioneel ogende flitsfoto’s? En, welke opstellingen en instellingen werken in welke situatie?

Na het artikel in Shoot 84, geschreven voor fotografen die weinig of minder ervaring hebben met flitsen, schroef ik deze keer de moeilijkheidsgraad wat omhoog. Let wel, ik zal in elk geval nog steeds proberen om het zo laagdrempelig mogelijk te houden, zowel op het vlak van uitleg en oefening als van apparatuur.

Welke flitser

In de loop van dit artikel zal je merken dat ik gebruikmaak van studioflitsers. Maar of dat nu een duur merk is of een goedkoper merk, zal vele hobbyfotografen en veel kijkers van beelden niet of nauwelijks opvallen. Bovendien kan je bij alle technieken en opstellingen die hier aan bod komen de studioflitsers vervangen door opzetflitsers aangestuurd via zenders. Heel vroeger zou men daar het woord strobist opgeplakt hebben, maar ik noem het liever off-camera flitsen.

Het speelt eigenlijk nauwelijks een rol welk type flitser je gebruikt bij een opname, zolang je maar weet wat je doet. Uiteraard ga ik hier niet beweren dat een spotgoedkoop Chinees merk dezelfde kwaliteit geeft als de zeer gekende topmerken, maar die laatste hebben ook een pittiger prijskaartje. En natuurlijk is er vaak een groot verschil qua budgetten tussen iemand die graag zijn hobby uitoefent en iemand die er zijn of haar kost mee gaat verdienen. Bij deze laatste groep mag je ook niet vergeten dat de kostprijs van deze materialen fiscaal en boekhoudkundig aftrekbaar zijn, waardoor ze op het einde van de rit voor hen een hap minder kosten dan voor een particulier.
De betere merken gaan vooral een stuk beter scoren op vlak van consistentie. Ik bedoel dan voornamelijk dat die flitsers weinig tot geen verschillen zullen vertonen in kleurtemperatuur en lichtoutput elke keer dat je zal flitsen. Goedkopere merken hebben meer speling en werken dus niet zo accuraat. Hoe goed of duur de apparatuur ook is, het blijft nog altijd de maker en bedenker van het beeld die het grote verschil zal maken in het eindresultaat.

Een gegeven dat het allemaal wat makkelijker kan maken, is de sterkte van de flitsers die je gebruikt. Zeker als je op een zonovergoten dag het natuurlijke licht wil gaan onderdrukken of shapen (zie verderop in dit artikel), dan heb je best wat extra flitsgeweld nodig. Nu ja, je kan ook gewoon meerdere lichtere flitsers combineren om op die manier meer licht te verkrijgen.

Hulpmiddelen

Waar je in het vorige deel voornamelijk gebruik hebt gemaakt van automatische functies van zowel camera als flitser, neem je in dit vervolgartikel de touwtjes zoveel mogelijk in eigen handen. Jij gaat zelf beslissen wat er gaat gebeuren, waardoor je een pak meer consistentie in je werk probeert te krijgen.

Zelf maak ik, zoals de meeste die me kennen weten, zo goed als altijd gebruik van een lichtmeter. Ik heb jaren het licht gemeten met de Sekonic L-358. Maar omdat ik steeds meer de optie HSS (high speed Sync) van de camera wilde gebruiken (en ook graag alle controle houdt over de situatie), gebruik ik vandaag de dag de Sekonic L-858D. Deze lichtmeter is namelijk ook in staat om flitslicht te meten in HSS-modus. In het verleden heb ik in dit magazine al gesproken over hoe een lichtmeter werkt en hoe deze te interpreteren. Bijgevolg doe dat dit keer niet en verwijs ik naar de handleiding van je toestel.

Een andere instelling die je vanaf nu manueel gaat bepalen is de witbalans. Hiervoor maak je gebruik van een eenvoudige grijskaart. Je hebt dan twee goede opties. De eerste is om de witbalans op je camera in te stellen via de custom white balance-procedure. Deze procedure is verschillend van merk tot merk, dus check even de handleiding van jouw fototoestel. De twee is om bij elke nieuwe setting een foto te maken waar de grijskaart mee op staat. In het eerste geval zal je de gemaakte foto’s op je scherm van je toestel zien verschijnen in normaal gezien vrij correcte kleuren. In het tweede geval ga je achteraf in nabewerking met een pipet op de grijskaart klikken om de juiste witbalans te bepalen en toe te passen op de reeks beelden van die bepaalde setting.

In die laatste situatie raad ik aan ook de witbalans niet op automatisch te laten staan maar op een vaste stand, bijvoorbeeld flitslicht. Je zal waarschijnlijk op die manier niet de correcte witbalans hebben. Maar je hebt wel het voordeel dat heel de reeks er consistent naast zal zitten, en dat maakt de zaken eenvoudiger in nabewerking. Waarom sprak ik nu bij de eerste optie over vrij correcte kleuren? Dat is omdat bij foto’s voor kledingmerken of online stores het beter is om gebruik te maken van bijvoorbeeld een colorchecker. Dit toestel en de bijhorende software zal je in staat stellen om achteraf een exact en eigen kleurenprofiel aan te maken, waardoor de kleuren waarheidsgetrouw worden. Maar dit geheel terzijde. Moest je nog geen grijskaart in je bezit hebben, dan zou ik aanraden om een opvouwbare aan te schaffen in plaats van een kartonnen versie. Die zijn makkelijk in gebruik en bovendien waterbestendig.

Of toch zonder?

Maar wat als je nu geen lichtmeter hebt en er geen wenst aan te schaffen? En als je bij de oefeningen in het vorige artikel hebt gemerkt dat je best graag werkt met TTL en de nodige EV-compensaties? Dat is ook oké, want een foto hoeft ook niet altijd exact belicht te zijn. Soms geeft wat meer of minder licht juist een apart gevoel in je beeld, wat je als maker wilt versterken. Het enige probleem dat je wel kan ondervinden bij het gebruik van TTL is het feit dat de hoeveelheid licht dat uit de flitser zal komen bij elke opname opnieuw zal worden berekend door dat ingenieuze systeem. Dit heeft tot gevolg dat je in een reeks beelden van eenzelfde setting met dezelfde instellingen, beelden zal bekomen met meer of juist minder flitslicht dan hetgeen je graag wou bereiken. Maar gelukkig bestaan er zenders die een TCM-functie (TTL Convert to Manual) hebben. Zelf ben ik in het bezit van de Godox XPro-N (de versie die compatibel is met Nikon), die dit ondersteunt. Ik maak gebruik van de optie als alles wat minder exact mag zijn. Het werkt dan allemaal wat sneller en vlotter. Na het manueel instellen van mijn camera zet ik de op afstand bediende flitser via deze zender op TTL. Ik compenseer vervolgens met EV- of EV+ tot ik een beeld zie waarbij ik tevreden ben met het resultaat qua licht. Op dat moment hou ik de TCM-knop op de zender ingedrukt, waarbij deze de TTL-instellingen gaat omzetten in manuele instellingen. Vanaf dat moment zal mijn flitser manueel ingesteld staan en steeds dezelfde lichtoutput geven, waardoor ik consistentie heb verkregen in mijn opnames. Diverse merken hebben zenders die dit ondersteunen. Als je wilt werken met deze optie, informeer je dan dus vooraleer over te gaan tot een aankoop.

f/3.5, 1/40, ISO 2000, 1/40 sec, 26 mm Openingsdans met voor mijn gevoel net genoeg sfeer dankzij de dragging the shutter-techniek.

Aan de slag

Dus of je nu gaat werken met TTL, TCM, een lichtmeter of je buikgevoel, het is hoog tijd voor extra tips en tricks om je beelden net dat extra’s te geven. Stel, je wil als fotograaf op een feestje in een binnenruimte met weinig licht een persoon fotograferen met flitslicht. Maar het resultaat is dat je onderwerp er goed uitgelicht opstaat, maar de rest van je beeld is zo goed als zwart. En de sfeer die je op het feest kon proeven is in de foto al helemaal ver te zoeken … De reden hiervan is dat sommige fotografen bang zijn om hun ISO op te krikken en de sluitertijd te verlengen. Ze proberen dus een foto te maken met flitslicht op maximum ISO 400 of ISO 800 en kiezen een sluitertijd van minimaal 1/60ste tot max 1/125ste om bewegingsonscherpte te voorkomen. Maar wat heb je aan een technisch correct beeld waarin geen enkele sfeer meer zit? Door enerzijds je ISO omhoog te halen en vooral je sluitertijd te verlengen, zorg je er echter wel voor dat je de aanwezige sfeer meeneemt in je beeld. De flits zal er dan namelijk voor zorgen dat je onderwerp extra wordt bevroren en hierdoor toch scherp in beeld komt. Al is dan misschien toch wat bewegingsonscherpte zichtbaar, ik opteer nog altijd liever voor de sfeer dan voor de technisch perfecte plaat op een bijna zwarte achtergrond. Een extra voordeel van het opkrikken van de ISO is dat je de flitser veel minder zwaar gaat moeten belasten. Dat zorgt er op zijn beurt weer voor dat je snellere herlaadtijden hebt en je batterijen langer meegaan. Hoeveel sfeer en extra licht je gaat binnenhalen is de keuze van de beeldmaker. Zie als voorbeeld mijn foto hierboven. Deze techniek wordt in fotojargon ook wel dragging the shutter genoemd.

Meer technieken

Een andere vaak gebruikte techniek in moeilijkere situaties is feathering the light in combinatie met wat men een black canvas-techniek noemt. Zoals je ondertussen weet uit het vorige artikel, is een licht of softbox plaatsen in een hoek van 30 tot 45 graden ten opzicht van je lens vaak een makkelijke oplossing om snel te komen tot een degelijk resultaat. Maar in sommige gevallen werkt de achtergrond niet mee en valt deze te fel op. Onder meer omdat er veel te veel van het flitslicht ook hierop valt. Zie bijvoorbeeld de foto hieronder met bijbehorende opstelling.

Een oplossing voor dit probleem is gillend weglopen en een andere achtergrond zoeken. Wat je ook kan doen, is het probleem technisch aanpakken. Dus, eerst en vooral je licht veel dichter bij je model brengen, waardoor het lichtverval ook veel sneller zal beginnen. Als je dan de softbox ook nog wegdraait van de achtergrond, dan zal het er al veel beter uitzien. Hierdoor valt er namelijk zo weinig mogelijk licht op de achtergrond. Dat het licht niet meer rechtstreeks op je model is gericht speelt een kleinere rol, omdat het licht in dit geval toch zal spreiden. Je zal nu je model belichten met de zijkant van je lichtbron. Dit soort licht is bovendien kwalitatief zeer goed, en je pakt hem of haar bij wijze van spreken in met het licht.

De schaduwzijde kan je eenvoudig ophelderen door aan deze kant een reflectiescherm bij te plaatsen.


Vind je het portret naar jouw smaak langs de schaduwzijde te donker, dan kan je dat eenvoudig oplossen. Plaats er simpelweg aan de donkere zijde een reflectiescherm bij. Het scherm zal een deel van je flitslicht reflecteren en de schaduwen wat oplichten. Een noot bij deze techniek is dat het gebruik van een witte doorschietparaplu hier geen al te best alternatief is. Bij een dergelijke lichtomvormer heb je namelijk het nadeel dat niet alle licht door de paraplu gaat. Een gedeelte van dat licht zal terugkaatsen, waardoor je een groot deel van de controle van het licht zal verliezen.

Van dag naar nacht

Een volgende techniek is het omgekeerde van dragging the shutter. Hierbij breng je net bewust de omgeving donkerder in beeld en belicht je het onderwerp correct. Dit wordt door sommigen ook bestempeld als een day to night shot. Het is een techniek die gebaseerd is op de theorie dat de sluitertijd enkel het toegelaten omgevingslicht bepaald en dat het diafragma zowel flitslicht als de omgeving zal bepalen. Als je dit combineert met genoeg flitssterkte, kan je tot zeer dramatische en spectaculaire resultaten komen. Let wel, als er veel omgevingslicht is, dan zal je meer flitslicht nodig hebben. Dat betekent dus zwaardere flitskoppen of een combinatie van meerdere flitsers. Heel ingewikkeld qua opstelling hoeft het helemaal niet te zijn, vaak kan je al mooie resultaten boeken met één licht. Op de foto hieronder kan je zien hoe de situatie er in werkelijkheid uitzag. Deze foto is genomen met volgende instellingen: f/2.2, 1/125 seconde, ISO 200 en 85 mm. Door een hoop flitslicht toe te voegen aan de compositie was het mogelijk om een foto te maken op f/8.0, 1/125 seconde, ISO 100 en 85 mm, zie het beeld daaronder. Hierop zie je dat het omgevingslicht enorm werd onderdrukt, waardoor er een heel ander gevoel en type foto is ontstaan.

Licht vormgeven

Een techniek die in de fotografie veel wordt gebruikt is shaping the light. Dit zijn eigenlijk een verzameling van zeer diverse technieken die vooral uit de wereld van de cinematografie komen. Men past ze voornamelijk toe om een bepaalde sfeer of gevoel te versterken. Een mooi voorbeeld is om een bestaande lichtbron, die niet sterk genoeg of kwalitatief niet in orde is, op een natuurlijk ogende manier te gaan versterken. Soms kom je bijvoorbeeld in situaties waar er een groot raam is waardoor mooi raamlicht naar binnenvalt. Maar het licht is om de een of andere reden niet mooi van kleur of niet sterk genoeg, of het oogt kwalitatief wat minder. Zo’n situatie kan je verbeteren door bijvoorbeeld een flitslicht tussen het raam en je model te plaatsen. Dat fungeert dan als een grote lichtomvormer. Een grote softbox is dan ideaal omdat het de vorm heeft van een raam en ook zeer zacht licht produceert. Als je dit op een goede en gecontroleerde manier doet, dan ga je enkel de kwaliteit van het bestaande licht verbeteren. En geen kijker die het opvalt dat er flitslicht in de scene zit. Kijk maar eens naar introfoto, die op deze manier tot stand is gekomen.

Als extra oefening zou je bijvoorbeeld ook de kleurtemperatuur van je flitslicht kunnen aanpassen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van een CTO-gel of net omgekeerd een CTB-gel te gebruiken. Als je de witbalans niet gaat aanpassen, zal je merken dat je in het eerste geval een veel warmer gevoel zal krijgen. Dat is dan te vergelijken met een warme zonsondergang. Bij het gebruik van de CTB-versie kan je daarentegen juist het gevoel van maanlicht simuleren. Speel gerust eens met deze opties.

Vervolgens wil je je modellen fotograferen met een breedhoeklens in een ruime en toffe locatie. Klinkt logisch, maar in de praktijk zal je snel merken dat je je flitslicht(en) nergens kan plaatsen zonder dat ze mee in beeld staan. Wegklonen in nabewerking dan maar? Dat lijkt me geen erg goed idee. Beter is om te werken vanop een degelijk statief en verschillende beelden te maken. Je eerste beeld is het beeld van de locatie zelf met de compositie die jij uiteraard zelf creëert. Eens dat goed zit, blijft de camera op het statief staan met dezelfde instellingen en plaats je de lichtopstelling in de locatie. Eens dat staat, en al dan niet is uitgemeten met een lichtmeter, plaats je het model mee in de scene. Vanop het statief maak je vervolgens de volgende reeks foto’s. Het is hierbij het best om te werken met een afstandsbediening om het verplaatsen of verschuiven van de camera tegen te gaan. Zodra je alle beelden hebt gemaakt zet je ze als aparte lagen in Photoshop. Nu kan je op een eenvoudige manier je model in de scene plaatsen met behulp van een laagmasker.

Sfeer met rook

Een foto met rook oogt vaak spectaculair, zeker als je dat kan doen op locatie. Maar hoe begin je hier aan en hoe kan je de scene mooi uitlichten? Het ultieme ingrediënt van een foto met rook is dat je je model enerzijds gaat uitlichten met een flitslicht naar keuze. Dat kan een softbox, octabox, beautydish et cetera zijn. Anderzijds plaats je apart flitslicht om de rook mee op te lichten. Het is daarbij belangrijk om te weten dat je het rookgordijn best uitlicht langs achteren in een bepaalde hoek. Hierdoor krijg je veel meer detail en diepte in het rookgordijn. Als je dit zou belichten langs voren, dan sla je de rook letterlijk plat. Je ziet dan nog maar weinig structuur, waardoor alle spanning en effect uit je beeld verdwijnt.

Probeer bij dergelijke beelden ook styling, model, locatie, type van licht enzovoorts op elkaar af te stemmen. Dan krijg je een nog beter resultaat, zoals je op de foto hierboven kan zien.

f/5, 1/125, ISO 200, 85 mm
Niet alleen het juiste (flits)licht bepaalt de kracht van het eindresultaat. Zaken als styling en locatie zijn ook belangrijk. Zorg daarbij voor een goede balans.

Binnen oefenen

Is het weer dan toch te slecht om naar buiten te gaan, oefen dan met het nodige flitslicht binnenshuis. Dat hoeft echt geen professionele studio te zijn. Eigenlijk is er heel veel mogelijk zolang je maar droog staat en er weinig natuurlijk licht aanwezig is. Ik zou een volledig boek kunnen uitschrijven met verschillende toffe recepten en lichtopstellingen. Maar voor dit artikel beperk ik me tot enkele basisopstellingen waarmee je in de praktijk kan oefenen.

Een eerste niet zo ingewikkelde opstelling is voor het maken van een beautyshot. De techniek die hiervoor wordt gebruikt heet de clamshell-techniek. Het hoofdlicht komt van boven de camera en vanuit dezelfde hoek (dus vrij vlak). Vaak wordt hierbij gebruikgemaakt van een beautydish als lichtvervormer. Echter, als de huid van je model minder is, liever het effect van een andere vervormer gebruikt of geen beautydish hebt, kan je deze ook gewoon vervangen door bijvoorbeeld een softbox of witte doorschietparaplu. Om de schaduwen onder de kin op te lichten kan je buiten beeld een reflectiescherm onderaan plaatsen of het model dit laten vasthouden.

Laat het model een reflectiescherm vasthouden om de schaduwen onder haar kin op te lichten.

Het reflectiescherm zelf kan je vervangen door een tweede flitser die van onderen komt. Let wel, stel die zo in dat deze ook enkel de schaduwen opvult en niet zal fungeren als hoofdlicht. Omdat je in beide situaties twee lichtbronnen hebt (het reflectiescherm is immer ook een lichtbron) en deze van boven en van onderen komen, spreekt men van de clamshell lighting. Combineer hierbij een frisse make-up met leuke achtergrondkleuren en je krijgt al snel een mooi en fris resultaat, zoals je op de foto rechts ziet.

f/8, 1/125, ISO 100, 85 mm Met licht van boven en onder spreek je van een clamshell-belichting.

Werken met extra flitslicht

Heb je nog meer flitslicht tot je beschikking dan kan je ook opteren om de vorige lichtopstelling uit te breiden met twee rimlichten die langs achteren komen. In de reeks van mijn porseleinen kinderen (een daarvan zie je hier links) lag de basis bij deze techniek, gecombineerd rechts en links met twee striplights langs achteren. De sterkte van de rimlichten hangt af van de smaak van de fotograaf en het gewenste resultaat. Zorg er in elk geval voor dat je geen te hard uitgebeten partijen hebt.

Last but not least laat ik jullie graag kennismaken met een eenvoudig op te stellen lichtbad. Zoals gezegd hoef je niet altijd een grote ruimte te hebben of veel en duur flitslicht. Een dergelijke opstelling kan je overal maken met slechts één flitslicht, best voorzien van een iets grotere softbox, en enkele grote witte platen. In plaats van de softbox voor het model te plaatsen, plaats je de lichtbron recht achter je model.

f/6.3, 1/125, ISO 200, 85 mm Een letterlijk bad van licht waar achteraf in nabewerking wat extra contrast is op

Vervolgens plaats je links en rechts diverse witte platen rondom het model. Die moeten dienen om het flitslicht van de softbox naar alle kanten te reflecteren. Vervolgens plaats je het model korter naar voren richting de platen (en dus iets verder van de softbox). Zo ontstaat letterlijk een bad van licht, waardoor het model langs alle kanten wordt belicht. Het zorgt voor een mooi high key-effect, indien de set-up goed is uitgemeten (of na veel experimenteren) is het beeld niet overbelicht en voorzien van voldoende detail. Omdat het model heel kort tegen de panelen staat of zit, ontstaat er al in de camera een beeld met heel vlak licht en zeer weinig contrast. Mijn eindbeeld heeft in nabewerking dan ook wat extra contrast gekregen.

f/8, 1/125, ISO 200, 85 mm Een van de foto’s uit mijn reeks Porcelain kids.

Oefen en geniet

Ik ben ervan overtuigd dat velen van start kunnen met alle informatie en voorbeelden in dit artikel. Trek eropuit naar een leuke locatie of probeer de technieken binnenshuis, maar bovenal: amuseer je met het maken van toffe beelden! Omdat het meestal foto’s met mensen als onderwerp betreft, wil ik nog meegeven dat je rekening houdt met je modellen. Probeer dus zeker zo ‘coronaproof’ als mogelijk te werk te gaan. En heb je de smaak van het flitsen te pakken, bezoek dan zeker eens mijn website. Eens het virus beter onder controle is, organiseer ik in mijn studio weer de tweedaagse workshop “Expert of Light”, met diverse spectaculaire lichtopstellingen. Houd je het liever klein, dan kan je me ook altijd boeken voor een privéworkshop of een persoonlijke begeleiding op jouw eigen georganiseerde fotoshoot. Alvast veel succes met het oefenen en veel flitsplezier!

Peter Nackaerts, de auteur van dit artikel, heeft een passie voor licht. Ook de foto’s zijn door hem gemaakt. Meer informatie over zijn werk vind je op zijn website. lees ook zeker zijn artikel rond beginnen als professioneel fotograaf. Het eerste deel van deze artikelreeks, Flitsen voor beginners, lees je hier.

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in