De Statte meandert door een bosrijke omgeving vol kleur. Neem eens wat meer afstand tot het riviertje en laat meer omgeving zien. Beeld: Marc De Schuyter
Kleurrijke bladeren, snelstromende beken en ochtendnevel: zo fotografeer je de Hoge Venen in de herfst. Met tips voor licht, sluitertijd en filters.
Het Dak van België: wat maakt de Hoge Venen bijzonder?
Het Dak van België is een poëtische omschrijving voor de Hoge Venen. Met meer dan 4.000 hectare is dit het grootste aaneengesloten natuurgebied van België. Het ligt in de provincie Luik, in de Oostkantons, en maakt deel uit van het grensoverschrijdende natuurpark Hoge Venen-Eifel, dat tienduizenden hectares aan natuurschoon beslaat. Steden zoals Malmedy, Spa en Eupen zijn wellicht bij velen bekend.
Het landschap bestaat voornamelijk uit hoogveen en heide, ontstaan in een door de mens veranderd landschap. Vanaf de middeleeuwen begon men met het kappen van de oorspronkelijke wouden. Door het klimaat en de arme bodem ontstonden grote hoogveenvlaktes, die doorgaans veel noordelijker voorkomen. Hierdoor kon er een unieke flora en fauna ontstaan. Later werden er op grote schaal sparren aangeplant, die echter niet altijd goed groeiden.
Hoewel de hoogste punten hier bijna 700 meter bereiken, voelt het niet alsof je op een berg bent, omdat het gebied op een plateau ligt. Regenwater wordt vastgehouden door veenmossen en verzamelt zich in beekjes, die samenvloeien tot bergbeken. Deze stromen dalen af langs de flanken van het plateau in alle richtingen. Het water wordt opgevangen in enkele stuwmeren, waarvan het bekendste dat van de Gileppe is.
Door de hoge ligging valt er veel neerslag, en het kan er in alle seizoenen somber, koud en vochtig zijn. De winters zijn lang en hebben soms een Siberisch karakter. Deze omstandigheden zorgen in de herfst voor intense kleuren in de loofbossen, die een paar weken eerder invallen dan in het vlakke land.
Waar fotografeer je in de Hoge Venen?
Het landschap van de Hoge Venen bestaat uit uitgestrekte heidevelden, veengebieden met vennetjes, schrale graslanden, weiden en uitgestrekte bossen. Hoewel er veel vlakke stukken zijn, wisselt het reliëf met glooiingen van enkele honderden meters en diep ingesneden valleien, vaak met een meanderend riviertje op het laagste punt. Het Hertogenwoud, een groot grensoverschrijdend bos, is een van de gebieden waar je op zoek kunt gaan naar fotogenieke plekjes. De herfstkleuren in de bossen leveren al prachtige beelden op, maar een meanderend riviertje maakt het vaak helemaal af. Na regen is er flink wat stroming in de beekjes, wat zorgt voor een grotere waterbedding en fotogenieke plekken. Tijdens droge periodes moet je soms zoeken naar water tussen de rotsen.
De Soor slingert zich door sfeervol boslandschap. De oude knoestige beuk vormt samen met de rivier een prima decor. Neem wat interessante voorgronddetails mee op in je compositie die je blik meenemen verder in het beeld. Beeld: Marc De Schuyter f/11, 20s, ISO 200, 16-35 mm bij 25 mm met grijsfilter en polafilter
Bereikbaarheid
De Hoge Venen zijn goed bereikbaar met de auto. Je kunt de autosnelweg nemen naar Eupen, Spa of Verviers, waarna je verder rijdt over secundaire wegen. Twee grote verkeersaders, de N67 en N68, doorkruisen het gebied met enkele aftakkingen. Langs deze wegen vind je verschillende parkeerplaatsen, zowel grote als kleinere.
Wandelen in de Hoge Venen
Vergis je niet in de wandelingen. Hoewel de paden goed onderhouden zijn en er duidelijke markeringen zijn met symbolen of nummers, zijn de tochten vaak lang en afgelegen. Soms kom je nauwelijks iemand tegen. Een goede fysieke conditie is een vereiste, aangezien je vaak meerdere riviertjes doorkruist en daarbij de nodige hoogtemeters moet overwinnen. Het is belangrijk om van tevoren je route te plannen. Houd er echter rekening mee dat je op sommige plekken geen mobiel bereik hebt, dus neem altijd een fysieke kaart en kompas mee voor het geval je moet improviseren. Geef altijd iemand door wat je van plan bent en wanneer je verwacht terug te zijn. Een misstap is snel gemaakt.
Fotografie
Bij het plannen van je wandeling kun je rekening houden met fotogenieke plekken langs een riviertje. De tijd die je aan fotografie besteedt, is vaak lastig in te schatten; soms valt het tegen, maar vaak kom je telkens weer nieuwe onderwerpen tegen die je inspireren. Plan daarom altijd een verkorte versie van je route als optie. Veel riviertjes en hun omgeving leveren mooie beelden op, maar soms kom je rommel tegen. Het is dan beter om door te lopen tot het landschap mooier wordt. Houd er rekening mee dat naaldbomen (met uitzondering van lariks) niet verkleuren, wat vaak minder interessante beelden oplevert.
Praktische zaken
Naast je fotomateriaal zijn er enkele praktische zaken die je niet mag vergeten. Zorg voor voldoende warme kleding, want het weer kan hier snel omslaan. Vier seizoenen op één dag is hier zeker van toepassing, en niets is slechter voor je creativiteit dan het koud krijgen of een nat pak. Vergeet ook handschoenen niet als het kouder wordt.
Goede wandelschoenen zijn essentieel, maar als je foto’s wilt maken vanuit het water, zijn laarzen beter. Geïsoleerde laarzen zijn aan te raden, omdat het water behoorlijk koud kan zijn.
Hoewel de herfsttemperaturen nog niet zo koud zijn als in de winter, kunnen de batterijen van je camera sneller leeg raken door de kou. Draag daarom reservebatterijen dicht tegen je lichaam om ze warm te houden. Een regenhoes voor je camera en objectieven is handig om alles droog te houden bij regen. Neem ook altijd een grote vuilniszak mee om je rugzak op de natte ondergrond te kunnen neerzetten. Een hoofdlampje en zaklamp zijn nuttig als het donker wordt, zodat je het pad kunt blijven volgen. Een paraplu kan niet alleen tegen de regen beschermen, maar ook als zonwering dienen.
Licht en sluitertijden
Een gouden regel in bosfotografie is om fel zonlicht te vermijden. Het contrast tussen lichte plekken en schaduwen door invallend zonlicht zorgt vaak voor te grote verschillen, wat resulteert in drukke en minder aantrekkelijke beelden. Bij dit type licht kun je beter fotograferen op de hoogvlakten of focussen op details die je eventueel kunt afschermen van het zonlicht.
Zonlicht noodzaakt om de open ruimte op te zoeken. Het tegenlicht brandt de laatste nevelslierten weg en zet de berken in vuur en vlam. Een lichte telelens zorgt voor wat compressie in het beeld. Panorama uit drie horizontale opnames. Beeld: Marc De Schuyter f/11, 1/8s, ISO 100, TS-E 90 mm
Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen. Vooral vroeg of laat licht en je positie in het bos (bij bosranden, open plekken of diep in het bos) kunnen mooie lichtomstandigheden creëren. Harde zon rond het middaguur, of je nu in het bos of in open landschap bent, is echter meestal niet geschikt voor fotografie. Gelukkig is het later in het jaar en klimt de zon niet zo hoog als in de zomer, maar de kortere dagen zijn dan weer een nadeel.
Bewolkte, mistige of zelfs regenachtige dagen bieden vaak juist prachtig egaal licht. De camera heeft dan minder moeite met belichting, en de lagere contrasten zijn prima vast te leggen.
Oog voor detail, herfstbladeren in de Statte. Beeld: Marc De Schuyter f/11, 0,6s, ISO 100, 90 mm, polafilter
In bossen is er over het algemeen minder licht dan in open gebieden, waardoor je langere belichtingstijden nodig hebt. Hoewel er discussie is over het gebruik van een statief, blijf ik erbij dat een goed statief een must is. Geen enkele beeldstabilisatie kan tippen aan de stabiliteit die een statief biedt. Voor een panorama kun je het misschien zonder doen, maar voor een focus stack is een stabiel statief essentieel om verschuivingen tussen de beelden te voorkomen.
Lange belichtingstijden en stromend water zijn een perfecte combinatie. Er bestaat echter niet één ‘juiste’ sluitertijd voor het fotograferen van stromend water. Dit hangt af van de hoeveelheid water, de snelheid en je afstand tot het water, evenals de textuur van het wateroppervlak. De ideale sluitertijd is dus een kwestie van smaak, en smaken verschillen.
Kies je voor een lange sluitertijd, dan krijg je vaak een beeld waarin het water zijdezacht, bijna melkachtig, overkomt. Een korte sluitertijd die de beweging bevriest, levert meestal minder interessante resultaten op. De beste sluitertijd ligt vaak ergens tussenin. Het is prachtig om de stromingspatronen vast te leggen, terwijl de rest van het water zo donker mogelijk blijft. De ideale sluitertijd is vooraf niet te bepalen, maar ik begin meestal met een reeks vanaf 1/4 seconde tot 1 seconde en verhoog deze stapsgewijs. Praktische sluitertijden variëren meestal tussen 0,5 en 5 seconden. Soms is een langere belichtingstijd nodig.
Herfstkleuren vormen een natuurlijke paraplu boven de Bayehon. De heldere plek bovenaan links die alle aandacht zou afleiden werd door dezelfde bladeren verdoezeld. Twee seconden is weinig voor het stromend water, maar voldoende om geen beweging in de bladeren te veroorzaken. Beeld: Marc De Schuyter f/11, 2s, ISO 100, 24 mm met polafilter
Verwacht echter niet dat extreem lange sluitertijden, zoals 30 seconden of langer, je betere resultaten opleveren. Hoe vreemd het ook klinkt, vanaf een bepaalde sluitertijd voegt extra verlenging niets meer toe aan je beeld. Lange sluitertijden vereisen wel altijd een stevig statief.
De belangrijkste regel is: experimenteer en probeer verschillende instellingen uit. Thuis, tijdens de nabewerking, kun je dan bepalen welke foto’s je het mooiste vindt. Zo krijg je beelden met een verschillend karakter.
Foto’s waarbij het water naar je toe stroomt, zijn meestal krachtiger dan wanneer het van je afstroomt. Je standpunt, hoger of lager bij de rivier en dichterbij of verder weg, kan ook veel invloed hebben op de kracht van het beeld. Als de diepte en stroming het toelaten, probeer dan vanuit het water zelf te fotograferen; dit zorgt vaak voor sterke beelden, vooral als je voorgronddetails opneemt. Let ook op de stromingen in rustigere delen van de rivier. Deze kunnen vaak interessante patronen vormen die, met een lange belichtingstijd, bijzonder fotogeniek zijn. Foto’s van een rivierbocht zijn meestal interessanter dan die van rechte stukken.
Ook vanuit een hoog standpunt is best moois te fotograferen. Het vroege herfstbos vormt een prima decor waardoor de Hoëgne zich slingert. Beeld: Marc De Schuyter f/11, 2,5s, ISO 100, 37 mm, polafilter
Voor bosfotografie kun je het beste werken met diafragmavoorkeuze of manuele belichting. Bij beide methoden kies je een klein diafragma voor voldoende scherptediepte en een langere sluitertijd. In de diafragmavoorkeuzestand kiest de camera zelf de sluitertijd, terwijl je deze in de manuele stand handmatig instelt. Het voordeel van de eerste is dat de sluitertijd automatisch wordt aangepast als het licht verandert, maar enige compensatie is vaak nog nodig.
Hoewel velen vertrouwen op automatische witbalans, geef ik de voorkeur aan een vaste instelling, zoals daglicht. Dit zorgt voor warmere kleuren, wat de herfstkleuren ten goede komt. Uiteraard fotografeer je in RAW, zodat je deze instellingen achteraf nog kunt aanpassen.
Welke filters gebruik je voor herfstlandschappen?
Er zijn heel wat filters voor landschapsfotografie, maar degene die je het meest zal gebruiken, is het grijsverloopfilter. Dit filter helpt je om het contrast tussen een heldere lucht en een voorgrond die minder licht ontvangt te verminderen, wat zorgt voor een betere belichting van het geheel. Grijsverloopfilters zijn verkrijgbaar in verschillende sterktes, meestal van 1, 2 tot 3 stops of meer. De overgang tussen het heldere en donkere gedeelte kan geleidelijk (zacht) of scherp (hard) verlopen, afhankelijk van het type filter. Ze zijn rechthoekig en worden in een filterhouder geplaatst, zodat je ze kunt verschuiven afhankelijk van de positie van de horizon in je beeld. Ze werken prima bij een vlakke horizon, zoals aan zee, maar zodra obstakels zoals bomen of reliëf de horizon doorbreken, worden ze moeilijker toe te passen. Dankzij moderne technieken kun je tegenwoordig ook belichtingstrapjes maken en de beelden later samenvoegen (blenden) in de nabewerking.
De opkomende zon zet de herfstkleuren op de heuvel in vuur en vlam terwijl het valleitje nog ondergedompeld is in ochtendnevel. Het heldere licht van de lucht is met een grijsverloopfilter tegengehouden. Omgeving Sollwaster. Beeld: Marc De Schuyter f/8, 1/8s, ISO 100, 110 mm, grijsverloopfilter 2 stops met zacht verloop
Polarisatiefilter
Bij het fotograferen van water speelt reflectie een grote rol. Een polarisatiefilter is ideaal om hinderlijke reflecties op het water en op bladeren te onderdrukken. Daarnaast zorgt dit filter ervoor dat de kleuren een stuk verzadigder overkomen door het verminderen van reflecties. Het donkere veenwater wordt door het polarisatiefilter bijna zwart, wat bijdraagt aan de dramatiek van je beeld. Het filter vertraagt de sluitertijd met minstens anderhalve stop, maar dit is een filter dat je vaak permanent op je lens kunt laten zitten vanwege de vele voordelen.
Grijsfilter (ND-filter)
Hoewel het licht in het bos vaak niet fel is, kan het toch moeilijk zijn om lange sluitertijden te bereiken, zelfs met een gesloten diafragma en lage ISO-instellingen. Een grijsfilter (ND-filter) biedt dan uitkomst. Dit is een egaal filter dat het licht gelijkmatig vermindert zonder de kleuren aan te tasten. Grijsfilters zijn verkrijgbaar in verschillende sterktes, van 1 tot wel 15 stops. In de praktijk zul je met een filter van 3 tot 6 stops al een heel eind komen. Aan zee kan een 10-stopsfilter nuttiger zijn om langere sluitertijden te bereiken.
Grijsfilters bestaan zowel in vierkante vorm als in ronde schroefvorm. Als je al een filterhouder hebt voor grijsverloopfilters, kun je daar ook een vierkant grijsfilter in plaatsen.
Variabel grijsfilter
Een andere optie is een variabel grijsfilter. Dit zijn eigenlijk twee polarisatiefilters die je ten opzichte van elkaar kunt verdraaien om zo de hoeveelheid doorgelaten licht te regelen, meestal tussen 2 en 8 à 9 stops. Dit type filter is handig in gebruik, maar vooral bij extreme groothoeklenzen kunnen er soms vreemde patronen in je beeld verschijnen. Gelukkig zijn de nieuwere generaties filters hier beter in.
Naast de keuze van de lens is het beeldformaat minstens zo belangrijk bij het vastleggen van je onderwerp. Standaard beeldformaten zoals 2:3 en 4:3 zijn prima keuzes en leveren vaak mooie beelden op, maar het loont de moeite om ook andere formaten te overwegen. Een 16:9-formaat biedt bijvoorbeeld een breder overzicht van de omgeving. Je kunt dit formaat achteraf bijsnijden uit een horizontaal beeld, maar een echt panorama, samengesteld uit meerdere beelden, vraagt meer voorbereiding en werk ter plaatse.
De natuur leent zich uitstekend voor panorama’s, waarbij formaten zoals 1:2, 1:3 of zelfs 17:6 vaak goed werken. Deze formaten bootsen de natuurlijke kijkervaring na en hebben als voordeel dat je ze op groot formaat kunt afdrukken, waarbij de details prachtig naar voren komen. Een ander voordeel van panorama’s is dat je achteraf nog kunt bijsnijden, maar een nadeel is dat ze op beeldschermen en bij projecties vaak kleiner lijken.
Het 4:5-formaat, bekend uit het analoge tijdperk, levert soms een krachtiger beeld op, en ook vierkante beelden (1:1) kunnen een interessante optie zijn. Verticale foto’s zijn lastiger, maar ook die kunnen indrukwekkend zijn. Het 2:3 verticale formaat oogt vaak smal; het 4:5 verticale formaat biedt hier een betere optie. Uiteindelijk hangt alles af van de compositie: hoe je de onderwerpen in beeld schikt. Als je enthousiast bent over een onderwerp, is het verstandig om verschillende formaten te proberen, zodat je later meer keuze hebt.
Naast het formaat speelt ook de keuze van het brandpunt een cruciale rol in het eindresultaat. Groothoeklenzen zijn vaak de eerste keuze, en terecht. Ze brengen veel in beeld en tonen de volledige omgeving. Let er wel op dat de voorgrond in groothoekopnames vaak prominent aanwezig is, vooral als je laag fotografeert. Zorg ervoor dat de voorgrond scherp is en mooi overloopt in de achtergrond. Als je moeite hebt om voldoende scherptediepte te krijgen, kun je een focus-stack maken. Onscherpte in landschapsfoto’s is vaak storend, dus wees hier zorgvuldig mee.
Met groothoeklenzen worden achtergronden relatief kleiner weergegeven, en omdat je veel elementen in je compositie betrekt, vereist het gebruik van deze lenzen meer aandacht. Lijnen, vormen en patronen zijn essentieel voor een evenwichtige beeldopbouw. Het vinden van de juiste schikking kan wat tijd kosten, maar de beloning is groot. Vermijd een overmatig weids beeld zonder sterke inhoudelijke details, want dit kan de impact van de foto verminderen. Let ook op heldere luchtpartijen, die de aandacht van je onderwerp kunnen afleiden.
Een stapje naar rechts levert direct een mooiere compositie van de Soor op. Er is meer diagonaal in beeld onderin wat boeiender overkomt dan het bovenste beeld. Beeld: Marc De Schuyter f/11, 15s, ISO 200, 27 mm boven, 35 mm onder, polafilter
Niet elk beeld vraagt om een groothoeklens. Ook langere brandpunten hebben hun plaats in landschapsfotografie. Lenzen met een normaal brandpunt, zoals 35 mm en 50 mm, zijn ideaal voor overzichtsopnames en panorama’s zonder de vervorming van groothoeklenzen. Varieer in standpunt – hoog, laag, links, rechts – en experimenteer met je afstand tot het onderwerp voor verschillende perspectieven.
Persoonlijk werk ik graag met lichte telelenzen, met brandpuntsafstanden tussen 85 mm en 135 mm. Deze zogenaamde matige telelenzen bieden een lichte compressie van het beeld zonder het platgedrukte effect van zwaardere telelenzen. Ze zijn ideaal om onderwerpen te isoleren of structuren te benadrukken. In tegenstelling tot groothoeklenzen, waarbij voorgronden worden uitvergroot, brengen telelenzen alle elementen in het beeld even groot in kaart. Ze vormen een mooie afwisseling van de overzichtsfoto’s die je met groothoeklenzen maakt.
Vergelijkende panoramabeelden van eenzelfde onderwerp met toenemend brandpunt. Standpunt is onderling gewijzigd. Het beeld wordt iets meer samengedrukt bij toenemende brandpuntsafstand. Beeld: Marc De Schuyter f/11, 1,6s, ISO 200, van boven naar onder 24 mm, 45 mm, 90 mm
De keuze tussen zoomlenzen en vaste brandpunten is persoonlijk. Zoomlenzen bieden gemak en snelheid, terwijl vaste brandpunten je dwingen om langer na te denken en meer te ‘zoomen met de benen’. Hoe je ook fotografeert, ik wens je veel wandel- en fotoplezier!
Schrijf je in op onze nieuwsbrief om het laatste nieuws uit de fotografiewereld te ontvangen én het gratis ebook ‘Start met Fotograferen’.
Marc De Schuyter groeide op in het West-Vlaamse platteland, waar poelen vol amfibieën en weilanden vol boterbloemen de basis legden voor een levenslange liefde voor de natuur. Zijn eerste reflexcamera, een Yashica, maakten van fotografie een microbe die hem nooit meer losliet. Marc is expert in landschaps- en macrofotografie.