Praktijk

Waterinsecten fotograferen via high-key fotografie

Waterinsecten fotograferen in high-key: mannetje weidebeekjuffer landt op een spriet boven het water

Of je nu een beek of een kleine vijver in de buurt hebt, waar water te vinden is, valt heel wat te fotograferen.

Onder water in slootjes en poeltjes leven verrassend mooie dieren. Maar wie kent de waterschorpioen of de libellenlarve? Of het bootsmannetje: een opvallende wants die ondersteboven aan het wateroppervlak hangt. Ook óp het water zijn tal van kleine insecten te zien. Fotogeniek zijn ze zeker, maar hoe leg je deze vaak onbekende dieren vast?

Jaren geleden zag ik voor het eerst foto’s van planten en dieren tegen een spierwitte achtergrond. Ze waren gemaakt door Niall Benvie voor het internationale fotoproject Wild Wonders of Europe. De zogenaamde high key-techniek is niet nieuw: de beroemde fotograaf Richard Avedon gebruikte het effect van een volledig witte achtergrond al in zijn portretfotografie.

Een witte achtergrond haalt het onderwerp los van zijn omgeving, legt vormen en details duidelijker bloot en heeft een sterke visuele werking. Niet voor niets wordt dit principe in de reclamewereld al decennialang benut. Het idee om met beperkte middelen in de natuur zulke beelden te maken, spreekt dan ook steeds meer natuurfotografen aan.

Hoe werkt high-key?

Het basisidee is simpel: planten fotografeer je met een witte achtergrond zonder ze te plukken. Kleine dieren, zoals insecten, plaats je ter plekke kort op een witte ondergrond. Voor waterdieren gebruik je een cuvet.

Belangrijk is dat de achtergrond echt 100 procent wit is (R 255, G 255, B 255). Daardoor kun je beelden eenvoudig combineren met tekst of met elkaar, bijvoorbeeld in een magazine. Een bijkomend voordeel is dat elk weertype geschikt is: zon of bewolking maakt niet uit. De belichting komt volledig van de twee flitsers, waardoor het resultaat altijd consistent is.

Waterinsecten fotograferen tegen witte achtergrond: larve van de geelgerande watertor in een cuvet
De larve van de geelgerande watertor is een rover en vangt o.a. kikkervisjes. Beeld: Edwin Giesbers f/13, 1/200 s, ISO 250, 90 mm op fullframecamera

Opaal acrylaat als achtergrond

De standaardmethode maakt gebruik van een witte plaat van opaal acrylaat. Dit materiaal laat flitslicht door en zorgt zo voor een bijna schaduwloos effect. Het wordt verkocht onder merknamen als Perspex en Plexiglas en laat circa 40 procent licht door. Je ziet het vaak terug in reclamebakken.

Laat de plaat bij de leverancier op maat zagen. Een formaat van 30 × 45 cm is handig als standaard, maar een kleiner exemplaar van 20 × 30 cm past beter in een compacte fotorugzak. Voor de belichting gebruik je twee flitsers. Eén flitser plaats je op of naast de camera om het onderwerp van voren of van boven te verlichten. De tweede flitser zet je achter de acrylaatplaat. Die zorgt voor de schaduwloze witte achtergrond én geeft vaak een subtiele lichtwerking vanaf de achterzijde, waardoor sommige onderwerpen mooi transparant worden.

Voor de aansturing zijn radio-triggers ideaal, bijvoorbeeld van PocketWizard of Yongnuo. Anders dan bij optische systemen hoeven zender en ontvanger elkaar niet te ‘zien’. Ook fel zonlicht kan de verbinding dan niet verstoren.

Benodigdheden

Voor het fotograferen van een onderwerp tegen een acrylaatachtergrond heb je geen statief voor de camera nodig. De korte flitstijd van de flitsers bevriest namelijk elke beweging. Wel zijn er twee statieven nodig voor de flitsers: één voor de achtergrondflitser en één voor de flitser aan de voorzijde.

Daarnaast gebruik je een plamp (een buigbare arm met klemmen) om de acrylaatplaat vast te zetten. Plamps zijn verkrijgbaar van verschillende merken, zoals Manfrotto en Wimberley. Die laatste is wat duurder, maar ook lichter en veel makkelijker in gebruik. Voor de achtergrondflitser achter de acrylaatplaat is bovendien nog een licht statief nodig.

Duikerwants ondersteboven onder het wateroppervlak, macrofoto van een waterinsect tegen een spierwitte achtergrond
Een mooie kleine duikerwants. Beeld: Edwin Giesbers f/13, 1/200 s, ISO 250, 90 mm op fullframecamera

Belichting

Stel eerst de display van de camera zo in dat hoge lichten knipperen wanneer ze overbelicht zijn. Zet de camera in de manuele stand met de maximale sluitertijd die geschikt is voor flitsen, bijvoorbeeld 1/200 s. Kies een klein diafragma, zoals f/14, en een lage ISO-waarde van 100 of 200.

Begin met alleen de achtergrondflitser, liefst voorzien van een softbox en ingesteld op halve kracht. Maak een paar testopnames. Het doel is een achtergrond die overbelicht knippert, maar zonder overbelichte delen in het onderwerp. Pas hiervoor alleen de ISO of de flitskracht aan.

Heb je de juiste achtergrond ingesteld, zet dan ook de frontflitser met softbox aan. Deze plaats je op of naast de camera. Maak opnieuw testfoto’s en corrigeer indien nodig uitsluitend de flitsopbrengst.

Waterinsecten fotograferen in de sloot: vervaarlijk uitziende waterschorpioen tegen spierwitte achtergrond
Vervaarlijk uitziende waterschorpioen is een algemeen insect in de sloot. Beeld: Edwin Giesbers f/13, 1/200 s, ISO 250, 90 mm op fullframecamera

Cuvet en aquarium

In sloten en kleine waterplassen leven veel bijzondere geleedpotigen die we vaak niet kennen, maar die heel interessant zijn om te fotograferen. Voor waterdieren, zoals waterroofkevers, is een cuvet ideaal. Zo’n bakje is klein (meestal 25 × 18 cm) en ondiep (ongeveer 5 cm). Daardoor bevindt je onderwerp zich snel vlak achter het glas, wat scherpstellen vergemakkelijkt.

Opstelling voor waterinsecten fotograferen: cuvet op campingtafeltje met acrylaatplaat en flitsers aan de waterkant
Opstelling met cuvet. Beeld: Edwin Giesbers

Plaats de acrylaatachtergrond op minstens 30 cm afstand van het cuvet. Zet de frontflitser het best aan de zijkant om reflecties in het glas te vermijden. Een klein opvouwbaar campingtafeltje kan al dienen als ondergrond én als steunpunt voor de plamp met de achtergrond. Om het beeld interessanter te maken, kun je wat waterplanten in het cuvet plaatsen. Die geven de insecten houvast, zodat ze niet alleen op de bodem blijven. Dat voorkomt bovendien dat er delen van de cuvetwand of het tafeltje in beeld komen en de achtergrond niet volledig wit is.

Wat met insecten op het wateroppervlak?

Ook op het wateroppervlak zijn insecten actief. Minder dan onder water, maar zeker de moeite waard om vast te leggen. Allereerst zijn er de schrijvertjes: kleine kevertjes die vaak in groepjes boogjes in het water zwemmen.

Veel opvallender zijn de grotere schaatsenrijders. Deze insecten kun je goed fotograferen vanaf de waterkant, met een telezoomobjectief. Ze bewegen meestal in kleine groepjes langs de rand van een sloot of plas. Als je beweegt, zwemmen ze snel weg, maar blijf je stilstaan, dan keren ze al snel terug binnen bereik van je lens.

Omdat alleen hun pootjes het water raken, ontstaat er een mooie spiegeling van het lichaam. Op de plekken waar de pootjes het wateroppervlak indrukken, zie je bovendien sierlijke rondingen. Dat maakt ze bijzonder fotogeniek. Zowel op een bewolkte als een zonnige dag kun je hiermee experimenteren. Probeer bijvoorbeeld te fotograferen met de zon die in het water reflecteert. Soms lukt het zelfs de lichtvlekken bij de pootjes vast te leggen.

Met een sterke onderbelichting van –3,0 EV ontstaat een bijna buitenaards effect, waarbij de insecten zelfs op kleine drones of luchtvaartuigen lijken. De meest voorkomende soort is de grote schaatsenrijder, die je in vrijwel elk slootje tegenkomt. Zeldzamer is de beekschaatsenrijder, die alleen voorkomt in natuurlijke, meanderende beekjes met helder stromend water.

Die beekjes hebben vaak een prachtige bruinrode bodem die bij zonlicht mooi opkleurt. De combinatie van de ondiepte, de gekleurde ondergrond en de schaduw van de schaatsenrijder levert fraaie beelden op. Ook de stroming van het water zorgt voor bijzondere patronen en reflecties van bomen of struiken. Neem de beekschaatsenrijder daarbij klein in beeld, zodat de patronen in het water meer ruimte krijgen.

Waterinsecten fotograferen vanaf de waterkant: beekschaatsenrijder met schaduw op bruinrode beekbodem
Bij ondiep water spiegelt mooi de schaduw van de beekschaatsenrijder op de bodem. Beeld: Edwin Giesbers f/6,3, 1/160 s, ISO 400, 400 mm op crop camera

Juffers op het water

Een andere groep insecten die je altijd bij het water vindt, zijn de juffers en libellen. Ze jagen er op andere insecten en leggen in de paartijd hun eitjes op stengels van waterplanten. Dit levert vaak prachtige fotomomenten op. Wil je de spiegeling van parende of eitjes leggende juffers mooi in beeld brengen, fotografeer dan zo laag mogelijk boven het wateroppervlak. Een rijstzak op de oever of een statief met horizontaal geplaatste poten helpt om die lage positie te bereiken.

De beste omstandigheden zijn warme, zonnige dagen. Dan zijn juffers en libellen het meest actief. Windstil weer is ideaal, omdat het water dan rustig blijft en een heldere spiegeling geeft. Bij harde wind wordt het wateroppervlak te onrustig en verdwijnt dat effect.

Waterinsecten fotograferen: parende en eierleggende azuurwaterjuffers met spiegeling in het water
Parende en eierleggende azuurwaterjuffers. Beeld: Edwin Giesbers f/6,3, 1/250 s, ISO 400, 400 mm op crop camera

High-key boven het wateroppervlak

Ook wanneer een juffer of libel zich op het water bevindt, kun je werken met een witte achtergrond. Deze insecten kiezen vaak een takje in het water als rustplek. Een licht bewolkte hemel is hierbij bijna onmisbaar, omdat de lucht dan egaal in het water spiegelt zonder storende structuren. Windstil weer is eveneens belangrijk om een perfecte spiegeling van de juffer of libel op het takje te krijgen. Voor een helder wit beeld gebruik je belichtingscompensatie tussen +1 en +3 EV. Controleer het histogram: dit moet zo ver mogelijk naar rechts staan, met zo min mogelijk ruimte over. Let er wel op dat er geen hoge lichten ontstaan in de insecten zelf.

Vaak groeien er interessante takjes of sprieten verderop in het water. Neem daarom altijd een teleobjectief of telezoom mee in je fototas. Zodra je een geschikt takje met een juffer of libel hebt gevonden, zet je de camera op een statief en neem je rustig plaats aan de waterkant.

Het kan gebeuren dat het insect even wegvliegt om te jagen, maar meestal keren ze terug naar dezelfde uitkijkpost. Geduld loont hier: ondertussen geniet je van de omgeving – een ijsvogel die voorbijschiet, de geur van watermunt of het gezang van een rietzanger.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief om het laatste nieuws uit de fotografiewereld te ontvangen én het gratis ebook ‘Start met Fotograferen’.

Google Voeg Shoot.be toe als favoriete bron op Google!
Onderwerp: natuurfotografie

Meer relevante berichten

 Word abonnee van Shoot!

Krijg Shoot Magazine 6 keer per jaar (inclusief 2 extra dikke dubbelnummers) vol inspiratie, tips en fotoplezier rechtstreeks in je brievenbus.