Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


De weidebeekjuffer is een van de mooiste libellen om te fotograferen. De mannetjes zijn prachtig blauw gekleurd met een grote blauwe vlek op hun anders transparante vleugels. De volledig smaragdgroene vrouwtjes zijn een streling voor het oog. Kijk ze ’s ochtends vroeg in de poppetjes van hun ogen en je bent gegarandeerd verkocht.

Weidebeekjuffers sluipen uit ergens tussen begin mei en half augustus. Tussen midden juni en midden augustus zijn de populaties doorgaans het grootst, dus heb je de meeste kans om ze te spotten. Hun habitat is langzaam stromend, helder water. Een kabbelend beekje of een rustig stromende rivier is een goede gok. Weidebeekjuffers houden van zon, dus als de beek of rivier dan ook nog eens deels in de zon ligt, heb je al meer kans.

Trek er niet zomaar ’s ochtends op uit in de hoop dat je ze wel zal tegenkomen. Op dat moment zitten ze immers diep verscholen in de oevergewassen en is het onbegonnen werk om er eentje te vinden. Best ga je op een zonnige, windluwe dag rond de middag op onderzoek uit. Dan zijn ze namelijk actief. Als je er dan een vijftigtal ziet rondvliegen op een bepaalde plaats, is de kans groot dat je er de volgende ochtend een aantal in het oevergewas zal vinden die je vervolgens rustig kunt fotograferen.

Specifieke plaatsen waar je ze kan vinden, geef ik niet door. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste is het niet zo dat als je ze het ene jaar op een bepaalde plek vindt, ze daar het volgende jaar zeker weer zijn. Zo had ik drie vaste plekjes waar ik ze altijd vond, en vorig jaar waren ze plots op geen van die plekken nog te vinden. Op twee plaatsen was het habitat om een of andere reden door de mens gewijzigd, op de andere plaats stond er plots vee dat de oevers en bijgevolg het oevergewas vernietigd had. Toen moest ik gaan zoeken waar ze naartoe waren … stroomop- of stroomafwaarts? Ik volgde de stroom tot ik niet meer verder kon wegens privédomein en andere obstakels, en toen werd het heel moeilijk. Vorig jaar heb ik zo heel wat kilometers gestapt en kilootjes verloren om voor mijn workshops tijdig voldoende weidebeekjuffers te vinden!

Staat de zon al wat te hoog, maak dan een silhouetfoto door sterk te onderbelichten. (f/4, 1/1600, ISO 200, 90 mm)

Een tweede reden waarom ik niet happig ben op het doorgeven van exacte locaties – en dat druk ik mijn cursisten bij de start van elke workshop ook echt op het hart – is de bescherming van de juffers en hun habitat. Als je niet exact weet wat je doet, kan je heel veel schade berokkenen – daarover later meer. Ook is helaas voor sommige overenthousiaste fotografen de foto belangrijker dan het welzijn van het onderwerp (zoals je misschien al hebt gelezen in mijn column van deze Shoot) en dat wil ik te allen koste vermijden. Van een fotograaf die het aanpakt op de manier die ik hier omschrijf en er dit alles voor over heeft, verwacht ik ook dat hij respect heeft voor de juffer en niet met opzet of door onwetendheid schade zal aanrichten.

De zoektocht

Wel, ten eerste is Google natuurlijk your friend. Zoek bij foto’s naar Weidebeekjuffer (Calopteryx Splendens in het Latijn – is dat geen passende naam?) en limiteer je zoekopdracht in de tijd tot de laatste week of maand. Hoewel ik mijn cursisten altijd op het hart druk de locatie van ‘hun’ weidebeekjuffers niet vrij te geven, zijn er andere mensen die dit toch doen. Daarmee heb je dan dus een startpunt om te beginnen met zoeken. Bovendien is er de website Waarnemingen.be, waarop je ook de soortnaam kan ingeven en je zoekopdracht kunt verfijnen in tijd en plaats. Vaak wordt op deze site redelijk in detail weergegeven waar en hoeveel exemplaren van de weidebeekjuffer er zijn gezien. Een goede raad: als iemand op een locatie twee weidebeekjuffers heeft gezien, is het wellicht niet de moeite waard om je daarvoor te verplaatsen. De kans dat je die gaat vinden, is immers miniem.

Weidebeekjuffer
Als het zonlicht gebroken kan worden door vegetatie of de zon nog heel laag staat, kan je detail- en kleurrijke beelden maken. (f/4, 1/1600, ISO 400, 90 mm)

Als je een grote groep gevonden hebt, zal dat op een zonnige dag geweest zijn met weinig wind. Bekijk dan de lokale weersvoorspelling voor de komende dagen op een weersite of app. Helaas kunnen de weersvoorspellingen van de verschillende weersites en weermannen (of -vrouwen) op tv wel eens van elkaar verschillen, en doorheen de tijd heb ik hun betrouwbaarheid wel eens zien wijzigen. Momenteel gebruik ik vooral WeatherPro, maar ik blijf ze allemaal monitoren. Als alle weersites het echter met elkaar eens zijn, zit je in een luxe situatie en kan je er op vertrouwen dat de voorspelling correct is!

Je zoekt naar een dag waarop zon voorspeld wordt en het warmer wordt dan 17 graden. Het moet ook quasi windstil zijn. Bovendien moet het de nacht voordien flink afgekoeld zijn, liefst tot beneden de 10 graden! Zorg er ook voor dat je bij het begin van de schemering al aanwezig bent (en ja, dat is erg vroeg in de zomer!), zodat je tijd hebt om een fotomodel te vinden voor zonsopkomst. Houd er ook rekening mee dat wanneer het de nacht van tevoren stevig geregend heeft, de weidebeekjuffers zich nog dieper verscholen hebben en daardoor nog moeilijker te vinden zijn.

Waarom koel en windstil?

Zolang het koud is, blijven de weidebeekjuffers stil zitten. In deze korte periode (maximum twee uur na zonsopgang) kun je macrofoto’s van weidebeekjuffers maken. Met een beetje geluk vind je een goed model in het schaduwrijke gebied van de stroom. In de schaduw blijven ze immers het langst zitten. Op locaties die bij zonsopkomst onmiddellijk door de zon beschenen worden, heb ik het al meegemaakt dat de juffers bij 13 graden reeds begonnen te vliegen. Dan is het uiteraard over-and-out voor het maken van macrofoto’s.

Weidebeekjuffer
Begin met safety shots van op afstand en kom langzaam dichterbij. (f/5, 1/640, ISO 1000, 90 mm)

Windstil weer maakt de macrofotografie makkelijker omdat het onderwerp dan niet beweegt. Bovendien zorgt het ervoor dat eventuele dauwdruppels langer op een juffer blijven hangen. Dat levert ten eerste mooiere foto’s op, ten tweede verzwaren de dauwdruppels de juffer. Daardoor kan deze zich haast niet bewegen, wat het fotograferen dan weer vergemakkelijkt.

De weidebeekjuffer benaderen

Weidebeekjuffers zitten bij deze koele ochtenden diep in het oevergewas verscholen. Let vooral op riet en brandnetels, want daarop zitten ze het liefst. Het is belangrijk om heel erg goed te kijken bij elke stap die je zet. Beweeg je fijn en langzaam, als een ballerina. Zet één stap en kijk dan goed rondom je, tot tegen de grond aan. Dit is voornamelijk belangrijk voor het vrouwtje van de weidebeekjuffer, die totaal niet opvalt in het groen. Je wil namelijk echt geen enkel diertje plattrappen, dat moet je missie zijn.

Weidebeekjuffer
Kom heel langzaam dichterbij. Neem de tijd om het vertrouwen van de juffer te winnen zodat deze zich niet laat vallen. (f/5.6, 1/320, ISO 800, 90 mm)

Meestal neem ik enkele bamboestokjes mee. Zodra ik een weidebeekjuffer gevonden heb, plaats ik een bamboestokje dicht bij deze locatie. Na het plaatsen van mijn stokjes, kan ik dan gaan terugkijken en zien welke weidebeekjuffer het meest fotogeniek is of zit. Een juffer die je frontaal kan fotograferen, is heel interessant omdat ze zulke mooie ogen hebben. Maar ook belangrijk is de achtergrond: als deze rustig is, kan je de juffer mooier tot haar recht laten komen. Geweldig is een juffer die naar het oosten gericht zit, zodat je haar met de opkomende zon erachter kan fotograferen.

Het best haal je nu je macrolens tevoorschijn, want dit is het moment om dicht bij de juffer te kunnen komen. Maak hierbij vooral geen bruuske bewegingen! De juffer kan immers nog niet bewegen, maar ze kan zich wel laten vallen. In dat geval zit ze tegen de grond aan – weg is je geslaagde foto.

Weidebeekjuffer
Met een uiterst voorzich­tige benadering kan je ook detailfoto’s maken van de vleugels. (f/5.6, 1/200, ISO 500, 90 mm)

Shoot met macrolenzen

Een belangrijke tip is hier dat je best geen statief gebruikt. Een statief raakt namelijk snel verstrikt in de dichte begroeiing. En de kans dat je de stengel van de plant raakt waarop de weidebeekjuffer zit, is groot. In het beste geval schudt je dan enkel de dauwdruppels van de juffer, in het slechtste laat ze zich vallen. Verwijder ook de zonnekap van je lens, want die vergroot de kans dat je tegen iets aanstoot. Als de weidebeekjuffer op een plant naast een pad zit, kan je het natuurlijk wel voorzichtig proberen met statief. Dit zal je toelaten om met langere sluitertijden en dus lagere ISO-waarden te werken. Een statief heeft als bijkomend voordeel dat je met Live View kunt werken in de uiterste vergroting. Daarmee kan je heel precies scherpstellen op dat punt dat jij scherp wilt hebben (meestal de ogen). Het blijft natuurlijk enkel mogelijk om met statief te werken indien het (bijna) windstil is, anders blijf je toch op uit de hand fotograferen aangewezen.

Meestal zijn de omstandigheden van die aard dat ik uit de hand moet werken. Ik begin met safety shots van op afstand en kom langzaam dichterbij. Bruuske bewegingen zijn uit den boze! Als je de juffer niet aan je aanwezigheid laat wennen, laat ze zich vallen. Met deze werkwijze kan je bovendien zeer gevarieerde foto’s krijgen: van de weidebeekjuffer in haar omgeving tot een close-up van bijvoorbeeld de vleugel.

Met bamboestokjes kan je voorzichtig de achtergrond wat rustiger maken en dan wat diafragmeren voor een grotere scherptediepte. (f/8, 1/640, ISO 1250, 90 mm)

De juffer komt het mooist uit op een foto als de achtergrond niet te druk is. Let daarop bij de keuze van je onderwerp. Soms kan je ook met bamboestokjes (alweer heel voorzichtig) wat vegetatie wegduwen, zodat die verder van de juffer af komt te zitten.
Ik zal ook vaak voor een groot diafragma kiezen om de achtergrond nog waziger te maken. Enkel in een situatie waarbij de achtergrond echt ver verwijderd is van de juffer, diafragmeer ik om wat meer scherpte in het hele beeld te hebben. Of wanneer ik zo dichtbij fotografeer dat de scherptediepte echt flinterdun is, bijvoorbeeld bij de close-up van een vleugel met gebruik van extra tussenringen.

Heb je het geluk dat je een juffer frontaal in de ogen kunt kijken, probeer dan beide ogen op dezelfde afstand van de camera te houden. Houd dus het front van de camera evenwijdig aan de ogen van de juffer, enkel dan heb je beide ogen scherp.

Wees alert voor het moment dat de zon opkomt. Heb je het geluk dat je in een vlak landschap werkt of de zon gefilterd wordt door gebladerte van bomen, dan kan je de zon mooi fotograferen met nog voldoende detail in de juffer. Hoe harder het zonlicht, hoe meer je zal moeten onderbelichten. Ook dat kan mooi zijn, want dan creëer je een silhouet.

Weidebeekjuffer
Kan je de weidebeekjuffer frontaal fotograferen, zorg dan dat je het front van de camera evenwijdig houdt aan de ogen van de juffer. (f/4.5, 1/30, ISO 200, 90 mm)

Alternatieven voor macro

Ook andere lenzen, zoals lichtsterke 50mm-lenzen of vintagelenzen, kunnen sfeervolle beelden opleveren. Deze zal je, afhankelijk van welke lens je gebruikt, het best met tussenringen combineren als je dicht genoeg bij de weidebeekjuffer wilt geraken voor een rustig beeld. Voor de meeste sfeer zet je bij deze lenzen het diafragma best helemaal open, want hier gaat het vooral om bokeh en niet om de ultieme scherpte zoals de macrolens biedt.

Weidebeekjuffer
Met vintage lenzen kan je bijzonder sfeervolle foto’s maken met een speciaal bokeh. (f/1.4, 1/1000, ISO 64, 50 mm)

Een tip voor wie bekend is met meervoudige belichting (zie ook mijn artikel in Shoot 77 hierover). Probeer eens met deze techniek te experimenteren, dat kan zeer bijzondere foto’s opleveren.

Beheers je de meervoudige belichting, denk er dan regelmatig aan die ook eens te gebruiken voor meer variatie. (f/4.5, 1/8000, ISO 100, 90 mm)

Macro-instellingen

Heb je het geluk dat je met een statief kunt werken, dan kan je rustig in de manuele opnamestand en in Live View al je instellingen voorbereiden. Is het nog wat donker en wil je die ISO-waarde laag houden, kan je met langere sluitertijden werken. Bij sluitertijden lager dan 1/10 seconde stabiliseer ik mijn statief door er bijvoorbeeld onderaan een bonenzak aan te hangen. Bovendien klap ik dan de spiegel op voorhand op en druk af met een afstandsbediening. Zodra je meer licht hebt, kan je dat alles natuurlijk achterwege laten.

Maar in de meeste gevallen werk ik uit de hand. Ik gebruik dan de diafragmavoorkeuzestand, omdat ik soms de uittrek van de macrolens wat naar voor en achter beweeg en snel wil afdrukken wanneer ik het gewenste plaatje scherp in beeld heb. Als ik dan nog aan de sluitertijd (die bij de diafragmavoorkeuzestand wijzigt bij het uittrekken van de macrolens) of de ISO moet gaan prutsen, is dat wat lastig. Uiteraard moet je bij diafragmavoorkeuze altijd vanuit je ooghoek de sluitertijd in de gaten houden om bewogen beelden te vermijden. Bij een nog stilzittende juffer en een macrolens met brandpuntsafstand rond de 100 mm, hangt het ervan af hoe stabiel je zit of ligt, maar raad ik een sluitertijd tussen de 1/100 en 1/200 seconde aan. Begint het te waaien, kies dan een snellere sluitertijd – hoe snel die moet zijn, hangt natuurlijk af van de hoeveelheid wind. Scherpstellen wordt dan ook moeilijk, dus dan werk je best met continu-opnames op het moment dat het onderwerp je beeld in waait om de kans op een scherpe foto te vergroten.

Wanneer de juffer begint op te warmen, zal ze eerst de dauwdruppels van de ogen proberen te verwijderen. Dit lijkt dan alsof ze zich wast en dat levert heel leuke foto’s op. Nu moet je echter, ook als je op statief werkt, letten op de snelheid van beweging van de juffer. Om deze actie te bevriezen, raad ik dan een sluitertijd van 1/500 s aan.

Weidebeekjuffer
Wanneer de juffer de dauwdruppels van zich af begint te poetsen, zal ze snel en plots wegvliegen. (f/1.2, 1/4000, ISO 100, 55 mm)

De vliegende weidebeekjuffer

Je merkt vanzelf wanneer de weidebeekjuffer zal gaan vliegen. Als de bewegingen van de juffer in de vegetatie toenemen, zal ze plots wegvliegen. Dit is het moment waarop je de weidebeekjuffers kunt gaan vastleggen in de vlucht. Hiervoor moet je eerst een tijdje observeren welke hun favoriete planten of gras- of rietstengels zijn om op te rusten of op uitkijk te zitten naar prooi. Vaak landen ze telkens op dezelfde plant. Zie je meerdere juffers en meerdere mogelijkheden, kies dan uiteraard de meest fotogenieke plant met de mooiste achtergrond.

De benodigdheden voor het fotograferen van de weidebeekjuffer in de vlucht zijn de volgende: een statief, een telelens (minimaal 300 mm op een full-frame, 200 mm op een cropcamera), eventueel aangevuld met een convertor of extender. Een lichtsterke telelens heeft uiteraard de voorkeur, omdat deze met een open diafragma de rustigste beelden geeft. Het laatste, maar belangrijkste attribuut dat je moet meebrengen, is een goede portie geduld. De natuur doet immers niet altijd wat wij in ons hoofd gepland hebben, dus net wanneer jij je rietstengel gekozen hebt en je apparatuur hebt opgesteld, beslist de weidebeekjuffer dat die brandnetel een eindje verderop toch ook een leuk stekje is. Verhuis je dan best mee met je statief of wacht je toch geduldig bij het eerste plekje? Daarop moet ik je het antwoord schuldig blijven. Wat je ook beslist, het kan de goede of de slechte keuze geweest zijn, want de weidebeekjuffer is baas.

Weidebeekjuffer in de vlucht vastgelegd met manuele scherpstelling. (f/4, 1/2000, ISO 500, 420 mm)

Eens je beslist hebt welke plant je neemt, ga je scherpstellen op dat stukje waarop de juffer meestal landt. Zet dan de camera zeker op manuele focus zodat de focus niet verschuift wanneer de juffer in aantocht is. Ik adviseer een open diafragma voor een rustig beeld en een sluitertijd van minimaal 1/1600 s. De ISO pas je aan voor een goede belichting. Zorg er hierbij voor dat het histogram net wat van de rechterrand afblijft. De juffer vliegt immers in de zon en haar ogen en metaalglans zullen de zon reflecteren. Door een klein beetje onder te belichten, vermijd je overbelichte stukken. Zet de camera op continu-opname.

Vervolgens sta je ontspannen naast je camera met je vinger op de ontspanknop en kijk je naar de juffer. Kijk dus niet door de zoeker, dan mis je gegarandeerd het juiste moment. Zodra de juffer komt aangevlogen, blijf je afdrukken tot ze op de plant geland is. Met een beetje geluk is het meteen raak, maar vaak moet je dit verschillende keren proberen alvorens je een scherpe foto hebt. Je kan ook de focus een heel klein beetje achter de plant leggen want ook daar heb je de kans dat de juffer net op het moment van afdrukken door het scherptegebied vliegt.

Bij het bepalen van de compositie, kader je best voldoende ruim, want je moet de juffer aanvliegruimte geven. Ze komt ook niet altijd uit dezelfde richting aangevlogen. Zorg dus voor voldoende ruimte links, rechts en boven het topje van de plant. Ze komt zelden van onderaf aangevlogen.

Je kunt ook de methode van 3d-tracking uitproberen, maar dan vooral wanneer de juffer van op haar plant vertrekt. Dit werkt niet bij alle camera’s even goed en de juffer vertrekt vaak zo plots dat je te laat bent met het drukken op de ontspanknop. Moest je dit proberen, zorg dan dat de autofocusfunctie geactiveerd is op de ontspanknop.

Autofocustracking en 3D-tracking is moeilijk bij de weidebeekjuffer, maar af en toe wil het lukken. (f/4, 1/1000, ISO 1250, 300 mm)

Een laatste tip

Zo, nu ben je er klaar voor om op zoek te gaan naar weidebeekjuffers, maar graag geef ik toch nog één belangrijke tip mee. Ga alleen en ervaar de fragiliteit van de weidebeekjuffer. Je zoektocht en vooral de dag dat je ze gaat fotograferen, zal je het besef geven dat het geen goed idee is hier een grote groepsactiviteit van te maken. Je kan desgewenst eens teruggaan met iemand waarvan je weet dat die op dezelfde respectvolle manier met de weidebeekjuffer en haar habitat zal omgaan. Het is zeker een hele onderneming, maar ook een echte aanrader om je dag door deze charmante diertjes te laten opvrolijken.

Blijf met het histogram een stukje van de rechterrand af om overbelichting van de glansrijke delen te vermijden. (f/11, 1/800, ISO 1600, 420 mm)


Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in