Praktijk

Mooie portretten maken op straat

Portretten hoef je niet in een studio of in een vertrouwde omgeving te maken. Ook op straat kan je aansprekende portretfoto’s schieten.

Portretten hoef je niet in een studio of in een vertrouwde omgeving te maken. Ook op straat kan je aansprekende portretfoto's schieten.

Straatfotografie is een term die vele ladingen dekt. In theorie slaat hij zelfs op alles wat zich buitenshuis afspeelt, en niet per se letterlijk op straat. Het kan net zo goed de parking van een restaurant zijn, een weide of de metro.

We starten met de vraag of je invloed hebt op het beeld dat je creëert. In het eerste geval vang je een momentopname, een gebeurtenis of een toevalligheid die een meerwaarde aan je beeld geeft. Kijken, geduld en snelle reflexen zijn hier je troeven. Iedereen maakt wel eens zo'n snapshot met een leuke knipoog. Maar om dat keer op keer te presteren, dat vereist kunde en de nodige bagage.

Een tweede situatie is dat je op locatie je eigen situatie creëert, waarin je wél invloed hebt op de verschillende factoren van het beeld. Het is over die tweede vorm van straatfotografie dat dit artikel gaat: de gecontroleerde straatfotografie, meer specifiek: portretten op straat.

Controle? Ja, maar…
Licht, locatie, model en fotograaf: dat zijn de vier factoren die invloed hebben op het uiteindelijke resultaat van je beeld.

Dat klinkt logisch, maar de manier waarop het gebeurt is belangrijk. Het is niet omdat we nu over een meer gecontroleerde vorm van fotografie spreken dat we over een pad van zekerheden zullen lopen. Vaak laat ik één of enkele van deze aspecten aan het toeval over of wil ik er niet te veel over weten. Enerzijds omdat ik niet anders kan, anderzijds als uitdaging.

Of het nu voor een professionele opdracht of vrij werk is, je hebt deze aspecten niet altijd onder controle. Voor vrij werk laat ik de controle zelfs bewust schieten. Je kan op een locatie aankomen die op het eerste gezicht geen meerwaarde aan een beeld geeft, het model is niet wat je ervan verwacht had, je had gehoopt op prachtige zon en het is zwaar bewolkt. En je voelt je die dag niet helemaal in je sas door vermoeidheid of stress.

Voor ik op elk van de vier aspecten inga, wil ik nog toelichten hoe ik te werk ga bij portretten voor eigen werk (dus niet in opdracht). Meestal lanceer ik via Twitter en Facebook een simpele vraag of er iemand geïnteresseerd is om een portretje te laten maken. Daar reageren tal van mensen op. Soms kies ik voor iemand die ik ken. Dat kan een knapperd met karakterkop zijn, een mooi meisje of Jan Modaal.

De kans is groot dat ik in mijn hoofd al een mooie locatie heb. Soms weet ik niet hoe die persoon eruitziet en heb ik beloofd om naar zijn buurt te komen, en dan ken ik ook de locatie niet. Vaak spreken we al een paar dagen op voorhand af, zodat ook het weer, het licht en de lucht onbekenden zijn.

Maar er zijn ook van die dagen dat ik naar buiten kijk en mooie wolken zie, dan wil ik binnen het uur iemand fotograferen met als achtergrond dat mooie wolkendek. Je maakt het jezelf dus zo gemakkelijk of moeilijk als je maar wilt door elk van de vier factoren minder of meer vast te leggen.

Het model kiezen

Bij de keuze van een model zal ik nooit voor uitersten kiezen, ik opteer voor gewoon en normaal. Make-up gebruik ik nooit voor portretten in vrij werk, het is geen beautyshot maar een beeld waarin ik iemand probeer vast te leggen zoals ik hem of haar zie of wil laten zien.

Als een model mij vraagt welke kleding nodig is, zeg ik steevast: “Waar je je goed in voelt.” Zoals ik al zei, ik probeer een portret zo dicht mogelijk tegen de realiteit te maken. Als ik instructies zou geven over de outfit, maak ik mijn model al onzeker als die stijl niet zou stroken met wat hij of zij normaal draagt.

Dat maakt het des te moeilijker om een ontspannen individu voor de lens te krijgen. Ik werk voor vrij werk immers met gewone mensen, niet met getrainde modellen. In plaats van ‘model’ zou ik eigenlijk consequent ‘geportretteerde’ moeten zeggen.

De omgang en de pose
In de omgang met je model zijn er verschillende benaderingen. Of je neemt stevig de teugels in handen en gidst hem of haar door de beelden die je aan het maken bent. Elk onderdeel van het lichaam kun je dirigeren naar de positie die jou voor het uiteindelijke beeld optimaal lijkt. Mijn ervaring leert me dat dit nogal gemaakt overkomt. Anderzijds is dat soms gewoon nodig: sommige mensen verkrampen nu eenmaal zodra er een lens op hen gericht wordt. Dat is een beetje aanvoelen en ervaring opdoen.

Uiteindelijk zoek je naar een gezonde mix tussen dirigeren en vrij laten. Je vraagt aan je model om zich zo ontspannen en natuurlijk mogelijk te gedragen en daarbij geef jij dan subtiele aanwijzingen om net de juiste hoek te krijgen. Zeker bij het finetunen van het beeld is het belangrijk om toch wat bij te sturen.

Eerst moet je ervoor zorgen dat je model zich comfortabel voelt. De eigenlijke lichaamspose is voor mij niet zo belangrijk. De houding die het model spontaan aanneemt, volstaat meestal voor mij. Als het nodig is, zal ik hier en daar wat richtlijnen geven: zet je handen in je zij, of juist niet et cetera.
De meeste mensen hebben een natuurlijke pose voor verschillende houdingen: luisterend, afwachtend, zelfverzekerd, verveeld, afwezig. Ik tracht die poses in iemand naar voren te brengen.

De eerste impressies van die persoon gidsen mij dan naar een idee. Afhankelijk van de houding van de persoon pas ik mijn portret aan. Dat is ook gewoon leuk: mensen lezen, inschatten en bestuderen en op basis daarvan een portret maken. Ook al ontmoet je ze maar zeer kort, er zijn altijd specifieke kenmerken die naar boven komen.

De blik
Zodra de juiste lichaamspose is gevonden, is het belangrijk om de blik, het hoofd en de ogen te positioneren. De ogen zijn belangrijk in een portret: ze weerspiegelen de ziel, zoals het cliché zegt. Om de juiste hoek van het gezicht en de richting van de ogen te bepalen, laat ik mensen met hun neus mijn hand volgen. Dat is duidelijker dan instructies met 'rechts' en 'links'.
 

Ik ben van nature geïnteresseerd in het doen en laten van anderen, én mijn mond staat nooit lang stil. Ik praat en vraag dus honderduit en ondertussen neem ik mijn beeldjes. Dat praten wérkt op de een of andere manier. Het is gewoon belangrijk om je als fotograaf op je onderwerp te focussen en niet meer met de techniek bezig te zijn dan strikt nodig.

Doordat ik zo veel vragen stel, vergeet mijn model soms dat ik foto's maak. Dat zijn juist de momenten waarop je leuke blikken of expressies kan vastleggen. Soms moeten mensen bij een vraag even nadenken en dan kijken ze met een peinzende blik in de verte. Druk af en je hebt je foto!

Binnen een uurtje
Een andere niet onbelangrijke factor is timing. Ik tracht alles in een uurtje af te ronden. Dat loopt natuurlijk wel eens uit maar meestal lukt het mij binnen die tijdspanne. Op die manier vraag je niet te veel tijd van je model en heeft hij of zij ook een idee van hoelang het nog gaat duren. Zeker op koude herfst- of winterdagen wordt dat geapprecieerd. Als ik dan vraag of ze het niet te koud hebben, krijg ik meestal het antwoord: “Ja, maar ik hou het nog wel twintig minuten vol.”

Erg belangrijk is ook dat je de portretten die je maakt, deelt met de persoon die je portretteert. Zo kunnen zij zelf ook zien hoe ze overkomen en eventueel punten bijsturen die zij belangrijk vinden. Met opmerkingen als “ik vind mijn neus vanuit die hoek niet mooi” of “ik vind het beter als ik mijn haar losmaak” moet je instemmen. Het einderesultaat moet immers ook naar wens van de geportretteerde zijn.

Daartegenover staat dat het definitieve beeld dat je kiest, voor je portfolio, blog of welk medium ook, niet altijd het favoriete beeld is van de geportretteerde. De uiteindelijke keuze is aan de fotograaf. Natuurlijk geef je alle geselecteerde beelden ook aan het model; hij of zij kan dan de eigen favorieten gebruiken. Zo is iedereen tevreden. Smaken verschillen nu eenmaal.

De locatie

Na het model is de locatie het tweede fundamentele element van straatportretten. Locatie is alles en niets. Een locatie geeft een meerwaarde aan je beeld. Ze kan je onderwerp benadrukken of juist een contrast belichten met de geportretteerde. Je kan breed gaan in het weergeven van je locatie of alleen een detail gebruiken.

Vaak gaat men ervan uit dat een locatie imposant en bombastisch moet zijn. Dat kan in sommige gevallen werken, maar het is zeker geen must. Eigenlijk komt het erop neer dat je elke locatie moet kunnen doen werken in je beeld. Dat kan je al doen door slechts een detail van die locatie mee in je beeld te verwerken.

Testshot maken
Ook hier weer is kijken en experimenteren belangrijk. Met één snel testshot kan je zien of een bepaalde hoek of focus een meerwaarde geeft aan je portret. Maak ook duidelijk aan je model dat je eerst wat testbeelden wilt maken om te kijken wat het beste resultaat geeft op die locatie. Deel deze testshots weer met hen – dat schept betrokkenheid en het geeft je wat ruimte om te experimenteren.

Vaak wordt er naar een locatie gezocht die sprekend en interessant is. Daar is niets mis mee zolang de focus in je finale beeld op het portret ligt en niet op de achtergrond. Ik werk vaak met een zo banaal mogelijke locatie, gewoon voor het contrast en om de focus op het portret te houden. Soms kies ik de locaties op voorhand, soms laat ik het allemaal aan het toeval over en probeer ik het beste te maken van een locatie.

Ik probeer ook steeds diepte aan het beeld te geven, een gevoel van ruimte te creëren en het beeld te laten ‘ademen’. Met diepte haal je het onderwerp beter naar de voorgrond en verhoog je de focus op het portret. Verder probeer ik steeds een beetje rust in de achtergrond te steken. Zoals gezegd mag het decor niet de overhand nemen op het portret.

Let op de horizon
Hou ook rekening met de positionering van je onderwerp ten opzichte van de achtergrond. Ik tracht steeds het hoofd en de schouders van mijn model net boven de horizonlijn te plaatsen – indien dat mogelijk is, natuurlijk. Zo komt er weer een extra focus op het individu en gaat het niet te veel op in de achtergrond. De horizon is in dit geval niet alleen waar de lucht begint; het kan elke scheidingslijn in de verte zijn, bijvoorbeeld waar het grasperk overgaat in de bomen of het strand in de zee.

Mijn voorkeur gaat vaak naar portretten in de stad; spelen met de aanwezige architectuur en de diepte van de straat geeft dan een extra cachet aan je beeld. Een mooie lange straat waarin je het model centraal op het beeld zet, waarbij de lijnen van de straat of de huizen een extra diepte aan je beeld geven, kan tot mooie resultaten leiden. En zo kan je bijna op elke locatie wel een aspect naar je hand zetten om je portret te benadrukken. In stedelijke omgevingen moet je wel rekening houden met achtergrondelementen die het beeld kunnen verstoren. Zo is het nooit de bedoeling dat er een lantaarnpaal uit het hoofd van je model schiet.

Werken op locatie is zeer dankbaar maar het vraagt ook enig oog voor detail, vooral in combinatie met je onderwerp.

Het licht

Licht is essentieel om een mooi portret te maken. Vaak heb je genoeg aan het aanwezige licht: des te beter. Al te vaak grijpt men naar een berg materiaal om alles in te flitsen, hoofdlicht hier, haarlicht daar en rimlight ginder, gels op de achtergrond enzovoort.

Of ik nu met artificieel of het aanwezige licht werk, het eerste wat ik doe op locatie is kijken wat het aanwezige licht doet op mijn beelden. De positionering van je model is daarbij cruciaal. Soms staat de zon al laag en geeft deze een mooie harde aflijning zijdelings op je model. Soms volstaat dat licht al om een mooi portret te maken.

Indien het contrast dan te groot is, kan je het tafereel eventueel aan de andere kant nog zachtjes inflitsen om een gelijkmatiger belicht beeld te krijgen zonder dat je het aanwezige licht wegflitst. In mijn persoonlijke werk probeer ik steeds zo ruim mogelijk te werken om zo veel mogelijk lucht en wolken in beeld te hebben, louter uit persoonlijke voorkeur.

Bewolkte dag
De positionering van je model is zoals gezegd heel belangrijk, zeker in functie van het licht. Ik vermijd indien mogelijk om rond het middaguur te fotograferen, zeker op zonovergoten dagen. Het aanwezige licht is dan zo fel dat het meestal moeilijk is voor het model om lang de ogen open te houden. Zelfs op een bewolkte dag kan het gebeuren dat de ogen van een model beginnen te tranen door het felle licht. Ik werk dus liever in de ochtend of in de late namiddag.

Vaak wordt er geklaagd dat wij te weinig mooie zonnige dagen hebben. Vanuit fotografisch standpunt ben ik het daar helemaal niet met eens. Ik hou van bewolkte dagen met veel contrast in het wolkendek. Die wolken geven een mooie dramatiek aan je beeld als je er juist mee omgaat.

Als je toch mooie blauwe luchten wilt hebben in je beeld, probeer dan steeds met je rug naar de zon te fotograferen. Dat geeft soms problemen met de zon in de ogen van het model, maar dat is afhankelijk van model tot model.

Hoewel ik een absolute fan ben van natuurlijk licht, gebruik ik bij portretten toch vaak ook flitslicht. Om de eenvoudige reden dat ik graag een extra focus op de geportretteerde leg en van cleane beelden hou met een gelijkmatige belichting. Zo komen we automatisch bij het volgende onderdeel.

Het materiaal
Ik werk volgens het concept one shoot. Daaronder versta ik: één lens, één model, één lichtbron (flits of aanwezig licht) en één uur tijd. Enerzijds wil ik flexibel zijn in mijn portretwerk en dus geen kilo’s materiaal meesleuren. Ik wil gewoon op de fiets kunnen springen en de stad in rijden, of de trein naar een andere stad nemen. Alles past in één tas die ik op mijn rug draag. Zo ben ik niet beperkt in mijn doen of laten en kan ik rustig door de stad slenteren en iemand aanspreken om een beeldje te maken, en na die portretsessie rustig een koffie gaan drinken zonder dat ik mij zorgen hoef te maken over mijn materiaal.
 

Anderzijds verhindert de tijdsbeperking die ik mezelf opleg me om twintig minuten bezig te zijn met het opstellen van licht. Dan ben ik namelijk al een derde van mijn portrettijd kwijt. En, niet onbelangrijk, als fotograaf-met-een-gezin heb ik nog wel andere bezigheden die tijd vragen.

Wat zit er dan in de tas voor zulke shoots? Een Nikon D4, een 35mm f/1.4-lens, een Nikon Speedlight SB-900-flitser, twee pocketwizards (MiniTT1 en FlexTT5) om de flitser aan te sturen, en een klein reporterstatiefje om de flits op te zetten. Soms varieer ik eens en neem ik een ringflitser mee met een Elinchrom Ranger Quadra-flitsset, maar dat is eerder uitzonderlijk. Af en toe gebeurt het ook dat ik een 50 mm f/1.4 neem in plaats van de 35 mm. Doordat je niet veel materiaal hebt, moet je creatief omspringen tijdens je shoot.

De 35mm-lens zoomt niet, dus moet je jezelf goed positioneren om zowel onderwerp als locatie mooi in beeld te brengen. De flits gebruik ik zonder paraplu – een paraplu waait toch alleen maar weg – en dat geeft zeer gericht, hard licht. Je moet met dat licht leren omgaan, zeker bij schaduwen op de hals en de neus. Maar door zo te werken leer je omgaan met licht en creatief om te springen met de mogelijkheden en beperkingen.

En het allerbelangrijkste van die beperkte materiaalkeuze is het feit dat je niet te veel met al je lichten bezig bent en je gewoon kunt focussen op je model en je beelden.

De techniek
Welke techniek ik gebruik, wordt bepaald door wat ik graag toon. Ten eerste heb ik graag een mooi uitgelichte lucht of contrastrijke wolken in mijn beeld. Als ik op een locatie aankom, neem ik allereerst een beeld van de lucht. Ik ga na op welke sluitertijd ik een mooi contrastrijk beeld krijg – overdag betekent dat vaak een sluitertijd van 1/800 tot zelfs 1/8.000. Ik portretteer graag met een groot diafragma (laag f-getal dus), dat is in 90 procent van de gevallen f/1.4. In de andere gevallen ga ik maximaal tot f/2.8 of f/3.2, dat geeft een mooie scherptediepte in het beeld.

Maar als je dan je model in het beeld plaatst, zal je al snel zien dat het met het aanwezige licht onderbelicht is. Geen probleem, dan zetten we toch een flitsje op het model? Wel, de combinatie van de snelle sluitertijd en het grote diafragma geeft een technisch probleem. De meeste externe flitsers zijn beperkt in hun synchronisatiesnelheid – dat is de kortste sluitertijd waarop een flits zichtbaar is op het beeld – tot 1/250. Maak je de sluitertijd korter, dan belicht de flits niet het volledige beeld. Daar sta ik dan met mijn gewenste sluitertijd van bijvoorbeeld 1/1.250.

Dat is waar de pocketwizards van pas komen. De MiniTT1 en de FlexTT5 hebben naast een aantal andere handige eigenschappen de mogelijkheid om te flitsen bij hogere sluitertijden, de zogenaamde high speed sync. Ze stellen mij dus in staat om op diafragma 1.4 met 1/3.200 te flitsen.

Daardoor kan ik een ingeflitst portret maken met een kleine scherptediepte en een nog steeds contrastrijke lucht. Op die manier kan je zo veel aanwezig licht in je beeld verwerken of wegwerken als je wilt, en toch een mooi ingeflitst portret maken. Mocht je niet in het bezit zijn van pocketwizards, dan kan je nog steeds 'high speed syncen' met je flits op de camera, dat werkt ook.

De fotograaf

Als fotograaf ben jij verantwoordelijk voor het eindresultaat van een portretshoot. Je zorgt zelf voor de nodige vibe tijdens het portretwerk. Als je een vrolijk beeld wilt, moet je zelf niet met een begrafenisstemming rondlopen. De mensen rondom jou nemen snel jouw gemoedstoestand over. Als je gestrest bent omdat iets niet lukt, dan zal je onderwerp ook nerveus worden. Probeer je zenuwachtigheid te verbergen voor je model; lukt dat niet, communiceer dan even duidelijk wat er fout loopt zodat je model zich niet de oorzaak van de problemen voelt. Geloof me: dit komt vaker voor dan je denkt.

Verder moet je eigenlijk als fotograaf minstens energie voor twee hebben. Energie voor jezelf om een leuke fotosessie te houden en energie die je moet overbrengen op je onderwerp. Zorg ervoor dat je sereen bent, vol zelfvertrouwen en duidelijk in je communicatie. Ben je even de pedalen kwijt, stres je omdat er iets niet lukt, of ben je gewoon moe, dan doe je ofwel of er niets aan de hand is, of je communiceert erover. Kies zelf maar wat het beste werkt voor jou, zolang je model maar niet het noorden kwijtraakt.

Kies je eigen methode
Zo pak ik mijn locatieshoots voor vrij werk aan. Het belangrijkste wat je moet onthouden is dat dit enkel vertrekpunten zijn. Je bent niet verplicht om op diafragma f/1.4 te fotograferen of je tot één flitser te beperken omdat ik dat doe. Iedereen moet voor zichzelf een werkbare methode vinden om efficiënt en toch creatief te kunnen fotograferen binnen een bepaalde tijdspanne. Ik ben blij dat ik in het verleden met deze ‘one shoots’ ben begonnen. Nu ik twee kinderen heb, is vrije tijd schaars en ben ik blij dat ik maar een uurtje nodig heb om leuke portretten te maken.


Niko Caignie is een fulltime freelancefotograaf uit Antwerpen. Voor zijn vrij werk heeft hij graag mensen in beeld, van close-ups in de studio tot weidse portretten op locatie. Nico blogt op www.dipfico.be; zijn professionele site vind je hier.

Volledige beschrijvingen van de onderstaande extra foto's vind je in de Shoot-portretspecial waarin dit artikel verscheen.

[extern_gallery urls=”http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/30/122649_shoot-1lncoverbeeld.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/30/122649_nc-11.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/30/122649_shoot-1-2.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/30/122649_shoot-3.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/30/122649_shoot-1.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/30/122649_shoot-2.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/30/122649_shoot-2ks.jpg” caption=”||f/3.2, 1/4.000, ISO 100, 35 mm, SB-900 links naast het model.||f/2.8, 1/40, ISO 800, 35 mm.||f/7.1, 1/250, ISO 100, 42 mm, Elichrom Ranger met 90 x 120 softbox.||f/1.4, 1/3.200, ISO 100, 35 mm, SB-900 links naast het model.||f/14, 1/250, ISO 100, 35 mm, ringflits.||f/2, 1/640, ISO 50, 35 mm, SB-900 links naast het model.”]Blog Niko CaignieWebsite Niko Caignie

Schrijf je in op onze nieuwsbrief om het laatste nieuws uit de fotografiewereld te ontvangen én het gratis ebook ‘Start met Fotograferen’.

Google Voeg Shoot.be toe als favoriete bron op Google!
Onderwerp: pocketwizard, portretfotografie, straatfotografie, studio

Meer relevante berichten

 Word abonnee van Shoot!

Krijg Shoot Magazine 6 keer per jaar (inclusief 2 extra dikke dubbelnummers) vol inspiratie, tips en fotoplezier rechtstreeks in je brievenbus.