De Belgische fotograaf Guido Sterkendries gaat ver om de natuur op de gevoelige plaat vast te leggen. Wekenlang kamperen op een platform van een paar vierkante meter, hoog boven het regenwoud, of dagen aan een stuk in tropische poelen schuilhouden om een zeldzame kikker te fotograferen: het vergt energie en wilskracht. Maar het resultaat is zonder uitzondering indrukwekkend.

Shoot ontmoet Guido Sterkendries in zijn thuisbasis in Edegem, waar hij werkt aan een boek dat de titel Battle for life zal dragen. Het wordt meer dan een fotoboek; het is een levenswerk, de neerslag van twintig jaar reizen en fotograferen. Voor ons interview trekken we naar buiten, op de grens van bos en akker. Houtduiven, een paar Nijlganzen en een Vlaamse Gaai zijn de niet altijd stille getuigen van ons gesprek. Guido heeft de vogels altijd net iets vroeger gezien dan ik, en kan ook perfect voorspellen wat ze gaan doen.

Shoot: Je kent de natuur duidelijk op je duimpje.
Guido Sterkendries: Als natuurfotograaf moet je vooral de gave van observatie hebben. Je moet alert zijn voor je omgeving, zien wat er gebeurt en aanvoelen wat er gaat gebeuren, zonder dat je daarover moet nadenken. Een jager heeft diezelfde gave nodig. Als fotograaf ben je ook een beetje jager. Je schiet de dieren met je camera.

Ik had dat als kind al. Ik zag in de natuur wat anderen rond mij niet zagen, en werd daarom vaak niet geloofd. Als een valk een mus grijpt, gaat dat razendsnel – in enkele seconden is het voorbij. Wanneer je hoofd pas draait om te kijken wanneer het gebeurt, zie je hooguit nog een stuk van een staart, die misschien evengoed van een duif kan zijn als je niet veel van de natuur kent. Door te fotograferen kon ik dat moment bevriezen, en tonen wat ik zag en anderen niet.

Heb je een opleiding tot natuurfotograaf gevolgd?
Ik heb niet veel opleiding gevolgd. Ik paste niet echt in het schoolsysteem, waar je je aandacht moet houden bij wat er op dat moment op het programma staat. Je moet nu dit leren en nu dat doen. Dat werkte niet voor mij. Als ik ergens het nut van inzag deed ik het, maar anders niet.

Ik was wel leergierig, zoals elk kind. Als ik in de natuur kwam, wilde ik meteen meer weten over wat ik zag. Het is zoals een spons: leg hem in water en hij zal zich volzuigen, maar wanneer je er te veel water op giet, loopt het er toch weer uit.
 

Hoe ben je dan met fotografie begonnen?
Hier vlakbij stond een boom waarvan ik wist dat een koppel bonte spechten er hun nest in hadden. Daar heb ik mijn eerste foto’s gemaakt met de camera van mijn oudere broer. Sindsdien ben ik blijven fotograferen.

Uiteindelijk leef je dan zo sterk op het ritme van de natuur dat je vroeg of laat keuzes moet maken. Als er een nest mezen uitkomt op het moment dat je eigenlijk moet gaan werken, wat doe je dan: kies je voor de foto of voor je job? Toen ik besefte dat ik te veel momenten verloor die ik waardevol vond, heb ik besloten om me volledig op natuurfotografie te storten.

Voor mijn eerste reis naar het Amazonegebied heb ik me anderhalf jaar voorbereid. Trekking-scholen bestonden toen nog niet, maar ik had gelukkig een hele goede leermeester gevonden die me bijbracht wat ik moest weten om in het regenwoud te overleven. Want dat is daar de eerste prioriteit.

De camera komt op de tweede plaats. Je moet je eigen grenzen leren kennen, fysiek en mentaal, want als je jezelf te ver pusht, raak je uitgeput en ben je kwetsbaarder voor ziektes. Door mijn grenzen te negeren heb ik meerdere keren met ziekte te kampen gekregen, waaronder malaria.

Wat drijft je om een halfjaar te gaan leven in omstandigheden waar veel mensen van zouden gruwelen?
Dat is een belangrijke vraag die ik me nog elke dag stel. Voor een deel is het nieuwsgierigheid, op zoek gaan naar andere normen. Als je ergens zes maanden bent kan je je inleven. Dat is nodig als je een boek wil maken van betekenis. Drie dagen zijn misschien genoeg als je gewoon een reportage wil maken met foto’s van een paar kippen, maar het gevaar is groot dat je foute conclusies trekt.

Familiaal is het heel zwaar om geliefden achter te laten. En anderzijds, hoe langer je weg bent, hoe lastiger de aanpassing als je terugkomt. Maar ik zou het missen als ik het niet meer kon doen. Het zit in mij. Soms zien mensen mijn foto’s en zeggen ze: ja, jij hebt het gemakkelijk, jij kan gewoon je zin doen. Maar ze zien niet wat ik ervoor opoffer.

Je hebt ook bij indianenstammen gewoond. Hoe word je daar aanvaard?
Bij de Kayapo heb ik korte tijd verbleven, bij de Huaorani, Kuna en Secoya was het langer. Ik noem dat bewust niet ‘wonen’ maar ‘verblijven’. Je past je aan, maar je behoudt ook je eigen cultuur.

Ik weiger bijvoorbeeld geestverruimende planten die ze me daar aanbieden. Als ik zeg dat dat in onze cultuur niet past, dan respecteren ze dat. Maar als ik hen naakt mag fotograferen, dan moet ik ook niet klagen dat het halve dorp komt kijken wanneer ik een bad neem in de rivier.


Ik zwaai in elk geval niet met dollars. Dat is een straatje zonder einde, en het tast de ethiek en het eindresultaat zwaar aan. De indianen hebben goed door dat toeristen willen betalen voor foto’s. Voor de toerist maakt het niet uit dat hij tien keer een dollar betaalt voor een foto. Hij heeft zijn kiekje van een indiaan.

Genetisch klopt dat, maar zo krijg je niet het echte beeld te zien. De indianen lachen daar zelf mee: voor die toeristen volstaat het al dat ze een paar strepen op hun gezicht zetten. Dat zijn natuurlijk niet de echte beschilderingen. De echte waardevolle beschilderingen vind je alleen waar geen toeristen worden toegelaten.

Als er een bijdrage nodig is voor de gemeenschap betaal ik uiteraard mee. Maar ik verdien mijn plaats door me nuttig te maken, bijvoorbeeld door een zendradio te repareren. De camera blijft in het begin veilig weg.

Bij de Huaorani heb ik een grootmoeder met een open voetwonde verzorgd en ben in haar plaats voedsel gaan halen. Ze lachte eerst – hoe zou een blanke dat ooit kunnen dragen? – en het was inderdaad een zware last. Maar zo verdien je gunsten, en begrijpen ze dat ik me wil aanpassen en dan inleven om hen vervolgens te fotograferen zoals ze leven. In de Huaorani-taal heet dat duranibai, “volgens de traditie”.

Het lijkt soms alsof natuurfotografie alleen maar zaak is om op het juiste moment op de juiste plaats te zijn. Is het zo simpel?
Het kan zo lijken omdat je een document aflevert. Maar het is veel meer dan dat. Je maakt niet simpelweg een foto van mooie dingen; je probeert een mooie foto te maken. Hoe je de dingen weergeeft is een creatieve beslissing. Voor je afdrukt, heb je het beeld al in je hoofd. Wil je een stromende rivier met veel sfeer, dan kies je voor een lange sluitertijd. Wil je iets fotograferen met zacht tegenlicht, dan moet je er ’s morgens vroeg staan.

Het regenwoud bovendien is een extreem lastige omgeving om te fotograferen. Op de bodem is het bijna duister; ga je hoger in de bomen, dat zit je weer met extreme lichtcontrasten. Ik werk voor 95% manueel, want in die omstandigheden raakt elke camera van de wijs.

Je dag wordt ook helemaal bepaald door de natuur. Als om zes uur de zon ondergaat moet je niet om half zes je kamp beginnen opzetten. Maar wat doe je als je om vijf uur een prachtige scène ontdekt? Dan moet je kiezen en desnoods hij het licht van een zaklamp je tentje opslaan.

Ben je ooit bang?
Je moet je angsten kennen en je mentaal voorbereiden op wat er zou kunnen gebeuren en hoe je dan zal reageren. Als je echt in gevaar komt, is paniek namelijk de slechtste raadgever.

Ik was ooit op pad met een herpethologe, een deskundige in reptielen, en die vertelde dat ze bang was voor slangen. Als er een slang opdook, zou ze heel dicht bij mij komen schuilen, zei ze. Ik heb haar gezegd dat dat een slecht idee was, want dat ik net vlakbij die slang zou gaan zitten. En ja, ik ben al gebeten en heb littekens.

Ik bewonder oorlogsfotograaf James Nachtwey. Hij beweegt zich tot in de gevechtszone, maar hij weet ook verdomd goed waar hij mag lopen en waar niet. Je moet voor je foto zo dicht gaan als je kan, maar niet dichter.


Welk materiaal neem je mee?
Waar ik naartoe ga, zijn geen hotels. Ik heb dus een basisuitrusting om in het woud te overnachten: een hangmat, een regenzeil, een muskietennet en een mes. Als fotomateriaal twee of drie camera’s. Ik werk met Nikon, zowel analoog als digitaal. Maar de lenzen zijn eigenlijk het belangrijkste. Mijn favoriet is de 200mm f/2 van Nikon; zelfs met een teleconverter kan ik die nog op f/2,8 gebruiken. Voor de fun neem ik ook een Holga-camera mee, zo één zonder lichtmeter.

Het is een zware omgeving voor je materiaal door de hoge luchtvochtigheid. En je maakt ook wat mee. Ik zat een keer ondergedoken in een poel om een kikker te fotograferen, toen ik plots besefte dat mijn flash-commander nog in mijn broekzak stak. Ik heb hem gedemonteerd en laten drogen. Hij werkte alleen nog maar in manuele modus, wat ik uiteindelijk leuk ook wel vond toen ik het resultaat zag.

Heb jij in die twintig jaar het klimaat zien veranderen?
Zeker. Om bij de Kayapo te geraken, moet je een uur vliegen. Vroeger vloog je over regenwoud, vandaag zijn dat sojaplantages. Ik heb gezien en gefotografeerd hoe regenwoud wordt platgebrand. Dat gaat razendsnel; in een paar uur is het vuur uitgedoofd en is er weer een paar hectare landbouwgrond bij.

Regenwoud in brand steken gaat maar in een bepaalde periode, als de vochtigheidsgraad laag genoeg is. Door de opwarming van de aarde wordt die periode steeds langer, waardoor er steeds meer woud in vlammen kan opgaan. Daardoor komen soorten in het gedrang. Het heeft geen zin om een diersoort te redden als we zijn habitat verwoest hebben.

Maar het is een complex verhaal. De ontbossers zijn ook maar gewone huisvaders, hoewel wij hen als criminelen beschouwen. De mensen die er echt rijk van worden zitten veel verder. Ook dat wil ik in mijn boek tonen.

Nu, ik kan wel overal verkondigen dat ik dit alles doe voor het regenwoud en dat zal ook wel zo zijn. Maar er moet ook een passie zijn, anders hou je het niet vol. Ik wil niet elke dag met een zwaar kruis op mijn rug lopen.
 

Dit portfolio-interview verscheen oorspronkelijk in Shoot 5, februari 2010.

[extern_gallery urls=”http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/08/128615_webinwaterdsc0090big.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/08/128615_webopeningsbeeldgds4897b.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/08/128615_webpapegaaiendcs0058.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/08/128615_webslanggsd7.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/08/128615_webindianenmeisjedsc0008b.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/08/128615_webindianenvrouwgds4163z.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/08/128615_webbrandendwoudgsd5918.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/08/128615_webwatermetkikkersgds95071.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/08/128615_webgroenekikkergsd86020.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/08/128615_webgekapteboomgsd207706.jpg” caption=”Guido Sterkendries: dagen in tropische poelen schuilhouden om bijvoorbeeld een zeldzame kikker te fotograferen, het vergt energie en wilskracht.||Samen met haar kleinkinderen vaart Omentoké op de Cononacorivier, op weg naar een feest bij de overburen. (Ecuador)||Blauwe hyacintara’s, gefotografeerd bij zacht ochtendlicht. Door hun aankondigend geroep zijn ze te onderscheiden van andere bosgeluiden. (Brazilië)||Een ratelslang in volle afweerhouding. Ze gebruikt haar tong en andere sensoren om je lichaamsgewicht te schatten, zodat ze kan berekenen hoeveel gif ze moet injecteren. (Mexico)||Bij de Kayapo worden zowel de jongeren als de volwassenen nog traditioneel beschilderd. Schoonheid is van primair belang in dat deel van het Amazonewoud. (Brazilië)||Omentoké van de Huaorani beschildert zich met het sap van Bixusbessen. De rode huid duidt op gevaar en opwinding. (Ecuador)||Voor cijferberichten over ontbossing zijn we al lang immuun. Een beeld waarop puur regenwoud in as en rook opgaat, kan ons hopelijk nog wel raken. (Venezuela)||Op een tentoonstelling zei iemand dat deze foto duidelijk in Photoshop was bewerkt. Toen ik vertelde hoe je met een trage belichtingstijd dit effect krijgt, werd het stil. (Panama)||De Roodoogmakikikker (Agalychnis callidryas) is een nachtactieve jager die met zijn buren communiceert via klak-geluiden. Je moet die geluiden herkennen om de kikkers te vinden. (Panama)||Hoe meer tropisch hardhout we als westerlingen hier gebruiken, hoe meer regenwoud wordt gesloopt. Dat deze woudreus midden in een nationaal park geveld werd, roept vragen op. (Nationaal Park Cerro Hoya, Panama)”]