De nationale parken van Tanzania bieden tal van fotomogelijkheden. Edwin Giesbers neemt je mee op safari en deelt zijn tips voor de beste foto’s.
Leeuwen die vanop een paar meter afstand je open jeep observeren. Enorme olifanten die de wagen voorzichtig met hun slagtanden beroeren voor een nadere inspectie. Weide savannes vol met zebra’s en gnoes zover je kunt kijken. De nationale parken van Tanzania bieden tal van fotomogelijkheden.
Zoom eens in op de imposante kop van een oude olifant. f/5.3, 1/250, ISO 400, 465 mm
Het is
moeilijk om bij een beschrijving van Tanzania en haar wildlife niet in
superlatieven te vervallen. Het kan niet anders of je ervaart het beroemde
‘Afrika-gevoel’ tijdens de reis door het land. Je wordt ongetwijfeld bevangen
door het ‘Afrika-virus’ en je wilt bij thuiskomst absoluut zo snel mogelijk
terug. Het is niet voor niets dat veel prachtige natuurfilms hier worden
opgenomen. Op een savanne overdonderen de enorme aantallen wildlife je en worden
die televisiebeelden werkelijkheid. Overal waar je kijkt ontdek je wilde dieren.
Tanzania is
het grootste land van Oost-Afrika en ruim dertig keer zo groot als België. Het
landschap is zeer afwisselend met wildparken, meren, prachtige kusten en bergen
waarvan Mount Kilimanjaro de hoogste berg van Afrika is.
In dit artikel
belicht ik de vier belangrijkste gebieden, te weten Tarangire National Park,
NgoroNgoro Conservation Area, de NgoroNgoro-krater en Serengeti National Park.
De laatste twee staan op de lijst Seven New Natural Wonders of Africa en alle gebieden
liggen in het noorden van Tanzania. Ze zijn daarom heel goed in één reis te
combineren.
Overal waar je kijkt ontdek je wilde dieren. f/6.3, 1/160, ISO 250, 27 mm
Algemene groepsreis of
gespecialiseerde fotoreis?
Tanzania is
een safariland bij uitstek. Al vele jaren kun je als toerist een keuze maken
uit een groot aanbod van safarireizen naar dit prachtige land. Daarom is er altijd
wel een reis te vinden die al je favoriete parken op het programma heeft staan.
Op dit soort reizen zul je zeker verschillende soorten wildlife goed kunnen
observeren. Maar ga je op safari met als hoofddoel het fotograferen van de
fauna, dan adviseer ik een fotoreis te boeken. Bij deze reizen ligt de nadruk helemaal
op het zo goed mogelijk kunnen fotograferen van de wildlife. Bij toeristische reizen
zit je met veel mensen dicht op elkaar in volgepakte jeeps. Dat maakt het fotograferen
een stuk lastiger, zeker als die luipaard net aan de andere zijde van de auto
staat.
Bij fotoreizen
ga je op pad met een kleinere groep gelijkgezinden. Je zit meestal met maar vier
andere fotografen in een jeep, waardoor je één bank voor jezelf hebt. Zo kun je
probleemloos van de linker- naar de rechterkant verschuiven en terug. Bovendien
is bij doorsnee safarireizen de tijd die bijvoorbeeld bij een leeuwenroedel wordt
stilgestaan voor fotograferen vaak veel te kort. Bij fotoreizen kun je als groep
fotografen prima met de gids afstemmen om even wat langer te blijven om meer
uit zo’n situatie te halen. Helemaal ideaal is het als je de overige fotografen
kent en allen dezelfde voorkeur hebt om bijvoorbeeld grote zoogdieren of juist
vogels te fotograferen. Die homogeniteit in de groep komt zeker ook de
fotografie ten goede.
Voor de meer
ervaren en avontuurlijke fotograaf is in Tanzania ook een self-drive safari mogelijk.
De vrijheid om met een gehuurde 4wd in de parken rond te rijden kan fijn zijn, maar
je mist een belangrijk persoon, de gids c.q. chauffeur. Een gids biedt met zijn
ervaring en kennis van de wildlife veel meer fotomomenten. Bovendien staan op
de Serengeti-vlakte de gidsen met elkaar in contact via portofoons. Ze seinen
elkaar in als er iets interessants is gespot om daarna vlug met de jeep er naartoe
te rijden. Ik verbaas mij nog steeds hoe mijn gids na zo’n melding op de
oneindige Serengeti in één rechte lijn naar een groep jachtluipaarden reed. Dus
niet over een zandweggetje, maar gewoon over de vegetatie zonder ogenschijnlijk
aanknopingspunt.
Een luipaard houdt in een boom een oogje in het zeil. f/7.1, 1/320, ISO 250, 600 mm
Dieren
fotograferen in Afrika
In de meeste Afrikaanse
wildparken is het niet moeilijk om dieren voor de lens te krijgen. Vooral grotere
zoogdieren als de gnoe, zebra en leeuw zijn in het algemeen goed te
fotograferen omdat ze aan de vele landrovers van de gidsen gewend zijn. Je moet
dan ook niet vreemd opkijken als je op een gegeven moment op twee meter van een
leeuwenroedel staat, terwijl je in een open jeep zit. Maar het feit dat de
dieren niet schuw zijn heeft soms ook een nadeel: ze staan te dichtbij waardoor
je met de telelens op de camera niet het hele dier op de foto krijgt. Je kunt dan
proberen een markant deel van het dier te fotograferen. Denk bijvoorbeeld aan
de strepen van een zebra of aan een deel van de imposante kop van een oude
olifant.
Omdat de
dieren over het algemeen goed benaderbaar zijn, maken veel fotografen vooral
beeldvullend beeld van de wildlife. Vergeet niet om ook foto´s te maken waarbij
je de dieren in hun leefomgeving laat zien. Dit soort beelden vertellen meer
een verhaal en zorgen voor een goede afwisseling met de meer portretachtige
opnamen. Bovendien laat je zo zien dat je ook echt in Tanzania bent geweest en
niet in safaripark Beekse Bergen.
Probeer ook
eens de groothoek in plaats van het teleobjectief te gebruiken als één dier of
een groep dieren op korte afstand van de jeep staat. Dit kan indrukwekkende
beelden opleveren waarbij je als toeschouwer bijna het idee krijgt dat je ze
kunt aanraken. In Tarangire National Park kon ik met een groothoekobjectief zelfs
een hele groep olifanten op anderhalve meter rondom de auto fotograferen. Het half-grijsfilter
– dat ik los tegen het objectief hield om de lucht meer doortekening te geven –
liet ik door alle opwinding pardoes uit het raam vallen. Tja, dan is het
wachten tot de hele groep olifanten weer vertrokken is, want eerder uitstappen
is geen optie.
Door de groothoekopname lijkt het alsof je de olifant kunt aanraken. f/7.1, 1/640, ISO 250, 27 mm
Werken
met twee camera’s
Het is op
safari ideaal als je met twee camera’s kunt werken. De ene rust je dan uit met
een telelens of telezoomlens, op de andere schroef je een
groothoekzoomobjectief. Met deze werkwijze ben je sneller in staat om een mooie
compositie met de juiste brandpuntsafstand te maken. Tevens loop je minder
risico op zand in de camera bij het wisselen van de lens. Want stoffig is het
wel in landen als Tanzania! Zodra de 4wd met open ramen en open dak over een
stoffige zandweg rijdt, kom niet alleen jij maar ook je camera onder het stof
te zitten. Als de chauffeur harder gaat rijden en het stof opdwarrelt, is het
raadzaam om even de apparatuur in de tas te doen. Wil je deze toch paraat
houden om geen moment te missen, dan kun je je fotomateriaal het best met een
doek afdekken. Bij een tussenstop kan het zeker geen kwaad om het materiaal met
een blaaskwast even schoon te blazen. De avonden zijn perfecte momenten om
alles nog wat beter te reinigen.
Een prima
objectievencombinatie voor op safari is bijvoorbeeld een 24-85mm- en een 80-400mm-lens
op een fullframecamera. Hiermee dek je een enorm bereik af, dat voor
landschappen, dieren in het landschap, vogels én portretten van zoogdieren
prima geschikt is.
f/7.1, 1/1250, ISO 250, 450 mm
Vanuit
de jeep
Zoals ik
eerder schreef is gids/chauffeur een bijzonder belangrijk persoon op safari.
Hij bepaalt waar je komt en wat je gaat zien. De kennis van het terrein, dieren
en natuur zijn bij gidsen mensen van een hoog niveau. Zij kunnen je plekken
laten zien waar jij anders zo maar aan voorbij zou rijden. Respect is belangrijk
bij een goede wisselwerking tussen de reiziger en gids. Natuurlijk zijn deze
mensen er voor de reiziger, om het voor hen zo fijn mogelijk te maken. Behandel
de gids met respect en je zult zien dat door de goede verstandhouding een prettige
sfeer ontstaat waarin je veel mooiere foto’s kunt maken. Veel chauffeurs weten
– als ze de auto bijvoorbeeld net bij een familie jachtluipaarden hebben geparkeerd–
waar ze het beste kunnen staan. Maar valt het licht net niet in de goede hoek
of is de achtergrond minder fraai, dan kun je vragen of hij – meestal is het
een man – de jeep een stukje naar voren of naar achteren verplaatst. Zo kun je
toch – zittend in de jeep – de kwaliteit van je beeld verbeteren.
Vaak bieden de
chauffeurs je de mogelijkheid om heel vroeg – voor het ontbijt – of juist heel
laat op pad te gaan. Maak daar altijd gebruik van, want je kunt dan met het
mooiste Afrikaanse licht fotograferen. Bovendien zijn dan veel meer dieren
actief. Midden op de dag – op het warmste moment – liggen katachtingen als
leeuwen vaak in de schaduw te rusten of slapen.
Als het zonlicht hard is, kun je met zwart-witbeelden de grote contrasten gebruiken om een sterk beeld te creëren. f/5.6, 1/5000, ISO 400, 345 mm
Met het late,
warme licht mee fotograferen laat de dieren prachtig in het landschap mooi
uitkomen. Probeer ook eens de zon achter het onderwerp te krijgen door de
chauffeur te vragen naar een goede positie te rijden. Je krijgt dan sfeervolle
beelden met een oranje gloed om het dier in silhouet. Dit zijn steevast beelden
die door het thuisfront worden gewaardeerd!
Uiteraard
ontkom je er niet aan om midden op de dag dieren te fotograferen omdat er dan ook
game drives (trips waarbij je de dieren vanuit de auto kunt
fotograferen, red.) worden gehouden. Als fotografieliefhebber weet je dat het
licht dan niet optimaal is. Toch kun je zelfs dat harde licht midden op de dag
gebruiken en wel bij zwart-wit fotografie. De grotere contrasten lenen zich
namelijk prima voor dit type fotografie. Zo heb ik een hele serie foto’s die ik
in kleur niet de moeite waard vond omgezet in zwart-wit, en dat was echt de
moeite waard. Als het zeer warm is, moet je wel in de gaten houden dat de
beelden niet worden verpest door het zogenaamde heat haze. Dat zijn de
luchttrillingen die door opstijgende warmte ontstaan en vooral op grotere
afstand een negatief effect hebben op de scherpte. Check daarom regelmatig het
beeld op de display en voorkom dat je een hele serie beelden maakt die
naderhand de prullenbak in kan vanwege onscherpte. De oplossing is het om de
chauffeur naar object te laten rijden en het van dichterbij te proberen.
De zon achter deze zebra’s zorgt voor een oranje gloed die het beeld sfeer geeft. f/6.3, 1/350, ISO 200, 240 mm
Dit
neem je mee
Een belangrijke en vaak onderschatte accessoire voor op de fotosafari is de rijstzak. Omdat het fotograferen in het algemeen vanuit de jeep tijdens de game drives zal gebeuren is dat een onmisbaar attribuut. Omdat je meestal vanuit de auto fotografeert, is een driepootstatief om de zware tele(zoom)objectieven te ondersteunen onhandig en vaak ook vanwege ruimte onmogelijk. In een open 4wd kun je eventueel met een eenbeenstatief werken en ook een raamstatief kan handig zijn, maar met een rijstzak ben je veel mobieler. Daarmee kun je snel van de linker- naar de rechterkant in de auto wisselen en terug. Het handigste is om vooraf en een lege rijstzak mee te nemen. Sommige aanbieders van fotoreizen geven aan dat er een aanwezig zal zijn in de auto, maar helaas heb ik meegemaakt dat dit dan toch niet het geval is. Rijstzakken zijn bij de meest fotozaken te koop. Vaak is deze al gevuld met kunststof granulaatkorrels; een kilo van dit materiaal is ongeveer even zwaar als anderhalve kilo rijst. Ook kan het spul nat worden zonder dat het zoals rijst in een drab veranderd. Maar vanwege het volume is het niet altijd praktisch om een gevulde zak mee op reis te nemen. En een lege zak kun je prima in Tanzania vullen met rijst – of met zand als het niet anders kan. De zak leg je op het portier van de jeep en daar bovenop komt de camera-lenscombinatie. Dat geeft stabiliteit, maar ontlast bovenal je armen en schouders. Met name als je lang moet wachten bij een situatie zoals slapende leeuwen is de rijstzak waardevol.
Omdat je
zoveel dieren in korte tijd voor de lens krijgt, is het raadzaam om een extra
accu en geheugenkaart in de broekzak of hemd bij de hand te hebben. Je wilt natuurlijk
voorkomen dat je op het moment suprême, als bijvoorbeeld een olifant op
anderhalve meter voor je jeep staat, je in de fototas op zoek moet voor een
volle accu of lege geheugenkaart. In de fotohandel zijn allerlei handige etuitjes
te koop waar je bijvoorbeeld één accu en aantal geheugenkaarten in kunt
bewaren. Het handigst zijn de versies die je aan de broekriem kan bevestigen.
f/5.6, 1/3200, ISO 320, 315 mm
Pas op
voor … de generator!
Bij een safari
naar een Afrikaans land als Tanzania is het eerste waaraan je denkt waarschijnlijk
vervaarlijk grommende leeuwen of woeste olifanten. Toch valt het gevaar van
dieren mee, zo lang je maar in de auto blijft. Uit eigen ervaring ben ik meer
beducht voor de generatoren bij de tentenkampen. In de regel laad je ‘s avonds
op een centrale plek van het kamp de accu’s van je camera, mobiel en laptop
gelijktijdig op. Dat gaat prima als de generator werkt, maar pas op als deze
uitvalt – en dat zal zeker af en toe gebeuren. Bij het opnieuw opstarten van de
generator kan namelijk een piekspanning ontstaan die de accu’s verwoest. Met
name bij een laptop waarvan je maar één accu bij je hebt, is het heel vervelend
als deze zo defect raakt. Houd dus een oogje in het zeil bij het laden. Zodra
de generator stopt, is het noodzaak om meteen de stekkerdoos te ontkoppelen.
f/7.1, 1/1250, ISO 400, 495 mm
De mooiste
parken
Tarangire
National Park
Het park
ontleent haar naam aan de rivier Tarangire die door het park stroomt. Deze
zandrivier heeft een uitermate grote aantrekkingskracht op diverse
antiloopsoorten en grote kuddes olifanten. Het park is ongeveer 2600 vierkante
kilometer groot en heeft een veel groenere uitstraling dan bijvoorbeeld
Serengeti National Park door de vegetatie en de vele bomen als de bizarre
baobabbomen. In tegenstelling tot veel andere parken in Noord-Tanzania is het
een rustig wildpark met een relatief laag aantal bezoekers.
f/5, 1/250, ISO 200, 90 mm
Serengeti
National Park
Het park
met een haast magische naam die synoniem is aan Afrikaanse wildlife. Als er een
plek is waar je het Afrika-gevoel kan ervaren, dan is het hier. De naam is
afgeleid van de Masai-taal en betekent letterlijk ‘eindeloze vlaktes’. Met een
oppervlakte van ongeveer anderhalve miljoen hectare aan savanne is het gebied inderdaad
bijna eindeloos groot. Dieren komen hier in grote getallen voor. Wat te denken
van 2 miljoen gnoes, 300.00 zebra’s, 900.000 thomsongazelles en 4000 giraffen.
En dan zijn er nog de grote predatoren als 4000 leeuwen, 1000 luipaarden en 225
cheeta’s. Vergeet ook de 500 vogelsoorten en waarschijnlijk de grootste
populatie struisvogels van heel Afrika niet. Dit prachtige gebied moet je eigenlijk
één keer in je leven bezocht hebben.
Ngorongoro
Conservation Area
Dit zeer
grote gebied (809.440 hectare) sterkt zich uit tussen de Serengeti in het
noordwesten en de oostelijke arm van de Great Rift Valley en bestaat uit
savanne, meren, kraters en bossen. Het gebied is opgericht in 1959. Ook de
nomadische Masai leven hier met hun vee. Een voordeel van dit gebied ten
opzichte van Serengeti is dat je hier van de weg af mag en zo met de gids
bijvoorbeeld naar een verder op gelegen roedel leeuwen kan rijden om deze van
dichtbij te observeren. Dit geldt echter niet voor de Ngorongoro-krater die in
dit gebied ligt.
Ngorongoro-krater
Het
grootste natuurlijk amfitheater ter wereld. De kater ligt ten noordwesten van
Arusha en is de grootste intacte caldera (ingestorte vulkaankegel) op aarde.
Het heeft een doorsnede van ongeveer 19 kilometer en een oppervlakte van 264
vierkante kilometer. Het wordt ook Africa’s Garden of Eden genoemd en
kent de grootste wildlifedichtheid ter wereld. Door de hoogte van de kraterrand
van 600 meter kent het diverse klimaatzones. Het gebied wordt beschouwd als een
van de beste plekken voor ontmoetingen met wildlife. Maar liefst 30.000 grote
zoogdieren als jachtluipaarden, gnoes, zebra, leeuwen en de zeldzame zwarte
neushoorn vind je hier.
Een grommende leeuw.
Praktische
informatie Tanzania
Klimaat Het land heeft een tropisch
klimaat met een temperatuur die per gebied erg kan verschillen. In de
hooglanden en de bergen kan het vriezen, terwijl de temperatuur in het
binnenland kan oplopen boven de 40 graden Celsius. De avonden kunnen door
afkoeling behoorlijk fris zijn. Het lange regenseizoen loopt van maart tot eind
mei en het korte regenseizoen is in de maanden oktober en november.
Kleding Aan te raden is om voldoende
luchtige (katoenen) kleding mee ten nemen. In de wildparken dient men bij
voorkeur kakikleurige kleding te dragen en geen felle, kleurrijke kleding. In
de avond kan het behoorlijk afkoelen, dan is een sweater fijn om te dragen.
Shirts met lange mouwen beschermen je beter tegen muggen. Natuurlijk regent het af en toe in Tanzania,
neem daarom om een licht en compact op te vouwen regenjack mee.
Visum
en paspoort Voor
Tanzania heb je een toeristenvisum nodig dat via het consulaat in Nieuwekerk
a/d IJssel kan worden aangevraagd. Het paspoort moet bij aankomst in Tanzania nog
minstens zes maanden geldig zijn.
Vaccinaties Deze zijn voor Tanzania niet
verplicht. Wel dient er in je vaccinatieboekje een cholera-non-indicated-stempel
te staan. Vaccinaties tegen de ziektes hepatitis a, gele koorts, buiktyfus en
DTP worden wel aangeraden. Voor Tanzania geldt tevens het advies om
malariapillen te gebruiken.
Elektriciteit Het elektriciteitsnet maakt
gebruik van 220-240 volt en een driepolige stekker. In de meeste jeeps die bij
de game drives worden gebruikt zit een sigaretten-aanstekerplug. Aan te raden
is om hiervoor een adapter te kopen om een alternatieve stroombron als back-up
achter de hand te hebben.
Tijdsverschil In de zomer is het een uur later
dan in België, in de winter twee uur.
Geldzaken De officiële munteenheid in Tanzania is de Tanzaniaanse shilling. Geld opnemen met een Nederlandse bankpas kan bij een beperkt aantal geldautomaten in de grotere steden. Deze pas moet het Maestro-/Mastercard-logo hebben. Met de euro kan op steeds meer plekken betaald worden, maar het beste betaalmiddel blijft de dollar. Ook een creditcard wordt steeds vaker geaccepteerd, maar vaak vraagt men naast de handtekening ook de pincode.
Dit artikel is geschreven door vaste Shoot-medewerker Edwin Giesbers. Ook de beelden zijn door hem gemaakt. Op zijn website vind je meer beelden van hem en informatie over zijn werk als natuurfotograaf.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag en vrijdag het beste uit de fotografiewereld in je mailbox.
Shoot wil van elke lezer een betere fotograaf maken. Daarbij kiezen we voor een praktijkgerichte aanpak met realistische onderwerpen. Ervaren fotografen, die bekend staan als de top in hun vak, delen in Shoot hun kennis. Een begrijpelijke uitleg en praktische tips helpen jou als lezer om betere foto’s te maken. Van glamourportret tot straatbeeld, van reisreportage tot concertshot.