Deze vrouwelijke fotografen hadden elk een eigen impact op de manier waarop we vandaag naar fotografie kijken.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag en vrijdag het beste uit de fotografiewereld in je mailbox.

Deze vrouwelijke fotografen hadden elk een eigen impact op de manier waarop we vandaag naar fotografie kijken.
In een overzichtstentoonstelling van FOMU eerder dit jaar stond fotografe Lee Miller in de schijnwerper. Ken je haar niet? Je bent misschien niet alleen. De rol van de vrouw in de geschiedenis van de fotografie bleef lang onderbelicht. Meteen een goede reden voor een bloemlezing van enkele van onze favoriete vrouwelijke fotografen.
Lee Miller (1907-1977) is een van de grote namen in de geschiedenis van de fotografie. Haar leven staat vaak centraal in fototentoonstellingen en is zelfs te zien op het grote scherm in de film Lee uit 2023.
Miller begon haar carrière als model, maar liet als fotograaf een onuitwisbare indruk na. Haar aangrijpende reportages over de Tweede Wereldoorlog brachten niet alleen de frontlinies in beeld, maar ook de impact van de oorlog op burgers. Ze toonde de rauwe, gruwelijke werkelijkheid van oorlogsgeweld en dat resulteerde in een indrukwekkend oeuvre dat haar tot een bijzondere fotograaf maakt.
Toch blijft de erkenning voor vrouwelijke fotografen beperkt. Wie een boek over de geschiedenis van fotografie openslaat en de index bekijkt, ziet voornamelijk mannelijke namen: Niépce, Daguerre, Cartier-Bresson… Vrouwen zijn minder talrijk vertegenwoordigd, niet omdat ze niet fotograferen, maar omdat hun bijdrage vaak onderbelicht blijft.
Hebben vrouwen dan geen stempel gedrukt op de fotografie? Absoluut wel! Lange tijd lag de nadruk op hun rol als model voor de camera en werden ze gevierd als muze. Hun prestaties als fotograaf en hun technische vaardigheden werden vaak over het hoofd gezien. Van bij het prille begin waren vrouwen echter actief in fotografie; als fotograaf, bij de voorbereiding in de fotostudio, bij het ontwikkelen en inkleuren van foto’s. Velen bepalen hoe we fotografie vandaag beleven.
Zonder de bijdragen en toewijding van vele vrouwelijke fotografen zou fotografie nog niet half zo boeiend zijn.
Neem Constance Fox Talbot (°1811-1880), één van de eerste vrouwelijke fotografen. Als vrouw van fotografiepionier Fox Talbot speelde zij een grote rol in de experimenten van haar man. Zonder haar interesse voor fotografische procedés had fotografie er misschien heel anders uitgezien. Of Anna Atkins (°1799-1871). Zij publiceerde in 1843 “Photographs of British Algae. Cyanotype Impressions” en werd zo de eerste fotograaf die een boek met fotografische afbeeldingen maakte en lag zo aan de basis van het fotoboek.

Hoewel talloze vrouwen baanbrekend werk deden, bemoeilijkten maatschappelijke barrières hun werk. Veel vrouwen werkten onder de naam van hun mannelijke partner. Een professionele carrière in de fotografie was voor weinigen onder hen weggelegd. Niet omdat hen de nodige skills en durf ontbraken, wel omdat hun kansen als professioneel fotograaf beperkt waren. Onder meer de traditionele genderrol vormde een obstakel. Fotografie werd lange tijd als een ongeschikte carrière voor vrouwen beschouwd. Gelukkig lapten evenveel vrouwen dit dogma aan hun laars, al beoefende ze fotografie vaak eerder als hobby.
Lady Clementina Hawaarden (°1822-1865) was zo’n amateurfotograaf. Hoewel ze pas op latere leeftijd het fotograferen opnam, bouwde ze een indrukwekkend palmares op van een 800-tal foto’s. Een verbijsterende hoeveelheid in een periode van handgemaakte fotonegatieven. In veel van haar foto’s zien we haar dochters. Het familiale thema komt wel vaker aan bod bij vrouwelijke fotografen, denk maar aan de indrukwekkende foto’s die Sally Mann in de jaren 1980 maakte van haar opgroeiende dochters.
Intrigerend is het zelfportret van Frances Benjamin Johnston (°1864-1955). Als één van de eerste fotojournalisten fotografeerde ze vooraanstaande Amerikanen zoals presidenten, rechters en kunstenaar, maar ze schopte ze graag tegen de schenen van het gewone volk.
In haar zelfportret uit 1896 fotografeerde ze zichzelf als “nieuwe vrouw”. Ontbrekend aan gevestigde normen poseert ze met sigaret en bierpul in de hand, een opgetrokken been rustend op een knie, de rok licht opgeschort. Op de mantel van de haard staan zes portretten van haar vermeende minnaars. Van een spreekwoordelijke middelvinger gesproken.

Ondanks het vrijgevochten karakter van sommige vrouwen, bleef het ook in de vroege twintigste eeuw een hele opgave om als fotograaf een professionele carrière uit te bouwen. Tekenend is het verhaal van Grace Robertson (°1930-2021). In het begin van haar carrière als persfotograaf publiceerde Robertson haar foto’s onder het mannelijk pseudoniem Dick Muir. Enerzijds om te vermijden dat haar eigen verdienste toegewezen werd aan haar vader, een gevierd televisiegezicht. Anderzijds merkte ze dat door onder een mannelijke naam te publiceren haar werk meer serieus genomen werd.
Lee Miller, Margaret Bourke-White en Dorothea Lange verdienden hun sporen in uitdagende omstandigheden en lieten zien dat vrouwen een krachtige stempel drukken op fotografie.
Margaret Bourke-White (°1904-1971) startte haar carrière als architectuurfotograaf. Met haar indrukwekkende foto’s van industriële sites en gebouwen maakte ze al snel naam. Toch zou ze vooral bekend worden als fotojournalist. Voor Bourke-White neemt fotografie de vorm aan van een getuigenis, een visuele tijdscapsule die niet alleen vastlegt maar ook illustreert en beschrijft. Ze documenteerde Stalins vijfjarenplan in de Sovjetunie, maar ook de bevrijding van Naziconcentratiekampen en de immense vluchtelingenstroom na de onafhankelijkheid van Pakistan en India.
Het werk van Bourke-White is van enorm belang voor de fotojournalistiek en inspireerde talrijke fotografen. Sommigen vulden de rol van documentairefotografie als maatschappelijk en historisch instrument nog verder in. Het omvangrijke oeuvre van Magnum-fotograaf Susan Meiselas (°1948) kan je zo met recht en rede omschrijven als fotografisch veldwerk over conflicten en mensenrechtenschendingen op het Zuid-Amerikaanse continent.
Eén van de meest iconische beelden van de Grote Depressie werd gemaakt door Dorothea Lange (°1895-1965). In opdracht van de Resettlement Organisation bracht zij de exodus van het verarmde Amerikaanse platteland in beeld. Met het beeld van de vermoeide vrouw met twee verlegen kijkende kinderen op haar schoot tekende ze een intiem perspectief dat fotografie voor altijd zou beïnvloeden.
Het verhaal achter deze foto toont de respectvolle wijze waarop Dorothea Lange haar onderwerp benaderde. De ‘Migrant Mother’ is immers geen alleenstaande foto, maar het laatste beeld in een reeks die Lange maakte van de vrouw. Aanvankelijk fotografeerde Lange haar vanop een respectvolle afstand. Gaandeweg creëerde ze een band die haar toeliet het intieme, gevoelige portret te maken.

Deze intieme en meer persoonlijke benadering van het onderwerp wordt vaak geassocieerd met een zachte, vrouwelijke aanpak en is exemplarisch voor de aandacht voor meer sociale thema’s in fotografie.
Fotograaf en antropoloog Martine Franck (°1938-2012) legde met haar foto’s van alledaagse mensen met verschillende culturele en sociale achtergronden haar vinger op moeilijke sociale onderwerpen zoals armoede en ongelijkheid. Diane Arbus (°1923-1971) fotografeerde mensen die door vele als “freaks” werden aanzien en houdt zo de maatschappij een spiegel voor hoe mensen beoordeeld worden.
Door hun camera op een divers scala aan mensen en verhalen te richten en persoonlijke, intieme perspectieven aan te snijden, hebben vrouwelijke fotografen de beeldvorming in de fotografie enorm verrijkt.
Vrouwen werden gevierd als model voor de camera. Maar vaak was het de mannelijke blik die modellen op een zeer klassieke en eenzijdige wijze vastlegde. Ook bij mannelijke modellen vloeiden de stereotype genderrol door in de foto’s. Stoere, emotieloze poses waren lang de referentie in mannelijke portretten.

Imogen Cunningham (°1883-1976) bracht daar mee verandering in. Zij stond mee aan de wieg van de omslag van het dromerige picturalisme naar pure fotografie. Haar foto’s tonen vaak stillevens en planten, maar ze fotografeerde ook portretten en, jawel, naakt. Met de portretten van haar man Roi Partridge was Cunningham één van de eerste professionele vrouwelijke fotografen die mannelijk naakt fotografeerden.
Vanaf de jaren 1960 en 1970 werden feministische thema’s prominenter in de fotografie. Fotografie werd een middel in de emancipatie van man en vrouw en leverde een belangrijke bijdrage aan het maatschappelijk debat over gender en identiteit. Steeds vaker werd er gemorreld aan de stereotype presentatie van mannen en vrouwen voor de lens.
In het boek “Männer” schetst Herlinde Koelbl (°1939) een indringend portret van de complexiteit van de mannelijke identiteit. Haar werk van mannelijk naakt toont dat een vrouw een man op een andere manier fotografeert, los van het macho stereotype. De stoere mannelijke poses ruimden plaats voor gevoelige beelden, mede dankzij de blik van vrouwelijke fotografen.
Maar het ging verder dan dat. Vooraanstaande fotografen als Nan Goldin (°1953) en Cindy Sherman (°1956) wakkerden de discussie over identiteit, gender, stereotypes en representatie verder aan. Sherman met haar unieke conceptuele zelfportretten. Goldin met haar rauwe, onthullende beelden van haar persoonlijke leven en dat van haar vrienden in de New Yorkse underground scene. Fotografie werd zo nóg meer een medium van (zelf)expressie en identiteit.

Maisi Cousins
Fotografie vormt een krachtig en invloedrijk visueel middel met grote sturende invloed op onze maatschappij, maar is gelukkig ook een even sterk instrument voor reflectie.
Geplet fruit, bloemen en garnalenkoppen; niet meteen de meest idyllische rekwisieten, ook al geven ze de foto’s van Maisi Cousins (°1992) een uitgesproken vrouwelijk kleurenpallet. Met haar reeks “What girls are made of” confronteert Cousins ons met schoonheidsidealen waarmee we dag in dag uit worden geconfronteerd op sociale media en allerhande reclamekanalen. In een wereld vol oppervlakkige schoonheidsidealen is Cousins’ boodschap erg krachtig; in essentie bestaan we allemaal uit hetzelfde organisch materiaal, ongeacht hoe perfect we er uit trachten te zien.
Fotografie zou niet zijn wat ze is, zonder de blik van de vrouw.
Ook Amalia Ulman (°1989) houdt ons een spiegel voor. Op haar Instagram deelde ze in 2014 ‘Excellences & perfections’; het tragische verhaal van een fictief alter ego dat met vallen en opstaan een weg zoekt in het leven. Het verhaal nam in ware reality soap-stijl epische proporties aan. Het publiek, onbewust van het script dat Ulman gebruikte, smulde van de fotoreeks.
Ulman’s Instagram-reeks toont hoe we via een verzonnen identiteit vol selfies niet alleen volgers van onze sociale media-accounts, maar ook onszelf een vals beeld voorschotelen waarin we ons steeds mooier, sterker en beter voorstellen.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag en vrijdag het beste uit de fotografiewereld in je mailbox.
Krijg Shoot Magazine 6 keer per jaar (inclusief 2 extra dikke dubbelnummers) vol inspiratie, tips en fotoplezier rechtstreeks in je brievenbus.
