Zit je creatief in het slop met je fotografie? Zet dan eens manuele lenzen op je camera voor een nieuwe uitdaging.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag en vrijdag het beste uit de fotografiewereld in je mailbox.

Zit je creatief in het slop met je fotografie? Zet dan eens manuele lenzen op je camera voor een nieuwe uitdaging.
Sta me toe om even mijn persoonlijke verhaal te brengen, want hoe schept iemand er in godsnaam plezier in om met oude manuele lenzen te fotograferen? Dit verhaal begint in het voorjaar van 2007. De roep naar digitale fotografie is immens groot. Na meer dan twintig jaar analoge fotografie – ik was een groot voorstander van de Fuji Velvia-film – had ik inmiddels een mooi arsenaal aan lenzen opgebouwd rond twee camerabody’s. Yashica was als merk al vele jaren populair geweest bij het grote publiek en na in zee te gaan met lenzenbouwer Carl Zeiss (CZ) was de naam Contax geboren – mijn merk, mijn gedacht! Hun aanbod lenzen kon ik appreciëren vanwege de onberispelijke kwaliteit en prestaties. Inmiddels waren vele merken al compleet overgeschakeld op autofocus en was er al een mooi aanbod van digitale camera’s. Voornamelijk met cropsensoren omdat full-frame toen nog sporadisch voorkwam, en dus erg duur was.
De poging van Contax om het digitale tijdperk in te gaan was echter niet zo’n succes. Kyocera, het concern achter C/Y (Contax/Yashica) besloot zijn cameradivisie af te stoten. Een ramp voor deze fotograaf, want dit betekende een merkwissel. Moest ik voor Canon of Nikon gaan, dan? Beide merken zijn kwalitatief gewaagd aan elkaar. Het toeval wilde dat Canon sinds een tweetal jaren een betaalbare full-frame had gelanceerd, de 5D. Daar het ook mogelijk was om mijn Contax-glas op deze body te plaatsen, was mijn keuze snel gemaakt. Een nieuwe camera kon nog wel, nieuwe lenzen kon ik slechts mondjesmaat opbouwen. Ik bezit nu eenmaal niet die beroemde ezel … Maar dankzij een adapter (C/Y-EOS) paste mijn hele arsenaal met manuele lenzen op de nieuwe body.
Bijna vijftien jaar later ben ik de 5D-reeks van Canon trouw gebleven. Ik zit inmiddels aan de mark IV, de laatste van de spiegelreflexen dus. Mijn volgende wissel zal ongetwijfeld de aankoop van een systeemcamera zijn. De Contax-lenzen heb ik nog en hun prestaties zijn ook nog steeds onberispelijk op de moderne sensoren. Alle onderwerpen waarvoor geen snelheid en lichtsterke lenzen nodig zijn, komen in aanmerking. Vooral bij macrofotografie maak ik graag gebruik van manuele scherpstelling.

Alles begint bij de lensvatting. Fabrikanten van camera’s hadden al in het begin hun lenzen een eigen koppeling gegeven. Schroefdraad was toen populair. Merken als Praktica, Zenit en Pentax maakten hier gebruik van. De toegepaste schroefdraad was M42 en deze lenzen zijn tot op heden nog steeds te vinden op de tweedehandsmarkt.
Ook bajonetvatting kwam voor. Deze past enkel op de merkeigen camera, zodat uitwisseling uitgesloten was. Niet enkel de koppeling verschilt, ook de diameter en flange focal distance (ffd) is bij elke camera net even verschillend. De flange focal distance is de afstand tussen de flens van de lens en de beeldoppervlakte (de film of digitale sensor dus). Deze afstand wordt ook de registerafstand genoemd. We spreken hier over spiegelreflexen, en tussen de lens en het beeldvlak zit uiteraard nog een spiegel die ruimte moet hebben om te bewegen. Bij sommige merken is deze ffd iets groter, waardoor de lens verder van het beeldvlak zit. Dit houdt meteen in dat lenzen met een kleinere ffd niet kunnen gebruikt worden op een dergelijke camera. We veronderstellen even dat onderling koppelen geen probleem vormt – meer hierover bij adapters.

Een praktisch voorbeeld: de Canon EF-vatting heeft een ffd van 44 mm en bij Nikon F is dat 46,5 mm. Dat wil dus zeggen dat als je het Nikon-lens op 1,5 mm (46,5 – 44 mm) buiten de Canon-camera opstelt, de lens op zijn correcte ffd functioneert. Omgekeerd is een Canon-lens niet op een Nikon te zetten, want de lens zou 1,5 mm (44 – 46,5 mm = negatieve uitkomst) in de camera moeten zitten, wat uiteraard niet mogelijk is. Vandaar dat niet alle oudere lenzen zomaar uitwisselbaar zijn op elk merk.
De ffd van elke merk is op internet gemakkelijk op te zoeken, zodat je al een idee hebt of de combinatie die je voor ogen hebt hoegenaamd werkt. Merken met een grote ffd, zoals bijvoorbeeld Nikon, hebben als nadeel dat er weinig combinaties mogelijk zijn. Nikon is altijd trouw gebleven aan zijn lensvatting bij zijn DSLR tot aan de Z-reeks, die het tijdperk van de systeemcamera inluidde. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Canon die via FD, EF uiteindelijk met de R-vatting hun systeemcamera introduceerde. Deze camera kenmerkt zich met een bijzonder korte ffd (+/- 20 mm). Dit is mogelijk dankzij de afwezigheid van een spiegel, wat de bouw veel compacter maakt. Fabrikanten grepen de gelegenheid ook aan om de lensdiameter te vergroten om zo lichtsterke lenzen gemakkelijker te ontwikkelen.

Hoe zetten we nu een vreemde lens op onze camera? Dat doe je met een van vele adapters. Zie dit als een tussenring met een dikte van ongeveer 1 à 2 mm. Deze dikte is bepalend om de lens op de juiste afstand (lees: registerafstand) van de sensor te brengen zodat de afstandsschaal normaal te gebruiken valt. Oneindig op de lens is dan ook oneindig voor de sensor.
We hebben het hier over de simpele adapters die er enkel voor zorgen dat je de lens fysiek kan koppelen aan de camera. Er is geen enkele overdracht van signalen en alles werkt dus puur manueel. Voor bijna alle oude lensvattingen zijn adapters te verkrijgen.
De adapters bij systeemcamera’s zorgen ook voor het koppelen van oude lenzen, maar dan meestal alleen de merkeigen. Hiermee kan je bijvoorbeeld Canon EF-lenzen op de R-camera’s plaatsen. Bij Nikon zijn dat hun F-mount lenzen die je op de Z-reeks camera’s kan zetten. Deze adapters geven een volledige overdracht van alle elektronische signalen, inclusief die voor autofocus en diafragma. Ook Sony’s systeemcamera’s zijn populair om lenzen van ‘vreemde’ merken op te zetten met speciale adapters. Deze adapters zijn echter niet degene die we hier bedoelen.
Natuurlijk kan je ook manuele lenzen op systeemcamera’s zetten en hiervoor zal je meerdere adapters op elkaar moeten zetten. Aan de ene kant heeft de adapter een vatting voor je camera, alsof je een merkeigen lens zou opsteken. Aan de andere kant is er een bajonet die past op deze van de lens. Schroefdraad M42 kan ook, want er zijn heel wat oude lenzen met schroefdraadvatting geproduceerd.
Praktisch zal je de adapter eerst op de lens aanbrengen. Afhankelijk van het merk en model moet je deze met een veertje vastklikken of dien je een klein inbusschroefje vast te zetten. Zo vlot als een lens op de bajonet van een camera zetten, loopt het wel niet. Heb je meerdere oude lensjes, dan doe je er best aan om voor elk een aparte adapter aan te schaffen: dat gedoe met schroefjes kan je in het veld wel missen. Eens echter de adapter aangebracht is, werkt de combinatie zo vlot als een merkeigen lens.

Klopt de dikte van de adapter niet, dan zal je de lens niet op oneindig kunnen scherpstellen. Dan werkt de ganse zaak een beetje als een klassieke tussenring bij macrofotografie. Is de adapter echter te dun, dan zit de lens te dicht bij de sensor en zal de stand oneindig ofwel niet, ofwel te vroeg bereikt worden bij het verdraaien van de afstandsschaal. In alle geval is dit optisch geen gunstige situatie, waardoor de lens minder zal presteren. Optiek is ingewikkeld en de toleranties zijn soms maar enkele microns.
Zit er een lensje op je camera van enkele tientallen euro’s, dan zal je ook geen adapter aanwenden die evenveel of zelf meer kost dan het lensje zelf. Heb je echter eindelijk dat speciale lens op de kop kunnen tikken waar je al zo lang naar zocht, dan zijn optische prestaties je doel. Besteed dan voldoende aandacht aan de kwaliteit van de adapter. De dikte ervan is dan een aspect dat wel degelijk van tel is. Hoe nauwkeuriger de toleranties van een adapter, hoe duurder de zaak natuurlijk. Zie het kader op deze pagina voor enkele merken.
Verder bestaan er ook reverse adapters waarmee je lenzen omgekeerd op je camera kan zetten, wat bijzondere voordelen oplevert voor macrofotografie.

Eveneens van speciale makelij is een adapter die door Leitax wordt geproduceerd. Het komt er eigenlijk op neer dat je deze adapter op de bajonetvatting van de lens vastschroeft met de oorspronkelijke schroefjes of nieuw meegeleverde. Soms dient er iets gedemonteerd te worden, maar het eindresultaat is een nieuwe vatting die zeer solide vastzit. Bovendien zijn de toleranties met grote precisie geproduceerd. Voor een groot aantal van mijn manuele lenzen heb ik al jaren deze adapter opgeschroefd. Het proces is volkomen omkeerbaar zodat je de lens in zijn oorspronkelijke vatting kan terugbrengen. De website van de fabrikant biedt duidelijke richtlijnen hoe alles te monteren en geeft verder een schat aan informatie en reviews over vele legendarische manuele lenzen en allerlei lens-cameracombinaties. Merken als Carl Zeiss, Leica en Pentax zet je hierdoor op je eigen camera, zelfs enkele modellen op Nikon zijn mogelijk.
Ten slotte bestaan er ook adapters met ingebouwde optiek. Een voorbeeldje is het gebruik van een Canon FD-lens op een EOS-camera (EF-vatting). Door het verschil in registerafstand (42 mm versus 44 mm) is de lens niet te gebruiken. Maar omdat de adapter de optische stralengang verandert, kan je wel terug met deze combinatie fotograferen en is scherpstelling op oneindig mogelijk. Uiteraard boet je wat in aan kwaliteit bij een adapter met glas en blijft het brandpunt niet gelijk.
Tegenwoordig zijn er ook meerdere aanbieders van mount conversion adapters voor het wisselen van de vatting op de lens, bijvoorbeeld van FD naar EF. Belangrijk bij DSLR’s is dat er op de achterzijde van de lens geen onderdelen te ver naar achter steken. Diafragmapennetjes bijvoorbeeld. Deze kunnen in het slechtste geval in aanraking komen met de beweegbare spiegel, wat uiteraard niet gewenst is. Mechanisch verwijderen is de enige remedie.

Ooit was autofocus een uitvinding die nog moest plaatsvinden. Scherpstellen met een lens deed je eenvoudig door aan de focusring te draaien. Vergis je niet, dit is niet te vergelijken met de focusring van onze huidige AF-lenzen. Die manuele lenzen hebben een prachtig gedempte focusring met een lange instelslag om precies te werken. Een plezier om aan te draaien. Is dit nieuw voor je, dan vraagt dit een zekere gewenning. Tegenwoordig valt het manueel scherpstellen mee, want op de huidige generatie camera’s zit op zijn minst Live-view met vergroting van beeld. Een nog meer geëvolueerde techniek vinden we terug bij de systeemcamera, waar je focus peaking kan aanwenden.

Dit was ooit anders, meer dan een matglas en een hulpmiddel als een split focus screen hadden we niet. De matglazen toen waren wel van een gans andere makelij dan de huidige. De zoeker was veel donkerder en de scherpte sprong je tegemoet op het matglas. Van sommige spiegelreflexen is het mogelijk om te wisselen van matglas. Werk je veel met manuele lenzen, dan is dit het overwegen waard.

Net als het scherpstellen, stel je ook het diafragma manueel in. Een ring op de lens laat je vooraf de keuze tussen de verschillende lensopeningen. Met zaken als scherptediepte hou je dus best vooraf al rekening bij de keuze van diafragma. De camera opereert verder in AV- of M-stand. Schrik niet van het zoekerbeeld als je het diafragma verder sluit. Dat wordt wel degelijk donkerder en bij de kleinste openingen zelfs in die mate dat je het moeilijk krijgt om nog details te onderscheiden. Scherpstellen doe je best met het diafragma volledig open zodat er voldoende licht is. Sluit hierna het diafragma terug naar de opening van keuze. Pas hierna kies je – of je camera bij de AV-stand – de bijhorende sluitertijd. Weerom biedt Liveview de oplossing. Hierbij kan je ook een beoordeling maken van de scherptediepte in beeld. In de zoeker lukt dat niet altijd, weerom zit het matglas hiervoor tussen.
Omdat er dus geen koppeling is tussen lens en camera, kan het gebeuren dat je de belichting iets moet corrigeren. Raadpleeg daarom altijd je histogram hiervoor. De belichting is natuurlijk sterk afhankelijk van je onderwerp en het licht.

Discussies over dergelijke lenzen kan je overvloedig vinden op diverse internetfora. Ik vind het uitermate boeiende stof om te verslinden. Vele huidige lenzen zijn messcherp en onberispelijk vrij van enige fout, zelfs bij open diafragma. Maar vaak zoekt de fotograaf een specifiek kenmerk of eigenschap van lens X of Y. Je mag gerust stellen dat veel ouder materiaal karakter heeft in beeldweergave, en dat betekent niet altijd optisch onberispelijk.
Zoals ik al aangaf in de inleiding ben ik zeer te spreken over de kwaliteit van de C/Y Zeiss-lenzen. Zeiss brengt regelmatig nieuwe reeksen lenzen uit voor Canon, Nikon, Sony en dergelijke. Hoewel je hierin best optische verbeteringen kan vinden, zijn de eerdere generatie lenzen niet veel slechter en veel goedkoper te vinden. Doe hiermee je voordeel! Een nadeel van veel vroegere lenzen is dat er vaak maar zes diafragmalamellen zijn toegepast. Een nadeel voor zonnesterretjes! Andere modellen hebben er dan weer twaalf, wat zorgt voor een rustige achtergrond.
Vergis je echter niet, sommige modellen zijn zo populair op de tweedehandsmarkt dat de prijs een boost krijgt. Vooral als er nog wat gunstige reviews op de forums circuleren.

Andere lenzen hadden dan weer door een afwijking in hun optische formule een speciale weergave van de achtergrond, een zogenaamde ‘dreamy bokeh’. Meyer-Optik Görliz had diverse lenzen die onscherpe onderwerpen als cirkels weergaf, een soort zeepbelleneffect of swirl-effecten. Vooral bij tegenlichtopnames met dauwdruppels gaf dit een geweldig speciaal effect.
Minolta, Pentax, Olympus OM, Nikon, Nikkor Canon FD, Contax, Contarex – deze merken hebben in de loop der tijd stuk voor stuk schatten aan optiek gemaakt. Vele daarvan kun je nog steeds vinden. Haal een gewilde lens even door Google, wedden dat er ergens nog informatie over te vinden is? Van de populaire modellen kan je zelfs uitvoerige reviews lezen.
Ook middenformaat lenzen zijn te gebruiken op kleinbeeld. Merken als Mamiya, Bronica en Hasselblad hebben een veel grotere beeldcirkel dan het 35mm-formaat en zijn met de juiste adapter zelfs als tilt- en/of shift-lens te gebruiken. Ik ben verplicht om te veralgemenen, want de schat aan informatie is te groot. De geboden kwaliteit op Ebay is meestal goed en uiteindelijk kan je het lensje altijd weer van de hand doen.
Met deze lenzen zal het fotograferen niet sneller maken, integendeel. Maar juist dat trager werken doet je meer nadenken over de techniek. En dat komt het creatieve aspect weer ten goede. Plezier gegarandeerd!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag en vrijdag het beste uit de fotografiewereld in je mailbox.
Krijg Shoot Magazine 6 keer per jaar (inclusief 2 extra dikke dubbelnummers) vol inspiratie, tips en fotoplezier rechtstreeks in je brievenbus.
