Sprinkhanen zijn er in vele gedaanten en ze zijn alomtegenwoordig. Maar hoe benader je deze vluggertjes en welke instellingen gebruik je voor geslaagde beelden? Met deze tips & trucs laat je jouw sprinkhaanfoto’s eruit springen!
In de lage landen leven tal van soorten en maten sprinkhanen. Er zijn enorme joekels zoals de grote groene sabelsprinkhaan, maar ook kleurrijke juweeltjes als de moerassprinkhaan. En wat dacht je van de roze sprinkhanen? Vaak hebben ze aansprekende namen: ratelaar, krasser, knopsprietje, wrattenbijter, om er maar eens een paar te noemen. Die laatste is trouwens een van de zeldzamere soorten en komt alleen nog in de buurt van Nijmegen voor.
f/5.0, 1/500, ISO 640, 135 mm
Sprinkhanen zijn buitengewoon fotogeniek. Bovendien zijn veel soorten – in tegenstelling tot die wrattenbijter – niet zeldzaam en echt overal te vinden. Dus, wat let je om er mooie foto’s van te maken? Ik help je met dit artikel graag op weg!
Sprinkhanen in de buurt
In onze omgeving leven bijna zestig soorten sprinkhanen in de meest uiteenlopende hoedanigheden. De kleinste sprinkhaan meet nog geen centimeter en de grootste, de grote groene sabelsprinkhaan, heeft een lengte van wel zeven centimeter. De meeste soorten hoor je eerder dan dat je ze ziet. Veldsprinkhanen maken bijvoorbeeld geluid door de achterpoot over een ader op de vleugel te bewegen. Aan de binnenkant van de poot zit namelijk een rasp die het beestje langs de vleugel haalt om geluid te produceren. Krekels doen dat op een andere manier, zij krassen net met hun vleugels door deze over elkaar te wrijven. Dat is de methode die ook sabelsprinkhanen hanteren. Het doel van geluid maken is heel voor de hand liggend: zo weten de mannetjes en de vrouwtjes elkaar te vinden!
Deze rietsprinkhaan bleef rustig zitten, zodat ik hem
vanuit diverse hoeken kon fotograferen. f/6.3, 1/200, ISO 800, 135 mm
Het fotograferen van sprinkhanen kun je een groot deel van het jaar doen: van de lente tot de vroege herfst later in het jaar. En vroeg in het voorjaar kun je de nimfen spotten. Dat zijn de jonge sprinkhanen die al sprekend op hun ouders lijken, maar alleen nog een stuk kleiner zijn. Het leuke van nimfen is dat ze vaak op kleine bloemen zitten, wat ze prima lukt omdat ze klein en licht zijn. In de zomer kun je een start maken met het fotograferen van de volwassen beestjes.
Temperatuur
Net zoals bij andere insectensoorten bepaalt de temperatuur de mate van activiteit en beweging van de sprinkhanen. Op hete dagen zullen de sprinkhanen veel sneller voor je vluchten zodra je dichterbij komt. De koelere vroege ochtenden zijn daarom de betere momenten om ze te fotograferen, omdat ze dan veel langer op één plek blijven zitten. Ze laten zich dan weliswaar minder goed zien, maar als je de tijd neemt om de hogere vegetaties af te speuren zul je ze zeker ontdekken.
objecSprinkhanen zitten vaak verborgen tussen de grassprieten, zoals deze krasser. f/5.0, 1/400, ISO 400, 135 mm Sprinkhanen komen aan de rand van het blad zitten om de omgeving te observeren. f/8.0, 1/320, ISO 500, 135 mm
Wandel niet te veel en ga gewoon eens rustig in het gras zitten. Je zult zien dat je dan veel meer insecten zult ontdekken. De ene na de andere komt te voorschijn als je niet teveel beweegt; sprinkhanen, maar ook veel andere insecten. Mooie kruidenrijke vegetaties zijn complete leefgemeenschappen, waarin voor ons macrofotografen veel bijzondere kleine insecten te ontdekken zijn. Als je maar rustig beweegt en vooral goed kijkt.
Door net over een randje met zand te fotograferen ontstaat een fijne onscherpe waas op de voorgrond. f/5.6, 1/500, ISO 500, 135 mm
Objectieven en settings
De meeste sprinkhaansoorten zijn echter dusdanig klein dat je toch zeker een macro-objectief moet bezitten om ze behoorlijk in beeld te kunnen ‘vangen’. Met een 50mm-lens kun je al aardig uit de voeten, maar een objectief van rond de 100 mm is nog beter. Daarmee kun je net iets meer afstand tot de sprinkhaan bewaren, zodat je meer kans hebt dat het insect niet wegspringt. Omdat sprinkhanen vaak bewegelijk zijn en meestal niet heel lang blijven zitten, kun je het beste de autofocus van je camera gebruiken, zodat je ‘m veel sneller scherp in beeld krijgt. Gebruik dan één actief scherpstelpunt (in plaats van meerdere) of een zo klein mogelijk scherpstelgebied, want dit werkt in de praktijk het best en het prettigst. Op deze manier kun je precies op de kop van de sprinkhaan scherpstellen. Gebruik je meerdere AF-punten of een groter scherpstelgebied, dan loop je het risico dat je camera op het lichaam of een poot in plaats van de kop scherpstelt.
Het knopsprietje is een klein sprinkhaantje waarmee je fijn met onscherpte kunt spelen. f/5.6, 1/1000, ISO 400, 135 mm
Snel kunnen fotograferen is bij de springerige sprinkhanen een pre. Voor een juiste belichting – en om snel te kunnen werken – heb ik de camera op AV oftewel diafragmavoorkeuze staan. Bij het door mij ingestelde diafragma kiest de camera dan de juiste sluitertijd. Bij een macro-objectief van 90 of 100 mm is een diafragma van f/5.6 of daaromtrent ideaal. Deze levert voldoende onscherpte in voor- en achtergrond, waardoor alle aandacht naar je hoofdonderwerp gaat. Vrijwel alle foto’s van sprinkhanen heb ik vanuit de hand gemaakt, omdat sprinkhanen zich vaak in de vegetatie ophouden. Als je dan de statiefpoten moet uitklappen verstoor je de habitat te veel. Je stoot misschien tegen de spriet waar hij op zit, waardoor de sprinkhaan al lang weg is als je opstelling klaarstaat.
Met een ISO-instelling van 400 krijg je dan in het algemeen een sluitertijd die snel genoeg is om uit de hand te fotograferen. Gebruik als veilige ondergrens voor scherpe foto’s een sluitertijd van 1/250 of hoger. Merk je dat de sluitertijd te langzaam is, bijvoorbeeld omdat je bij de controle op het display te veel onscherpe foto’s ziet, verhoog dan de ISO om een snellere tijd te krijgen. En last but not least: zit er een beeldstabilisator op jouw objectief of in je camera, zet deze dan aan – dat helpt echt!
In de vegetatie
Als ze geluid maken, kun je proberen de sprinkhanen te lokaliseren. Wanneer je door ruige vegetaties loopt, merk je al snel hoeveel sprinkhanen er verscholen zitten. Overal rondom je zullen ze dan voor je wegspringen. Sprinkhanen landen vaak maar een tiental centimeter verderop en proberen vervolgens weer iets hoger in de vegetatie te kruipen.
Om het beeld spannender te maken plaatste ik deze
grote groene sabelsprinkhaan diagonaal. f/4.0, 1/500, ISO 800, 135 mm
Houd goed in de gaten waar een sprinkhaan geland is, want dit is jouw kans! Loop, of liever kruip, naar de sprinkhaan en houd je camera al schietklaar voor je oog. Zodra de sprinkhaan zich opnieuw op het grassprietje heeft genesteld kun je ‘m prima fotograferen. Als je dan al op de juiste afstand van de sprinkhaan zit, hoef je alleen nog maar de compositie te maken en de ontspanknop in te drukken. Als je heel voorzichtig beweegt, kun je ook nog iets naar links of rechts verschuiven om bijvoorbeeld een betere achtergrond te krijgen.
Merk je dat de sprinkhaan heel snel weer wegspringt, dan kun je beter een volgend moment afwachten. Iedere keer maar weer achter dezelfde sprinkhaan aan sluipen is misschien wat minder fijn, voor zowel de sprinkhaan als de fotograaf.
Doorkijkjes
Het leuke van sprinkhanen in bloemrijke vegetaties fotograferen is dat je heel fijn met de omgeving kunt werken. Heb je bijvoorbeeld een sprinkhaan op een bloem ontdekt, dan kun je de camera zo manoeuvreren dat je een aantal dichterbij gelegen planten of sprieten voor de lens krijgt. Die zullen fijne onscherpe vlakken veroorzaken, waardoor het beeld vaak een stuk rustiger en krachtiger wordt. Het is dan ook helemaal niet erg om de sprinkhaan kleiner in beeld te plaatsen. Dit werken met ruimte rondom je hoofdonderwerp levert weer ander beeld op, dat ook zeker de moeite waard is. Stel hiervoor een groot diafragma als f/5.6 in om zo een mooie rustige onscherpte in het beeld te krijgen.
Fotografeer tussen de bloemen door voor fijne
doorkijkjes. f/5.6, 1/400, ISO 500, 135 mm
Heb je een groene sprinkhaan in een groene omgeving op het oog? Dat is zeker een geschikt onderwerp, want dan kun je beeld maken waarbij de kijker de sprinkhaan misschien niet direct ziet. Dit soort plaatjes met een verrassend element doen het vaak goed.
Zandgebied
Niet alle sprinkhanen zitten in kruidenrijke vegetaties en op hoogte op stengels. Een soort als de blauwvleugelsprinkhaan tref je vooral op zanderige ondergronden aan. Het is een redelijk zeldzame soort en in Friesland en Groningen grotendeels verdwenen. In de duinstreek, Veluwe, Oost-Brabant en Zuid-Limburg kun je het insectje vinden. In België komen ze op veel meer plaatsen voor, en vooral op kalkgraslanden. De soort is lichtbruin en heeft wat donkere of lichte vlekjes.
De redelijk zeldzame blauwvleugelsprinkhaan fotografeerde ik hier met de camera op de grond. f/8.0, 1/320, ISO 640, 90 mm
Zodra deze sprinkhaan springt, komen de felgekleurde blauwe vleugels waaraan hij zijn naam te danken heeft tevoorschijn. Daarmee is hij in staat om meters in de lucht te zweven. Zo’n sprong is prachtig om te zien, maar heel lastig om te fotograferen. Het is makkelijker als de sprinkhaan op het zand zit. Het mooiste resultaat krijg je indien je de camera op gelijke hoogte van de sprinkhaan houdt. De ondergrond wordt dan minder scherp en ook de achtergrond komt verder weg te liggen en toont vager. Het is natuurlijk geen optie om de camera helemaal op de grond in het zand te leggen, want de zandkorrels kunnen je apparatuur ruïneren. Je kunt het best de hand waarmee je de camera vasthoudt op de grond laten steunen, zodat je toch een mooi laag standpunt hebt.
Compositie
Sommige soorten sprinkhanen hebben enorme lange voelsprieten en die kun je bij het fotograferen nog weleens vergeten. Je bent zo druk bezig om de sprinkhaan voorzichtig te benaderen, de compositie te maken en op de ogen scherp te stellen, dat je vergeet om de voelsprieten helemaal in het beeld op te nemen. Bij het bekijken van de foto’s thuis op de pc kom je dan tot de ontdekking dat de sprinkhanen er niet helemaal op staan, en dat is natuurlijk jammer! Houd vooral rekening met dit aspect als je een sprinkhaan van de zijkant fotografeert. Bij een frontaal portret van de sprinkhaan is het minder van belang, omdat de sprieten in het verlengde van het lichaam staan of in de onscherpte weglopen.
Houd ook in de gaten dat je de voelsprieten in beeld meeneemt, zoals ik deed bij deze grote groene sabelsprinkhaan. f/7.1, 1/500, ISO 400, 135 mm
Als je een sprinkhaan van de zijkant fotografeert, is het de kunst om deze helemaal scherp te krijgen. Belangrijk daarbij is dat je camera zoveel mogelijk parallel aan de sprinkhaan houdt. Een kleiner diafragma als f/11.0 helpt ook, maar heeft dan weer als nadeel dat ook de achtergrond scherper wordt en daarmee wellicht te onrustig. Probeer vooral verschillende waardes voor het diafragma uit als de sprinkhaan blijft zitten, zodat je later op de computer de beste kunt selecteren.
Aansprekend zijn frontale beelden van sprinkhanen. De diertjes hebben namelijk een afgeplatte voorkant met grote ogen en je ziet duidelijk de monddelen; het lijkt alsof ze altijd lachen. Voor mij hebben ze iets humoristisch en vaak moet ik even glimlachen als zo’n sprinkhaan me aankijkt. Misschien heb ik vroeger iets te veel naar Maja de Bij gekeken? In deze serie was Flip de Sprinkhaan mijn favoriet!
Om de blauwvleugelsprinkhaan van kop tot vleugelpunt scherp te krijgen hield ik de camera parallel aan het insect. f/6.3, 1/800, ISO 640, 90 mm
Normaliter is de regel dat je scherpstelt op de ogen, maar dat kan vooral bij de kleinere sprinkhanen toch net wat minder goed uitvallen, zeker wanneer je de sprinkhaan groot in beeld brengt. De platte voorkant van de kop – een relatief groot deel – zal dan onscherp tonen. Als je het beeld dan bekijkt zonder in te zoomen, krijg je toch het idee dat de foto onscherp is. Een kleiner diafragma kan dan helpen, maar nog beter is het om het scherpstelpunt iets voor het oog te leggen. Zo krijg je meestal het voorste deel van het oog én de snoet van de sprinkhaan scherp. Maak desnoods meerdere foto’s waarbij je de afstandsring van het objectief steeds iets versteld. Thuis op je pc kun je dan goed beoordelen welke foto het best werkt.
Net even anders
Mocht je denken dat fotografie van sprinkhanen saai is, dan moet ik je tegenspreken. Er zijn namelijk tal van manieren om een sprinkhaan te fotograferen. Eén daarvan is verder inzoomen op details als de kop, de poten en het borststuk. Dit werkt vooral bij de grotere soorten en een macro-objectief erg goed, omdat je dan al snel een kleiner deel van de sprinkhaan in beeld hebt. De uitdaging is om dat exemplaar te zoeken, dat er geen probleem mee heeft als jij zo dicht op z’n snufferd gaat zitten fotograferen.
Ook de grotere moerassprinkhaan leent zich prima voor een detailfoto. f/9.0, 1/125, ISO 500, 135 mmGrotere soorten als deze wrattenbijter lenen zich prima om detailfoto’s te maken. f/5.6, 1/400, ISO 640, 135 mm
Relatief grote soorten als de moerassprinkhaan of de wrattenbijter zijn hiervoor uitstekende modellen. Heb je een grote sprinkhaan in beeld en blijft deze zitten nadat je wat ‘gewone’ foto’s hebt gemaakt, dan kun je gaan experimenteren met bijvoorbeeld alleen de grote, kenmerkende achterpoten in beeld. Of met een detail van alleen een deel van het lichaam. Op die manier maak je beelden die een stuk abstracter zijn en zorgen voor de mooie afwisseling in je sprinkhanenportfolio.
Omdat de ondergrond een mooie structuur had, besloot
ik dit knopsprietje van bovenaf te fotograferen. f/6.3, 1/250, ISO 800, 135 mm
Nieuwkomers
De laatste jaren krijgen we er meer soorten sprinkhanen bij en het is natuurlijk leuk als je zo’n nieuwkomer ook voor de lens krijgt. Een soort die eerder vanuit Frankrijk Vlaanderen koloniseerde en nu ook in Nederland te spotten is, is de sikkelsprinkhaan. Je herkent hem aan zijn vlinderachtige vlucht en vooral ook aan zijn achtervleugels die vanachter de voorvleugels uitsteken. Dit is een kenmerk dat alleen deze soort heeft. Je treft hem in droge biotopen aan.
Zoom in op details, zoals de rug van deze wrattenbijter, om een abstract beeld te maken. f/4.5, 1/1250, ISO 400, 135 mm De sikkelsprinkhaan is een mooie soort die zich dankzij de warmere zomers nu ook in onze omgeving laat zien. f/5.0, 1/1600, ISO 500, 135 mm
De maand augustus, als de heide in bloei staat, is een prima periode om hem op te zoeken. Dan valt de felgroengekleurde sprinkhaan goed op, zodat je hem al van ver in de paarse heide kunt zien zitten. Bovendien is de bloeiende heide een mooie setting om de sprinkhaan in te fotograferen. Ook andere soorten als het knopsprietje kun je in de heide aantreffen. Probeer in deze situaties ook vooral eens wat foto’s met tegenlicht uit. Dat kleurt de heide mooi op en zorgt voor fijne kleurcontrasten!
Groothoek
Waarom zou je een sprinkhaan met een groothoekobjectief fotograferen? Nou, bijvoorbeeld omdat je zo kunt laten zien in welke biotoop het insect leeft. Een groothoeklens levert foto’s op met meer scherptediepte en door de grotere hoek van het objectief speelt het landschap een veel duidelijkere rol in de beelden die je ermee maakt. Het zijn dan ook dit soort beelden die je in een artikel of bij een lezing als eerste toont, omdat ze veel context geven. Bovendien zijn ze een zinvolle variatie op een collectie sprinkhaanbeelden, en meer variatie maakt een serie absoluut interessanter.
Door zijn formaat leent de grote groene sabelsprinkhaan zich prima voor groothoekfoto’s. f/11.0, 1/640, ISO 400, 19 mm
Het lastige is echter dat de meeste sprinkhanen erg klein zijn om ze met een groothoekobjectief voldoende groot in beeld te krijgen. Een prima uitzondering daarop is de grote groene sabelsprinkhaan. Met een lengte van wel acht centimeter is dit insect een indrukwekkende verschijning. Om het landschap voldoende in het beeld mee te laten spelen is een kleiner diafragma van f/11 aan te raden. Zo wordt het landschap meer herkenbaar en is het effect van de groothoek sterker.
Met een groothoekobjectief legde ik de zeer zeldzame wrattenbijter in zijn biotoop vast. f/9.0, 1/1000, ISO 400, 18 mm
In augustus en september is deze sprinkhaansoort volwassen en dan is het een grote rover die op andere insecten jaagt. Pak ‘m niet op, want het beestje kan bijten als de beste. Voor mij is het geluid dat de grote groene sabelsprinkhaan maakt het ultieme zomergeluid. De insecten creëren dit door hun vleugels over elkaar te wrijven, het zogenoemde striduleren. Dit doen overigens alleen de mannetjes.
Licht
Veel sprinkhaansoorten zie je pas goed als ze actief worden. Dat is vaak in de middag, als de zon hoog aan de hemel staat en het licht hard en minder flatteus is. Dagen met een combinatie van wolken en zonneschijn zijn het meest geschikt om de sprinkhanen te fotograferen. Als er net een wolkje voor de zon verschijnt, is het licht wat zachter en komen de kleuren en de details van de sprinkhaan veel beter tot hun recht. Je kunt het licht ook zelf verzachten met een wit parapluutje.
Met de weidesprinkhaan in de schaduw en het zonlicht in de achtergrond ontstaat een fijne balans in verlichting. f/5.6, 1/320, ISO 320, 135 mm
Daarmee kun je de sprinkhaan in de schaduw zetten. Vaak blijft het diertje even zitten, in tegenstelling tot vlinders die na een fractie van een seconde alweer wegvliegen en een comfortabel plekje in de zon opzoeken.
Staat het licht wat lager, dan kun je ook eens proberen om, nadat je de sprinkhaan in de zon hebt gefotografeerd, deze in de schaduw te plaatsen door even tussen de zon en het insect te gaan staan of zitten. Laat nog wel de zon op de achtergrond vallen. Je zult zien dat er daardoor een fijn kleurcontrast tussen de schaduw – waar de sprinkhaan zit – en de door de zon beschenen achtergrond ontstaat.
Roze sprinkhaan
Heb je inmiddels allemaal foto’s van bruine en groene sprinkhanen? Dan is de roze sprinkhaan wellicht een geschikt vervolgonderwerp voor je. Dit is geen aparte soort maar de genetische pigmentafwijking erythrisme, die bij diverse soorten sprinkhanen voorkomt.
Het zachte, door de wolken gefilterde zonlicht levert een fijn plaatje zonder harde contrasten op. f/5.0, 1/400, ISO 400, 135 mmDe roze exemplaren van de diverse sprinkhaansoorten zijn zeldzaam, maar een feestje om te fotograferen. f/5.0, 1/800, ISO 500, 135 mm
Exemplaren met deze aberratie vallen zo op dat je niet om ze heen kan en ze wel ‘moet’ fotograferen. Ze zijn zeker fotogeniek, maar ook kwetsbaar voor predatoren omdat ze juist door hun opvallende kleur meer opvallen. Dat is ook de reden waarom ze redelijk zeldzaam zijn. Dus, als je er een roze sprinkhaan aantreft dan is het zeker de moeite waard om de tijd te nemen om het insectje te fotograferen. Maak vooral zoveel mogelijk en verschillende typen beeld ervan, want zeg nou zelf … mooi roze is toch niet lelijk?
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag en vrijdag het beste uit de fotografiewereld in je mailbox.
Dit artikel is geschreven door vaste Shoot-medewerker Edwin Giesbers. Ook de beelden zijn door hem gemaakt. Op zijn website vind je meer beelden van hem en informatie over zijn werk als natuurfotograaf.