Werken met kleurgels zorgt voor veel correctieve en creatieve mogelijkheden. En het is ook nog heel plezierig om te doen. Al is het resultaat niet altijd even voorspelbaar, als je blijft proberen krijg je zeker en vast leuke beelden.

Kleurfilters (of: kleurgels) zijn het meest ondergewaardeerde gereedschap in de fotografie. Ze zijn compact en goedkoop, en hebben – als je ze goed leert gebruiken – een grote toegevoegde waarde. Je kan er zoveel mee doen zonder dat je zware investeringen hoeft te doen of extra gewicht mee te sleuren. Of het nu gaat om het corrigeren van verkeerde kleurinstellingen of verrassende kleureffecten, kleurfilters zijn je beste vriend. Er bestaan twee soorten kleurfilters. Er zijn filters die de kleurtemperatuur corrigeren of wijzigen, en er bestaan filters die de kleur van het flitslicht veranderen.

Kleurtemperatuur corrigeren

Verschillende lichtbronnen zorgen voor een andere kleurtemperatuur. Hoe warmer het licht is, hoe lager de kleurtemperatuur – en omgekeerd. We kunnen dat onthouden door te denken aan vuur. De hoogste temperatuur van een vlam ligt in het midden en dat is wit. Hoe verder naar buiten, hoe lager de temperatuur wordt en hoe warmer de kleur. Die gaat van wit naar geel over oranje en alsmaar intenser rood aan de buitenkant.

Die kleurtemperatuur drukken we uit in graden Kelvin. De drie waarden die we het meest tegenkomen in de fotografie zijn kunstlicht, daglicht en schaduw. Als we die drie waarden onthouden, dan is dat een groot hulpmiddel. Kunstlicht is rond de 3200K, daglicht rond de 5400K en schaduw start bij 7000K, maar het kan nog veel hoger gaan.

Een overzicht van verschillende soorten lichtbronnen met bijbehorende kleurtemperatuur van Magmod, een leverancier van studio-accessoires.

Om correcte kleuren in onze beelden te krijgen moeten we aan de camera ‘vertellen’ welk  soort licht we hebben. Die kan vervolgens de juiste temperatuur instellen. De camera zelf kan dat namelijk slechts in beperkte mate bepalen. Als mens stellen we de kleuren die we zien namelijk bij op basis van wat we weten. Onze hersenen zorgen daarvoor. Sneeuw bij de warme gloed van het gouden uur zien we nog steeds als wit, ook al kleurt die sneeuw oranje. We weten dat sneeuw wit is en dus zien we dat ook zo. Dat kan de camera natuurlijk niet. Als die op een verkeerde kleurtemperatuur is ingesteld, dan krijgen we een kleurzweem over heel de foto. Gelukkig kunnen de meeste camera’s die temperatuur automatisch meten en doen ze dat ook zeer goed.

Maar wat als we in eenzelfde omgeving verschillende kleurtemperaturen samen hebben? Een typisch voorbeeld is een ruimte die verlicht is met kunstlicht, maar ook grote ramen heeft waardoor het daglicht naar binnen valt. Met het oog overbruggen we dat probleemloos en zien we die verschillen niet zo goed als de camera dat doet. Maar met welk licht matchen we nu de camera om de juiste kleuren te krijgen? In zo’n situatie moeten we kiezen wat het belangrijkste onderdeel van onze foto is. We stellen de kleurtemperatuur dan in op het interieur om de kleuren binnen correct weer te geven.

Kijk maar eens naar de foto hieronder. Het daglicht dat binnenvalt is veel te blauw, want dat licht is kouder dan kunstlicht terwijl onze camera staat ingesteld op het warme kunstlicht. In zo’n geval kunnen we het blauw een beetje warmer maken in Lightroom of Photoshop. Een andere veel voorkomende situatie van menglicht is als je gaat flitsen in een ruimte waar ook kunstlicht aanwezig is. Flitslicht heeft ongeveer dezelfde kleurtemperatuur als daglicht. Als je binnen flitst terwijl je de camera hebt ingesteld op kunstlicht, dan heeft de omgeving een juiste witbalans. Maar de flits geeft dan net zoals daglicht een blauwe zweem.

Met de camera ingesteld op 3200K is het binnenvallende daglicht hier veel te blauw.

Willen we de omgeving toch correct weergeven, dan zou de meest logische manier zijn om filters voor de lampen te plaatsen zodat de kleurtemperatuur dezelfde wordt als het flitslicht. Dat is natuurlijk onbegonnen werk. We kunnen dat veel eenvoudiger aanpassen met een slimme zet.

Hier biedt het gebruik van een oranje correctiegel de oplossing. We laten de camera staan op 3200K voor het kunstlicht en maken de flitser even warm als de omgeving. Op die manier krijgen we een balans tussen warm kunstlicht en koud flitslicht.

Als we flitsen in de schaduw, dan is het licht van de omgeving koeler dan ons flitslicht. Dan is het zaak te gaan compenseren met een blauwe gel voor de flits. In dit geval stellen we de camera in op het omgevingslicht en kleuren de flitser bij. Dit is iets moeilijker dan flitsen met kunstlicht, omdat de temperatuur van schaduw heel gevarieerd kan zijn. Gelukkig komen de correctiegels in gradaties voor een sterker of minder sterk effect. Zo heb je een hele, een halve en een vierde CTO (color temperature orange) en CTB (color temperature blue).

Kleurtemperatuur veranderen

We weten nu hoe we kleurgels kunnen gebruiken om een correcte witbalans te krijgen. Nu gaan we een stapje verder en gaan we de witbalans opzettelijk veranderen voor creatieve doeleinden.

Stel je voor, we plannen een fotoshoot aan de vooravond met de hoop op het mooie licht van het gouden uurtje. Maar precies op de afgesproken dag is het licht niet zo mooi als we hadden gehoopt en kleurt de lucht niet rood maar grijs. In dit geval kunnen we diezelfde corrigerende filters gebruiken om een kleurtemperatuur te krijgen die er eigenlijk niet is, namelijk die van een warme, ondergaande zon.

Eerst gaan we de foto goed onderbelichten om toch wat kleur in de lucht te krijgen. Omdat ons model toch apart wordt belicht met het flitslicht, levert dat geen probleem voor de belichting van het uiteindelijke beeld op. We zetten vervolgens de kleurtemperatuur opzettelijk fout, zodat we een gele zweem krijgen over heel de foto. En om dat geel terug weg te nemen op het model, zetten we een blauwe filter op de flitser. Omdat geel en blauw tegenovergestelde kleuren zijn, heft de blauwfilter de gele kleur op.

Voor de derde foto is daarom een blauwe filter voor de flits gezet. Die compenseert het gele licht. Omdat blauw de complementaire kleur van geel is, elimineert het deze.

Op dezelfde manier kunnen we de lucht ook heel mooi blauw maken zoals tijdens het blauwe uurtje. In zo’n situatie zetten we de witbalans fout in de andere richting, zodat we een blauwe zweem krijgen over de foto. Met een oranje filter voor de flitser elimineren we het blauw op ons model, zodat zij terug correct belicht wordt.

De psychologie van kleuren

Naast de gels die bedoeld zijn om problemen met kleurbalans op te lossen in gemengde lichtomgevingen, bestaan er ook gels die gemaakt zijn om de kleur van het licht te veranderen. Die kan je in alle kleuren van de regenboog aanschaffen. Met deze gels kunnen we nog creatiever te werk gaan.

Daarbij komt het begrip kleurpsychologie om de hoek kijken. Als we kleuren toevoegen aan een foto, is het goed om een notie te hebben van wat kleur doet. Elke kleur roept een bepaald gevoel op. Het is belangrijk om je bewust te zijn van de associatie die verschillende kleuren hebben.

Warme levendige kleuren worden meestal verbonden aan zonsopgang, zonsondergang, vrolijkheid, geluk, energie en positivisme. Grijs en weinig levendige kleuren roepen daarentegen juist een triest en druilerig gevoel op. Blauw staat voor de lucht, de zee, het water, frisheid en koelte, maar ook voor vertrouwen en sereniteit. Groen staat dan weer voor rust, natuur, kalmte en balans. Rood associëren we met energie, opwinding, woede en passie. Oranje roept warmte, geluk en enthousiasme op. Paars staat voor spiritualiteit, holisme en luxe. En geel staat voor creativiteit, opgewektheid en vriendelijkheid.

Deze associaties komen van de natuur en zijn universeel. Denk maar aan code rood. Dat staat wereldwijd synoniem met gevaar en problemen, terwijl groen nu de meest geliefde kleur op heel de wereld is.

Wees je van die zaken bewust als je fotografeert. Kies je kleur niet zomaar, maar in functie van wat je met je beeld wilt vertellen. Kleuren zijn heel belangrijk in je foto en ze bepalen voor een groot deel de sfeer ervan.

Achtergrondkleur

Als je geen zin hebt om een rol achtergrondpapier te kopen voor elke kleur die je wilt gebruiken, dan kan je gaan voor een grijze of een witte rol en die inkleuren met een kleurgel. Dat is goedkoper en neemt veel minder plaats in beslag dan rollen papier.

Kleurgels zijn op de markt in vele vormen. Je kan ze kopen in welbepaalde vormen voor een specifieke flitser waar die voor gemaakt is. Je vindt ze ook voor sommige lichtomvormers. Maar je kan ze evengoed kopen in grote vellen en verknippen in de formaten die je wilt. Met een beetje kleefband passen ze op elke flitser, hoe groot of hoe klein ook.

Bij dit portret koos ik een zeer donkere achtergrond.

Zowel een witte als een grijze achtergrond zijn zeer geschikt om met kleurgels om te toveren tot de kleur die je hebben wilt. De intensiteit van de kleur bepaal je door de helderheid van de achtergrond zelf en door de sterkte van je flitslicht. Hoe lichter de achtergrond, hoe minder licht je nodig hebt om ze in te kleuren. En hoe hoger je de flits zet, hoe lichter de kleur wordt.

Heb je teveel lichtafval aan de zijkanten, zet de flits dan verder van de achtergrond zodat die egaler verlicht wordt. Ideaal zijn twee flitsers, een aan elke kant van de achtergrond, om die mooi gelijkmatig uit te lichten. Hiervoor heb je wel voldoende plaats nodig om ze goed te zetten.

Om de foto extra pit te geven kan je met gekleurd flitslicht ook extra kleuraccenten geven.

Hoe sterker het flitslicht, hoe minder gesatureerd de kleur zal zijn. Op een witte achtergrond is het licht al snel te uitgewassen en flets. Daarom kiezen veel fotografen voor een middengrijze achtergrond. Oude studioflitsers kunnen vaak niet in een lage stand gezet worden om een mooie kleur te krijgen. Dan kan je met een witte achtergrond niet veel en kan zelfs een zwarte rol dienst doen om een andere kleur te krijgen. Wil je minder lichtafval en een egaler gekleurd vlak, zet dan je flitser verder naar achter.

Als je de kleuren niet goed uitbalanceert, krijg je al gauw vreemde, onaangenaam gekleurde gezichten.

Als je werkt met een reportageflitser, denk er dan aan om de zoom wijd open te zetten, zodat je het hele vlak van de achtergrond bereikt. Zet ook het diffusorschermpje voor de lens op om het licht nog meer te verstrooien. Zorg dat de flitskop helemaal bedekt is met de gel zodat er geen wit licht meekomt. Hou er ook rekening mee dat hoe meer omgevingslicht je hebt, hoe moeilijker het is om een mooie intense kleur te krijgen. Teveel omgevingslicht maakt de kleur zeer licht en dat is niet altijd wat je wilt.

Voorkom kleur op het model

Wil je geen gekleurd licht op je model hebben, dan blok je het licht af met een zwart paneel of zwarte doek. Een zwart paneel tussen model en achtergrond helpt niet alleen de kleur op de achtergrond van het model weg te houden. Het voorkomt ook dat er extra licht van de flits die op je model gericht staat, op de achtergrond valt. Daardoor worden de kleuren juist fletser. Wat ook helpt om je hoofdlicht niet op de achtergrond te laten vallen is een grid op je hoofdflits. Dat voorkomt dat het licht alle kanten opgaat. Zo gaat het recht naar je onderwerp en niet naar de achtergrond. Om de foto extra pit te geven, kan je met gekleurd flitslicht ook nog extra kleuraccenten geven.

Gekleurde gels kan je niet alleen gebruiken om je achtergrond een kleur te geven en om accenten te leggen op het haar. Je kan het ook inzetten om je model zelf te belichten. Dit vraagt veel oefening, want als je de kleuren niet goed uitbalanceert, krijg je al gauw vreemde onaangenaam gekleurde gezichten.

Complementaire kleuren

De kleuren die tegenover elkaar liggen in het kleurenwiel zijn complementaire kleuren. Ze versterken elkaars effect en werken heel goed samen. Ze zorgen voor een zekere spanning en brengen leven in de brouwerij. De warme kleuren rood, geel en oranje zijn dominanter dan hun koude opponenten groen, paars en blauw. Heb je bijvoorbeeld een beeld met overwegend blauwe tinten, dan gaat een geel object hierin heel hard opvallen en de koele sfeer van je foto overstralen.

Deze kleurtegenstelling wordt ook heel veel in cinema gebruikt. Ik wil je filmgenot niet bederven, maar eens je erop gaat letten zie je alles in die kleuren. Het blauw-groen dat veel gebruikt wordt, is de opponente kleur van de huidskleur. Bij die tegenovergestelde koele kleur, komt de warme oranje kleur van de huid sterker naar voren. Warme kleuren zijn dominanter, zodat de nadruk op het onderwerp komt te liggen, namelijk de personen in beeld. Groen en rood werken ook goed samen, maar wordt minder gebruikt. Een heel mooi voorbeeld hiervan vinden we in de charmante film L’e Fabuleux Destin d’Amélie Poulain.

Conclusie

Met kleurgels kan je vele kanten op: louter voor correctie bij gemengde lichtsituaties of juist voor heel creatieve foto’s. Toon op een grijze dag de klant je foto waarin je een mooie zonsondergang getoverd hebt. Je krijgt gegarandeerd een wauw en een hele brede glimlach. Dat soort foto’s geven de klant het vertrouwen om heel relax verder te poseren. Die is er echt gerust op dat je weet wat je doet.

Foto gemaakt tijdens workshop met geweldige Finse fotograaf Antti Karppinen en met model Eline. In deze foto is een blauw filter en een oranje filter gebruikt.

En dat allemaal met zo’n kleine eenvoudige tools als een stukje gekleurde filter. Hiermee heb ik weer mijn punt gemaakt: best investeert je eerst in je kennis en pas in tweede instantie in je materiaal.

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in