Op reis wil je licht gepakt zijn en toch mooie foto’s maken. Is er nog veel verschil tussen de camera van een smartphone en een systeemcamera?

Herinner jij ze nog, compactcamera’s? Die kleine, handige camera’s die je in een jaszak kon stoppen en waarmee je op reis of op uitstap snapshots mee kon maken? Die markt is volledig weg. Vervangen door de smartphone- met-camera. Van die camera heeft de smartphone het pleit dus alvast gewonnen. Maar is de smartphone ook in staat om de systeemcamera (ook mirrorless genoemd) te vervangen? (In 2020 werden voor het eerst wereldwijd meer systeemcamera’s verkocht dan dslr’s. Met een beetje overdrijving zou je dus kunnen stellen dat de huidige fototoestellenmarkt bestaat uit systeemcamera’s en smartphones.) Kan de mirrorless zich nog onderscheiden van de overrompelende kracht van de smartphone?

Fysica of software

Een van de grote onderscheidingspunten is de tegenstelling fysica versus software. Een systeemcamera is een ‘echte’ camera, met grote objectieven, een grote sensor, fysieke knoppen et cetera. Een smartphone moet het vooral hebben van de technisch geavanceerde software die het fysieke zo goed mogelijk nabootst. Allebei heeft dat zijn voor- en nadelen. Laat ons die even van dichterbij bekijken. In een gsm vind je tegenwoordig sensors van gemiddeld 12 megapixels, met uitschieters tot 24 en zelfs 108 megapixels bij Samsung. Een standaard systeemcamera heeft gemiddeld 24 megapixels, met uitschieters tot 61 en zelfs 102 megapixels. Je zou dus kunnen denken: “die smartphones komen al dicht in de buurt”.

Zo groot zijn de beeldsensors in de praktijk. De fysieke grootte bepaalt vooral hoe gedetailleerd en scherp de foto’s kunnen zijn. Een grotere sensor betekent ook een groter dynamisch bereik en betere prestaties in donkere omstandigheden.

Maar je mag natuurlijk niet enkel naar de megapixels kijken. De echte kracht van een sensor zit ‘m in zijn fysieke grootte. Want hoe groter de pixels, hoe meer detail en licht de sensor kan vangen. De sensor van een smartphone is veel kleiner dan die van een fullframe of een APS-C-camera. Die fullframe zal dus veel scherpere foto’s afleveren en een veel groter dynamisch bereik hebben. Daarnaast levert die fysiek grote sensor veel betere prestaties in omstandigheden met weinig licht. Een smartphone gebruikt software om de donkere partijen in je foto bij te lichten, met veel ruis tot gevolg.

Het tweede belangrijke onderscheid is het objectief. Het grote voordeel van een camera is natuurlijk dat je er verscheidene – zeer per036 formante – objectieven op kan zetten voor verschillende doeleinden. Smartphones combineren tegenwoordig meerdere lenzen met elk een andere brandpuntafstand. Natuurlijk is de kwaliteit van die lensjes helemaal niet hetzelfde als een flink uit de kluiten gewassen objectief. De vermelde diafragma’s van de gsm-lenzen zijn ook niet helemaal correct. Als er een vermelding van bijvoorbeeld f/1.4 bij de lens staat, zal je toch niet kunnen profiteren  van een beperkte scherptediepte zoals bij een lens op een fullframe camera. Je dient immers rekening te houden met de cropfactor. Als de sensor van de smartphone bijv. 6,17 x 4,55 mm meet, met een cropfactor van 5,64, moet je dus die 1.7 vermenigvuldigen met 5,64. Zo kom je bij 7.896 of f/7.9 uit in plaats van f/1.4. Het grote voordeel van die gsm-lenzen, zeker de exemplaren die tot de groothoekfamilie behoren, is dat zo goed als alles er scherp op staat. Wat dan weer een nadeel is als je wat background blur (achtergrondonscherpte) wil hebben. Maar daar bestaat dan weer software voor (die dan helaas ook weer niet feilloos is).

Wat dan met de reactiesnelheid? Je hebt het met je smartphone vast al meegemaakt; je wil net die ene actie vastleggen, maar door het tijdsverschil tussen het indrukken van de knop en het nemen van de foto is die actie net voorbij. Daar heeft een mirrorless of dslr geen last van. Ook hier vinden gsm-fabrikanten oplossingen in software, door met hoge burstrates te werken of zelfs al foto’s te nemen nog voor je de knop induwt.

Gemaakt met de mirrorless. De smartphone zou grote moeite hebben met het tegenlicht.

Ook kan je op de meeste smartphones nog  geen diafragma, sluitertijd of ISO instellen (tenminste niet fysiek, enkel softwarematig nagebootst). Vooral sluitertijd, waarmee beweging bevroren wordt of net wordt toegevoegd, en diafragma, waarmee scherptediepte wordt bepaald, zijn belangrijke factoren in fotografie. Als laatste onderscheid haal ik nog even aan dat je op de meeste smartphones niet in RAW kan fotograferen. Opnieuw bieden een hele hoop apps mogelijkheden om op de jpg gegenereerd door de smartphone filters te gebruiken en andere instellingen aan te passen. Maar die veranderingen pas je dus toe op een (al bewerkte) jpg die niet alle informatie van de beeldsensor bevat.

Een van de voordelen van systeemcamera’s is het kunnen spelen met onder andere de sluitertijd. Deze beweging van de fietsers is zo goed als onmogelijk te krijgen met een smartphone.

Gebruiksgemak

Laat ons dus het er over eens zijn dat qua technische capaciteiten de mirrorless of dslr het nog absoluut veel beter doet dan de smartphone. Dus voor de gevorderde enthousiasteling of de professional blijven zij de logische keuze. Maar het gaat hier even niet over hen. Het gaat over de gewone reiziger die vroeger met een compactcamera op stap ging, en nu moet kiezen tussen een smartphone en een lichte systeemcamera. Wat is voor hen belangrijk?

Grijze dagen met weinig verschil in licht en schaduw leveren goede resultaten met de smartphone.

Het allerbelangrijkste in deze moderne tijden is natuurlijk een makkelijke manier om je foto’s en video’s te delen. Met de smartphone gaat dat letterlijk in een paar klikken. Hoeveel moeite de camerafabrikanten er ook voor doen om toestellen en software te ontwikkelen die deze stap makkelijker moeten maken, het blijft een heel gedoe in vergelijking met de eenvoud, het gebruiksgemak en de stapels aan creatieve acties die je met je gsm-foto kan doen in een paar seconden.

Smartphones zijn bijzonder goed als er veel licht is. Dan werkt de software om de lucht en voorgrond even goed belicht te krijgen wonderwel. Geen kennis of ervaring vereist om deze mooie foto te nemen.

Het tweede element is de meeneembaarheid. Je hebt je gsm en dus je camera altijd in je broekzak zitten. Geen extra gewicht aan je schouder of een extra rugzak met allerlei flitsers, filters en dergelijke. Er is bovendien absoluut geen kennis vereist om een aanvaardbare foto te maken. Het is echt pointand- click. De software doet alle berekeningen, tot HDR en background blur toe. Mijn vrienden tijdens de fietsreis begrijpen niet waarom het bij mij zo lang duurt om een foto te maken met mijn mirrorless, terwijl zij al lang klaar zijn.

Dus, als het gaat over foto’s delen, gebruiksgemak, eenvoud en meeneembaarheid, dan wint de smartphone uiteraard met vlag en wimpel.

Het grote voordeel van een smartphonecamera is de draagbaarheid. Als je al je fiets moet dragen, dan is een extra camera er één te veel.

De fotograaf maakt het verschil

De beroemde fotograaf Chase Jarvis zei het al: “the best camera is the one you have with you.” Maakt techniek en technologie een verschil in beeldkwaliteit? Zeker. Maken ze een verschil in creativiteit? Dat is twijfelachtig. Uiteindelijk hangt het af van jou als fotograaf wat je wilt maken. Kán je met je camera maken wat jij wilt? Dan is dat een goede camera. Bots je op je grenzen omdat je materiaal niet mee wil werken? Dan moet je nadenken over het upgraden van je materiaal of het creatiever aanpakken.

Als goede fotograaf kan je met een smartphone goede foto’s maken. En als niet-fotograaf is een systeemcamera misschien iets te hoog gegrepen voor je want je zal toch niet alle voordelen ervan bewust kunnen gebruiken. Mijn drie vrienden op onze fietstocht door Toscane zijn veel betere fietsers dan ik. Ik ben een betere fotograaf.

Doorheen de week zag ik ze foto’s nemen met hun smartphones en zag ik de resultaten. Af en toe was ik verwonderd over de kwaliteit, zowel door hun creativiteit en composities als door wat de software deed met de uitdagingen van bijvoorbeeld dynamisch bereik of beweging. En af en toe zag ik hoe makkelijk ze snapshots maakten van dingen waarvoor ik mijn mirrorless nooit zou bovenhalen. Dat herken ik bij mezelf: als het een goede foto moet worden, dan opteer ik voor mijn camera, maar als het een simpelere snapshot mag zijn, dan haal ik de smartphone boven. Ik ben dus een slordiger fotograaf als ik met de smartphone werk.

Creativiteit zit bij de fotograaf, niet in de camera. Je kan dit beeld ook maken met een smartphone.

Conclusie

De markt evolueert duidelijk naar altijd maar betere smartphonecamera’s. De recreatieve fotograaf zal dus telkens minder nood hebben aan een systeemcamera. Die toestellen zullen het marktsegment van de gevorderde foto-enthousiast en de (semi-)professionals blijven. En ongetwijfeld betekent dit een hertekening van het merkenlandschap, want de vraag naar dslr’s zal blijven dalen en die van de systeemcamera’s zal niet evenredig groeien. Wat zal negentig procent van de mensen meenemen op reis? Hun smartphone natuurlijk. En welk toestel neemt die overige tien procent mee? Een systeemcamera voor het betere werk én hun smartphone voor de snapshots.

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in