Lichtopstelling.

Bij portretfotografie vraagt elke situatie om zijn eigen camerasettings en lichtopstellingen. Aan de hand van concrete voorbeelden vertel ik je welke technieken en instellingen ik zoal gebruik om optimaal belichte portretten te maken.

Portretfotografie is geweldig om te doen. Het is misschien ook wel een van de meest populaire vormen van fotografie. En bijna iedereen begint op dezelfde manier: in de thuisstudio of op locatie, met minimale middelen. In mijn boek Focus op Fotografie: Portretfotografie beschrijf ik alles wat je nodig hebt om met minimale middelen, maar maximale kennis het meeste uit je thuis- of eerste studio te halen. Maar ook als je op locatie fotografeert is dit boek een bron van waardevolle en praktische informatie. Aan de orde komen het juiste gebruik van camera en lichtapparatuur, de technische elementen, lichtrecepten, poseren en nabewerking. Het boek staat vol met voorbeelden en afbeeldingen van lichtopstellingen.

In dit artikel licht ik een aantal daarvan uit, zodat jij er zelf direct mee aan de slag kunt. Ik vertel je eerst welke apparatuur ik het liefst gebruik en hoe ik die in verschillende settings instel. Ik sluit af met een aantal voorbeeldopstellingen bij natuurlijk licht, waarmee je je portretten direct een boost geeft. Dit alles geserveerd op een no-nonsense en begrijpelijke manier, op een luchtig bedje van humor met een vleugje sarcasme, want er wordt al moeilijk genoeg gedaan in de (fotografie)wereld.

Instellingen

Een van de meest gestelde vragen die ik krijg tijdens workshops is: “Hoe stel ik mijn camera in?” Dit is gelijk één van de moeilijkste vragen die er is. Vooral omdat er niet één manier is om je camera in te stellen. Tijdens de voorbeelden in dit artikel zul je merken dat ik verschillende technieken en instellingen gebruik, afhankelijk van de situatie. Om je toch een beetje op weg te helpen geef ik hier alvast een aantal tips voor het instellen van je camera.

Als ik een portret moet maken met omgevingslicht is het eigenlijk vrij simpel qua camera-instellingen. Dan ga ik namelijk vaak over op halfautomatische instellingen. Het diafragma bepaal ik dan zelf. Meestal zet ik deze zo open mogelijk – denk hierbij aan f/1.2 tot f/2 – en ik laat de camera zelf de sluitertijd en ISO bepalen. Met het compensatiewiel corrigeer ik de belichting die de camera heeft bepaald. Witbalans op basis van grijskaart. Witbalans op basis van een vel ‘wit’ papier.

Qua lichtmeetsysteem begin ik meestal met een algehele/matrixmeting en bij moeilijkere situaties switch ik naar spotmeting. Met moeilijkere situaties bedoel ik vooral wanneer je merkt dat de camera er snel veel naast zit; denk aan iemand tegen een zwarte achtergrond. Stel voor het beste resultaat wel even in het menu in dat spotmeting en focuspunt aan elkaar gekoppeld zijn.

Witbalans instellen

Witbalans is een vaak onderschatte, maar zeer belangrijke instelling die je in de camera kunt instellen of achteraf met de nabewerking van het RAW-bestand kunt aanpassen. Wat erg belangrijk is, is dat je een betrouwbare basis gebruikt voor het bepalen van de witbalans. Een grijskaart is een goedkoop en goed hulpmiddel hiervoor. Deze kun je al voor tien euro bij de fotohandel kopen. Ook kun je voor bijvoorbeeld een X-Rite ColorChecker Passport kiezen als je voor het beste op basis van kleurechtheid wilt gaan. Echter voldoet een grijskaart bij mij in 95 procent van al mijn portretwerk.

Soms hoor ik mensen zeggen dat je ook de binnenkant van je fototas kunt gebruiken of een wit vel papier. Dit mag je echter nooit doen! Kijk maar naar de voorbeelden hierboven; bij het ene is het beeld gecorrigeerd met een grijskaart en bij het andere met een wit vel papier. Je ziet gelijk dat op de foto waarbij een wit vel papier is gebruikt, het papier wel wit is, maar de rest van de kleurtonen totaal afwijken en te warm zijn. Dit komt omdat in een wit vel papier witmakers zitten, zodat ze onder kunstlicht witter lijken. Deze zijn echter blauw. Je zult dus begrijpen dat dit als correctiemiddel niet zal werken.

Investeer daarom in een grijskaart. Vervang de grijskaart ook na één of maximaal twee jaar, omdat de kaart dan wat verkleurd is door gebruik. De zon, en de vetten van de handen van degenen die hem vasthouden, hebben invloed op de kleurechtheid. Een grijskaart om witbalans in te stellen gebruik je eigenlijk iedere keer aan het begin van een serie. Verander je van plek of lichtinstelling of -opstelling, dan zul je, als je het correct wilt doen, elke keer een nieuwe meting moeten doen of een basisfoto moeten maken. In de praktijk doe je dit vaak alleen bij echt grote veranderingen in opstellingen en locaties.

Er zijn twee manieren om een grijskaart te gebruiken. De eerste is het gelijk in de camera goed zetten. In de basis komt het erop neer dat je een foto maakt van alleen je grijskaart en op basis daarvan bepaalt de camera de correcte witbalans. Hoe dit exact gaat moet je in de handleiding van de camera nakijken. Dit kan namelijk per camera verschillen. De tweede manier is het in de nabewerking aanpassen. Om dit te doen zul je aan het begin van de reeks die je maakt een foto van de persoon met de grijskaart moeten maken. In je nabewerkingsprogramma kun je met het witbalansgereedschap op de grijskaart op de foto klikken, dan bepaalt de computer de juiste witbalans. Die kun je vervolgens naar de hele serie kopiëren.

Werken met natuurlijk licht

Met natuurlijk licht bedoelen we alle bronnen van licht die in een omgeving aanwezig zijn. Denk aan de zon, maar ook gloeilampen, tl-buizen, een kampvuur enzovoort. Kortom, eigenlijk elke lichtbron die van ‘nature’ in een omgeving aanwezig is. In de voorbeelden in dit boek zal ik vooral gebruikmaken van zonlicht als natuurlijke lichtbron.

Als je goed wilt worden met natuurlijk licht en licht in het algemeen zul je het echt moeten bestuderen, bijna op een obsessieve manier. Het grote voordeel is dat je dit ook overal kunt doen, en zal gaan doen. Om een voorbeeld te geven: als ik in een restaurant zit, kan ik het niet laten om te blijven kijken hoe het licht op de mensen om mij heen en het eten valt. Als het licht slecht is kan mij dit soms best irriteren. Misschien niet altijd leuk voor de mensen in je directe omgeving, maar je moet er iets voor over hebben als je ergens echt goed in wilt worden.

Bekijk dus in iedere situatie hoe het licht op iemands gezicht valt en vraag je af hoe dit komt. Op het moment dat je iemand gaat fotograferen kun je dit gebruiken. Wees hier ook kritisch in. Als het licht net niet mooi valt, grijp dan in en pas het licht of de positie van de persoon aan.

Raamlicht

Een raam waar de zon doorheen schijnt is denk ik een van de meest makkelijke, maar aan de andere kant ook een van de meest moeilijke lichtbronnen die er is. Vanwaar deze tweezijdigheid, zul je je misschien afvragen. De reden hiervoor is dat het zonlicht niet valt te sturen. Je kunt de zon niet even verplaatsen. Wanneer er wel of geen zon zal zijn weet je vaak ook niet. In onze regio is het vaak half bewolkt, met afwisselend volle zon of geen zon. Het verandert voortdurend. Als je een hele dag portretten wilt maken met alleen zonlicht, dan heb je echt een uitdaging …

Een bevriende fotografe fotografeert alleen maar met natuurlijk licht en maakt prachtige foto’s in haar kleine studio. Haar studio is overigens een klein kamertje, op driehoog in een oud Amsterdams grachtenpand. Hier fotografeert zij tussen maart en oktober aan het eind van de middag. Dan staat de zon goed om portretten te kunnen maken. In de wintermaanden is het eigenlijk bijna niet mogelijk om daar te fotograferen door het tekort aan licht.

Aan de andere kant is het ook de meest makkelijke bron van licht. Dit omdat het er (overdag) altijd is en omdat er geen verdere lichtapparatuur bij nodig is. Je ziet gelijk hoe het licht op een persoon valt en je kunt er op anticiperen. Maar blijf wel kritisch en blijf goed opletten, omdat het licht heel veranderlijk is.

Dus het eerste wat ik je wil leren met gebruik van raamlicht is kritisch kijken. In de twee voorbeelden hieronder zie je dat de pose van Lotte hetzelfde is, maar op de linker foto staat ze haaks van het raam en op de rechter heeft ze twee stapjes naar achter gedaan, waardoor ze meer bij het gordijn staat. Je ziet dat als ze iets meer naast het raam staat, het licht net iets mooier valt, omdat het wat meer licht in haar gezicht geeft.

Mocht je het licht nu nog zachter willen maken, dan kun je dit heel simpel doen door een diffusiedoek te gebruiken. Dit kan de binnenkant van een 5-in-1-reflectiescherm zijn, maar ook heel simpel vitrage die voor het raam hangt. Standard heb ik, als ik op pad ga voor een fotoshoot en niet weet wat ik op locatie ga aantreffen, vitrage van Ikea achter in de auto liggen. Dit is een supersimpele en goedkope manier om licht dat door een raam komt zachter te maken. Wat je eigenlijk doet is, in plaats van de zon die heel ver weg staat, het diffusiedoek de lichtbron maken. Omdat dit relatief groot is en dichtbij het onderwerp van de foto staat, krijg je zacht licht.

De voorbeeldfoto’s hieronder zijn bij mij thuis gemaakt, met het voordeel dat we de vitrage gewoon hebben hangen aan rails. Ik kan haar als het zonnig is dus toevoegen en als het bewolkt is weghalen. Een nadeel is dat het je zo één à twee stops licht kost. Wat je ook ziet gebeuren is dat het contrast met de achtergrond hierdoor verandert. Op de onderste foto’s op dezelfde pagina zie je hetzelfde effect, het enige verschil is dat het model naar voren kijkt.

Lichtopstelling.

Een portret met minimale middelen

Het gebeurt regelmatig dat ik ergens ben met mijn camera, zowel tijdens mijn werk als privé, en dat iemand vraagt of ik niet nog even een foto of portret wil maken. Vaak ook nog op een moment dat ik niets bij me heb om het licht aan te sturen. Wat ik dan als Zonder belichtingscompensatie. +1.3 stops belichtingscompensatie. eerste doe is op zoek gaan naar overdekte schaduw of een raam. Overdekte schaduw is schaduw die ontstaat doordat het licht boven het model geblokkeerd wordt; denk aan een overkapping of boom. Neem dan vervolgens de kant waar het meeste licht vandaan komt in de rug, zodat het model zo veel mogelijk licht in het gezicht krijgt.

Je hebt ook open schaduw, bijvoorbeeld een gebouw of grote vrachtauto die schaduw geeft. Maar als het model omhoogkijkt, kijkt het direct naar de open lucht, vandaar de term open schaduw.

Hieronder vind je ook weer twee voorbeelden. Beide zijn met relatief zacht licht in de schaduw gemaakt. Op de foto links staat het model in de schaduw van het huis, maar komt het licht nog redelijk van boven (de lichtopstelling zie je onder de voorbeelden). Hierdoor lijken de ogen wat donker en zie je duidelijk de schaduw bij haar wangen. Op de rechter foto heeft Lotte een paar stappen naar achter gedaan. Omdat het licht nu vooral van voren komt geeft dit een heel mooi zacht licht met weinig schaduwen, wat altijd heel flatterend werkt.

Lichtopstelling.

Vervolgens is het een kwestie van de belichtingscompensatie instellen. Hieronder zie je enkele voorbeelden waarbij ik zowel over- als onderbelicht. Onthoud: er is hier geen absolute waarheid, het gaat ook om jouw visie. Echter, een foto zwaar overbelichten zodat al het detail eruit is en het high-key noemen, of zwaar onderbelichten zodat alles dichtloopt en er geen hooglichten meer zijn … dat valt daar bij mij niet onder. Dus wees, zoals eerder gezegd, kritisch en zorg dat het een mooi beeld is dat klopt.

Portret met witte achtergrond met alleen raamlicht

Een foto met een witte achtergrond maken is erg populair, met name voor zakelijke profielfoto’s. Of je ervan houdt is persoonlijk. Vaak worden personen tegen een witte achtergrond al snel van die zwevende hoofden. Helemaal als mensen een lichte huidskleur hebben wordt het snel een vlak plaatje. Daarom maak ik foto’s met een witte achtergrond het liefst alleen in zwart-wit. Foto’s met een witte achtergrond maak je vaak met twee à drie flitslampen. Hoe dat zit leg ik uitvoerig in mijn boek uit. Maar je kunt het ook doen door alleen gebruik te maken van raamlicht! Wel heb je een reflectiescherm of gordijn nodig en een van nature al zo wit mogelijke achtergrond. In dit geval heb ik een rol papier gebruikt.

Stap 1: basisfoto

Om het makkelijk te houden zet ik de camera weer op de diafragmavoorkeuzestand. Als je je model naast het raam zet en zonder compensatie belicht, zie je dat de achtergrond niet echt puur wit wordt. Dit komt mede omdat de camera naar midden grijs meet. Je ziet zelfs dat de foto in zijn geheel iets onderbelicht is.

Portret met geen compensatie op de camera ingesteld.

Stap 2: overbelichten van de achtergrond

Als ik de camera nu 2,5 stops laat overbelichten door de belichtingscompensatie aan te passen, zie je dat de achtergrond mooi wit is, maar het model veel te overbelicht. Mocht je je afvragen waarom ik 2,5 stops overbelicht? Dat is simpel. 18 procent grijs is waar je camera op meet. Eén stop erbij is 36 procent grijs, nog een stop erbij is 72 procent grijs en dan nog een halve stop erbij en je zit op 108 procent grijs. Oftewel wit licht.

De foto 2,5 stops overbelicht.

Stap 3: licht blokkeren

Nu zul je je wellicht afvragen hoe ik mijn model wel goed belicht krijg en de achtergrond wit houd. We zullen ervoor moeten zorgen dat er minder licht op het model valt dan op de achtergrond. Dit is als je goed nadenkt eigenlijk heel simpel. Je zult namelijk een schaduwplek moeten creëren die op het model valt, maar niet op de achtergrond. En wat heb ik altijd bij mij in mijn tas? Juist, een reflectiescherm! Dit kun je aan de ene kant goed gebruiken om licht terug te kaatsen, maar is ook ideaal om licht te blokkeren! Dus door dit vast te houden of op een lichtstatief te monteren kun je zorgen dat er precies een schaduw op het model valt, maar er nog voldoende licht op de achtergrond valt. Wel zul je even met de belichtingscompensatie moeten spelen om ervoor te zorgen dat de balans weer goed is. Mocht het in de camera net niet helemaal perfect lukken om de achtergrond egaal wit te krijgen, dan kun je dit in de nabewerking makkelijk en snel doen. Ook dat leg ik in mijn boek in detail uit. 

Lichtopstelling.

Tips uit de praktijk

Als je een foto maakt van iemand met een grijskaart, maak hier dan een beetje een feestje van en zeg bijvoorbeeld iets van “we gaan nu je gevangenisfoto maken …” Dat houdt het leuk en luchtig tijdens de sessie. Ben je bezig met een reportage en heb je op locatie te maken met verschillende witbalansen op verschillende plekken, loop dan aan het begin even een rondje en maak foto’s van je grijskaart waarop ook de omgeving goed te herkennen is, zodat je later achteraf makkelijk de foto’s per locatie bij elkaar kunt zetten en daarvoor de witbalans kunt corrigeren.


Wil je meer weten over hoe je pakkende portretten maakt? In mijn boek Focus op Fotografie: Portretfotografie geef ik je alle informatie die je nodig hebt. Ga via tinyurl.com/5ma373t2 naar
de website van Standaard Boekhandel om het te bestellen.
Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in