Door een grijsverloopfilter te gebruiken accentueer je de lucht. f/16.0, 1/125, ISO 200, 105 mm

Een oneindig landschap in wit en blauw – als je op Antarctica rondvaart, waan je je in een sprookjeswereld. Als je ergens mooie foto’s kunt maken, dan is het hier.

Antarctica is het continent aan de onderkant van de aarde en voor het merendeel bedekt met ijs. Zo’n negentig procent van het ijs op de wereld ligt op dit werelddeel. De gemiddelde dikte van de ijskap is 2200 meter. Antarctica is ook het koudste plekje op aarde met een laagst gemeten temperatuur van minus 88 graden Celsius. Er leven niet veel verschillende diersoorten, maar er zijn wel grote aantallen per soort; denk maar aan de immense pinguïnkolonies uit de films en documentaires. Maar het is ook het leefgebied van zeehondensoorten als de weddell en de zeeluipaard. Bovendien kom je er majestueuze walvissen, grootse orka’s en zeevogels zoals de albatros en de stormvogel tegen.

Kies de juiste boot

De enige manier om Antarctica te bezoeken is per boot en eerlijk is eerlijk, het is niet bepaald goedkoop. Maar het is een once in a lifetime experience en je krijgt er onvergetelijke momenten voor terug. Bovendien kom je thuis met gegarandeerd veel, héél veel mooie foto’s van het prachtige landschap en haar bewoners. Houd daar alvast rekening mee voor vertrek en schaf extra geheugenkaarten aan!

Varend in een kleine zodiac voel je je als mens zeer nietig op Antarctica. f/11.0, 1/1250, ISO 200, 150 mm

De meeste boten naar Antarctica vertrekken vanuit Ushuaia, het meest zuidelijk gelegen stadje op aarde. Ben je daar, dan heb je al een behoorlijke vliegreis vanuit Europa achter de rug. De boot waarmee ik Antarctica bezocht, was de Grigoriy Mikheev. Dit voormalig Russische onderzoekschip is relatief klein en kan ongeveer vijfenveertig toeristen vervoeren. Je kunt het beste dit type boot boeken, want de grotere boten hebben meestal maar één landing per dag omdat er maximaal honderd mensen per keer op een plek aan land mogen. Mijn boot voer heen en weer tussen de eilanden en hotspots aan het vaste land, waardoor we vaak twee landings op een dag maakten. Zo’n bezoek aan land is trouwens met een uurtje al voorbij, dus benut je tijd goed.

Op de avond van het vertrek krijg je een uitvoerige briefing over de veiligheidsaspecten zoals het gebruik van het reddingsvest. Tevens is er een korte training voor het geval je het schip via de twee reddingsboten zou moeten verlaten. Ook belangrijk is de IAATO-briefing, waarin internationale afspraken zijn vastgelegd over onder andere de benadering van de wildlife. Op Antarctica moet je altijd minimaal vijf meter afstand tot de wilde dieren aanhouden.

Als vlak bij de boot een bultrug van vijftien meter een show geeft, stokt je adem wel even. f/5.6, 1/1500, ISO 200, 600 mm

Voorbereiden op de kou

Wat in de tropen kan gebeuren, is ook mogelijk in koude omstandigheden als op de zuidpool: condens op en in je apparatuur en lenzen. Op het moment dat je van een koude omgeving terugkomt in een warme, dan kan dit euvel  ontstaan. Toen ik op Antarctica was en op de boot terugkwam van een bezoek aan een pinguïnkolonie, liet ik de apparatuur nog eventjes in de fototas. Zo kon de apparatuur langzaam op temperatuur komen en verminderde ik de kans op condensvorming.

Tevens verliezen accu’s bij kou eerder hun energie. Daarom nam ik bij iedere uitstap in de kou voldoende vers geladen accu’s mee. De reserveaccu’s bewaarde ik zo dicht mogelijk op mijn lichaam om zo min mogelijk capaciteit te verliezen. Bij extreme koude is het raadzaam om een externe accu op de camera aan te sluiten. Zo’n accu draag je onder je warme kleding en is met een kabel verbonden aan de camera. Overigens was het tijdens mijn reis met 1 à 2 graden onder nul helemaal niet koud. Tijdens het zomerseizoen – als de reizen plaatsvinden – voelt het vaak vooral door de harde wind koud aan.

Een ander probleem dat zich kan voordoen bij het fotograferen in de kou, zijn koude handen. Je kunt een camera dan niet zonder handschoenen vasthouden, anders heb je in een mum van tijd heb je verkleumde vingers. Ik heb speciale fotohandschoenen van dun materiaal met aan de onderkant rubberen bobbeltjes voor extra grip. Bij deze handschoenen kan ik ook de vingertoppen vrijmaken voor nog meer grip en gevoel bij het bedienen van de camera.

Uiteraard is het ook belangrijk om de rest van je lichaam goed warm te houden. Indien je het te koud krijgt, verlies je al snel het plezier in het fotograferen. Draag meerdere lagen kleding; synthetische of wollen kleding werkt het beste. Goed geïsoleerde en waterdichte schoenen of laarzen zijn ook een must. Op Antarctica heb je waterdichte laarzen nodig, omdat je bij een landing vanuit de zodiac-boot vaak op de oever uitstapt in laag water. Wil je geen zware laarzen en dikke jassen in je koffer meenemen, dan kan je ervoor kiezen deze te huren in Ushuaia.

Deze objectieven neem je mee

Voor het fotograferen van de wildlife op Antarctica heb je echt geen enorm telekanon nodig, omdat dieren als de zeehond en pinguïn totaal niet schuw zijn. Sterker nog, je moet oppassen dat ze niet te dichtbij komen om je aan de afstandsregel te kunnen houden. Aan land is een objectief van 200 mm tot 300 mm voor portretfoto’s van de dieren ruim voldoende. Vanaf de boot kan je hiermee prima de zeevogels fotograferen. Af en toe zijn op de boot wat meer millimeters gewenst, bijvoorbeeld als groepen zeehonden of pinguïns zich op drijvende ijsschotsen wat verder weg in zee laten zien. Voor de landschappen is een standaardzoomobjectief met een groothoekstand prima. Vergeet op het land tussen de pinguïns ook niet de groothoek- of groothoekzoomobjectief te gebruiken. Portretjes zijn mooi, maar het magische landschap met een paar pinguïns in de voorgrond is ook niet mis. Ik raad daarom aan om met twee camera’s te werken; de ene met een telezoomobjectief en de andere met een groothoekzoom. Op die manier hoef je niet te wisselen en voorkom je dat je tijdens het switchen een moment mist. Bovendien heb je dan niet het risico dat er sneeuw in je camera waait.

Ook voor strak ingekaderde portretten kun je prima terecht bij de pinguïns. f/8.0, 1/1500, ISO 400, 600 mm

Dat de dieren niet schuw zijn, kan tot hilarische momenten leiden. Terwijl ik namelijk geconcentreerd en gehurkt – voor op ooghoogte – een pinguïn op gepaste afstand aan het fotograferen was, riepen een paar medereizigers al glimlachend “Edwin, look between your legs!” Toen ik een blik naar beneden wierp, staarde ik recht in de ogen van een jonge pinguïn. Die keek me aan alsof ik zijn of haar vader was en wat kril voor het diner had meegenomen. Ik ben voorzichtig opgestaan en heb met een brede grijns op mijn gezicht afstand van de jonge pinguïn genomen.

Attentie bij de belichting

Hoe tegenstrijdig het voor veel fotografen ook klinkt: witte ijsbergen of pinguïns klein afgebeeld in een groots wit landschap moet je overbelichten om de sneeuw helder wit te krijgen. De belichtingsmeter van je camera is namelijk geijkt op achttien procent gemiddeld grijs. Zonder correctie zal het beeld daarom te donker worden; het ijs is dan dus grijs in plaats van wit. Een belichtingscompensatie van 1 tot 1,5 stop is over het algemeen voldoende, maar bekijk altijd het histogram om te controleren of je met de belichting inderdaad goed zit. Die histogram moet zoveel mogelijk aan de rechterkant zitten. Handig is ook om de hogelichten-functie te activeren in het menu van je camera. Zodra er dan delen op je display beginnen te knipperen, weet je dat er overbelichting plaatsvindt. In dat geval moet je de belichting aanpassen door bijvoorbeeld de belichtingscorrectie naar beneden bij te stellen. Als het ijs een meer grijzige, blauwe of donkerdere tint heeft, kun je op de belichtingsmeter vertrouwen en hoef je geen correctie toe te passen. Het luistert minder nauw als je in raw-formaat fotografeert; dan kun je het beeld in een fotobewerkingsprogramma meestal nog redden. Schiet je alleen jpegs, dan luistert een correcte belichting nauwer en heb je minder speelruimte.

Fotograferen vanaf de boot

Zowel vanaf de expeditieboot als vanaf de rubberen zodiacs waarmee je aan land gaat, heb je genoeg mogelijkheden om zowel de wildlife als de prachtige landschappen te fotograferen. Op de expeditieboot is het gebruik van een statief niet aan te raden, omdat de motor van de boot trillingen doorgeeft. Vanuit de hand werkt prima, maar probeer met snelle tijden als 1/500 seconde of sneller te werken. Daarmee vang je de bewegingen door de deining van de boot op. Op beide boten geldt: schakel de beeldstabilisator op je camera en/of objectief in. Dit zal de scherpte enorm ten goede komen. Ga je varen met de zodiac, neem dan behalve het voor de hand liggende tele(zoom)objectief ook een camera met groothoek mee. In de zodiac zit je dicht op elkaar, en dan is van lenzen wisselen bijzonder lastig. Soms vaar je dicht langs zeehonden op een ijsschots en dan is zo’n groothoeklens zeer geschikt voor een mooi beeld van het dier in zijn habitat. Houd bij het varen en fotograferen vanuit een zodiac wel in de gaten dat er bij veel wind water de boot in kan slaan. Daarom is het aan te raden om de camera’s te beschermen met een regenhoes of ze in een tasje paraat te houden. Je haalt ze dan alleen tevoorschijn als de zodiac stilligt of als er weinig wind is.

Vanaf de boot is er altijd wel iets te fotograferen, zoals deze reflecties van ijsbergen in de zee. f/6.3, 1/1250, ISO 200, 540 mm

Bezoek aan land

Goed ingepakt met speciale kleding en een dikke muts tegen de kou en wind ging ik met de zodiac richting land voor een bezoek aan een pinguïnkolonie. Mijn medereizigers en ik zaten op de randen van de zodiac, de expeditieleider stond bij de buitenboordmotor om met de rubberen boot van de Grigoriy Mikheev weg te varen. Mijn waterdichte laarzen kwamen goed uit, want eenmaal aan land statpten we eerst in tien tot twintig centimeter diep ijskoud zeewater. De pinguïns stonden ons al op ons te wachten.

De eerste ontmoeting met pinguïns heb ik als heel bijzonder ervaren. Als natuurfotograaf ben ik gewend dat dieren vaak wegvluchten of op z’n minst schrikachtig of alert reageren. De eerste pinguïns die ik ontmoette, reageerden net heel anders. Ze bekeken mij en mijn reisgenoten met een nieuwsgierige blik en liepen niet weg!

Te midden van zo’n pinguïnkolonie onderga je een kakofonie aan geluiden. Bedelende jongen, ruziënde pinguïnburen, ouders die al roepend hun jong proberen terug te vinden en het geluid van pinguïns die hun ontlasting wegspuiten – het is daar een waar pinguïnorkest. Een kolonie pinguïns bestaat meestal uit zo’n tienduizend exemplaren, maar kan ook oplopen tot honderdduizend pinguïns. Er gebeurt zoveel in zo’n kolonie dat je soms niet weet waar je wat moet fotograferen. Het helpt dan om een kort moment van rust te nemen; even visueel acclimatiseren en de omgeving in je opnemen. Daarna kun je bij het fotograferen beter de juiste keuzes maken.

Sneeuwstorm

Sneeuwt het tijdens het fotograferen, dan kan dat mooie platen opleveren. Maar bij gebruik van een zoomlens kan het ook voor desastreuze problemen zorgen. Als je helemaal uitzoomt en vervolgens met sneeuwvlokken op de lens weer terug inzoomt, kan er namelijk water in de binnenkant van de lens komen, met vervelende gevolgen op ten duur. Veeg dus vóór het terugzoomen even de sneeuw van de lens. Monteer bij sneeuw ook een zonnekap op het objectief. Als het niet al te hard waait, heb je dan minder last van sneeuwvlokken op de voorkant van het objectief.

Het weer kan op Antarctica zeer snel omslaan. Dreigend, maar ook uitdagend voor de fotograaf. f/9.0, 1/500, ISO 400, 150 mm

Ik beleefde een van de mooiste en spannendste momenten tijdens zo’n bezoek aan een pinguïnkolonie. Omdat het weer op Antarctica heel snel kan omslaan, houden de expeditieleiders continu de weersomstandigheden in de gaten. Terwijl we de pinguïns fotografeerden, begon het te sneeuwen – dat zorgde voor prachtige fotomomenten. Toch baarde het me zorgen dat de expeditieleider niet zo vrolijk keek, en het duurde dan ook niet lang of hij vroeg iedereen weer in de zodiacs plaats te nemen. Het was ondertussen ook enorm hard gaan waaien; toen we in de zodiac terug naar de boot voeren, klotste het water over ons heen. Voor ons gevoel duurde de terugreis naar de expeditieboot een eeuwigheid. Eenmaal aan boord hadden sommigen de tranen in de ogen, maar gelukkig was iedereen veilig: ‘Never a dull moment’ op Antarctica!

Vlak voordat we met spoed naar de boot terug moesten, kon ik tijdens de sneeuwstorm nog snel even deze adéliepinguïns fotograferen. f/7.1, 1/640, ISO 640, 600 mm

Pinguïns

In tegenstelling tot andere zeevogels hebben pinguïns hun vermogen tot vliegen verloren. Het voordeel hiervan is dat ze niet meer op hun gewicht hoeven te letten. Ze hebben dikke speklagen, die dienst doen als isolatie en energieopslag, en hun veren zorgen voor een waterdichte isolatie. De vogels kunnen lang in het water blijven zonder snel te veel warmte te verliezen. De pinguïns voeden zich vooral met krill en vissen.

Zo onbeholpen als ze zich voortbewegen op het land, zo gracieus en snel kunnen ze zwemmen. Regelmatig zag ik rond de zodiac pinguïns zwemmen; soms spongen ze met snelheden tot wel vijftig kilometer per uur boven het water uit! Om dat te fotograferen moet je de camera instellen op continu-AF en zoveel mogelijk beelden per seconde maken. Met een beetje geluk vang je dan die momenten dat ze lijken te vliegen boven het wateroppervlak. Als je pinguïns vanuit zee naar het land ziet zwemmen, wees dan klaar: het moment dat ze op het land springen is bijzonder fotogeniek. Dat gaat vrij onhandig en bovendien versterkt het rondspattende water de dynamiek van de beelden die je dan kan maken. Je kunt je het beste focussen op één pinguïn en deze met continu-AF in beeld proberen te houden. Vlak voordat het exemplaar het land bereikt, begin je met fotograferen met een hoge burstrate. Na wat pogingen zitten daar zeker een paar geslaagde beelden bij!

Robben

Zeeluipaarden zijn goede jagers met krachtige kaken en een lengte van drie meter. Ze jagen op pinguïns en jongen van andere zeehondsoorten. Tijdens mijn reis zag ik ook de weddellzeehond, de krabbeneter, de pelsrob en de grootse van allemaal: de zuidelijke zeeolifant. Het wijfje daarvan kan een gewicht bereiken van vierhonderd kilogram, de mannetjes komen soms tot zelfs vierduizend! Ze kunnen hun adem tijdens het duiken maar liefst twee uur inhouden. Als een grote groep van deze reuzen bij elkaar ligt, dan kun je daar strak gekadreerde foto’s van maken zonder omgeving. Dit zorgt ervoor dat alle aandacht van de kijker naar het onderwerp uit gaat, zonder storende elementen van de omgeving.

De krabbeneter is een veelvoorkomende zeehond op Antarctica en kan ruim tweeënhalve meter groot worden. f/5.6, 1/1000, ISO 400, 600 mm

De robbensoorten kennen geen angst voor de mens. Bij de pelsrob is het raadzaam om minimaal vijftien meter afstand te bewaren, omdat vooral de mannetjes zich agressief jegens de mens kunnen gedragen. En in tegenstelling tot de andere zeehonden, is de pelsrob op land een snelle jongen. Hij heeft sterke schouderspieren en kan zijn achterzwempoten naar voren brengen en als poten gebruiken. Zo kan hij met een snelheid van twintig kilometer per uur over land rennen. Oppassen dus!

IJsbergen

Varend door de Antarctische wateren bepalen de vele ijsbergen het beeld. In allerlei vormen, afmetingen en kleuren variërend van helder wit tot diep blauw, drijven ze rond. De ijsbergvormen hebben allemaal namen, de bekendste is wel de tafelijsberg. Deze naam heeft hij te danken aan zijn rechte tafelachtige bovenkant en rechte flanken. De ijsbergen kunnen zeer groot zijn; sommige hebben een oppervlakte van honderden vierkante kilometers.

Mijn aandacht werd vooral getrokken door de fraaie blauwe ijsbergen. Deze ontstaan doordat de gevallen sneeuw door het gewicht wordt samengeperst en verandert in ijs. In eerste instantie bevinden zich veel luchtbellen in het ijs, maar als het verder zakt dan vijftig meter worden de luchtbelletjes eruit geperst. Dat zorgt voor een helderblauwe kleur van het ijs. Als een ijsberg die dit blauwe ijs bevat afbreekt, ontstaan er ‘blauwe ijsbergen’.

De bekende blauwe ijsbergen contrasteren mooi met het grijzige landschap. f/7.1, 1/500, ISO 400, 600 mm

Voor landschapsfoto’s van Antarctica kun je uit de voeten met een grijsverloopfilter en een polarisatiefilter. Dit laatste filter gebruik je om de reflectie in de sneeuw en op het ijs te reduceren. Het zorgt bovendien voor intensere kleuren. Het grijsverloopfilter zet je in als het contrastverschil tussen voorgrond en lucht te groot is.

Varend in een zodiac kom je dichterbij de ijsbergen en kun je een groothoekobjectief gebruiken om de diepte in het beeld te creëren. f/11.0, 1/500, ISO 400, 27 mm

Mijn laatste dag

Wat me van mijn mooie reis vooral is bijgebleven, is de enorme uitgestrektheid en de enorme variatie in vormen en kleuren van Antarctica. En natuurlijk de bijzondere fauna: de pinguïns en zeehonden zijn absoluut niet schuw. Ze staren hun menselijke bezoekers hooguit een beetje aan uit nieuwsgierigheid. Op de avond van de terugreis naar Ushuaia besprak ik met mijn medereizigers onze belevenissen in dit schitterende gebied. Mijn gedachten dwaalden af naar de jonge pinguïn waar ik een moment heel dichtbij boven zat. Terwijl wij aan het diner zaten, kreeg die waarschijnlijk een lekkere portie kril van z’n natuurlijke ouders.


Extra tips

Weer

De zomerperiode loopt van oktober t/m maart. Dit is de periode dat de expeditiecruises plaatsvinden. Buiten deze periode zijn er geen reizen omdat het simpelweg te koud is; de vaarroutes zijn dan bovendien dichtgevroren. Terwijl de temperatuur in de zomerperiode iets onder of rond het vriespunt ligt, kan het in de winter in het binnenland wel -40 tot -60 graden Celsius vriezen.

Reis

Antarctica bezoek je met tot cruiseboten omgebouwde Russische ijsbrekers. Deze vertrekken vanuit Ushuaia, het meest zuidelijk gelegen stadje op aarde. Bij diverse touroperators kun je een reis boeken. Je bereikt Antarctica via een tweedaagse boottocht over de Drake-passage.

Kleding

Uiteraard zijn goede en water- en winddichte kleding en laarzen een must. Dat neemt in de koffer aardig wat ruimte in, maar zowel de kleding als de laarzen kun je huren in Ushuaia. Daarnaast heb je handschoenen, een muts en uiteraard een goede zonnebril nodig. Het zonlicht dat op de sneeuw weerkaatst kan namelijk sneeuwblindheid veroorzaken. Overweeg ook om reservespullen mee te nemen, want een bril of een muts belandt tijdens een zodiactocht bij een windvlaag zo in het water. Bij sommige expedities zijn kleding en laarzen inbegrepen.


Dit artikel is geschreven door vaste Shoot-medewerker Edwin Giesbers. Ook de beelden zijn door hem gemaakt. Op zijn website vind je meer beelden van hem en informatie over zijn werk als natuurfotograaf.

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


1 REACTIE

  1. Zeer informatief, bedankt daarvoor. Echter ik zie dat veel foto’s op 600mm zijn genomen? Toch een telelens meenemen dan?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in