f/8.0, 1/200, ISO 200, 46 mm

Het chaotische karakter van een bos maakt bosfotografie een van de moeilijkste disciplines binnen de landschapsfotografie.

Bomen en bossen hebben iets fascinerends. We hebben ze niet alleen nodig om te overleven, hun robuuste postuur, mysterieuze karakter en grillige vorm maken ze ook tot een geliefkoosd onderwerp van vele fotografen.

Landschapsfotografie wordt vaak geassocieerd met weidse landschappen en uitgestrekte vergezichten. Een prachtige zonsondergang vanaf een bijzonder uitkijkpunt met indrukwekkende skyline van bergen in de achtergrond: dat klinkt veel landschapsfotografen als muziek in de oren. Daar is uiteraard niets mis mee, maar het probleem met dergelijke locaties is dat je er vaak niet alleen bent en bovendien wordt het moeilijk om je met dergelijke beelden te onderscheiden van de duizenden andere fotografen.

Wil je originele beelden maken, die bovendien veel persoonlijker zijn? Duik dan af en toe ook eens het bos in en ga op zoek naar meer ingesloten landschappen. De mogelijkheden en composities in een bos zijn onuitputtelijk: elke stap die je zet, kan tot een nieuw beeld leiden. Maar dat maakt bosfotografie net ook zo uitdagend. Er is vaak zo veel te zien en te ontdekken dat je als fotograaf soms door de bomen het bos niet meer ziet. Een boslandschap oogt immers vaak chaotisch en het is niet altijd eenvoudig om in die chaos ordelijke en gestructureerde composities te vinden. Maar voor wie de uitdaging durft aan te gaan, is de beloning groot. De beelden waarop je zo gezwoegd hebt zijn veel persoonlijker en dwingen de kijker om het beeld wat langer te bestuderen als hij de subtiele details van deze magische omgeving volledig tot zich wil laten komen.

f/8.0, 1/13, ISO 400, 116 mm Zorg voor een pakkend aandachtspunt en bouw daarrond je beeld op. Vraag je bij elk extra element af of het iets toevoegt aan je beeld of niet.

Aandachtspunt

Het moeilijkste onderdeel van bosfotografie is ongetwijfeld het vinden van gestructureerde en overzichtelijke composities. Gelukkig bestaan er een heleboel tips die je daarbij kunnen helpen. Vraag je eerst en vooral altijd af wat je precies wil fotograferen. Een foto heeft immers een element nodig dat opvalt en de aandacht trekt. Dat kan bijvoorbeeld een opmerkelijke boom zijn, de manier waarop het licht tussen de bladeren speelt of een prachtige zonneharp die ontstaat wanneer er nevel in het bos hangt. Concentreer je op de belangrijkste elementen en analyseer goed welke andere zaken iets toevoegen en welke je beter gewoon weglaat. Wat je niet laat zien is immers even belangrijk als wat je wel laat zien. Besteed daarbij steeds bijzondere aandacht aan de balans in het beeld en zorg ervoor dat je foto niet te rommelig wordt. Het gebruik van de juiste lens is daarbij vaak doorslaggevend. Een groothoek toont veel van de omgeving (en dus ook de chaos) zodat dergelijke lens vaak minder geschikt is voor boslandschappen. Een standaardlens (bv. 24-70mm) of een lichte telezoomlens (bv. 70-200mm) daarentegen laat je toe om in te zoomen op de belangrijkste elementen en veel van de chaos weg te laten.

“Wat je niet laat zien is even belangrijk als wat je wel laat zien.

f/11, 1/30, ISO 400, 47 mm Zorg voor voldoende ruimte tussen de meest opvallende bomen en zorg ervoor dat ze niet met elkaar overlappen.

Ruimte en verdeling

Naast het maken van ordelijke beelden is het ook belangrijk dat alles in balans is. Zorg voor voldoende ruimte tussen de meest opvallende bomen en vermijd dat ze met elkaar overlappen. Je eigen positie is hierbij cruciaal. Door enkele stappen naar links of naar rechts te bewegen, kan je de afstand tussen de verschillende elementen in de compositie beïnvloeden. In dichtbegroeide bossen waar de bomen heel dicht bij elkaar staan is dat uiteraard een stuk lastiger dan in een open beukenbos waar meer ruimte is tussen de verschillende elementen. Ook de manier waarop de bomen verdeeld zijn over het frame is belangrijk. Als alle zwaarste stammen aan de ene kant van het beeld staan, dan is de foto uiteraard niet in balans. Misschien moet je dan meer inzoomen of een verticale foto maken om het beeld evenwichtig te houden? Met de portretstand leg je bovendien nog meer de nadruk op de langgerekte boomstammen. Lukt het niet om de prominentste stammen los te krijgen van elkaar of mooi te verdelen over het frame? Dan is dit vaak een indicatie dat je misschien wat verder moet wandelen en op zoek moet gaan naar andere mogelijkheden. Niet elke hoek levert immers interessante beelden op.

f/11, 1.3, ISO 200, 25 mm Bestudeer steeds de randen van het beeld en vermijd dat opvallende stammen worden afgesneden.

Kader en diepte

Welke compositie je ook kiest: ook de randen zijn erg belangrijk. Vermijd bijvoorbeeld dat opvallende boomstammen afgesneden worden en zorg voor ruimte aan de linker- en rechterzijde van het kader. Probeer bovendien zo weinig mogelijk lucht te laten zien. Witte vlekken tussen de takken en bladeren voegen weinig toe aan je beeld en trekken onmiddellijk alle aandacht. Bovendien branden ze snel uit waardoor er daar geen detail meer te bespeuren valt.

Net zoals bij alle andere vormen van landschapsfotografie is diepte in het beeld erg belangrijk. Omwille van het van nature ingesloten karakter van een bos is dat in dergelijke omgeving net iets lastiger. Eerder vertelde ik al dat een groothoeklens in een bos vaak minder geschikt is, maar uiteraard zijn er ook hier uitzonderingen. Door met een groothoek gebruik te maken van voorgrondelementen geef je de kijker een duidelijk ingang in je beeld en zorg je voor diepte. Door het gebruik van een voorgrond oogt het beeld bovendien vaak minder chaotisch. Ga bijvoorbeeld op zoek naar een prachtige varen: de bladeren van deze plant staan als een rozet gepositioneerd en geven het beeld iets extra. Ze zijn met stip mijn favoriete plant om diepte en rust te creëren in het bos als ik met een groothoeklens wil fotograferen. Ook een omgevallen boomstam, riviertje of een wandelpad dat kronkelt tussen de bomen zijn zaken waarmee je de foto meer perspectief kunt geven. Vind je geen passend voorgrondelement? Creëer dan diepte met licht. Positioneer het licht altijd wat ‘dieper’ in het beeld. Er ontstaat meer contrast tussen de voor- en achtergrond, wat automatisch voor meer perspectief zorgt. Bovendien trekken de lichte delen in een foto de meeste aandacht, waardoor het oog van de kijker meteen het bos wordt ingezogen. Als je in het bos rondwandelt, blijf dan constant bewust van de subtiele nuances in het licht: ze zijn vaak een leidraad bij het vinden van composities.

Breek het patroon

Typisch voor bossen zijn de ritmische herhaling van boomstammen en takken. Dit ritme zorgt voor harmonie en rust in het beeld, maar soms loont het om een onderwerp te zoeken dat dat ritme doorbreekt. Een scheve of omgevallen boom, kleurrijke blaadjes tegenover een donkere achtergrond of een tak met bladeren in een kaal bos zijn slechts enkele mogelijkheden. Er ontstaat onmiddellijk een aandachtspunt en het contrast maakt het beeld direct interessanter.

f/11, ¼, ISO 400, 100 mm Maak je beeld sterker door patronen en herhalingen te doorbreken.

Creatieve benaderingen

We hebben het voorlopig vooral gehad over compositie en het evenwichtig in beeld brengen van een bos. Je kunt echter nog een stapje verder gaan en alle regeltjes aan je laars lappen. Hoewel ik zelf minder fan ben van ICM (Intentional Camera Movement, vrij vertaald: opzettelijke camerabeweging) is het een heel populaire manier om bossen te benaderen. Door gebruik te maken van een langere sluitertijd en tijdens de opname met de camera te bewegen, krijg je een abstracte weergave van het bos.

Zet voor dit soort foto’s de ISO zo laag mogelijk en knijp het diafragma dicht om een sluitertijd van ongeveer 0,5 tot 1 seconde te bekomen. Is er te veel licht en wordt de sluitertijd niet lang genoeg, dan kan je nog steeds een grijsfilter of een polarisatiefilter voor de lens zetten (deze houden wat extra licht tegen). Vervolgens beweeg je de camera voorzichtig met een vloeiende beweging op en neer, of zoom je in en uit, terwijl je afdrukt. Het is meestal even zoeken naar de juiste combinatie van beweging en sluitertijd, maar als het lukt, krijg je een abstract beeld dat wat weg heeft van een impressionistisch schilderij.

Een andere manier om een bos creatief te benaderen is het gebruik van dubbelopnames of meervoudige belichting. Bij deze techniek worden twee of meer afzonderlijke gemaakte beelden op één foto samengevoegd. Er zijn verschillende manieren om hiermee aan de slag te gaan. De meest klassieke benadering is het creëren van een dromerige sfeer door twee beelden te maken, waarbij je een scherpe foto combineert met een tweede onscherp beeld. Zo ontstaat een soort halo rondom de takken en bladeren en krijgt de foto een mysterieuze aanblik. Tegenwoordig kan je het echter zo gek niet bedenken en worden soms tientallen beelden gecombineerd, waardoor een soort kaleidoscoopeffect ontstaat van het bladerdek van het bos. Meer over al deze technieken kon je lezen in Shoot-edities 27 en 77.

Voor wie het liever eenvoudiger houdt, bestaan er uiteraard nog andere benaderingen. Denk bijvoorbeeld eens aan een doorkijkje waarbij je het bos kadreert met de stam of takken van een andere boom. Als je zowel de stam als de bomen in de achtergrond scherp wilt krijgen, dan zal je gebruik moeten maken van focus stacking waarbij je de scherpte van meerdere beelden combineert.

Daarnaast kan je het bos ook eens bekijken vanuit kikvorsperspectief en vanop de grond de boomtoppen in beeld te brengen met een groothoeklens, zodat het lijkt alsof de bomen kilometers hoog zijn. Deze lens kan je ook gebruiken om tussen de wortels van een imposante woudreus te gaan liggen en deze indrukwekkende eeuwenoude verschijning vanuit een heel laag standpunt in beeld te brengen. Het nadeel van dergelijke lens is wel dat ze perspectief vervormt, zeker wanneer je vanuit een lage hoek fotografeert en de camera wat naar boven tilt. Vind je dit vervreemdende perspectief eerder storend? Probeer dan om de vervorming achteraf te corrigeren in nabewerking. Hou er echter rekening mee dat je veel van de foto verliest als je het perspectief te veel moet bijsturen.

Ten slotte kan je het bos ook vanop afstand fotograferen. Ga op zoek naar een (hoger) uitkijkpunt en maak kleurrijke abstracte beelden van het bladerdek. Belangrijk bij dergelijke beelden is dat er geen storende elementen (zoals lucht) opduiken die de abstractie kunnen verstoren.

De juiste sfeer

Om een bos sfeervol in beeld te brengen moeten de omstandigheden goed zitten. Gelukkig hoef je geen stralende dag af te wachten. Het tegendeel is waar: een bos komt vaak beter tot z’n recht bij minder goed weer. Vermijd hard zonlicht, want dan ontstaan te sterke contrasten tussen de zonnige stukken en de elementen in de schaduw. Het dynamische bereik van een camera is vaak te beperkt om dat enorme contrast goed weer te geven. Grijze regenachtige dagen zijn veel geschikter om het bos in te trekken. De bewolking zorgt voor zacht en diffuus licht waardoor de kleurtinten en de details in het bos beter tot hun recht komen. Bovendien zorgt regen voor extra verzadiging van de kleuren die je in combinatie met een polarisatiefilter nog meer kunt accentueren. Een beetje regen hoeft dus geen spelbreker te zijn. Wordt er toch een zonnige dag voorspeld, zorg dan dat je op tijd aanwezig bent om het bos in beeld te brengen bij het opkomen van de zon. Het warme zijlicht laat de boomstammen oplichten, zodat het lijkt alsof ze in brand staan. Een heerlijk effect in sterk contrast met de koelere kleuren van de rest van het bos.

Wil je het bos echter echt helemaal tot z’n recht laten komen, wacht dan mistige omstandigheden af. Dagen waarbij je amper een hand voor de ogen ziet zijn eigenlijk perfect. De mist benadrukt het mysterieuze karakter van het woud en verbergt veel van de chaos. Hierdoor worden de beelden rustiger en overzichtelijker. Bovendien zorgt mist ook voor een evenwichtiger geheel, want de bomen komen beter los van elkaar. Daarnaast worden de stammen die wat dieper in het bos staan minder duidelijk afgebeeld waardoor ook meer diepte ontstaat. Op mistige dagen wanneer de zon door het wolkendek prikt, maak je later op de ochtend ook kans op prachtige zonneharpen. Op dat moment is het pas echt feest en kom je als fotograaf ogen en handen tekort.

Pro tip: zonneharpen

Om zonneharpen extra te benadrukken kan je tijdens de nabewerking gebruik maken van een penseel om de harpen wat op te lichten. Met een zachte brush schilder je voorzichtig over de zonnestralen waarbij je lokaal de belichting een beetje opschroeft. Op deze manier zet je de zonneharpen extra in de verf.

Voorbereiding is het halve werk

Aan elke goede foto gaat voorbereiding vooraf en dat is bij bosfotografie niet anders. Als je zomaar het eerste het beste bos intrekt wanneer de omstandigheden goed zijn, is de kans groot dat je van een kale reis terugkeert. Het ene bos is immers het andere niet. Dichte bossen met veel jonge bomen en daarmee gepaard gaande weelderige ondergroei zijn vaak erg chaotisch: dat maakt het nog lastiger om rustige composities te vinden. Oude open beuken- of eikenbossen met statige bomen en een dikke laag afgevallen bladeren zijn vaak interessanter. De afgevallen bladeren en de gesloten boomkruin zorgen ervoor dat ondergroei beperkter is. Vooraleer je erop uittrekt doe je er dus goed aan om virtueel op verkenning te gaan. Topografische kaarten (https://topomapviewer.ngi.be) bijvoorbeeld tonen je aan de hand van allerlei kleurcodes waar je loof-, naald- of gemengde bossen vindt. Met behulp van Google Maps kan je deze bossen vervolgens wat meer in detail bekijken. Zet de applicatie in ‘satelliet’ en zoom in op de boomkruinen. Zo krijg je een idee van de leeftijd en de samenstelling van het bos. Let hierbij op het formaat van de boomkruin. Bovendien kan je ook beter inschatten of het een ‘open’ of een ‘gesloten’ bos is en of de bomen allemaal in rijtjes of eerder lukraak geordend zijn.

Ferrariskaarten

Het kan ook interessant zijn om de Ferarriskaarten te bestuderen. Deze geschiedkundige topografische kaarten werden in de periode 1771-1778 opgemaakt, op initiatief van Graaf de Ferraris. Ze beslaan nagenoeg volledige België en het Groothertogdom Luxemburg. De kaart geeft niet alleen een goed beeld van het toenmalige landschap, je vindt op deze kaarten ook de oudste bossen van ons land terug. Zo lokaliseer je op deze kaarten perfect de beboste heuvels van de Vlaamse Ardennen of de restanten van het oude Kolenwoud waarvan het huidige Zoniënwoud, het Hallerbos, het Kravaalbos, het Heverleebos, het Neigembos, het Meerdaalwoud en het Buggenhoutbos allemaal deel uitmaken. De Ferrariskaart kan je online raadplegen op https://www.kbr.be/nl/projecten/kaart-van-ferraris.

We hebben het voorlopig vooral gehad over het herkennen en lokaliseren van interessante bossen, maar ook monumentale bomen kan je gemakkelijk online terugvinden. Er zijn tal van websites gewijd aan dit onderwerp. De bekendste is wellicht Monumentaltrees.com. Op deze website zijn van over de hele wereld duizenden foto’s en locatiedetails terug te vinden van imposante, monumentale bomen. Specifiek voor Nederland kan je ook beroep doen op het Landelijk Register van Monumentale Bomen op https://bomen.meetnetportaal.nl en op de website van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed op https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=groen_erfgoed, waar je een kaart voor ‘landschappelijk groen erfgoed’ kunt activeren.

Seizoenen

Het leuke aan bomen en bossen is dat ze er in elk seizoen anders uitzien. Je kunt dus regelmatig teruggaan naar dezelfde locatie en toch met compleet andere beelden terug naar huis gaan. Maak dankbaar gebruik van de variatie die de seizoenen met zich meebrengen. Je zou bijvoorbeeld een miniproject kunnen starten waarbij je een monumentale boom tijdens de 4 seizoenen op identiek dezelfde manier in beeld brengt. Of waarom wijd je niet eens een volledig jaar aan hetzelfde bos? Je zal versteld staan van de variatie aan beelden en bovendien haal je pas het maximale uit een locatie als je de omgeving beter en beter leert kennen.

De juiste techniek

Wanneer je het bos intrekt, is een degelijk statief onontbeerlijk. In zo’n donkere omgeving zijn lange sluitertijden eerder regel dan uitzondering. Gebruik een afstandsbediening (bij een spiegelreflex gecombineerd met mirror-lockup) om onscherpte bij het afdrukken te vermijden. Wie met Nikon fotografeert, kan de belichtingsvertragingsstand (optie d4 of d5) instellen die een timer combineert met spiegelopklappen. Zet de camera in ‘stille opname’ (als je toestel dat toelaat) om ook de trillingen die kunnen ontstaan door het openen van de sluiter te vermijden. Zorg voor voldoende hoge sluitertijd zodat alle blaadjes scherp afgebeeld worden. Bij winderig weer kan je met een langere sluitertijd dan weer de beweging in de takken en bladeren visualiseren voor een meer dynamische benadering.

Doorgaans fotografeer je landschappen met een diafragma rond f/11, maar bij bosfotografie kan je hiervan soms afwijken: minder scherptediepte zorgt immers voor meer rust in de achtergrond. De details in de achtergrond worden vager afgebeeld, wat je foto overzichtelijker maakt.

Wanneer je met moeilijke lichtomstandigheden te maken hebt (bijvoorbeeld wanneer je in tegenlicht of een zonneharp fotografeert), maak dan meerdere foto’s met verschillende belichting. Combineer deze beelden achteraf tot een HDR-foto. Op die manier kan je het enorme contrastverschil overbruggen.

Ten slotte stel je ook beter manueel scherp. De autofocus in een donker mistig bos werkt doorgaans minder goed en de kans bestaat de focus gaat ‘hunten’ en dat je niet kunt afdrukken. Stel daarom manueel scherp op de belangrijkste elementen in het beeld. Vraag je hierbij steeds af welke bomen de meeste aandacht trekken en waarom je deze foto precies maakt.

Moeilijk gaat ook

Bosfotografie is niet de gemakkelijkste vorm van landschapsfotografie. Het is vaak een hele uitdaging om in een chaos van bomen, takken en ondergroei schoonheid en rust te vinden. Maar dat maakt de uitdaging en de voldoening des te groter. Bovendien is de kans zeer klein dat deze beelden al eerder zijn gemaakt. Je hoeft ook niet te wachten tot de volgende mooie herfstdag. Somber, grijs en regenachtig weer zijn eigenlijk perfect om de bijzondere sfeer en de kleuren in het bos vast te leggen. Geniet vooral met volle teugen van de omgeving, want zoals natuurbeschermer John Muir het zo mooi omschreef: “Into the forest I go to lose my mind and find my soul”.

Nabewerking: gesplitste tinten

Geef je bosfoto’s meer sfeer door gebruik te maken van split-toning of gesplitste tinten. Met deze techniek kan je hooglichten, middentonen of schaduwen een aparte kleurtoon meegeven. Geef je hooglichten bijvoorbeeld een warmere en je schaduwen een koudere tint: zo ontstaan complementaire kleuren die het beeld versterken.

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in