Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


De keuze tussen horizontaal en verticaal formaat neem je al snel bij het bepalen van de compositie. Grotendeels bepaalt je onderwerp deze keuze. Maar wat is wanneer het best?

De ingeburgerde Engelstalige termen landscape en portrait staan uiteraard voor het liggende of staande formaat. Bij het liggende formaat is het beeld breder dan hoger, bij het verticale is het omgekeerde het geval. Een landschap leggen we vast in liggend formaat en een portret in de verticale stand. Dit is een heel klassieke benadering, maar is het wel altijd de juiste?

Ons gezichtsveld is van nature gebaseerd op horizontaal beeld. Onze beide ogen staan op een bepaalde horizontale afstand van elkaar, waardoor we in staat zijn om de wereld in 3D te bekijken. Constant scannen we de omgeving met oogbewegingen die ook weer overwegend in breedterichting gaan en minder verticaal. Je kan stellen dat er continu panorama’s in onze hersenen worden gegenereerd. We nemen meer details waar in de breedterichting dan in de hoogte.

Deze strekking kan je gerust doortrekken naar al onze apparatuur. Camera’s zijn ontworpen om er horizontaal mee te fotograferen. Een computerscherm is langwerpig en dus ook ontworpen om horizontaal, liggend formaat weer te geven. Het enige toestel dat hier een uitzondering op vormt, is de smartphone. Een mens is van nature lui en zoekt de minste weerstand om zijn doel te bereiken. Een foto maken met een smartphone gaat nu eenmaal beter met één hand in verticale stand. Bij een horizontale opname gebruiken we beide armen, wat lastiger is. Smartphones zijn echter niet de apparaten die we hier verder bespreken, hoewel enorm veel content wordt bekeken op een smartphone. Sociale media spelen hier ook een rol. Sommige platformen bekijk je beter in staand formaat, bijvoorbeeld Instagram.

f/18, 1/40, ISO 400, 24 mm (tilt-shift) – Pluizenbollen van de paardenbloem worden hier door het laatste zonnetje aangelicht. Het klein diafragma zorgt voor het zonnesterretje en dankzij het verticaal formaat past ook een stuk van de eik nog in beeld.

Even terug naar de camera, waarbij je instinctief het toestel horizontaal naar je oog brengt om in de zoeker te kijken. Dit vergt de minste inspanning. Bij verticale opnames dien je een aantal lastige handelingen te verrichten. Alleen al je toestel een kwartslag draaien voel je in de polsen en het vasthouden is lastiger. Het voelt ietwat tegennatuurlijk. Ook de bediening laat te wensen over. Alle knoppen zijn precies moeilijker bereikbaar en minder comfortabel te bedienen.

Verder, ook de statiefkop of het balhoofd werken gemakkelijker in de ‘normale’ stand. Wat zou je dan nog doen besluiten om verticale opnames te maken?

Rechthoek versus vierkant

Het uiteindelijke doel van een goede beeldopbouw is om tot een evenwichtig, mooi ogend beeld te komen. Camera’s dwingen je te kiezen tussen twee rechthoekige formaten, het liggende en het staande formaat. Dit is intussen ingeburgerd geraakt, maar het werkt niet altijd in je voordeel.

Als fotograaf zoek je altijd naar een evenwicht tussen de linker- en rechterkant van een beeld. Onze manier van lezen is van links naar rechts, en dat nemen we over bij het kijken naar een foto. Een links geplaatst onderwerp komen we het eerst tegen, zodat dit net iets meer aandacht krijgt dan wanneer je het rechts plaatst. Aangezien bij het liggende formaat de afstand tussen de linker- en de rechterkant het grootst is, doe je er langer over om die kijkafstand te overbruggen.

Helemaal anders gaat dit bij het vierkante formaat. Hier is de ervaring dat onze blik minder de neiging heeft om van links naar rechts te kijken. Meestal gaat de aandacht pal naar het midden, waarna de rest van het beeld in cirkelvorm wordt verkend. Het beeld komt veel statischer en rustiger over. Compleet symmetrische onderwerpen doen het altijd goed in dit formaat. Leerde je al dat je het onderwerp best niet pal in de midden zet? Bij het vierkant formaat mag het!

Vroeger had je om die reden analoge professionele middenformaatcamera’s met een vierkant formaat. Rollei, Hasselblad en Mamiya hadden allemaal dergelijk toestellen op de markt. Die waren gewild voor portretten, maar ook voor grammofoonhoezen, populair in die tijd. Deze camera’s waren uitgerust met een doorzichtzoeker, waar je van bovenaf in keek. Ermee draaien was bijzonder moeilijk, zodat een vierkant formaat werd toegepast (meestal 6 bij 6 centimeter). Vergrotingen konden natuurlijk nog in rechthoekig formaat gemaakt worden, maar je verloor daarbij wel een stukje negatief. In het digitale tijdperk is het geen probleem te croppen, zodat je vlot van liggend of staand naar een vierkant formaat overgaat, eveneens met wat verlies van, in dit geval, pixels. Dergelijke camera’s zijn dan ook verdwenen in het digitale tijdperk.

Bij onderwerpen die zich hoger uitstrekken dan dat ze breed zijn, zal je sneller geneigd zijn om de camera even een kwartslag te draaien. Dan haal je meer onderwerp in je beeld. Het evenwicht bij horizontale beelden stelt zich hier anders. De leesrichting van een verticaal beeld is meer van onder naar boven. Hierbij vangt een laaggeplaatst voorwerp dan ook veel aandacht.

Denk even aan een verticale groothoekopname, de voorgrond die zich onderaan bevindt eist alle aandacht op. De verticale stand versterkt het perspectief dat deze kleine brandpunten teweegbrengen.

f/7.1, 1/160, ISO 400, 180 mm
Onscherpte in de achtergrond wordt vaker toegepast en de herhalende vorm van deze boterbloemen past juist nog in het verticaal formaat. Het insectje is een meevaller.

Uiteraard zijn hoge onderwerpen zoals bomen geschikt om in een staand formaat vast te leggen, omdat je ze dan volledig of in elk geval grotendeels vastlegt. Opgelet bij het omhoog kantelen van de camera om een onderwerp volledig in beeld te brengen, zo krijg je vallende lijnen door perspectiefvertekening! Enkel bij een opname met een camera waterpas opgesteld, krijg je dit niet.

Ook weerspiegelingen eisen veel plaats in beeld en spelen zich ook veelal in de hoogterichting af. Dergelijke beelden met beeldvullende onderwerpen zijn klassieke voorbeelden van verticale opnames.

Naast een zekere spanning die dit soort opnames teweegbrengen vanwege het feit dat het minder strookt met onze natuurlijk manier van kijken, leggen ze vooral ook de focus op je onderwerp. Dát is de kracht van een verticaal beeld.

Covers voor tijdschriften worden steevast in verticaal beeld aangeleverd. Dat geldt evenzeer voor de achterkant.

Maar ook de opbouw van panorama’s gaat beter door verticaal beeldmateriaal te schieten. Je samengestelde panorama wordt daarmee minder snel te langwerpig. Door staande beelden te kiezen is de verhouding tussen lengte en hoogte beter onder controle. Alles tussen 1:2 en 1:3 oogt prettig voor een panoramabeeld.

Een klein beetje compositie

Persoonlijk vind ik beeldopbouw een beter woord dan compositie. Of: hoe je door een bepaalde schikking van de elementen een boeiend geheel kan creëren. Dat dekt nog meer de lading.

Een goede compositie houdt rekening met de horizontale en/of verticale lijnen. Een horizon moet dan ook altijd horizontaal in beeld komen. Andere onderwerpen, zoals bomen, staan dan weer verticaal. Hierdoor ontstaan beelden met overwegend horizontale en verticale lijnen. Een veelvoud aan regels kan je vervolgens toepassen om te bepalen waar precies in beeld je deze lijnen legt, samen met de schikking van je onderwerp(en). Bijvoorbeeld met de regel van derden, de gulden snede en de spiraal, om er enkele op te sommen.

f/11, 1/30, ISO 200, 24 mm (tilt-shift, panorama van drie verticale beelden)
Watergentiaan kleurt de Oude-Leie geel met in de achtergrond het kerkje van Sint-Baafs-Vijve.

Sommige foto’s tonen diepte en het is jouw taak om de kijker zijn blik het beeld in te leiden naar je onderwerp en deze ook vast te houden. Lijnen, zeker als deze diagonaal lopen, zijn hiervoor uitermate geschikt. Ongeacht het formaat waarin je fotografeert mag je vooral de diagonaal niet vergeten. Beelden met een krachtige diagonale lijn bieden altijd een zekere dynamiek en verdelen de foto in twee driehoeken, al dan niet gelijk.

Niet elke foto heeft echter dieptewerking, twee-dimensionele beelden en macro’s (door hun beperkte scherptediepte) moeten het vooral hebben van kleur, vorm, structuur en patroon als de belangrijkste elementen voor beeldopbouw. Zie mijn artikel uit Shoot 87.  

Creatiever kan ook door je onderwerp te omgeven met veel lege ruimte, de zogenaamde wit- of negatieve ruimte (ook wel negative space genoemd). Dit begrip kent niet enkel zijn toepassing in de fotografie, ook in kunst, architectuur en design wordt het al vele eeuwen gebruikt. De idee is eenvoudig, je onderwerp omgeven met een lege ruimte of in alle geval eentje zonder al te veel details. Onderwerpen beeldvullend of groot in beeld brengen levert niet altijd sterke beelden op. Een onderwerp omgeven met verder lege ruimte trekt automatisch alle aandacht naar dat object of model.

f/6.3, 1/640, ISO 100, 280 mm – Cap-Blanc-Nez, broedende meeuwen op krijtrotsen laag in beeld geplaatst. De diagonale lijn in de rots neemt je blik mee door het beeld de hoogte in.

Is bij macro’s de achtergrond (zonder details) minstens even belangrijk als je onderwerp zelf, dan loont het te experimenteren met de ruimte rond een onderwerp in een klassieke opname. Je onderwerp steeds kleiner afbeelden en een welbepaalde plaats geven in het beeldkader is prima leerstof om te zien wat werkt en wat niet. Opnieuw komen de compositieregels hierbij van pas, of juist ook niet. Breek met alle regels, hoor je soms als raad. Maar hiervoor dien je die regels wel eerst te kennen uiteraard. Het is stof om eindeloos mee te experimenteren, met als resultaat boeiende beelden als het even meezit.

Twee elementen in beeld kunnen elkaar ook versterken door hun afwijkende grootte samen af te beelden. Zo wek je de indruk dat het grootste element ten opzichte van het andere nog groter lijkt en omgekeerd.

Hulpjes voor verticale fotografie

Zoals we in de inleiding al even aanhaalden, voelt het verticaal houden van een camera niet zo lekker aan. Fabrikanten deden een poging om hieraan tegemoet te komen. Fotografeer je veel uit de hand en in portret stand dan is een grip een must. Er is een wildgroei aan beschikbare grips, waarvan er vele zijn gemaakt om het filmen met een dslr of systeemcamera gemakkelijker te maken. Dit is niet wat we hier bedoelen. Een grip is eigenlijk niets minder dan een handgreep die je onderaan de camera kan bevestigen om deze fysiek te vergroten. De meeste modellen bieden plaats aan twee batterijen, wat de bedrijfsduur verlengt. Maar ze verzekeren bovenal een comfortabelere en stabielere grip (vandaar de naam dus) bij het verticaal houden van de camera. Bovendien zit een bijkomende ontspanknop ingebouwd, zodat die bij je wijsvinger komt. Die kan je dus zo vlot bedienen bij een staande opnamestand. Het bijkomende gewicht brengt het zwaartepunt naar beneden, wat het uit de hand werken stabieler maakt.
Met een grip bedoelen fabrikanten soms ook een lederen strip die je om je hand wikkelt en waarin de camera geklemd zit. Je hoeft hierbij niet constant het toestel te klemmen in de hand wat het comfort aanzienlijk verhoogt. Je swingt bovendien gemakkelijker van horizontaal naar verticaal en omgekeerd, omdat de camera min of meer deel uitmaakt van je hand.

Ook aan de statiefgebruikers is gedacht. Ongeacht of je nu een balhoofd of een statiefkop gebruikt, ook met een statief is een switch naar de portretstand een lastige handeling. Bovendien is het zijwaarts kantelen van een balhoofd met een camera en (lange) lens niet zo bevorderlijk voor de stabiliteit. Het geheel heeft al snel de neiging om voorwaarts te hellen. Bijkomend krijg je een zijwaartse belasting. Met een L-plate onder de camera wordt dit een fluitje van een cent. Een L-plate is eigenlijk een stuk metaal dat onder en op de zijkant van de camera doorloopt. Op deze beide kanten is een snelkoppeling voorzien, zodat je zonder de kop of het balhoofd te verzetten snel wisselt tussen horizontaal en verticaal opnemen. Je hoeft bovendien de compositie minder te corrigeren dan bij het zijwaarts kantelen – bijzonder aan te raden voor statieffotografen! Nog vlotter werkt een statiefring die je roteert in elke stand. Maar deze vind je enkel terug bij de zwaardere objectieven.

Ook bij sommige cameramodellen is er veel opgelost door de beweegbare schermen. Vooral als deze zowel horizontaal als verticaal zwenken, kan je zowel in hoge of uiterst lage stand en bij liggend en staand beeld je scherm zo positioneren dat een vlotte blik mogelijk is. Je houdt er bovendien geen stijve nek of verkrampte tenen aan over. Geweldig goed!

Beeldverhoudingen ook in verticaal

Ook bij het verticale beeld ben je niet gebonden aan het keurslijf van de vaste verhouding van 2:3 bij kleinbeeld. Sommige mensen vinden deze 2:3-verhouding niet mooi, opperend dat het beeld te hoog is. Soms klopt dat en soms ook niet. Hierbij zal vooral je onderwerp en het verhaal dat je je toeschouwer wilt vertellen bepalen wat je kiest als afbeeldingsformaat.

Soms kan het niet hoog genoeg zijn, zie verderop in dit artikel het deel over verticale panorama’s. Vervolgens heb je nog de 4:5-beeldverhouding die een meer evenwichtiger verhouding tussen breed en hoog biedt. Afkomstig uit het grootformaat in het analoge tijdperk vind je deze beeldverhouding tegenwoordig vooral terug in de middenformaat toestellen.

Denk er steeds aan dat croppen een sterke en veelzijdige tool is waarmee je onmiddellijk de verhoudingen kan aanpassen. Storende elementen aan de randen kan je op die manier vlot wegwerken. Strikt genomen kan je zelfs uit een horizontaal beeld een verticaal halen en omgekeerd, als het beeld dat toelaat. Vooral beelden met veel negatieve ruimte kan je zo vlot croppen zonder in de problemen te komen met je nieuwe compositie. Natuurlijk is er dan een fors verlies van pixels, maar dit is een extreem voorbeeld van croppen. Meestal zal je zo ver niet gaan. De huidige generatie camera’s biedt echter zo veel pixels dat het geen probleem is als je die extreme crop toch wilt maken.   

Ik haalde al aan dat verticale opnames je een voordeel opleveren bij panorama’s. Je kan nog een stapje verder gaan door diezelfde opnames verticaal aan elkaar te zetten. Deze verticale panorama’s, ook wel vertorama’s genoemd, zal je natuurlijk minder toepassen dan een klassiek panoramabeeld. Als je echter een onderwerp vindt dat zich hiervoor leent, dan heb je als resultaat een krachtig beeld met een sterke verticale werking.

Het nadeel van deze werkwijze – en eigenlijk van alle verticale formaten – is de weergave. Is het beeld bedoeld voor een print of in drukwerk, dan is de regel: hoe groter, hoe sterker de werking. Het nadeel steekt in de weergave op een scherm. Links en rechts van het beeld zie je een grijze of zwarte band;  slechts een klein gedeelte van je beeldscherm wordt effectief benut. Toegegeven, sommige schermen kan je een kwartslag draaien en zo verticaal benutten, maar het blijft behelpen.

Maar laat dit je vooral niet weerhouden om verticale opnames te maken! Je laat anders vele mooie fotomomenten liggen. Beter nog, doe zoals ik, als het moment het toelaat, probeer dan altijd zowel horizontaal als verticaal. Misschien is er op het moment zelf niet de behoefte, maar die komt dikwijls pas nadien. Veel verticaal plezier!



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in