f/11, 2.5, ISO 200, 30 mm Grote Markt Antwerpen.

Met je camera op stap, geboeid door architectuur. Met de nodige kennis van je camera, een dosis nieuwsgierigheid en vooral visie heb je het ideale recept om een mooi fotografisch resultaat te bekomen.

Met je camera op stap, geboeid door architectuur. Met de nodige kennis van je camera, een dosis nieuwsgierigheid en vooral visie heb je het ideale recept om een mooi fotografisch resultaat te bekomen.

Architectuurfotografie is een bijzondere tak van de fotografie en heel divers. Je kunt denken aan huizen, kantoren, kerken, flatgebouwen, historische panden met prachtige details, maar ook aan bruggen, sluizen en industrie, zowel oud als modern. Zelfs een combinatie van oud en nieuw of het contrast tussen modern en klassiek kan je in één beeld vastleggen. Architectuur biedt een brede waaier aan mogelijkheden en is overal om ons heen om jouw fotografische skills op los te laten. Maar ga niet onvoorbereid op pad. Zoals bij elke fotografie is het niet onbelangrijk om je voor te bereiden, zodat je weet wanneer en waar je tot jouw beste resultaten komt.

Het ideale tijdstip

Architectuurfotografie kan op elk tijdstip van de dag, maar weet dat je vooral ’s morgens en ’s avonds zacht licht kan verwachten. Dat geeft een warme uitstraling aan gebouwen. Ook na zonsondergang en voor zonsopkomst kan je nog prachtige foto’s maken tijdens het zogenaamde blauwe uurtje.

Het blauwe uurtje is de periode waarbij de lucht tijdens de schemering een helder blauwe kleur krijgt. Deze blauwe kleur is vaak kort zichtbaar met het blote oog, maar op de foto wordt de kleur versterkt. Wanneer je tijdens het blauwe uurtje fotografeert met een lange sluitertijd komt het blauw nog sterker naar voren. Gebruik hierbij zeker een goed statief, zodat de lange sluitertijd geen bewegingsonscherpte veroorzaakt en je ontspannen kan werken aan de compositie. Hoe snel de lucht mooi blauw wordt, hangt af van de richting waar je naartoe fotografeert. De lucht blijft langer lichtblauw aan de kant waar de zon is ondergegaan. Dit in tegenstelling tot de andere kant, die sneller donkerblauw tot zwart wordt.

Bij een avondopname houd je best rekening met aanwezige kunstlicht. Zowel straatverlichting als kunstlicht binnen in de gebouwen kunnen de foto een heel andere sfeer geven. Op het moment dat het donker begint te worden zijn de meeste gebouwen nog niet mooi verlicht. Wacht dan nog even af. In dit soort situaties kan je de witbalans op automatisch instellen, maar dat geeft niet altijd het mooiste resultaat. Ik kies er liever voor om de witbalans in te stellen op ‘gloeilamp’. Indien je in RAW werkt, kan je nadien in beeldbewerkingssoftware de witbalans nog naar wens aanpassen moest je niet tevreden zijn.

Zorg ervoor dat je tijdig op stap gaat, zodat je het mooiste moment niet mist. Weer of geen weer, eigenlijk is elk weertype geschikt voor architectuurfotografie, maar het beste licht hangt af van jouw concept, hoe jij het tot zijn recht wil laten komen in jouw foto. Zo kan je ook overdag erg mooie foto’s maken. Een strakke staalblauwe hemel en zonlicht zorgen voor kleur, contrast en helderheid. Let er wel op dat je niet in tegenlicht fotografeert, dat komt je foto niet ten goede. Let ook op dat er door het harde licht geen partijen overbelicht of uitgebeten worden, vooral bij witte muren is dit een extra aandachtspunt.

f/5.6, 0.6, ISO 100, 52 mm
Industrie Antwerpen tijdens het blauwe uurtje.

Hinderlijke schaduwen van andere gebouwen of bomen kunnen een belemmering zijn, waarmee je ook best rekening houdt. Maar anderzijds kunnen schaduwen juist diepte geven aan een gebouw. Zoek dus altijd naar het meest interessante schaduwspel op gevels, muren of trappen en verwerk dat in je compositie. Dergelijke contrastrijke foto’s kun je bovendien in Photoshop of een ander fotowerkingsprogramma goed omzetten in zwart-wit.

Door de kleur uit je foto’s te halen, leg je de nadruk op de grafische patronen en lijnen. Op deze manier kun je ook foto’s die zijn gemaakt onder minder aantrekkelijke lichtomstandigheden, extra impact geven.

f/4.8, 1/800, ISO 200, 50 mm Abstract beeld omgezet naar zwart-wit.

Verder kunnen ook dreigende luchten en wolken een bijzondere bijdrage geven aan een architectuurfoto. Het beeld krijgt een mysterieuze of dramatische sfeer, die de kijker dieper in het beeld brengt. Zo zie je maar dat elk moment en elk weertype geschikt kunnen zijn voor architectuurfotografie.

Welke lens neem je mee?

Voor architectuurfotografie is een groothoekobjectief ideaal, dit hoort dan ook bij de standaarduitrusting van de architectuurfotograaf. Dit is een objectief met een grote beeldhoek, die het heeft te danken aan zijn kleine brandpuntsafstand. Over het algemeen wordt een objectief tot 24 mm een groothoekobjectief genoemd. Met zo’n lens heb je meer kans dat je het grote gebouw of krappe ruimte in één keer op je foto krijgt. Het enige nadeel van een groothoekobjectief is de vervorming aan de randen van het beeld, wat bij het samenstellen van foto’s voor een panoramabeeld (zie verderop in dit artikel) wat moeilijkheden kan geven. Je kan kiezen voor een groothoekobjectief met variabel brandpunt (zoomlens) waarbij je toch wat kan inzoomen om bijvoorbeeld je compositie wat spannender te maken. Of je kan kiezen voor een objectief met vast brandpunt (een zogenaamde primelens van bijvoorbeeld 35 of 50 mm). Deze zijn iets minder zwaar en meestal ook lichtsterker, maar iets minder flexibel als je de uitsnede (compositie) wil aanpassen.

Wissel je overzichtsfoto’s af met detailfoto’s die je met een teleobjectief maakt (van bijvoorbeeld 70-200 mm of 80-400 mm). Ook hiermee kan je mooie architectuurbeelden maken. Met zo’n telelens kan je makkelijk inzoomen op sierlijke en kenmerkende details of bepaalde patronen, lijnen of vormen in beeld brengen. Je kan de details en accenten gebruiken om de sfeer en het karakter van een gebouw weer te geven. Wanneer je slechts delen en details fotografeert, breng je het gebouw niet of minder herkenbaar in beeld. Daardoor kan je tot een mooi abstract beeld komen.

Zoeken naar de beste compositie

Een sterke compositie geeft kracht aan een gebouw. Maar hoe ga je daarbij te werk? Het kan helpen op zoek te gaan naar lijnen, abstracte vormen, patronen en dergelijke. Stel jezelf vragen als: Hoe ziet het gebouw eruit? Hoe is het licht? Zijn er kleuren of contrasten in textuur? Loop vooral rond het gebouw of de constructie en bekijk het vanuit verschillende perspectieven.

Als je de mogelijkheid hebt, kan je ook eens binnen kijken, op zoek naar een mooie trap of kunstige constructie. Trappen zijn dan ook een dankbaar en fotogeniek onderwerp binnen de architectuurfotografie. Gebruik de lijnen van de trap om de kijker van de foto mee door het beeld te leiden. Ik probeer een strakke trap zo symmetrisch mogelijk in beeld te krijgen. Hoe meer symmetrie, hoe sterker het beeld. Symmetrie in een beeld geeft eenvoud en rust weer. Ook hier is het aan te raden om een statief te gebruiken. En neem vooral de tijd om rustig je compositie te bepalen.

Je kan ook gebruikmaken van binnenkomend licht met de bijhorende schaduwen. Zo’n schaduwspel kan zeer boeiend zijn, en het is telkens anders afhankelijk van het tijdstip van de dag bij zonlicht. De contrasten geven je de mogelijkheid om tot een ander abstract beeld te komen. Zoals bij elke vorm van fotografie is visie het sleutelwoord. Natuurlijk zijn technische kennis over fotografie belangrijk en daarmee begint dan ook het verhaal. Maar zonder visie wordt het moeilijker. Een fotografische visie draait niet om techniciteit, wel over de ziel van je onderwerp vast te leggen, het moment zien, een idee creëren van wat je wil bereiken. Dit ‘leren kijken’ is een proces. Visie is niet wat je ziet, maar hoe je het ziet. Dat kan ook in de nabewerking zitten. Je kan bijvoorbeeld bij het zien van harde contrasten al weten dat je een zwart-wit omzetting in nabewerking kan doen.

Al dan niet bewuste vertekening

Het gebruik van een groothoekobjectief versterkt het effect van convergerende verticalen vanwege zijn enorme beeldhoek. Convergerende verticalen zijn de parallelle lijnen in een afbeelding die naar elkaar toe lopen. Het wordt ook wel aangeduid als perspectivische vertekening. Zo’n vervorming kan storend zijn omdat de kijker het gevoel krijgt dat gebouwen lijken om te vallen of scheef staan. Bij de geringste kanteling van de lens treedt het effect op, dus zeker wanneer je een gebouw van onder naar boven fotografeert. Dit komt doordat het lensoppervlak niet volkomen parallel staat ten opzichte van het vlak van het gebouw. Om het effect te verkleinen of voorkomen kan je het onderwerp of gebouw het best vanop ruime afstand fotograferen. Ook helpt het om wat hoger te gaan staan als je die mogelijkheid hebt. Je kan de perspectivische vertekening in nabewerking corrigeren. Belangrijk is wel dat je voldoende ruimte rond je onderwerp of gebouw fotografeert, omdat softwarematige aanpassingen een deel van het beeld doet wegvallen. En je wil tenslotte toch heel je gebouw op de foto.

Om het probleem van convergerende verticalen te vermijden, kan je ook fotograferen met een tilt-shiftobjectief. Dit is een speciaal ontworpen objectief waarbij door middel van draaiknoppen het objectief zodanig verschoven kan worden dat het perspectief wordt gecorrigeerd (shift-functie). Het resultaat is een realistischer beeld met rechte verticalen. De shift-actie zorgt ervoor dat de gebouwen in een stadslandschap niet naar elkaar toe lijken te vallen. Een andere functie van dit objectief is de tilt-functie. Hiermee kan het objectief naar boven of beneden gekanteld worden, waardoor de scherptediepte kan worden aangepast. Met de tilt-functie kan een miniatuureffect bekomen worden. Dergelijke objectieven zijn zeer effectief, maar niet goedkoop.

Bij deze toch wat technische uitleg wil ik nog meegeven dat niets moet. Hiermee bedoel ik dat je jouw eigen beeld creëert zoals jij het wil. Het kan de bedoeling zijn dat lijnen in je beeld convergeren om een bepaald gevoel mee te geven. Convergerende verticalen kunnen dus gebruikt worden om spannende composities te bekomen en om dynamiek aan architectuurfotografie toe te voegen.

Dynamiek toevoegen

‘Mainstream’ architectuurfotografie is doorgaans statisch, maar gebouwen kunnen zeker ook met meer dynamiek worden vastgelegd. Denk maar aan bijvoorbeeld een kantoorgebouw of station waarbij ook bewegende mensen of nighttime traffic te zien is. Met die bewegingen brengen we ons hectische bestaan, de dagelijkse rush, mee in beeld. Ook wapperende vlaggen en kleurrijke lichtsporen voegen extra dynamiek toe.

Het gebruik van een statief is dan noodzakelijk, omdat je moet fotograferen met langere sluitertijden. Je kan werken met een afstandsbediening of met de zelfontspanner ingesteld op enkele seconden om bewegingsonscherpte door de camera te vermijden. Schakel ook de vibratiereductie of beeldstabilisatie uit.

f/6.3, 1/1250, ISO 400, 210 mm
Inzoomen op een detail kan voor sfeer zorgen.

De ISO-waarde stel je best zo laag mogelijk in om ruis in je beeld te voorkomen. Het diafragma hou je best klein. Gebruik bijvoorbeeld f/11 tot f/16 omdat je bij architectuurfotografie zoveel mogelijk scherpte in je foto wil. Zowel de voorgrond als de achtergrond komen dus scherp in beeld. Bij detailfoto’s kan een groter diafragma en dus minder scherptediepte dan weer een meerwaarde hebben. Maar zoals eerder gezegd is het jouw beeld en maak jij zelf de keuze.

f/11, 2.5, ISO 200, 30 mm
Grote Markt Antwerpen.

Alles in beeld

Lukt het niet om heel het gebouw in beeld te krijgen of wil je graag meerdere gebouwen in je beeld, dan kan je een panoramafoto maken. Hiervoor ga je op dezelfde manier te werk als bij het maken van natuurpanorama’s. Marc De Schuyter beschreef in de vorige Shoot uitgebreid hoe je daarbij de beste resultaten behaalt. Lees dat artikel er dus zeker eens op na voordat je architectuurpanorama’s gaat maken.  

f/14, 1/80, ISO 100, 21 mm
Het Havenhuis Antwerpen met reflectie.

Zo zie je maar, architectuurfotografie is veelzijdig en boeiend. En kleur vooral ook eens buiten de lijntjes. Bedenk hoe je originele of abstracte foto’s kan maken. Kijk bijvoorbeeld ook naar reflecties. Een gebouw dat weerspiegelt in een plas water of een constructie dat reflecteert in glaswerk kan erg pakkende foto’s opleveren.

f/13, 1/30, ISO 100, 40 mm
Reflectie van Speicherstadt Hamburg.

Je kan gebouwen of constructies dus op verschillende manieren fotograferen. Panoramisch, volledig in zijn omgeving, gedeeltelijk, ingezoomd op details, zwart/wit … er is keuze genoeg om met architectuurfotografie aan de slag te gaan!

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in