Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


Wat is perspectief? In de fotografie is het een manier om de drie dimensies weer te geven in een plat vlak dat maar twee dimensies heeft. Het perspectief van de foto zorgt ervoor dat we diepte ervaren. Net zoals we bewegingsonscherpte gebruiken om de illusie van beweging te krijgen, gebruiken we perspectief om diepte te suggereren. Dat is de reden waarom perspectief zo belangrijk is. Gebouwen hebben drie dimensies en dat willen we zo goed mogelijk benadrukken op een foto die een dimensie minder heeft dan het echte object.

Er zijn meerdere manieren om diepte in een foto te brengen. De belangrijkste voor architectuurfotografie is de dieptewerking door het spel van lijnen. Lijnperspectief is gebaseerd op het feit dat verre objecten kleiner lijken dan diezelfde objecten dichtbij. Dat manifesteert zich in lijnen die naar elkaar toe lopen en samenkomen in een punt op de horizon in de verte.

Het perspectief wordt beïnvloed door het standpunt dat we innemen, de manier waarop we de sensor plaatsen tegenover het onderwerp en de keuze van de brandpuntsafstand van de lens. Weten hoe dat werkt is een krachtige tool om je foto’s als architectuurfotograaf beter te maken.

f/10, 1/250, ISO 200 – Je positie ten opzicht van je onderwerp is bepalende voor het perspectief in je foto.

Compositietechnieken

Behalve lijnperspectief die voor architectuur de belangrijkste techniek is, zijn er nog andere compositieregels die helpen om diepte te krijgen in je foto’s. Ik bespreek ze hier apart om ze nog eens extra in de verf te zetten. In de praktijk wordt veelal een combinatie van meerdere compositieregels gebruikt.

Dieptewerking door toonnuances

Mensen kijken altijd eerst naar de lichtste delen in een beeld. Die hebben visueel meer gewicht dan de donkere partijen. Door in dit voorbeeld het lichtste deel vooraan te plaatsen tegen een donkere achtergrond, krijgen we een goed gevoel van diepte. Eerst wordt je blik gevangen door het schrift en nadien dwaal je rond in de donkere ruimte dieper achter in het beeld.

f/2,8, 1/13, ISO 200 – De lichtste delen in het beeld vallen het eerst op, daarna de donkere achterin. Die combinatie brengt perspectief.

Dieptewerking door kleurperspectief

Bij kleur spreken we van tint, verzadiging en helderheid. De tint is de kleur in het kleurenspectrum, bijvoorbeeld rood. De verzadiging is de hoeveelheid grijs dat een kleur bevat en de helderheid bepaalt hoe licht of hoe donker die kleur is.

Heldere kleuren vragen meer aandacht dan doffe kleuren, en lichte kleuren meer dan donkere. Ook hiermee kunnen we spelen om meer diepte in een foto te krijgen. Zijn alle kleuren van eenzelfde tint en even donker of licht, dan krijgen we een vlakke foto. Felle en lichte kleuren die hiermee contrasteren geven een meer ruimtelijk gevoel.

f/5,6, 0,5, ISO 200 – De intens blauwe lucht tijdens het blauwe uurtje staat in hoog contrast met de gele kleur van het kunstlicht dat de gebouwen verlicht. Omdat geel de warme complementaire kleur is van het koude blauw werkt dat goed. Geel springt er werkelijk uit en zo krijg je een mooie dieptewerking.

Daarbovenop hebben we nog een wisselwerking tussen de verschillende kleuren. De kleuren die in de kleurcirkel tegenover elkaar staan zijn complementaire kleuren. Die kleuren versterken elkaar geweldig. De warme kleur is altijd dominant tegenover zijn koude opponent. Daarom valt een klein beetje geel in een groot vlak blauw geweldig op.

Dieptewerking door voor-, midden- en achterplan

Door te werken met verschillende plannen in je foto geef je de illusie van diepte. Bij het fotograferen van een gebouw krijg je extra diepte voor te zorgen dat er iets dichtbij de lens wordt meegenomen in beeld. Staat alles op je foto veraf op hetzelfde plan, dan wordt de foto als plat ervaren.

f/8, 1/50, ISO 200, 35 mm (omgerekend naar full-frame) – Je krijgt een gevoel van diepte als je iets op de voorgrond meeneemt.

Dieptewerking door scherptediepte

Iets dat scherp is heeft een groter visueel gewicht dan iets dat onscherp is. Als een onderwerp dat in de verte ligt niet duidelijk zichtbaar is, lijkt het eindeloos ver weg. Die suggestie zorgt dat we een grotere diepte ervaren dan bij een foto waarop alles scherp is. Dan is er geen ruimte voor de illusie dat er nog meer is.

f/13, 1/60, ISO 500 – Onscherpe delen in de achtergrond lijken ver weg.

Dieptewerking door lijnen

Lineair perspectief is bij architectuurfotografie de belangrijkste manier om een derde dimensie in een tweedimensionaal vlak weer te geven. De horizontale lijnen van een gebouw die in werkelijkheid evenwijdig zijn lijken op een foto naar elkaar toe te lopen. Als je ze doortrekt komen ze samen in één punt op de horizon. Die lijnen noemen we vluchtlijnen. Het punt waarin ze lijken samen te komen noemen we het vluchtpunt of verdwijnpunt.

f/5,6, 1/3, ISO 200 – Deze lijnen zorgen ervoor dat je ogen het beeld worden binnengetrokken.

Lijnen die naar elkaar toelopen, trekken het oog binnen in de scène en geven zo een geweldig gevoel van diepte. Hoe we die lijnen in beeld brengen kunnen we variëren, en dat maakt het interessant.

Standpunt

Doorgaans zien wij de wereld vanuit ooghoogte en zo lijkt de horizon altijd min of meer op dezelfde plaats te staan. De fotograaf heeft de vrijheid om zelf te bepalen waar hij die horizon en dus ook dat vluchtpunt zet in zijn foto. Door een lager standpunt in te nemen dan ooghoogte verandert er niet veel op de achtergrond, maar de voorgrond krijgt ineens een veel grotere impact. Hiermee kunnen we het dieptegevoel in de foto sterker maken dan wanneer we het gewoon vanuit ooghoogte zouden fotograferen.

Een tweede keuze is om het vluchtpunt in het midden te plaatsen of juist niet. Elke keuze heeft een ander effect. Door hier bewust mee om te gaan maak je betere architectuurfoto’s. Want door los te komen van het gewone standpunt van waaruit we de wereld doorgaans zien suggereer je meer diepte en kan je zo de impact van je foto groter maken.

Sowieso is het interessant om foto’s te maken vanuit ongewone standpunten. Zo krijg je een bevreemdend effect als je gebouwen fotografeert vanuit een hoog standpunt. Dat maakt het beeld boeiender en moeilijker te begrijpen dan een gewoon standpunt. De toeschouwer zal daarom meer de tijd nemen om het beeld te doorgronden. Ook met de camera van onderuit fotograferen werkt heel bevreemdend. Het brengt het menselijke brein in verwarring, want zo kijken we niet naar gebouwen. Ook dit bevreemdende gevoel maakt een foto boeiend om langer naar te kijken. En dat is precies wat we willen.

Soorten perspectief

We kunnen in de fotograaf drie soorten perspectief onderscheiden, het één-, twee- en driepuntsperspectief. Ik beschrijf deze drie soorten hieronder.

Eénpuntsperspectief

Een foto heeft een éénpuntsperspectief als er maar één vluchtpunt is op de horizon waar de horizontale lijnen naartoe verdwijnen. Zet je dat punt centraal door vlak voor een gebouw te staan, dan lopen de vluchtlijnen denkbeeldig achter het gebouw weg. Dit is een vorm van perspectief die heel veel gebruikt wordt in de architectuurfotografie. Bekijk maar eens het werk van grote fotografen; je zal zien dat negentig procent van alle foto’s op die manier genomen zijn. Het éénpuntsperspectief geeft een rustig beeld en is daarom zeer geschikt om lijnen, pilaren, ramen en details goed te doen uitkomen. Belangrijk hierbij is dat je recht voor het midden het gebouw staat en dat de sensor parallel met de gevel is. Draai je die naar links of naar rechts, dan krijg je een trapezium. Kantel je de camera naar boven, dan staan de verticale lijnen schuin. Dat kan je vermijden door ver genoeg naar achter te gaan.

f/2, 1/40, ISO 2500, 35 mm (omgerekend naar full-frame)

Het is een goed idee om hiervoor een statief te gebruiken, en ook het raster op het scherm van je toestel in te schakelen. Uiteraard kan je nadien nog altijd softwarematig verbeteringen aanbrengen als dat bij opname niet perfect lukt. Maar hoe beter bij opname, hoe beter de kwaliteit van je foto.

f/4, 1/320, ISO 200, 35 mm (omgerekend naar full-frame) – Als zowel de horizontale als de verticale lijnen scheef staan en je bovendien niet voldoende ruimte hebt rondom het gebouw, dan kan je daar in nabewerking niet veel mee doen. Zorg voor een zo goed mogelijk beeld bij opname.
f/5.6, 1/125, ISO 4000 – Een éénpunstperspectief met het vluchtpunt niet centraal is een optie om meer van een gevel te tonen als je er niet recht voor kan staan en het niet volledig in beeld kan krijgen. Ook voor gangen en zuilenrijen werkt dit heel goed.

Tweepuntsperspectief

Ga je voor een hoek van een gebouw staan zodat je twee zijden ziet, dan krijg je een vluchtpunt links en rechts van het gebouw. Beide verdwijnpunten liggen op de horizon. Het deel van de gevel dat verder van de camera verwijderd is, oogt kleiner dan het deel dat dichterbij is. Hierdoor vormt het vlak geen rechthoek, maar een trapezium. De verticale lijnen blijven bij een tweepuntsperspectief verticaal. Dat krijg je door opnieuw te zorgen dat de sensor van je camera niet gekanteld is naar boven of naar beneden.

f/7.1, 1/280, ISO 200 – Bij een symmetrisch tweepuntsperspectief zetten we de verticale hoofdlijn in het midden.

Bij dit perspectief kunnen we nog kiezen voor symmetrie of niet. Bij een symmetrisch tweepuntsperspectief zetten we de verticale hoofdlijn in het midden. Halen we die uit het midden, dan spreken we van een asymmetrisch tweepuntsperspectief. In dat laatste geval is het zeer belangrijk om steeds voldoende van de kortste gevel te tonen. Doe je dat niet, dan lijkt het een éénpuntsperspectief dat net niet gelukt is. Bij elke keuze is het steeds van groot belang dat je toont dat je bewust voor dat perspectief kiest. Zit het tussen twee perspectieven in, dan wringt dat.

Driepuntsperspectief

Als we de camera naar boven of naar beneden kantelen, dan staan de verticale lijnen niet meer recht. Dan krijgen we een driepuntsperspectief. Hierin staat geen enkele lijn nog recht en is geen enkel vlak rechthoekig of vierkant. Al die schuine lijnen brengen een enorme dynamiek in de foto. Dat werkt alleen maar goed als alles dat schuin is, ook goed en duidelijk bedoeld schuin in beeld is gebracht. Het oog wordt naar het derde verdwijnpunt geleid. Als dat punt nog in beeld komt, is het dynamisch effect nog sterker dan als het erbuiten valt.

Zijn convergerende lijnen nu storend of een pluspunt? Verticale lijnen lopen naar elkaar toe van zodra je je fototoestel naar boven kantelt. Als dat zo bedoeld is om een driepuntsperspectief te krijgen, dan geeft dat kracht aan je beeld. Is je sensor maar een beetje gekanteld zodat je verticalen net niet recht staan, dan is dat storend. Je kan dat nadien nog wel in postproductie bijwerken, maar dat lukt niet altijd.

Hoe fotografeer je verticalen recht?

Een tilt-shiftlens is een lens die speciaal ontworpen is om perspectiefvertekening te voorkomen. Zo’n lens werkt als een technische camera waarmee je perspectieflijnen kan rechtzetten. Hierover is voor een volgende editie van Shoot een apart artikel voorzien waarin ik gedetailleerd alle mogelijkheden van zo’n lens zal bespreken. Een goedkopere oplossing dan een tilt-shift is om te zoeken of je ergens op een hoger punt kan staan. De ideale positie om je verticalen goed recht te hebben is door op de hoogte van het midden van he gebouw te staan. Heb je een brug, een gebouw aan de overkant of een andere manier om hoger te komen, dan kan je je onderwerp fotograferen zonder je fototoestel naar boven te moeten kantelen.

Fotograferen met een telelens van verderaf is een andere optie die kan helpen. Doordat alles verder weg is, sta je relatief gezien meer op dezelfde hoogte dan als je recht voor een gebouw staat met een breedhoeklens. Dus als je voldoende ruimte hebt om verder weg te gaan, is dit een mogelijkheid om geen schuine verticalen te hebben.

Als je niet hoger kan staan en je kan niet ver genoeg naar achter om het gebouw op de foto te krijgen met een telelens, dan heb je nog altijd de mogelijkheid om het perspectief bij te werken in Photoshop of in Lightroom. Kadreer je beeld dan voldoende ruim en laat zeker plaats over boven- en onderaan in de foto. Je verliest namelijk wel wat pixels, en je wilt natuurlijk niet een stuk van je gebouw uitgeknipt hebben.

Perspectief door brandpuntsafstand

Het lijnperspectief kunnen we manipuleren door de plaatsing van het vlak van de sensor ten opzichte van het onderwerp. Maar perspectief kijkt ook naar de ruimtelijke relatie tussen de objecten in een beeld. En over dat aspect hebben we controle door de keuze van het objectief waarmee we fotograferen.

Het vluchtpunt in een beeld met een groothoeklens ligt verder dan het vluchtpunt van datzelfde beeld gemaakt met een telelens. Als de vluchtlijnen bij een groothoek langer zijn, dan betekent dat ook dat de objecten op die lijn verder uit elkaar liggen. Een groothoeklens heeft de eigenschap om objecten verder uit elkaar te doen lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Een standaard of (lichte) telelens doet het omgekeerde en drukt als het ware de objecten in de foto samen. Daardoor lijken deze dichter op elkaar te staan.

Door hiermee te spelen kan je van eenzelfde situatie een heel andere foto maken en dus ook een ander verhaal vertellen. Wil je het beeld tonen van onverantwoord veel volk samen op straat, dan kan je dat effect overdrijven met een telelens. Wil je op diezelfde plaats tonen dat de mensen echt wel voldoende ruimte hebben, dan haal je je lens met de meeste groothoek boven.

Niet alleen de afstand tussen de elementen onderling verandert. Ook het gewicht dat een element op de foto heeft wordt groter of kleiner afhankelijk van je keuze.

Met een groothoek krijgt wat op de voorgrond staat veel meer gewicht. Vergelijk maar de grootte van het verkeersbord tegenover de kraan. Op beide foto’s is dat even groot in beeld gebracht, maar de verhouding met de achtergrond is totaal anders. Met een groothoek geef je meer gewicht aan wat dichtbij de lens is. Wat verderaf is wordt in verhouding zeer klein. Daarom is het geen goed idee om met een groothoek portretten te maken, tenzij je een karikatuur wilt van iemand met een gigantisch neus en piepkleine oortjes.

Conclusie

Architectuurfotografie geeft driedimensionale objecten weer in een plat vlak. Door perspectief ontstaat er diepte in de vlakke afbeelding, zodat we een ruimtelijke indruk krijgen. Om dat te doen hebben we verschillende technieken. Als je die goed begrijpt, kun je ze op verschillende manieren creatief toepassen. Op die manier zorg je met perspectief niet alleen voor een gevoel van diepte, maar vertel je met je beeld het verhaal dat je wilt. En daar gaat het over in gelijk welke vorm van fotografie.

Dit artikel werd geschreven door Kattoo Hillewaere. In het verleden schreef zij voor Shoot ook al een uitgebreid artikel over bedrijfsfotografie. Meer foto’s en achtergrond kan je terugvinden op Kattoo.be.



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in