f/6.3, 1/640, ISO 800, 630 mm (kleinbeeldequivalent) Wolf in een wildpark, grommend naar de auteur. Die laatste heeft in Lightroom met radiaalfilter de omgeving rondom de kop donkerder gemaakt.


Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


Als fotograaf bepaal jij wat je de kijker wilt laten zien. Dat doe je met de keuze van objectief, diafragma, sluitertijd en de hoek van waaruit je de foto maakt. Ook de wijze van belichting speelt een belangrijke rol. Fotograferen is ook de kunst van het weglaten, waardoor je bepaalt waar de nadruk op komt te liggen. Dit is een creatief proces waarin je veel invloed hebt op het eindresultaat en vooral hoe de kijker jouw foto ervaart.

Bij zowel high key als low key is dat bepalende element in grote mate aanwezig. Deze minimalistische vorm van fotografie heeft al decennia lang veel fans, en in allerlei genres van de fotografie. Natuurfotografen zijn van nature wat behoudend, maar tegenwoordig zien we gelukkig steeds meer fotografen die deze spannende fotografische benadering omarmen. 

Vrijheid

Fotografie is een kunstvorm met volop mogelijkheden voor persoonlijk expressie en in de natuurfotografie is dat niet anders. Gelukkig ontstaat er langzaam maar zeker een kentering in de benadering van natuurfotografie, al is het wel een heel voorzichtige. Artistiek, creatief en kunstzinnig zijn woorden die je steeds meer tegenkomt in de natuurfotografie. Helemaal niks mis mee, toch?

f/7.1, 1/1000, ISO 500, 202 mm (kleinbeeldequivalent) Dit portret van een langstaartmakaak op Sarawak, Borneo is in het allerlaatste strijklicht met een onderbelichting van -4 EV ontstaan.

De essentie daarbij is vrijheid. Voor veel mensen is in de natuur zijn en in de natuur wandelen een vorm van vrijheid. Los van alle dagelijkse beslommeringen en drukte. Los van de dingen die je moet, al dan niet volgens de verwachtingen van je omgeving. Voor veel mensen is fotograferen in de natuur een verlengstuk daarvan. Als je het in de natuur zijn als zo prettig ervaart, dan gaat dat ook vaak samen met het vastleggen van die herinneringen met de camera. Als het daarbij vooral gaat om registraties, dan is daar niks mis mee. Ook dat is vrijheid, gewoon lekker op een manier fotograferen die je op dat moment prettig vindt.

Maar soms wil je als fotograaf meer of iets anders. Dan komt de artistieke fotografie om de hoek kijken. Een prachtige voorbeeld daarvan is high key en low key. Het gevaar tijdens die speurtocht naar meer artistieke fotografie is dat je je te veel laat beïnvloeden door je omgeving. Je houdt vast aan de ongeschreven regels van de natuurfotografie.

f/11.0, 1/800, ISO 200, 135 mm Deze juffers zijn bij zonsopkomst in tegenlicht met een fikse onderbelichting van -3.33 EV gefotografeerd.

Zodra je openstaat voor meer experimenteren met beeld, merk je misschien dat je eerste experimenten minder positief worden beoordeeld door je omgeving – familie, vrienden en de natuurfotografieclub. Ze zijn gehecht aan de foto’s van prachtige landschappen bij zonsopkomst of andere natuurregistraties die je tot dan toe maakte. Laat je daar niet te veel door beïnvloeden en volg je eigen weg. Waar het om gaat is of de meer artistieke foto’s jou blij maken. Of ze jouw creatieve drive bevredigen en je de mogelijkheid geven meer van jezelf kwijt te kunnen in je werk. Vind je het niks of heb je er niets mee, ook prima. Laat het gevoel van vrijheid in de fotografie toe – go hunting high and low!

High key

Bij dit type beeld domineren de lichte tonen het beeld. Het levert frisse, heldere beelden op waarin alle aandacht naar het onderwerp uitgaat. De associatie met zuiverheid ligt voor de hand. Het is dan ook niet vreemd dat je high key-fotografie terugziet bij reclame-uitingen over gezonde leefstijl en voeding. Uitgangspunt bij high key is een zacht contrast zonder harde schaduwen en pasteltinten.

f/11.0, 1/30, ISO 200, 135 mm (kleinbeeldequivalent) Oranjetip op pinksterbloem met een laag standpunt en een bewolkte lucht als achtergrond.

In de natuur zijn tal van onderwerpen geschikt voor de high key-benadering. Dat kan variëren van lichte bomen als berken tot kleine lichtgekleurde vlindertjes. Uitgangspunt is een lichte omgeving en lichte modellen. Natuurlijk hoef je niet altijd een spierwit model als een sneeuwuil te gebruiken, maar het high key-effect is wel gebaat bij lichte onderwerpen. Bij een geheel zwart onderwerp als een merel – ook al zit deze in de sneeuw – is er echt geen sprake meer van een high key-beeld. Wel kunnen er in het hoofdonderwerp donkere kleine elementen aanwezig zijn. Als de rest lichter is, werkt ook zo’n onderwerp prima als high key-model. Denk bijvoorbeeld aan een koperwiek of een kramsvogel. Dit zijn mooie wintergasten met een licht getinte voorkant licht met kleine vlekjes.

f/10.0, 1/250, ISO 100, 30 mm (kleinbeeldequivalent) Noordse stern op de Farne Islands op een bewolkte dag.

De winter is sowieso ideaal als high key-setting. Er zijn dan veel dagen met bewolkt weer, met geschikt zacht diffuus licht, en ook is er kans op sneeuw. Dit is perfecte high key-setting voor natuurfotografen. Denk aan lichte of witte vogels als meeuwen, zilverreigers en knobbelzwanen in de sneeuw. Maar ook kleinere onderwerpen als lichtgekleurde takjes in de sneeuw zijn geschikt. Ook tere onderwerpen met een zachte uitstraling werken goed, bijvoorbeeld een witte plant als het sneeuwklokje en de licht gekleurde gewone reigersbek.

f/4.0, 1/800, ISO 400, 232 mm (kleinbeeldequivalent) In een sneeuwwit landschap stijgen deze knobbelzwanen op. Een +2 EV maakt het beeld lekker fris.

Belichten

Voor een juiste high key-uitstraling is de belichting van het beeld van groot belang. Je kan niet meer op de automatische belichting vertrouwen, deze zul je moeten aanpassen. Een belichtingsmeter is namelijk geijkt op 18 procent gemiddeld grijs. Dat werkt met onderwerpen met allerlei kleuren in het middengebied prima. Maar is het onderwerp en de omgeving grotendeels licht van tint, bijvoorbeeld grijs of wit, dan gaat het verkeerd met de belichting – zeker als je een high key-beeld wilt overhouden. Zodra je een geschikte setting en onderwerp als een witte vlinder tegen een grijs bedekte hemel wilt fotograferen, dan zal deze zonder correctie grijs worden weergegeven. Dat wil je natuurlijk niet.

f/6.3, 1/500, ISO 1600, 130 mm Deze meeuwen jagen in de winter een eend op die er met een stukje brood vandoor wilt gaan.

Een correctie op de belichting van gemiddeld +2 EV maakt het beeld lekker licht. In sommige gevallen is zelfs +3 EV of meer nodig. Het histogram mag idealiter helemaal aan de rechterkant zitten.

Uiteraard is een high key beeld ook vaak naderhand thuis in een fotobewerkingsprogramma te creëren. Ik vind het echter fijn om op mijn display al meteen het resultaat in high key te zien. Dat motiveert mij om in het veld nog meer beelden in deze stijl te maken. Bovendien is er bij iedere bewerking die achteraf nodig is het gevaar dat je zoveel moet corrigeren (met bijvoorbeeld levels of curves) dat er meer ruis ontstaat. Dit is met name te zien in de schaduwpartijen van het hoofdonderwerp. Het gaat dan ook ten koste van detailverlies.

Natuurlijk en kunstlicht

Het juiste licht bij deze fotografievorm dient zacht en diffuus te zijn, omdat je harde contrasten zoveel mogelijk wilt voorkomen. Veelal ervaren natuurfotografen bewolkt weer nou niet echt als het type waarbij ze er massaal op uit willen trekken. Sterker nog, op hotspots in de natuur kom ik op die momenten meestal niemand tegen. Omdat ik er anders bijzonder veel fotografen ontmoet, lijkt het alsof ze bij dat bewolkte en ogenschijnlijk saaie weer lekker binnenblijven. Maar juist bewolkte dagen met diffuus licht zijn prima om lekker te experimenteren met deze fotografievorm. Het licht is dan heel mooi gespreid door een megagrote diffuser: het wolkendek.

f/7.1, 1/640, ISO 400, 405 mm (kleinbeeldequivalent) Een pasgeboren jong van een knobbelzwaan tussen de witte veren levert een intiem en zacht high key-beeld op.

Gebruik je de lucht als achtergrond bij je onderwerp, dan is een egaal grijzige lucht van belang. Een lucht met ook donkere regenwolken is minder geschikt. En als je water als onder- of achtergrond bij je onderwerp gebruikt, dan is windstil weer een voorwaarde. Waait het namelijk, dan raakt het water in beweging en ontstaan er rimpelingen. Die veroorzaken donkere patronen, waardoor high key-effect wordt verstoord.

f/7.1, 1/200, ISO 500, 720 mm (kleinbeeldequivalent) Voor een high key-beeld van de kluut is bewolkt weer noodzakelijk. De windstille omstandigheden zorgen voor een fraaie weerspiegeling.

Nu komt het ook weleens voor dat in het hoofdonderwerp zoals een vlinder toch schaduwpartijen aanwezig zijn, waardoor het high key-effect niet optimaal is. De schaduwen in het onderwerp kun je dan verminderen door een invulflits te gebruiken. Die maakt het contrast in het beeld nog kleiner. Hiervoor kun je de ingebouwde flitser gebruiken bij onderwerpen op korte afstand (binnen 1 tot 2 meter). Gebruik een externe flitser als het onderwerp verder weg staat. Om het flitslicht niet te overheersend te maken, is een kleine lichtreductie nodig. Bij de ingebouwde flitser, maar ook bij de meeste externe flitsers kun je de lichtopbrengst reduceren. Voor een fijne invulling van flitslicht is een correctie van -2 EV prima. Bij macro-onderwerpen is ook een krachtig lampje zoals de Lume Cube bruikbaar. Hierbij kun je het effect (lees: de kracht) van het licht bepalen door de afstand van de lamp tot het onderwerp te verkleinen of te vergroten. Op de Lume Cube is de lichtintensiteit ook regelbaar met een knopje of een app op je mobiel. Dat laatste werkt overigens bijzonder snel en handig!

Is het saai bewolkt weer? Ga dan lekker aan de slag met high key!

Beeldbewerking

Bij het maken van foto’s gaan we altijd uit van een zo optimaal belicht beeld, zodat nabewerking (bijna) niet nodig is. Het kan echter voorkomen dat je bent vergeten de belichting met bijvoorbeeld +2 EV te corrigeren om dat mooie lichte high-key beeld te krijgen. Geen probleem natuurlijk, want je kan dit altijd nog in bewerkingssoftware doen.  Zelfs een flinke bewerking is niet verboden.

f/5.6, 1/640, ISO 500, 420 mm (kleinbeeldequivalent) High key-beelden van vogels worden net iets interessanter als er actie is zoals bij deze poetsende kleine zilverreiger.

Simpelweg het beeld lichter maken met levels of curves zorgt ervoor dat je een fijn high key-beeld overhoud. Zowel bij een goed belicht beeld als een softwarematig gecorrigeerd beeld kan het nodig zijn om een andere correctie toe te passen. Je let er natuurlijk bij de bewerking op dat er geen hoge lichten ontstaan. Hoewel, ook dit is geen wet van meden en perzen. Soms kan je daar toch nog van afwijken en een mooi resultaat overhouden. Laat je daarbij vooral door je eigen smaak leiden.

Zit je aan de grens met het histogram, dan kan het zijn dat het schaduwdeel in het onderwerp nog iets te donker is. Dan kan je in de software op een fijne en secure manier de donkere delen meer oplichten. Daardoor komt het gehele beeld vaak beter in balans.

Low key

Bij deze fotografievorm bepalen donkere tonen het beeld. Net als bij high key bepaalt het heel sterk het gevoel en sfeer. Waar men high key-beeld als zacht ervaart, is het bij low key juist het tegenovergestelde. Dit geeft de kijker een meer dramatisch en duister gevoel. Ook ben je voor de uitwerking van low key gebaat bij contrast. Een groot verschil tussen licht en donker is belangrijk. Het is perfect als grote delen van het beeld zich in de schaduw bevinden.

f/8.0, 1/800, ISO 400, 900 mm (kleinbeeldequivalent) Het zonlicht valt precies op de kop van de wolf, waardoor een low key-effect zo gemaakt is.

In principe kan je ieder onderwerp voor een low key-beeld gebruiken. Met het juiste lichtgebruik bepaal je wat je wilt laten zien en wat verborgen blijft in het donker. Zoals gezegd is het gevoel bij low key juist duister, eng, donker en spannend. Als je een onderwerp hebt dat die dit gevoel al oproept, dan is de combinatie met een low key een gouden combinatie. Denk aan onderwerpen als vervaarlijke roofdieren als de wolf of de imposante Europese bizon.

f/8.0, 1/320, ISO 500, 90 mm Door een Lume Cube achter de porseleinzwam te houden, creëer ik tegenlicht. Dat versterkt de doorschijnendheid van de zwam.

Belichten

Net als bij high key kun je bij low key niet op de automatische belichting van de camera  vertrouwen. Bij een lichtsituatie waarbij het hoofdonderwerp door een straaltje licht wordt beschenen en de omgeving donker is, zal de camera zo gaan belichten dat het beeld lichter uit valt. Ook weer gebaseerd om een gemiddelde grijstint, en in dit geval niet op zwart. Afhankelijk van hoe groot het onderwerp in beeld staat en dus ook hoeveel procent van de omgeving donker is, zal de belichting verkeerd uitvallen. In ergste geval raakt het hoofdonderwerp volledig overbelicht, zeker als dat al licht van zichzelf is. Zelfs met nabewerking kan je het dan niet meer redden, omdat er in de hoge lichten geen pixels meer aanwezig zijn.

f/7.1, 1/500, ISO 400, 750 mm (kleinbeeldequivalent) Deze grote witte zilverreigers overnachtten in een plas in de polder. Zodra het eerste licht op de reigers viel, was ik paraat. Een moment later was het low key-effect verdwenen.

Globaal genomen kun je stellen dat met een onderbelichting van -2 EV je al aardig in de richting komt van een low key-beeld met een goed belicht hoofdonderwerp. Je kan het nog preciezer doen en de spotlichtmeting van de camera gebruiken. De meeste cameramodellen hebben deze lichtmeetmethode, waarbij een klein deel (meestal 2 procent) van het totale beeld wordt gemeten. Vaak is dit ook gekoppeld aan de AF-sensor. Als je deze richt op het hoofdonderwerp (dat door het spotlicht zoals een zon of lamp wordt beschenen), dan wordt de belichting op dit punt afgestemd. Met een correct belichte opname als resultaat. Deze werkwijze werkt bij divers gekleurde onderwerpen, maar niet bij volledig zwarte of witte hoofdonderwerpen. Houd het histogram in de gaten, want dat moet helemaal links uitkomen.

Belichting

Er zijn verschillende mogelijkheden om low key-beeld te maken. Je kan zonlicht gebruiken als dit heel gericht op het hoofdonderwerp valt, maar niet op de achtergrond. Het standpunt waarin je het onderwerp dan fotografeert is bepalend. Kies een achtergrond waar het zonlicht niet op valt. Ook tegenlicht werkt prima bij low key, vooral als de lichtbron bijna op dezelfde hoogte als of iets boven het onderwerp staat. In het geval van de zon betekent dat vlak na zonsopkomst en vlak voor zonsondergang. Het zonlicht omrandt het onderwerp dan prachtig in warmer licht. Afhankelijk van de correctie blijft een minimalistisch beeld over, waarbij je alleen nog de contouren ziet in een volledig zwarte omgeving.

f/9.0, 1/5000, ISO 400, 720 mm (kleinbeeldequivalent) Het tegenlicht valt prachtig door de vleugels van de grote zilverreiger. Een onderbelichting van -3.67 EV zorgt voor het gewenste low key-effect.

Pas om dit effect te bereiken een behoorlijke correctie toe, -4 EV tot – 5 EV. De sluitertijd zal dan flink omhoog gaan naar snellere tijden en dat is fijn als je uit de hand fotografeert met een teleobjectief. Het kan nodig zijn om de ISO te verlagen als het voorbij de snelste sluitertijd gaat.

Een andere mogelijkheid is om een kunstlichtbron als een flitser of een sterke lamp te gebruiken. Daarmee zet je het onderwerp in het licht. Of gebruik een tegenlichtbron. Om het licht te bundelen zodat de omgeving geen licht vangt, kun je specifiek daarvoor gemaakte accessoires gebruiken. Zowel voor het lampje van Lume Cube als voor flitsers is hiervoor de snoot gemaakt. Deze is conisch vormgegeven en maakt de lichtbundel smaller. Daardoor kun je het licht veel gerichter sturen.

f/8.0, 1/1000, ISO 320, 900 mm (kleinbeeldequivalent) Het ochtend- of avondlicht is ideaal om low key-beeld te maken, zoals van deze blauwe reiger bij zonsopkomst.

Bij macro-onderwerpen heb je nog een troef achter de hand, en wel het zwarte karton. Hiermee kun je een donkere achtergrond creëren. Laat de lamp of flitser als tegenlichtbron net langs de zijkant het onderwerp verlichten. Bij gebrek aan een zwart karton heb ik zelfs weleens de zwarte rugpand van mijn rugtas of zwarte jas gebruikt.

Beeldbewerking

Het aanwezig lichtcontrast tussen het zon beschenen onderwerp en de donkere delen van het beeld bepalen sterk of je thuis in een beeldbewerking programma nog aan de slag moet. Ben je niet tevreden met het eindresultaat, dan is het een kwestie van de schuiven van de curven te veranderen om het contrast op te voeren. Vaak betekent dit dat je de donkere delen nog donkerder maakt.

Wil je wat selectiever werken dan zijn de doordrukken-en-tegenhoud-tools en radiaalfilters de oplossing. De zon beschenen partij kun je hiermee ophalen, terwijl je de donkere delen selectief nog donkerder kunt maken. Het is een kwestie een beetje spelen met het beeld tot je het gewenste beeld bereikt.

Je leest het: high key en low key zijn voor mij synoniemen voor creatieve vrijheid. Het is heerlijk om zo met beeld te kunnen spelen! Probeer die vrijheid vooral ook eens.

f/6.3, 1/250, ISO 200, 480 mm De flitser achter de zwammen zorgt voor de low key-belichting. De regenval maakt het beeld compleet.

Dit artikel is geschreven door vaste Shoot-medewerker Edwin Giesbers. Ook de beelden zijn door hem gemaakt. Op zijn website vind je meer beelden van hem en informatie over zijn werk als natuurfotograaf. Edwin schreef bovendien een boek over macrofotografie.



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in