Home Praktijk Op fotosafari naar Afrika? Zo plan je je droomreis!

Op fotosafari naar Afrika? Zo plan je je droomreis!

0
Op fotosafari naar Afrika? Zo plan je je droomreis!

Je droomt misschien van een fotosafari, om mooie beelden te gaan maken van leeuwen en olifanten in Afrika. Maar je twijfelt over hoe je dat het best kan aanpakken. Je maakt misschien maar één keer in je leven een dergelijke reis en wilt dan ook dat die ideaal is. Hoe bereid je zo’n reis voor?

Tekst en foto’s door Ingrid Vekemans

Een reis naar Afrika maken de meesten van ons niet elk jaar. Als gedreven fotograaf wil je natuurlijk met de mooiste plaatjes van de big five en het prachtige landschap terugkeren. De tips in dit artikel kunnen je helpen om een voor jou gepaste reis te selecteren. Zo kan je een beeld vormen van wat er allemaal bij zo’n safari komt kijken.

In een busje

Een van de belangrijkste factoren waar je naar gaat kijken, is de prijs, toch? Maar laat dat nu net niet de beslissende factor mogen zijn. Je moet namelijk heel nauwgezet gaan kijken wat je voor je geld in de plaats krijgt. Ik sprak al menig fotograaf die een relatief goedkope reis naar Afrika had geboekt en daar achteraf veel spijt van had.

De meest gehoorde klachten zijn dan: “We zaten met tien man in een busje en ik kon vaak niet fotograferen omdat er mensen in de weg stonden”, “De andere reizigers waren niet geïnteresseerd in fotografie en wilden steeds snel weer doorrijden”, “We bleven niet fotograferen want we moesten voor het ontbijt terug in de lodge zijn”, “We hebben veel rondgereden, maar uiteindelijk slechts drie korte safari’s in de reservaten kunnen maken”, tot het ontluisterende “Al mijn foto’s waren mislukt.”

Veel fotografen die op zo een reis meegingen, boekten daarna toch nóg maar een safari, en dit keer een echte fotosafari. Met reisgenoten die allemaal dezelfde interesses en doelstellingen hebben, elkaar volledig begrijpen en geduld voor elkaar opbrengen. Een ervaring die eindelijk de gezochte voldoening gaf.

Volg de gids

Een goede begeleider is voor een fotosafari van groot belang. Je hebt iemand nodig die zowel de specifieke behoeften van een fotograaf kent, en ervaring heeft met de regio en de lokale gebruiken.

Onervaren chauffeurs kunnen zichzelf en hun passagiers in gevaar brengen.

Bij voorkeur reis je mee met een ervaren fotograaf. Die weet immers het best wat andere fotografen verwachten van een fotoreis, en zal ervoor zorgen dat je steeds bij het beste licht op stap bent en dat je voldoende tijd kunt nemen om een fotografisch interessante situatie ten volle te benutten. Uiteraard moet de gids je ook helpen om steeds betere foto’s te maken. Hij of zij moet tips geven voor en tijdens het fotograferen, en ook tijd uittrekken om gemaakte beelden met je te bespreken. Check zeker of dat in het reisplan voorzien is.

Ervaring met de regio is nuttig voor het briefen van de lokale gids of chauffeur over waar je naartoe wilt en naar welke dieren of omstandigheden je op zoek gaat. Verder zijn de omgangsvormen overal verschillend. Een begeleider die alles vlot wil laten verlopen en de medewerking van chauffeurs en kamppersoneel wil krijgen om reis en verblijf voor iedereen optimaal te laten verlopen, moet weten hoe je bepaalde dingen in dat land gedaan krijgt.

Ervaren chauffeurs kunnen dierengedrag perfect ‘lezen’ en weten wanneer het veilig is een dier heel dicht te (laten) naderen.

Locatie en accommodatie

Bij het vergelijken van prijzen van fotosafari’s moet je ook rekening houden met het land waar je naartoe gaat. Ga je tien dagen op fotosafari in de nationale parken van Zuid-Afrika, dan wordt er tussen de 10 en 17 euro entreegeld per persoon per dag betaald (tarieven en wisselkoersen op datum van schrijven). Ga je naar Kenia, dan loopt dit op tot 55 of 75 euro per persoon per dag, afhankelijk van het bezochte reservaat. Ook de entreegelden voor de gidsen, de voertuigen en de accommodaties verschillen erg van land tot land.

Er zijn nu eenmaal goedkopere en duurdere landen om in te reizen, maar de ervaring verschilt natuurlijk ook helemaal. De omgeving, de dieren (zowel het aantal als de verscheidenheid) en wat er kan gezien worden (denk aan de migratie van de gnoes) zijn plaatsgebonden. Het gevoel van je echt in de rauwe wildernis te bevinden, is dat eveneens. Asfaltwegen en privéranches waar dieren gevoerd worden om de fotograaf maar een mooi plaatje op te leveren, doen afbreuk aan die beleving. Helaas wordt het in de reisinfo niet altijd vermeld dat je naar zo’n plek gaat, dus vraag dat liefst duidelijk na. Kijk goed naar foto’s van gebieden die je interesseren om uit te maken waar je wilt zijn voor jouw ultieme fotosafari. Afhankelijk van het gekozen land weet je nu al iets meer over waarom de prijs is wat hij is.

Accommodatie die in het reservaat gelegen is, zorgt voor veel intensere wildlife-ervaringen.

Let bij het lezen van de uitgebreide informatie over de reis die je interesseert ook goed op waar je slaapt. Liggen de lodges of kampen in het reservaat (veel beter!) of erbuiten? Zijn het luxe- of basisaccommodaties? Heerst er een safarisfeer of meer een hotelsfeer? Heb je je eigen sanitair of moet je afspreken met anderen wanneer je de buitendouche of het long drop toilet kunt gebruiken? Is er elektriciteit om de batterijen van je camera op te laden? Er is immers voor elk wat wils, maar vergeet dus niet te checken of de accommodatie wel bij jouw behoeften aansluit.

Safaritenten zijn er van klein tot groot, van ‘zonder badkamer’ tot ‘met alle modern comfort’.

De beste periode

Om zoveel mogelijk dieren voor je lens te krijgen, is het cruciaal dat je de periode goed uitkiest. De beste periode is zonder twijfel het droge seizoen, en wel als dat al minimaal een maand bezig is. Ten eerste zal de vegetatie minder dicht zijn en zullen dieren daardoor beter zichtbaard en beter te fotograferen zijn. Ten tweede is er niet voldoende water meer te vinden in de vegetatie en de kleine plassen die zich in het regenseizoen overal bevinden, en verzamelen de dieren zich rond de nog aanwezige rivieren en waterpoelen. Het gebied waar je de dieren moet gaan zoeken, wordt kleiner – de succesratio bijgevolg hoger.

In het regenseizoen zullen dieren bovendien liever zelf voor de regen schuilen dan erin te gaan lopen om de fotografen te plezieren – alweer een factor om rekening mee te houden. Ook worden sommige wegen onberijdbaar in het volle regenseizoen, waardoor je je zult moeten beperken tot safari’s in kleinere gebieden of fotografie in en rond het kamp.

Het regenseizoen maakt het veel moeilijker om dieren te spotten en te fotograferen.

Er schuilt echter een addertje onder het gras: om de bovenvermelde redenen is het droge seizoen logischerwijze ook het hoogseizoen in Afrika. De prijzen van de accommodaties liggen er dan 30% tot 50% hoger dan in het regenseizoen. Dat is helaas de prijs die je betaalt voor een betere wildlife-ervaring.

Wanneer valt nu die ideale periode? Grosso modo kan je zeggen dat midden juli tot eind september de beste safarimaanden zijn. Dit verschilt wel van land tot land en binnen een land soms ook regionaal. In sommige landen stoppen of beginnen de regens vroeger dan in andere landen, dus je slaat er het best even een klimaatgrafiek van het gebied op na.

Gezellig samen

Als fotograaf wil je natuurlijk plaats voor je apparatuur en wil je je vrijelijk in het safarivoertuig kunnen bewegen. Daarom moet het aantal personen in het voertuig beperkt worden. Ideaal voor safari’s zijn de langgerekte uitvoeringen van de standaard achtpersoonsjeeps zoals die in Oost-Afrika gebruikt worden, waar je dan met maximaal vier personen in plaatsneemt. Belangrijk is dat als de actie aan één kant van het voertuig gebeurt, iedereen een plekje heeft om aan die kant te fotograferen (uit het open dak of uit het raam). Je goed informeren over de aard en de grootte van het voertuig is dus geen overbodige luxe. Beeld je daarbij het voertuig in en hoe je je daarin al dan niet gemakkelijk van hier naar daar kunt bewegen en je gewenste positie kunt innemen.

Hoe kleiner de groep, hoe meer persoonlijke feedback je mag verwachten van de begeleidende fotograaf. In mijn ervaring als begeleider is het bij een groepje van zeven deelnemers nog haalbaar om iedereen voldoende te begeleiden. Dat kan uiteraard alleen indien er dan twee voertuigen worden gebruikt voor de safari.

Als er maximaal vier personen in een groot voertuig zitten, heeft iedereen de kans om elke fotokans te benutten.

Overigens niet onbelangrijk is het om te vermelden dat een voertuig je dichter bij dieren kan brengen. De dieren in de Afrikaanse natuurreservaten zijn doorgaans gewend aan voertuigen en associëren ze niet meteen met mensen. Begeef je je buiten het voertuig, dan is dat wel zo. Veel dieren zullen wegrennen als een mens te dichtbij komt, andere kunnen wel eens agressief reageren. Een goede (en gewapende!) gids weet bij een wandelsafari wel hoe ver hij kan gaan in het belang van mens én dier.

Zo veel mogelijk zien

Het kan verleidelijk zijn om een reis te kiezen waarbij je zoveel mogelijk natuurreservaten van een land bezoekt. Bedenk echter dat de afstanden vaak groot zijn en de wegen druk en/of in slechte staat. Lange verplaatsingen betekent minder tijd in de reservaten en dus een minder intense beleving.

Veel meer voldoening haal je uit een reis die zich beperkt tot één of een aantal dicht bij elkaar liggende gebieden. Niet alleen kom je dan zelf meer tot rust, maar je hebt ook alle tijd om het gebied helemaal te verkennen en van alle ervaringen langer te genieten. En elke dag in een natuurreservaat is weer anders. Op de plek waar gisteren leeuwen op de loer lagen, staat nu misschien een olifant te drinken – daarvoor hoef je dus geen kilometers verder te rijden.

Let wel op met valse beloftes in reisomschrijvingen. Ik heb al menige reisroute gelezen waarbij het spotten van een bepaald dier gegarandeerd wordt in een regio waarvan ik weet dat er (bijna) geen (meer) zitten. Mochten je zulke ‘garanties’ in een reisbrochures lezen, vraag je het best even hoe gegarandeerd dat is. Hopelijk krijg je dan een eerlijk antwoord.

Vergelijken

Vooraleer je boekt, vergelijk je de verschillende aanbiedingen ten gronde en in detail. Neem hiervoor goed je tijd. Leg de gedetailleerde reisroutes naast elkaar en stel extra vragen indien iets onduidelijk is.

Waar gaat de reis naartoe? Wat betekent een reis van tien dagen? Is dat tien dagen ter plaatse en ben je op dag één al aan het fotograferen, of worden de verplaatsingen meegeteld en is dag één een vliegdag? Hoeveel deelnemers zijn er en vooral ook: hoeveel per voertuig? Hoe lang duren de game drives (lokaal woord voor de ochtend- en avondsafari’s)? Wat is er precies in de fotografische begeleiding inbegrepen? Hoeveel tijd ben je eigenlijk in de reservaten? Waar slaap je? Is de ligging goed gekozen en wat is er van comfort aanwezig? Boek je wel bij een betrouwbare organisatie? Dat zijn allemaal zaken die het verschil kunnen maken in het gevoel dat je aan een safari overhoudt.

Geboekt!

Het is zover. Je hebt de ideale fotosafari gevonden en geboekt. Nu moet je nog even nadenken over de voorbereiding. Wat heb je zoal nodig?

Vraag goed na bij de organisatie waar je geboekt hebt welke formaliteiten en documenten er nodig zijn om naar het land van je keuze te reizen. Een geldig paspoort zal daar zeker bij zijn, maar voor veel landen heb je ook een reisvisum nodig. Ook zijn sommige inentingen in bepaalde landen verplicht. Hier kan je huisarts je zeker in adviseren. Je kunt ook een afspraak maken in het Tropisch Instituut in Antwerpen of in een ziekenhuis dat een afdeling ‘Reisadvies en vaccinaties’ heeft (zoals het UZ Leuven). Deze artsen zijn het best geschikt om met jou je ideale reisapotheek te overlopen. Meer informatie kan je alvast vinden op www.itg.be. In Nederland vind je vergelijkbare info op www.ggdreisvaccinaties.nl.

Welke kledij het meest geschikt is, hangt af van de bestemming en de gekozen periode. Dat vraag je dus het best na bij de organisator of begeleider.

Fotomateriaal

Maar welke fotoapparatuur heb je nodig? Om te beginnen een telelens. Ik adviseer steeds minimaal 300 mm op een cropcamera (APS-C-sensor) of 400 mm op een full-framecamera. Dat is zeker voldoende. Is het fijn om af en toe eens meer bereik te hebben? Ja, zeker als vogels je prioriteit zijn. Maar echt nodig is het niet. Je bent vaak genoeg heel dicht bij dieren – soms zo dicht dat je gewoon een groothoek op je camera wilt hebben. En zitten de dieren verder van je weg, is dat een mooie gelegenheid om het dier in zijn omgeving weer te geven. Het is overigens geen slecht idee om naast een telelens ook een kortere lens en zelfs een groothoeklens mee te brengen. Zo kan je ook landschappen of ruimere beelden fotograferen en meer variatie in je portfolio brengen.

Een 400mm-telelens op full-frame is toch wel het minimum om wildlife te fotograferen.

Wat met het lenzen wisselen tijdens de safari? Afrika is bekend om zijn stoffigheid, dus is lenzen wisselen dan wel zo verstandig? Uiteraard moet je geen lenzen wisselen wanneer er net een ander voertuig aan komt rijden dat een enorme stofwolk achter zich laat. Als je geen rondvliegend stof ziet, kan het wel even. Verder is het best je fotoapparatuur zoveel mogelijk tegen stof te beschermen. Je cameratas biedt natuurlijk de meeste bescherming, maar als je bij elke fotokans je cameratas eerst moet openritsen, je lensdop eraf moet halen en je zonnekap erop moet zetten, zou de fotokans wel eens voorbij kunnen zijn wanneer je daar allemaal klaar mee bent.

Het best kan je een plastic zak rond je camera draaien, of een regenhoes, of je fleece gebruiken om je camera in te rollen. Houd de camera dan goed op schoot, dan ben je meteen klaar wanneer er actie is. Zijn de wegen op een bepaalde plek erg hobbelig, leg dan toch beter je camera in je fototas, dan kan je hem bij een onverwachte beweging van het voertuig niet uit je handen laten vallen.

Verwissel lenzen zo weinig mogelijk, zodat er geen stof in je camera belandt.

Als je de mogelijkheid hebt om twee camera’s mee te nemen, reduceer je natuurlijk de kans op stof bij het wisselen van de lenzen én ben je ook flexibeler zodra je een fotokans ziet. Ten slotte moet je je apparatuur af en toe eens goed verwennen. Met een goede kwaliteit (ongebruikte!) verfkwast kan je alles af en toe eens goed afstoffen en voorkom je dat stof in je apparatuur verzeild raakt. Maar ook al neem je alle voorzorgen, toch is een bezoekje aan een sensorreiniger na de reis meestal geen slecht idee.

Accessoires

Een onmisbaar attribuut voor een fotosafari is een goede bonenzak. Zo’n zakje kan je leeg meenemen en ter plaatse vullen met rijst of bonen. Je camera ligt er lekker stabiel op en je bent superflexibel. Loopt de leeuw van de linkerkant van het voertuig naar de rechterkant? Met één zwier ben je aan de overkant geïnstalleerd. Zie je plots iets waar een laag standpunt voor is aangewezen? Je verhuist je bonenzak zeer snel van het open dak naar het raam. Eén ding mag je echter niet vergeten: haal hem ook weer van dak of raam af als je begint te rijden. Zo niet kan hij wel eens onherroepelijk verloren gaan als hij naar buiten valt.

Een bonenzak is een onmisbaar attribuut voor flexibel fotograferen vanuit een safarivoertuig.

Verder heb je natuurlijk voldoende geheugenkaartjes nodig – hoeveel hangt ervan af of je in raw- of jpeg-formaat fotografeert en hoe groot je bestanden zijn – en liefst enkele reservebatterijen. Je zal veel foto’s maken, zoveel is zeker. Een back-upsysteem is ook zeer aangewezen. In camera’s waar plaats is voor twee geheugenkaartjes kan je telkens op de tweede kaart een back-up maken.

Groot nadeel hiervan is dat je veel geheugenkaartjes zult moeten meenemen en dat is niet goedkoop. Het neemt wel erg weinig plaats in. Persoonlijk reis ik met een laptop en twee externe harde schijven in zakformaat. Elke avond download ik mijn foto’s van de geheugenkaart naar de eerste harde schijf en maak ik een back-up op de tweede harde schijf. Ik bewaar deze schijven op verschillende plaatsen. Beter overdreven voorzichtig dan foto’s kwijt.

Denk er ook aan dat je voor al je elektrische apparatuur (laders, laptop enz.) vaak een adapter zult nodig hebben om de plaatselijke stopcontacten te kunnen gebruiken. Informatie hierover kan je op het internet vinden (bijvoorbeeld op deze website).

Afhankelijk van de bestemming en de fotokansen aldaar, kunnen ook filters of andere attributen van pas komen. Je reisbegeleider is de beste persoon om daar advies over te geven.

Ter plaatse

Nu kan je gaan genieten, bijleren en mooie foto’s maken. Een typische (en ideale) dagindeling van een fotosafari start al heel vroeg. Bij zonsopgang ben je al onderweg om het mooiste licht en de activiteit van de roofdieren niet te missen. Het best neem je een ontbijtpakket mee vanuit het kamp zodat je niet gebonden bent aan de ontbijttijden aldaar. Je wilt echt niet weggaan bij die luipaard die net op het punt staat om uit zijn boom te springen, gewoon omdat het ontbijt klaarstaat. De game drive duurt zolang er goede fotokansen zijn. Slecht licht of dieren die gaan schuilen voor de warmte zijn meestal het sein voor een terugkeer naar het kamp.

Voor de lunch kan je even rusten, fotograferen in het kamp of je begeleider aanklampen voor nog wat extra tips en tricks. Na de lunch maakt de begeleidende fotograaf tijd vrij om enkele foto’s samen te bekijken en daar individueel feedback over te geven. In de late namiddag volgt de volgende game drive, die stopt bij het laatste licht. Na aankomst in het kamp is er tijd om je op te frissen en je foto’s te downloaden, waarna er gezellig getafeld en nagepraat wordt. Na het avondeten lonkt het comfortabele bed. Je wilt immers goed uitgerust aan de ongetwijfeld boeiende dag van morgen beginnen!

Als je een ontbijtpakket meeneemt, kan je de dag heel flexibel indelen.

Met respect voor natuur en dier maak je de mooiste foto’s en heb je de fijnste beleving. Verder moet elke Afrikareiziger zich ervan bewust zijn dat Afrika enig geduld en relativeringsvermogen vraagt: wegen kunnen hobbelig zijn en de dingen werken niet altijd even efficiënt zoals ze dat thuis doen. Het levensritme ligt er lager, wat uiteindelijk iedereen ten goede zou moeten komen …

Toen ik deze foto nam, was ik alleen. Ik wist dat de luipaard het te warm zou krijgen in de boom en naar beneden zou komen. Ik at mijn ontbijt in de auto op en wachtte tot het moment daar was. De andere voertuigen waren op dat moment teruggekeerd naar hun lodge of kamp om te ontbijten.

Over Ingrid Vekemans

Ingrids passie voor fotografie gaat hand in hand met haar liefde voor Afrika en zijn wildlife. Zij organiseert kleinschalige workshops over natuurfotografie en geeft privécoaching. Ingrid begeleidt bovendien fotosafari’s naar Afrika.

www.ingridvekemans.com

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Shoot 52. In de huidige uitgave, editie 85, schreef Ingrid een vervolg op dit verhaal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in