Spinnen Edwin Giesbers
f/10.0, 1/250, ISO 400, 90 mm In het tegenlicht en met een onderbelichting van -2,33 EV wordt de achtergrond zwart en de spin goed belicht.


Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


Zelfs in huis komen vele soorten spinnen voor, maar zoals als vaak bij kleine onderwerpen: als je er niet op let, dan zie je ze ook niet. Toch leven in België en Nederland maar liefst bijna 700 verschillende soorten – in allerlei vormen, kleuren en maten.

Veel mensen hebben last van arachnofobie, oftewel angst voor spinnen. Zelfs het kleinste spinnetje kan hen de grootste rillingen bezorgen. En niemand zal het fijn vinden om ‘s nachts een harige vogelspin, zo groot als als een volwassen mannenhand, onder zijn of haar dekbed te vinden. Vaak wordt gedacht dat spinnenangst in je jeugd is aangeleerd door een gillende moeder die bang was voor een spinentje. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat het genetisch bepaald is. En ja, de ene persoon heeft er nu helaas meer last van dan de ander.

Spinnen Edwin Giesbers
f/5.6, 1/200, ISO 1600, 90 mm De getijgerde lijmspuiter is een klein spinnetje dat in huis leeft. Lopend op een zitkussen op de bank levert het een kleurrijk plaatje op.

Er is echter hoop voor de angstigen onder ons! Professor Merel Kindt van Universiteit Amsterdam heeft namelijk een methode ontwikkeld om binnen een paar minuten verlost te zijn van arachnofobie. Ze gaf haar proefpersonen een pilletje met een stofje dat het stresshormoon adrenaline onderdrukt. Zelfs toen die een joekel van een vogelspin kregen te zien, bleek dat buitengewoon goed te helpen.

Ik heb nog een andere oplossing: spinnenfotografie! Ook ik heb, weliswaar in beperkte mate, angst voor spinnen. Vooral voor de exemplaren die door hun lange poten wat groter lijken. Maar ik kan uit eigen ervaring vertellen dat de wens om een mooie spinnenfoto te maken, die angst prima onderdrukt. Met de camera voor mijn neus ervaar ik minder angst en durfde ik recent zelfs dicht op de grote gerande oeverspin te kruipen. Dit is de reus onder de spinnen in de Lage Landen. En ik heb het overleefd!

Spin in het web

Een van de makkelijkste onderwerpen om te fotograferen zijn de spinnen in een web, zoals huisspin en de wespenspin. Ze vallen op en lopen niet weg, al moet je wel oppassen dat je niet tegen het web stoot. Of nog erger, het per ongeluk stukmaakt.

Spinnen Edwin Giesbers
f/3.8, 1/250, ISO 400, 135 mm (kleinbeeldequivalent) De bekendste spin is de kruisspin en bij het eerste licht – in tegenlicht – krijg je een mooie doorschijning van de pootjes.

Het gevaar van een makkelijk te fotograferen onderwerp is dat je te weinig nadenkt over de beeldinvulling. Je maakt snel de foto en daar ben je tevreden mee. Prima en niks mee, maar juist bij spinnen in een web zijn er meer fotografische invalshoeken te bedenken. Je kunt ze van allerlei kanten fotograferen, waardoor je ook meteen verschillende achtergronden krijgt. En zit de spin in een mooie en onbeschadigd web, dan kun je het beestje ook eens klein in beeld nemen en meer ruimte voor het web reserveren.

Met dauwdruppels in heb web ontstaan ook leuke mogelijkheden. Vooral als het zonlicht in de druppels schijnt, kan je voor mooie bokehringen zorgen. Of probeer eens schuin in het web te fotograferen en niet parallel aan het web, zoals vaak wordt gedaan. Dan krijg je weer heel andere effecten. Hierbij is de keuze van het diafragma mede bepalend voor het effect, dus maak vooral gebruik van de ruimte om te experimenteren. Meestal werkt een vrij groot diafragma als f/5.6 prima!

Spinnen Edwin Giesbers
f/7.1, 1/125, ISO 1600, 90 mm Over de rand van de boot hangend kan ik – laag over het water voor een optimale spiegeling – de grote gerande oeverspin fotograferen.

Als het web wat hoger in de vegetatie hangt, zou je ook kunnen kijken of je het landschap kunt betrekken in het beeld. Hiervoor is een groothoekmacro-objectief ideaal, want daarmee kun je de spin van dichtbij fotograferen met het landschap herkenbaar in de achtergrond. Zolang je de spin maar voorzichtig benadert en niet tegen de webdraden stoot, blijft de spin zitten in zijn web. Mocht de geleedpotige toch even wegschieten, dan duurt het meestal niet lang voordat hij weer terug naar het centrum van het web kruipt.

Springspinnen

Springspinnen zijn een van de meest fotogenieke spinnen. Ze hebben geen web en jagen actief op hun prooi. Sommige springspinnen zijn maar enkele millimeters groot, maar de schorsmarpissa kan wel 14 millimeter groot worden. In tegenstelling tot veel andere spinnensoorten kan de springspin uitstekend zien en dat doet ze met acht ogen. De twee achterste zijn voor het nachtzicht en twee ogen aan de zijkant zorgen voor een groothoekbeeld. De twee grote ogen in het midden kunnen bewegen, zodat de spin op een mogelijke prooi kan focussen. Voor het juist inschatten van de afstand heeft ze nog twee ogen aan de zijkant. Zit de prooi binnen de juiste afstand, dan doet de spin haar naam eer aan en bespringt haar prooi.

Spinnen Edwin Giesbers
f/11.0, 1/1600, ISO 800, 90 mm Op een oude container zit een zebraspringspin te speuren naar prooi.

Je vindt springspinnen overal, bijvoorbeeld op de buitenmuren van je huis. Zelfs in je woning kunnen ze voorkomen, vaak in de omgeving van de vensterbank. Door de zon beschenen plekjes zoals muurtjes en roestige containers zijn favoriet bij bepaalde soorten. Dat zijn dan ook prima plekken om ze te spotten. Door de tekening op het lichaam zijn ze – ook als ze stilzitten –  lastig te zien, maar omdat ze actief zijn zul je ze met wat geduld vast vinden. Ze reageren snel op bewegingen, maar als je zelf langzaam en rustig beweegt springen ze meestal niet weg. Je kunt ze dan van heel dichtbij benaderen. De spin heeft je echter wel degelijk gezien en houdt je goed in de gaten. Maar blijkbaar beschouwen ze mensen niet als vijand.

Spinnen Edwin Giesbers
f/9.0, 1/1250, ISO 500, 90 mm Door de camera plat tegen de container de drukken ontstaat een mooie onscherpte in voor- en achtergrond bij deze zebraspringspin.

Omdat ze zo klein zijn en vaak heen en weer lopen over bijvoorbeeld een muur, is het gebruik van een statief bij het fotograferen onhandig. Voordat je alles hebt opgesteld, is de spin vaak al uit het werkgebied voor je objectief vertrokken. Beter is het om ze dan vanuit de hand te fotograferen. Als jezelf op of tegen een muur leunt, heb je alsnog voldoende stabiliteit voor een scherpe foto. Met deze werkwijze kun je ook veel sneller de juiste compositie maken en makkelijker op ooghoogte met de spin werken.

Fotografeer ook eens heel laag over het oppervlak waar de spin op zit heen. Je krijgt dan een prachtig onscherp vlak voor en achter de spin. Daardoor pakt ze nog meer de aandacht van de kijker.

In huis

Het leuke van spinnenfotografie is wel dat je echt niet ver hoeft te zoeken om je onderwerp te vinden. In de tuin zie je al snel de kruisspin in haar web zitten en binnenshuis leven ook een aantal leuke soorten. Volgens spinnenexperts kunnen dat er wel honderden zijn, al zie je ze niet direct. De spinnen die een web maken, zoals de huisspin, zitten meestal achter een kast, in een hoekje, achter het schilderij of onder het bed.

Spinnen Edwin Giesbers
f/10.0, 1/160, ISO 1000, 90 mm Een grote harige huisspin van achteren uitgelicht met een Lume Cube-lampje.

Soorten als de getijgerde lijmspuiter zijn echter zo klein dat je ze snel over het hoofd ziet. Dat is eigenlijk jammer, want door een macro-objectief bekeken is een soort als de getijgerde lijmspuiter zeker de moeite waard om te fotograferen. Deze kleine spin die maximaal 6 millimeter groot wordt komt vooral in gebouwen voor en is ’s nachts actief. Hij heeft geen web, maar gaat al lopend op zoek naar prooi. Eenmaal een prooi in het oog, dan spuugt hij er vanaf een veilige afstand een kleverige spinselsubstantie in een zigzagpatroon overheen. Die prooi – soms zelfs een grotere spin – kan geen kant meer op en kan veilig met een beet worden uitgeschakeld. Vaak tref je het spinnetje in de ochtend aan als het traag lopend weer teruggaat naar zijn schuilplaats. Dat is hét moment om het van dichtbij te fotograferen.

Omdat de getijgerde lijmspuiter zo klein is, is een beeldvullende opname alleen mogelijk met een speciale macro-objectief als de Laowa 25 mm of met een macro-objectief met setje tussenringen. Lopen ze echter op een bank of over een kleurrijk kussen, dan is het juist leuk om wat van de leefomgeving in beeld mee te nemen. Je brengt het spinnetje zelf dan kleiner in beeld.

Trilspin

Een meer in het oog springende spin in huis is de trilspin. Deze zit vaak in de hoeken van het plafond. De trilspin wordt vaak verward met de hooiwagen vanwege haar bouw en lang poten. De laatste behoort tot de spinachtige maar is geen echte spin. Van de trilspin werd altijd gedacht dat ze zeer giftig is. Wellicht heeft dat te maken met het feit dat ze op andere spinnen jaagt, zelfs op de veel grotere huisspin. Maar wees gerust: de vermoede giftigheid is niet bewezen. Daarbij zijn de kaken van de spin te klein om door de mensenhuid heen te bijten.

De grijze huisspin is waarschijnlijk de soort waar de meeste mensen schrik voor hebben. Ze is al relatief groot, maar lijkt door haar grote harige poten nog een stuk groter. Als ze actief zijn, rennen ze nog weleens in de avond over het tapijt of muur. Dat gebeurt in het algemeen in het najaar. Je ziet dan de mannetjes die actief op zoek zijn naar een vrouwtje. Zit zo’n spin op de muur of kast, dan is dat het goede moment om ze te fotograferen.

Het enge gevoel bij zo’n spin kun je prima in beeld brengen door een donkere tegenlichtfoto te maken. Belicht hiervoor de foto onder met -2 EV en zet een lampje als de Lume Cube voorzichtig achter de spin. Je laat hiermee de harige poten nog beter uitkomen. Als dat geen griezelfoto oplevert …

Grote gerande oeverspin

Een van de grootste spinnen in Nederland en België is de grote gerande oeverspin. De spin is zeldzaam en beschermd en heeft een bijzondere levenswijze. Ze leven in de oevervegetatie van laagveenplassen waar ze op bijvoorbeeld blad van de gele plomp of waterlelie doodstil zitten te wachten. Met hun voorpoten voelen ze de rimpelingen van het wateroppervlak die door andere insecten en visjes als stekelbaarsjes zijn veroorzaakt. De visjes kunnen ze met een korte duik zelfs onder water vangen. Daarom hebben ze ook geen web nodig om prooi te vangen. Bovendien zijn ze in het bezit van harige poten waarmee ze over het water kunnen lopen.

Spinnen Edwin Giesbers
f/10.0, 1/500, ISO 1250, 90 mm Door voorzichtig te bewegen kun je springspinnen van heel dichtbij fotograferen.

De beste manier om de grote gerande oeverspin te fotograferen is vanuit een bootje. Je kunt dan dichterbij de spinnen op het drijvende blad komen. In de maanden september en oktober begeven de grote vrouwtjes zich vaak op de vegetatie vlak langs het water. Ze bevestigen daar hun eicocon in een koepelvormig web, en blijven die bewaken. Als je haar voorzichtig benadert, kun je zelfs groothoekfoto’s maken met het landschap in de achtergrond. Een van de weinige plekken waar de spin leeft is Nationaal Park Weerribben-Wieden. Zeker in het najaar is de grote gerande oeverspin hier goed te zien. In het park kan je fluisterbootjes huren, waarmee je het prachtige gebied rustig kunt verkennen op zoek naar de spinnen.

Lentevuurspin

Wellicht de mooiste, maar ook een zeer zeldzame, spin is de vuurspin. In Nederland leeft ze op maar enkele plekken waarvan de bekendste het National Park de Hoge Veluwe is. In België dacht men dat de spin was uitgestorven, totdat in 2011 – na 113 jaar – een populatie werd ontdekt. Het vrouwtje is zwart en leeft in een holletje in de grond dat is bekleed met spinsel. Ze wordt zelden waargenomen. Het mannetje is kleiner en heel opvallend met een felrood achterlijf met grote zwarte stippen. Niet vreemd dat ze deze spin in het Engels dan ook de Ladybug spider heet. Het mannetje leeft jarenlang ook in een holletje, maar eenmaal volwassen gaat hij in april op zoek naar een vrouwtje. Gedurende een paar weken kun je de mannetjes aantreffen als ze al wandelend over fietspaden en zandpaden haastig op zoek zijn naar de vrouwelijke exemplaren. Door hun kleur vallen ze weliswaar op, maar fotograferen is nog niet makkelijk. Ze zitten namelijk maar zelden stil. Geduld loont en als de spin even stil zit, maak je – zelf liggend en laag over de grond heen – de mooiste foto’s.

Spinnen Edwin Giesbers
f/5.6, 1/1000, ISO 800, 90 mm Heel af en toe blijft de zeldzame lentevuurspin zitten. Dat is de kans om een close-up te maken.

Je zou de beweging van die alsmaar lopende spin kunnen accentueren door een langzame sluitertijd te gebruiken. Beweeg de camera dan in dezelfde snelheid van de spin mee met zijn loopgang. Het resultaat is een foto met meer dynamiek!

Spinnenwebben

Spiderman deed het ooit in een van zijn superheldenfilms: met zijn spinnenweb een rijdende metro tot stilstand brengen. Het klinkt bizar, maar studenten aan de universiteit van Leicester berekenden dat spinnenzijde daar echt toe in staat zou zijn. Spinnenzijde staat dan ook bekend – op de tanden van de zeeslak na – op het sterkste biologische materiaal ter wereld: het is tot vijf keer sterker dan staal!

Spinnen Edwin Giesbers
f/7.1, 1/1600, ISO 400, 52 mm (kleinbeeldequivalent) In het najaar loont het om bij zonsopkomst al in het gebied te zijn. Met een beetje mazzel hangen alle webben vol met dauwdruppels.

Bij de spin komt de spinrag of spinsel uit de spintepel tevoorschijn. Het hardt zodra de spin het met de poten naar buiten trekt. Spinnen gebruiken spinrag voor allerlei doeleinden: om hun eieren of prooien in te verpakken of als veiligheidsdraad om zichzelf mee te zekeren. Maar natuurlijk ook om een web van te maken waarin ze hun prooi kunnen vangen.

Naast deze bijzondere eigenschappen van het web is het ook een mooi foto-object. En het liefst met wat dauwdruppels erop, want het web is door de spin gemaakt om zo onzichtbaar mogelijk te zijn. Als kleine parels aan een ketting hangen dan de druppels in het web. Dat levert zeker in de vroege ochtend prachtig sfeervolle beelden op. En heel veel mogelijkheden om er ook leuke foto’s van te maken.

Spinnen Edwin Giesbers
f/9.0, 1/4000, ISO 200, 135 mm (kleinbeeldequivalent) Door schuin in het web en bij tegenlicht te fotograferen ontstaan mooie effecten.

Om spinnenwebben te fotograferen dient het echter wel windstil te zijn, want een zuchtje wind laat ze al in beweging komen. Dan is het zeer lastig om nog een scherpe foto te maken. Zowel bewolkte als zonnige dagen zijn geschikt. Bij een bewolkte dag levert het weer heel andere beelden op dan op zonnige dagen. Zoek ook eens een web op met wat planten erachter. De waterdruppels gaan dan als een soort vergrootlensjes werken, waarin je bijvoorbeeld ook een bloem in de achtergrond kunt laten terugzien. Om zoveel mogelijk van het web én de druppels scherp te krijgen, is het gebruik van een statief aan te raden. Je kunt dan wat makkelijker de camera parallel aan het web positioneren en tevens een kleiner diafragma als f/11 gebruiken voor de noodzakelijke scherptediepte. Je wilt namelijk zoveel mogelijk de scherpte van hoek tot hoek laten lopen.

Spinnen Edwin Giesbers
f/51, 1/8, ISO 50, 90 mm Tijdens de langere sluitertijd heb ik met de camera bewogen, waardoor dit grafische effect is ontstaan. Het beeld is daarna omgezet in een zwart-witbestand.

De eerste momenten in de ochtend met een opkomende zon leveren vaak mooie fotomomenten op. Deze periode brengt oranje tinten als je het web in het tegenlicht fotografeert. Er ontstaan ook mooie bokehringen van de waterdruppels die in de onscherpte liggen. Dan is het weer beter om met wat grotere diafragmawaarden te werken als f/4.0 en f/5.6 om mooie grote ringen te krijgen. Afhankelijk van de kracht en warmte van de zon heb je niet veel tijd, want de druppels kunnen snel verdwijnen.

Spinnen Edwin Giesbers
f/13.0, 1/1000, ISO 640, 20 mm Met een groothoekobjectief kun je de spin ook in haar leefomgeving laten zien.

Camerabeweging en spinnenwebben

Voor liefhebbers van meer abstracte beelden is een spinnenweb ook de moeite waard om eens mee te spelen. Bekijk in de vroege ochtend en bij het eerste zonlicht een web vol dauwdruppels bijvoorbeeld eens in tegenlicht. De ondergrond – het landschap – kan dan door middel van een flinke onderbelichting van -2 tot -4 EV al bijna zwart worden. De dauwdruppels worden dan als allemaal als kleine gloeilampjes weergegeven. Als je met langzamere sluitertijden als 1/8 seconde gaat werken, dan zijn er bijzonder leuke resultaten mogelijk. Beweeg de camera tijdens de langere belichting bijvoorbeeld en maak een golvende beweging of een cirkelbeweging. Ieder beeld zal er weer anders uitzien en je zult verbaasd zijn over het resultaat.

Mocht er tijdens je experimenten toevallig een wandelaar je gadeslaan, dan fronst die vast zijn of haar wenkbrauwen vanwege al die gekke bewegingen die je voor het spinnenweb maakt. Maar we net van onze spinnenangst af, dus trekken we ons hier al helemaal niks van aan!

Dit artikel is geschreven door vaste Shoot-medewerker Edwin Giesbers. Ook de beelden zijn door hem gemaakt. Op zijn website vind je meer beelden van hem en informatie over zijn werk als natuurfotograaf. Edwin schreef bovendien een boek over macrofotografie.



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in