Winter wonderland: Zo fotografeer je winterse vogels
De winter biedt onverwachte mogelijkheden om vogels in al hun pracht te fotograferen. Liefst in een flinke pak sneeuw, maar ook zonder zo’n witte deken levert het steevast schitterende natuurfoto’s op.
Witte wintervogels: de knobbelzwaan
Knobbelzwanen broeden in België en Nederland, maar vanuit het hoge noorden komen ook nog vogels om te overwinteren. Met name in de winter vormen zich grote groepen in de uiterwaarden en bij de meren. Dat zijn dan ook de plekken waar je ze het beste kunt zoeken. In Vlaanderen vind je ze bij Blokkersdijk op de Antwerpse Linkeroever. Dit natuurgebied vlakbij de Schelde en de haven is met zijn verschillende biotopen een uitstekende plaats om vogels te fotograferen.
f/5.6, 1/640, ISO 400, 300 mm (kleinbeeldequivalent) Als je toch dichtbij een knobbelzwaan zit, dan kun je ook experimenteren met het strakker inkaderen bij portretfoto’s.
Tijdens een reportage voor een magazine ontdekte ik in de polder bij Hazerswoude-Dorp een slaapplek van een grote groep knobbelzwanen. Dichtbij ligt ook weidevogelreservaat De Wilck en dat is een belangrijke overwinterplek voor de kleine zwaan. Op dat moment was hadden we al geruime tijd een vorstperiode maar nog zonder sneeuwval. Maar toen de eerste sneeuw een paar weken later viel, was ik er als de kippen bij en reed ik voor zonsopkomst naar de polder in Hazerswoude. En gelukkig lagen de zwanen op hun slaapplek te dutten toen ik aankwam. Gedurende diverse dagen ben ik teruggegaan, want tja, hier had ik jaren op gewacht. Ik wilde geen kans onbenut laten. Iedere ochtend als de zwanen wakker werden verlieten ze hun slaapplek om middels een lange aanloop over de sneeuw het luchtruim te kiezen, op zoek naar plekken om voedsel te vinden. Een prachtig actiemoment om, naast de meer statische beelden van zwanen in de sneeuw, te fotograferen.
f/5.6, 1/400, ISO 400, 300 mm (kleinbeeldequivalent) Zoom ook eens in op details, zoals hier de grote poten van een knobbelzwaan. Je kunt er leuke foto’s van maken.
Witte wintervogels: de ooievaar
Ooievaars in de winter fotograferen? Dat wordt weer steeds meer mogelijk. In Vlaanderen en Nederland was in de jaren ’70 een achteruitgang, die vooral te wijten was aan het verlies van leef- en broedgebied. De vochtige graslanden, waar de ooievaar graag vertoeft, werden voor de moderne landbouw drooggelegd. Daardoor nam de hoeveelheid van en de variatie aan insecten, het voedsel van ooievaars, enorm af. In Planckendael en in het Zwin wordt er thans alles aan gedaan om broedgebied te voorzien voor de ooievaars. Inmiddels worden er (vooral tijdens de najaarstrek) steeds meer ooievaars gezien. De grootste groepen die in België werden waargenomen, telden meer dan 260 vogels.
In Nederland kan je de laatste jaren beter ooievaars in de winter fotograferen. Dankzij de herintroductieprogramma’s van de diverse buitenstations is bij een deel van de Nederlandse ooievaars de trekdrang naar Afrika niet meer aanwezig. Dankzij deze buitenstations zijn er nu zo’n 700 paar ooievaars in Nederland. Gemiddeld blijven zo’n 500 vogels in de winter in Nederland. Een prima plek om ooievaars in de winterperiode te fotograferen is de zuidkant van Lelystad. Diverse nesten zijn ook te vinden in natuurpark Lelystad. Hier zijn de afgelopen jaren ook veel ooievaars geboren; eerder in gevangenschap maar nu kunnen ze allemaal vrij rondvliegen. Veel vogels hebben zich ook buiten het parken gevestigd. De ooievaars zijn in Nederland zelfs landelijk nieuws geworden, toen ze massaal hoogspanningsmasten bij de A6 in Lelystad gingen gebruiken om hun kroost groot te brengen.
In de winterperiode verzamelen zich de ooievaars in groepen en tijdens een sneeuwrijke winter kun je prachtige foto’s maken in natuurpark Lelystad en de weilanden rondom dit park.
Bijzondere watervogels
Een geschikte plek om prachtige watervogels en bijzondere watervogels te fotograferen ligt tussen Noordwijk aan Zee en Zandvoort: de Amsterdamse Waterleidingduinen. Het open water van de kanalen trekt met name in de winterperiode bijzonder veel watervogels, waaronder vele interessante soorten als de brilduiker, de wintertaling, de grote zaagbek, de krooneend en de kuifeend. Ook de waterspreeuw wordt hier bijna iedere winter waargenomen. Het gebied heeft vier hoofdingangen waarvan Panneland en de Oase bij Vogelenzang wel de populairste zijn. De beste omstandigheden voor fotografie van de watervogels aldaar zijn de echt winterse omstandigheden, als het hard heeft gevroren zodat delen van de kanalen dicht met ijs zijn. In de stukken waar zich door stroming in het water nog geen ijs heeft gevormd, zijn vaak grote concentraties van watervogels te vinden. Om ze voldoende groot in beeld te krijgen is een objectief van 300 tot 500 mm aan te raden. Doordat veel moderne camera’s een overvloed aan pixels hebben, is het achteraf in een bewerkingsprogramma als Photoshop prima om nog een uitsnede te maken. Zo kun je de vogel groter in beeld te plaatsen. Bij bijvoorbeeld een uitsnede waarbij 30 procent van het beeld wordt weggehaald, is het vaak nog mogelijk om een afdruk in flink formaat in goede kwaliteit te laten printen.
f/7.1, 1/800, ISO 250, 750 mm (kleinbeeldequivalent) De krooneend doet wat exotisch aan en laat zich tijdens vorstrijke perioden in nog niet bevroren waterplasjes beter zien.
Watervogels zijn in het algemeen veel rustiger indien je aan de rand van het water gaat zitten in plaats dat je blijft staan. Je zult zien dat – zodra je zit of ligt – ze dan ook weer vrij dichtbij voor je langs komen zwemmen. Een laag standpunt van de camera is ook beter omdat dan de achtergrond verder weg komt te liggen. Die komt dan dus ook minder scherp in beeld. Dat geeft een veel rustigere achtergrond waardoor het beeld prettiger oogt.
Een stevig statief waarbij de poten horizontaal geplaatst kunnen worden is handig. Daarmee kun je zo laag mogelijk over het water of ijs fotograferen. Een alternatief is om de camera en objectief op een stevige rijstzak te leggen, waarbij je een hoekzoeker gebruikt om de compositie te bepalen.
f/7.1, 1/1250, ISO 400, 750 mm (kleinbeeldequivalent) De wintertaling is een prachtig klein eendje.
Koperwiek en kramsvogel in de polder
Twee wintergasten uit het hoge noorden zijn de koperwiek en kramsvogel, beide leden van de lijsterfamilie. Tijdens de trek in oktober en november zijn ze vaak in de nacht te horen op het moment dat ze in grote groepen over het land naar het zuidwesten trekken. Men treft ze over het algemeen in de winter aan op besdragende stuiken als de lijsterbes, de kardinaalsmuts en de hulst. In de polders en uiterwaarden staan vaak hiervan enkele struiken met bessen in een verder open landschap. Door de geringe keuze in struiken is er een grote kans dat ze bezocht worden door de koperwiek en kramsvogels om van die de bessen te komen smullen.
Gewoon geduldig posten bij een van deze struiken is het devies. Op een gegeven moment komen de vogels wel naar de struiken gevlogen. Vanuit de auto zijn ze prima te fotograferen. Ook het standpunt is goed te gebruiken omdat de vogels zich in de struiken meestal op gelijke hoogte of iets hoger bevinden. Als ze wat hoger zitten, kun je prima de lucht als rustige achtergrond in beeld meenemen.
Watch out voor de waterspreeuw
Hij drijft, duikt en zwemt en kan zelfs onder water lopen: de waterspreeuw. Bijna iedere winter duikt hij – de ondersoort zwartbuikwaterspreeuw- wel ergens op in België en Nederland, maar waar precies is elk jaar weer spannend. Afgelopen jaar waren er rond de tien vogels in Nederland waarvan eentje zich op hield in de Ooijpolder bij Nijmegen. Soms blijven ze maar enkele dagen, maar het mannetje vond het stromende beekje in de polder zo leuk dat hij vele maanden lang op deze plek bleef. Tot veel plezier van talloze vogelaars die geen dag voorbij lieten gaan om deze zeldzame wintergast met eigen ogen te bewonderen. In België daarentegen is de waterspreeuw – en dan de ondersoort roodbuikwaterspreeuw – meer algemeen en zelfs een broedvogel.
f/6.3, 1/320, ISO 400, 600 mm (kleinbeeldequivalent) Iedere winter zijn er wel een paar waterspreeuwen te vinden, vaak bij stromend water.
De waterspreeuw is een bijzondere vogel en een van de weinige zangvogels die kan duiken. Hij is daarvoor perfect aangepast met enkele morfologische en fysiologische aanpassingen. Een compacte bouw, korte vleugels en extra gewicht van massieve botten om onderwater te kunnen blijven. Dat is uniek onder vliegende vogels! Ook de ogen hebben goed ontwikkelde spieren voor de scherpstelling. Ze kunnen de kromming van de lens veranderen om beter onderwater te kunnen zien. Door de hoge hemoglobinegehalte in hun bloed hebben ze een grotere capaciteit om zuurstof op te slaan. Daardoor kunnen ze dertig seconden of langer onderwater blijven. Allemaal bijzondere aanpassingen en de typering ‘duikkampioen’ waardig!
In het zuurstofrijke stromende water, zoals de snelstromende beken in de Ardennen, gaat hij dan op jacht naar allerlei ongewervelden als haften, zoetwatervlokreeftjes en waterpissebedden. Vaak hebben ze een vaste plek zoals een steen in het water. Vandaaruit verkennen ze de omgeving. En in de winter verblijven ze in die delen van het water die open blijven, zoals beekjes en overgangen bij gemalen.
Het leuke voor ons als natuurfotografen is wel dat deze overwinteraars totaal niet schuw zijn. Ze laten zich tot op wel twee meter benaderen en gaan gewoon door met hun dagelijkse bezigheden. Heb je in de media of op websites als waarnemingen.be en waarneming.nl gehoord dat er ergens een waterspreeuw is gesignaleerd? Wacht dan niet te lang om op pad te gaan. Soms blijven de vogeltjes maar enkele dagen op die plek, als je geluk hebt dus enkele maanden. Eenmaal op de hotspot van de waterspreeuw aangekomen zie je meestal direct waar de waterspreeuw zich ophoudt. Er zijn ongetwijfeld meer fotografen op afgekomen. Neem dan rustig een eigen plekje in en je zult zeker leuke foto’s maken. Het kan trouwens geen kwaad om een klein opklapbaar stoeltje mee te nemen, zodat je wat geriefelijker zit dan op de koude bodem.
In het park
In ieder dorp of stad vind je ze wel: parkvijvers. En in de wintermaanden zijn die tijdens perioden met vorst een verzamelplaats van allerlei watervogels zoals meerkoeten en meerdere eendensoorten. Maar ook de blauwe reiger en de ijsvogel laten zich hier in de winterperiode veelvuldig zien. Parkvijvers zijn een eldorado voor vogelfotografen, want over het algemeen zijn de vogels in deze tijd hier beter te fotograferen. Vooral als een groot deel van de vijver is dichtgevroren, houden de vogels zich vaak allen centraal op bij nog de niet dichtgevroren delen.
f/6.3, 1/400, ISO 250, 400 mm Kramsvogels kun je prima vanuit een auto fotograferen die je bij een besdragende struik hebt geparkeerd.
Parkvijvers zijn zo een ideale plek om, dichtbij huis, te proberen van vaak algemene soorten vogels toch aansprekende beelden te maken. Vaak zijn we als fotografen geneigd voorbij te gaan aan algemene vogelsoorten als het om fotografie gaat. Soorten die we veelvuldig in onze leefomgeving tegenkomen lijken op een of andere manier niet meer interessant genoeg om te fotograferen. Ik vergelijk het wel eens met fotograferen op reis. Het hele jaar door maken we weinig foto’s, maar als we in een ander exotisch land komen, blijven we maar fotograferen. Vaak worden dat niet de beste foto’s omdat de diepgang ontbreekt. Het zijn veelal vluchtige beelden van snelle momenten, een soort van fotografische fast food.
f/7.1, 1/500, ISO 800, 750 mm (kleinbeeldequivalent) De vaak schuwe blauwe reiger laat zich in stadsparken goed fotograferen.
Juist de natuur in je eigen omgeving kun je gebruiken om meer kwaliteit aan je fotografie te geven. Waarom? Omdat je een onderwerp kunt uitdiepen, er meer tijd in kunt steken en keer op keer weer terug kunt gaan. Op die manier breng je je fotografie van een bepaalde soort naar een hoger niveau.
Neem als voorbeeld de meerkoet. Die is zeer algemeen voorkomend, maar we kijken ernaar en lopen verder. Maar in de winterperiode vormen ze grote groepen en met een mooie laag sneeuw kun je ze prachtig fotograferen. Hetzelfde geld voor de waterhoen. Ook dit is een algemene, maar schuwe vogel die je vooral tussen de dichte oevervegetatie vindt. In de wintermaanden vormen zich bij onder andere parkvijvers groepen die zich beter laten fotograferen. Schroom niet om wat brood mee te nemen als je in de winter de parkvijver bezoekt. De vogels kunnen dat goed gebruiken en je kan ze ermee op plekken krijgen die voor de foto’s interessanter zijn.
f/5.6, 1/250, ISO 640, 600 mm (kleinbeeldequivalent) De eerste sneeuwval is het beste moment om dit te fotograferen, omdat de sneeuwvlokken dan mooi afsteken tegen het donkere landschap.
Zo zie je maar, zelfs voor aansprekende vogelfotografie in de winter hoef je niet ver van huis hoeft te gaan!
Dit artikel is geschreven door vaste Shoot-medewerker Edwin Giesbers. Ook de beelden zijn door hem gemaakt. Op zijn website vind je meer beelden van hem en informatie over zijn werk als natuurfotograaf.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag en vrijdag het beste uit de fotografiewereld in je mailbox.
Dit artikel is geschreven door vaste Shoot-medewerker Edwin Giesbers. Ook de beelden zijn door hem gemaakt. Op zijn website vind je meer beelden van hem en informatie over zijn werk als natuurfotograaf.