Verklarende woordenlijst fotografie


Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


Je ziet op de Shoot-website en in het magazine heel wat termen voorbijkomen die specifiek te maken hebben met fotograferen en soms is het moeilijk om te weten waar je moet beginnen. We hebben ze hier allemaal voor je verzameld, zodat je snel kan nakijken wat ze betekenen.

A

APS-sensor
Een beeldsensor die even groot is als een APS-negatief, meer bepaald 16 bij 24 mm.

Aperture
De Engelstalige term voor diafragma*.

Autofocus
Een systeem waarmee de camera automatisch scherpstelt op een onderwerp, zodat het duidelijk en scherp afgebeeld wordt. Je activeert de autofocus door de ontspanner half in te drukken.

Hoe hoger het diafragmagetal, hoe kleiner de opening en hoe meer scherptediepte.


B

Batterij
Een digitale camera haalt zijn stroom uit één of meerdere batterijen. Soms zijn dat gewone ronde AA-batterijen, soms zijn het speciale, herlaadbare batterijen die door de camerabouwer meegeleverd worden. Bij die laatste krijg je ook een speciale batterijlader om de batterij te herladen.

Beeldsensor
Het onderdeel van een digitale camera dat de opname vastlegt. Een beeldsensor bevat vele miljoenen lichtgevoelige puntjes of pixels. Deze registreren het licht dat door de lens naar binnen valt. Dat licht wordt dan door de camera omgezet naar een digitaal bestand.

Beeldstabilisatie
Een systeem dat ervoor zorgt dat de beweging van de camera gecompenseerd wordt, zodat je foto’s scherp blijven. Dit kan bijvoorbeeld in de lens aanwezig zijn. Het voordeel van lensstabilisatie is dat het beeld in de zoeker ook al gestabiliseerd is. Andere merken bouwen beeldstabilisatie rond de sensor, waardoor je er dus geen speciale lens voor nodig hebt.

Belichting
Het proces waarbij de beeldsensor wordt blootgesteld aan licht dat door de lens naar binnen valt. Om een goede foto te maken, moet er voldoende licht op de beeldsensor terechtkomen. Een digitale camera berekent automatisch hoe dit moet gebeuren. Je kunt de belichting manueel aanpassen door de sluitertijd, het diafragma en de ISO-gevoeligheid in te stellen.

Belichtingscompensatie
Bij heel donkere of heel lichte voorwerpen berekent een digitale camera niet altijd de juiste belichting. Je kunt de automatische belichting dan verbeteren door een belichtingscorrectie toe te passen. Een positieve waarde maakt de foto helderder, een negatieve waarde maakt de foto donkerder.

Bestand
Een bestand is een hoeveelheid digitale informatie die door een computer of een ander elektronisch apparaat kan worden gelezen. Een tekstverwerkingsprogramma produceert tekstbestanden, een digitale camera produceert beeldbestanden. In de fotografie komen we vooral RAW*- en JPEG*-bestanden tegen.

Bewegingsonscherpte
Wanneer je met een te lange sluitertijd bewegende onderwerpen fotografeert of zelf te veel met de camera beweegt, zullen je foto’s niet scherp zijn. Dat heet bewegingsonscherpte.

Blackout (free)
Blackout verwijst naar het moment waarop de spiegel van je camera omhoog klapt om licht door te laten naar de beeldsensor. Moderne systeemcamera’s laten soms ook blackout free fotograferen toe. Zo verlies je het onderwerp nooit uit het oog.

Brandpuntafstand
De afstand tussen de beeldsensor en het midden van de lens. Een korte brandpuntafstand heet een groothoek, een lange brandpuntsafstand heet een tele. Op een zoomlens kun je de brandpuntafstand veranderen. Een prime lens* heeft dan weer een vaste brandpuntafstand

Belichting is er in vele vormen en maten.


D

Diafragma
Een verstelbare opening in de lens van de camera, die bepaalt hoeveel licht door de lens kan passeren. Het diafragma wordt uitgedrukt door het diafragmagetal. Een laag getal, zoals f/2.8 betekent een grote diafragmaopening.

Digitale camera
In een digitale camera legt een beeldsensor* het beeld vast. De foto wordt als een digitaal bestand opgeslagen op een geheugenkaart. Een digitale camera is de tegenhanger van een ‘analoge camera’, die met chemische film werkt.

DSLR
Een Digital Single-Lens Reflex-camera of spiegelreflex-camera maakt gebruik van een interne spiegel die omhoog klapt als er een foto genomen wordt. Hierdoor valt er licht op de beeldsensor en kan de foto digitaal worden opgeslagen. Neem je geen foto dan weerkaatst de spiegel het licht naar de zoeker, waardoor je met je oog kan zien wat je gaat fotograferen. Dit verklaart ook waarom je zoeker even zwart wordt als je een foto maakt (blackout *).


F

Flitser
De flitser van een camera produceert een heel krachtige lichtflits die het onderwerp dat je fotografeert verlicht. Heel wat digitale reflexcamera’s bevatten een ingebouwde flitser, maar op de meeste modellen kun je ook een extra flitser monteren.

Fotoprinter
Een printer is een apparaat om je teksten en/of afbeeldingen op papier te zetten. Een fotoprinter is speciaal ontworpen om foto’s af te drukken. Je moet daarvoor wel speciaal papier en inkt gebruiken.

Four Thirds-sensor
Een beeldsensor met de afmetingen 13,5 bij 18 mm, zoals gebruikt door de merken Leica, Olympus en Panasonic.

Fullframesensor
Een beeldsensor die even groot is als het negatief in een 35-mm filmcamera, dus 24 bij 36 mm.

De sensor vormt het hart van je camera.

G

Geheugenkaart
Een geheugenkaart is een klein opslagmedium waarop de bestanden van je digitale camera worden bewaard. Er bestaan verschillende types geheugenkaarten, zoals de SD-kaart, SDHC (High Capacity) en SDXC (Extended Capacity), CompactFlash, Memory Stick en xD Picture Card. Meestal wordt er één type kaartje gebruikt, maar vaak voorzien fabrikanten ook een tweede kaartslot.

Elk van deze types bestaat in verschillende groottes, bijvoorbeeld 32 gigabyte, 64 gigabyte of 128 gigabyte. Wanneer het kaartje vol is, moet je foto’s verwijderen of een nieuw kaartje plaatsen om verder te kunnen fotograferen. Hoeveel foto’s er op een kaartje passen, hangt af van de resolutie van je camera, de kwaliteit die je instelt, en de grootte van het gebruikte kaartje.

Gevoeligheid (ISO)
De gevoeligheid bepaalt hoe lang een beeldsensor moet worden belicht om een correcte belichting te krijgen. Hoe hoger de gevoeligheid, hoe minder lang de sensor moet worden belicht, dus hoe korter de sluitertijd mag zijn.

De gevoeligheid wordt uitgedrukt in ISO-waarden. Een gevoeligheid van ISO 200 is dubbel zo hoog als een gevoeligheid van ISO 100. Bij identieke omstandigheden heb je met ISO 200 een sluitertijd nodig die maar half zo lang is met ISO 100. Bij hoge ISO-waarden hebben veel digitale camera’s last van ruis.

Gigabyte
1.024 megabyte.

Groothoek
Een groothoeklens is een lens met een korte brandpuntafstand. Dit type wordt gekenmerkt door een brede gezichtshoek en is daardoor erg geschikt om landschappen en gebouwen te fotograferen.


H

HDMI
Een manier om je camera op andere apparaten zoals een televisie aan te sluiten. HDMI staat voor ‘high definition multimedia interface’ en is dus bij uitstek geschikt voor het doorsturen van films en beelden in hoge definitie. Om ruimte te besparen vind je op je camera vaak een micro-HDMI aansluiting.


J

JPEG
Een veel gebruikt bestandstype bij digitale camera’s. Een JPEG-bestand is een kant-en-klare foto die je kan afdrukken, mailen, bewerken of op sociale media plaatse. Dat is een van de eigenschappen waardoor het zich onderscheidt van een RAW-bestand*, dat verdere nabewerking vraagt. Het verschil tussen beiden leggen we uit in ons RAW vs JPEG artikel.


K

Kaartlezer
Een apparaatje waarin verschillende soorten geheugenkaarten passen en dus gebruikt kan worden om foto’s op een pc te zetten. Deze kan vast in je computer zitten of kan voor een lage prijs aangekocht worden.

Een externe kaartlezer helpt als je hem niet ingebouwd hebt.

Kleurzweem
Een ongewenste kleur over een foto. Een kleurzweem kan het gevolg zijn van een verkeerde instelling voor de witbalans.

Kwaliteit
Een digitaal bestand kan worden opgeslagen met verschillende kwaliteitsinstellingen. Hoe lager de kwaliteit, hoe kleiner het bestand. Natuurlijk zien bestanden met lage kwaliteit er minder goed uit wanneer je ze bekijkt of afdrukt.

L

Lens
Een geheel van glazen of plastic elementen waardoor het licht op de beeldsensor valt. We onderscheiden breedhoeklenzen*, fish eye lenzen*, prime lenzen* en zoomlenzen*.

Lichtmeting
Een camera bevat een systeem dat meet hoeveel licht er is in de scène die je wilt fotograferen. Op basis daarvan past de camera de instellingen aan, zodat je een correcte belichting krijgt.

Lightroom
De populairste app om foto’s te bewerken. De software is afkomstige uit de stallen van Adobe en kan moeiteloos RAW-bestanden aan. Je betaalt er een maandelijks abonnementsbedrag voor.

Live View
Een systeem waarbij je op een het lcd-scherm achteraan op het toestel gebruikt om je onderwerp in beeld te nemen en niet de zoeker van je camera.


M

Macro
Macro-opnames zijn opnames die je van heel dichtbij maakt, bijvoorbeeld van een bloem of een insect. De meeste camera’s bevatten een speciale instelling voor dergelijke opnames.-

Megabyte
Een megabyte is een maat voor de grootte van een digitaal bestand. Hoe meer megabytes, hoe meer plaats een digitale foto op een geheugenkaart inneemt. Een digitale camera maakt foto’s van enkele tientallen megabyte groot tot zelfs meer dan 100 MB. Een voorbeeld daarvan is de Sony A7R IV, die foto’s van wel 60 megapixels maakt.

Megapixel
Eén miljoen pixels.
 

Lenzen worden ook wel objectieven genoemd.

O

Objectief
Een correctere benaming voor de lens van een camera.

Onderbelichting
Wanneer het onderwerp op de foto te donker is, spreken we van onderbelichting. Soms is dit het gevolg van een verkeerde lichtmeting en kan je er iets aan doen door een positieve belichtingscorrectie toe te passen. Soms is er gewoon te weinig licht, en moet je een flits gebruiken.

Opnamevertraging
De tijd die verstrijkt tussen het moment waarop je de ontspanner indrukt en het moment waarop de opname effectief wordt gemaakt. De vertraging is afhankelijk van de camera, maar in veel gevallen spreken we van enkele honderdsten van seconden. Hoe langer de opnamevertraging, hoe groter de kans dat het moment dat je op foto wou vastleggen al voorbij is.

Overbelichting
Wanneer het onderwerp op de foto te licht is, spreken we van overbelichting. Soms is dit het gevolg van een verkeerde lichtmeting en kan je er iets aan doen door een negatieve belichtingscorrectie toe te passen.


P

Pixel
De term pixel (een samentrekking van picture en element) wordt gebruikt voor twee verschillende zaken. De lichtgevoelige puntjes op de beeldsensor worden pixels genoemd. Een sensor met vijf miljoen pixels heet dan een sensor met vijf megapixel. Een pixel kan ook verwijzen naar de blokjes waaruit een digitale foto is opgebouwd.

Prime lens
Lenzen met een vaste brandpuntafstand noemen we prime lenzen. Meestal zijn zij te verkrijgen in combinatie met een groot diafragma zoals f/2.8 of f/1.8. Vaak zijn prime lenzen enorm scherp. Ze zijn bovendien ook goedkoper in de aanschaf dan de gemiddelde zoomlens. Populaire brandpuntafstanden zijn 35mm, 50mm en 85mm.


R

RAW
Een RAW-bestand bevat de ‘ruwe’ informatie die de beeldsensor van de digitale camera heeft vastgelegd. Om er een foto van te maken, moet een RAW-bestand ‘ontwikkeld’ worden via software zoals Lightroom*.

Resolutie
Een maat voor de hoeveelheid detail die een camera kan vastleggen. Hoe hoger de resolutie, hoe meer detail er zichtbaar is in de foto. De resolutie hangt af van het aantal pixels op de beeldsensor.

Rode-ogeneffect
Wanneer het licht van je flitser weerkaatst in de ogen van personen die je fotografeert, kleurt hun pupil bloedrood. De meeste camera’s bevatten een instelling om het rode-ogeneffect te reduceren; hierbij flitst de flitser meerdere keren, zodat de personen hun pupil vernauwt. Maar rode ogen kunnen eigenlijk beter achteraf via software worden gecorrigeerd.

Ruis
Ongewenste storingen in een beeld. Ruis is zichtbaar als puntjes van een andere kleur, meestal rood of groen. Ruis treedt vooral op bij lange sluitertijden en/of bij hoge gevoeligheden.
 

Macro scherptediepte
Wat voor scherptediepte verkies jij?

S

Scènepreset
Digitale camera’s bevatten instellingen voor veel voorkomende situaties, zoals portretten, landschappen en sport. Wanneer je zo’n instelling selecteert, weet de camera wat je probeert te fotograferen en zal hij automatisch bepaalde instellingen toepassen.

Scherptediepte
Een maat voor het gedeelte van de gefotografeerde scène dat scherp afgebeeld is. Een grote scherptediepte betekent dat heel veel scherp is afgebeeld. Bij een kleine scherptediepte is een groot deel van de scène onscherp. De scherptediepte wordt bepaald door het diafragma, de brandpuntafstand van de lens en de afstand tot het onderwerp. Lees er alles over in ons scherptediepte artikel.

Sleuf
Opening waarin een geheugenkaart past. Elk type kaart past maar in één sleuf, dus wees voorzichtig wanneer je een geheugenkaart in een lezer of camera plaatst.

Sluiter
Het systeem dat ervoor zorgt dat het licht dat door de lens komt gedurende een bepaalde tijd op de sensor kan vallen.

Sluitertijd
De tijdsduur waarin de sluiter geopend wordt. De sluitertijd kan variëren van minder dan een duizendste van een seconde tot meerdere seconden. De camera berekent automatisch welke sluitertijd nodig is voor een correcte belichting. Bij een lange sluitertijd neemt de kans op bewegingsonscherpte toe en gebruik je dus beter een statief.

Spiegelreflexcamera
Een camera waarbij het licht dat door de lens valt via een spiegel afgeleid wordt naar de optische zoeker. Wanneer je afdrukt, klapt de spiegel op en wordt de beeldsensor belicht.


T

Tegenlicht
Wanneer de belangrijkste bron van licht – bij buitenopnames is dat natuurlijk de zon – zich achter het onderwerp dat je wilt fotograferen bevindt, spreken we van tegenlicht.

Tele(lens)
Een telelens of tele is een lens met een lange brandpuntafstand. Dat levert een heel nauwe gezichtshoek, waardoor ze vooral geschikt is om onderwerpen te fotograferen die zich ver van je bevinden.

U

USB-kabel
Een kabeltje waarmee je een camera kan aansluiten op een computer. Micro-usb is nog steeds enorm populair, maar wordt stilaan ingehaald door USB-C.

W

Witbalans
Elke lichtbron (de zon, een gloeilamp, een tl-buis) heeft een eigen kleur. Je merkt dat niet, omdat je hersenen die kleur automatisch wegfilteren, maar op foto’s is dat wel te zien. Een camera kan iets gelijkaardigs doen door de witbalans aan te passen. Camera’s hebben een automatische witbalansregeling; daarbij proberen ze zelf na te gaan wat de kleur van de lichtbron is. Je kunt de witbalans ook instellen op een bepaald type lichtbron.

Gebruik jij de zoeker of liever live view?


Z

Zelfontspanner
Wanneer je de zelfontspanner gebruikt, verstrijken er een enkele seconden tussen het moment waarop je afdrukt en het moment waarop de opname wordt gemaakt. Dat geeft je bijvoorbeeld de tijd om mee op de foto te gaan staan.

Zoeker
Achteraan op een digitale camera zit de optische zoeker, waardoor je door de lens kunt kijken. Op camera’s die over de Live View-technologie beschikken kun je ook het lcd-scherm gebruiken om dat te doen. Vaak gebruik je je dominant oog om door de zoeker te kijken. Ontdek hier welk dat is.

Zoom
Het systeem waarmee je de brandpuntafstand van de lens kunt veranderen. Een zoomlens heeft een bepaald bereik; men spreekt bijvoorbeeld van een drievoudige (3x) of vijfvoudige (5x) zoom. Het zoombereik drukt uit met welke factor je de brandpuntafstand vergroot. Bij een lens waarvan de brandpuntafstand kan variëren van 18 tot 55 mm is de zoomfactor bijvoorbeeld 3 maal. Dit is dan een drievoudige zoom.



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.