f/2.8, 1/800, ISO 100, 300 mm

Serengeti en Lake Mayara zijn de bekendste fotospots van Tanzania. Maar het Afrikaanse land biedt nog meer parels die schitterende wildlifebeelden opleveren. In dit artikel reizen we af naar het zuiden van Tanzania.

Safari’s in Tanzania beperken zich meestal tot het uiterst noordelijke circuit. Hiertoe behoren de vermaarde Serengeti en andere pareltjes als Lake Manyara en Tarangire. Hoewel er absoluut geen enkele reden is om dit fantastische gebied over te slaan, kan het er wel eens druk worden. De safariganger verlangt er wel eens naar om al dat moois helemaal voor zichzelf te hebben, en om samen met de reisgenoten in alle rust privé te genieten van een intens natuurmoment. Kan dit in Tanzania? Jawel. Zuid-Tanzania vind je in weinig reisbrochures terug, maar die lapsus zal ik in dit artikel even voor je ontleden.

Voor Shoot schreef ik eerder al een artikel over hoe je het meeste uit een fotosafari naar Afrika kunt halen. Die algemene tips worden hier niet herhaald, maar het is wel de moeite waard om beide artikels naast elkaar te lezen. De betreffende editie is al een tijdje uitverkocht, maar het artikel is wel online beschikbaar.

Hoe reizen in Zuid-Tanzania?

Dar Es Salaam is het vertrekpunt van deze reis. Van daaruit kan je een binnenvlucht nemen naar Nyerere National Park, dat internationaal nog steeds bekend staat als Selous. In 2019 veranderde het echter van naam ter ere van Julius Nyerere, de eerste president van Tanzania. Het nadeel van een binnenvlucht is dat deze slechts een totaalgewicht voor je bagage toelaten van twaalf kilogram. Daar zit een beetje serieuze fotograaf al snel aan en je moet toch wat kleren kunnen meenemen ook! Het is mogelijk om een extra zitje in het vliegtuig te kopen, maar dat verhoogt de kostprijs aanzienlijk.

Luipaarden verschuilen zich vaak op de ‘kopjes’ van waaraf ze hun prooi goed kunnen besluipen. f/4, 1/1000, ISO 1250, 420 mm

Persoonlijk verkies ik om met de auto naar Nyerere te rijden. Dat is minder prijzig en de rit duurt niet eens heel lang. De reistijd bedraagt ongeveer zes uur over grotendeels comfortabele wegen, dus mits een vroege start kan je al voor de lunch aanschuiven in je eerste kamp. Er zijn verschillende accommodaties aan de ingang van het park, maar toch raad ik aan om meteen door te rijden naar een accommodatie die in het park gelegen is. Dat zal duurder zijn, maar daar is dan ook een reden voor. De flexibiliteit van een vroege start en een mooie zonsondergang, omgeven door de dieren, is absoluut zijn geld waard. Nyerere en Ruaha National Park lijken in vogelvlucht op een boogscheut van elkaar te liggen, maar schijn bedriegt. De rechtstreekse verbinding tussen beide over de weg is een uiterst oncomfortabele urenlange rit doorheen ruig berglandschap.

Dat klinkt avontuurlijk, maar vakantie is het niet meer. Het is zelfs sneller om van Nyerere weer noordwaarts naar Dar Es Salaam te rijden om vervolgens de grote weg naar Ruaha in het zuidwesten te nemen. En ja, dat is een hele lange rit. Gelukkig is er een alternatief. Je kan een binnenvlucht nemen tussen beide nationale parken. Maar wat dan met die twaalf kilo bagagelimiet? Wel, hier zit er dan niets anders op dan voor dat extra zitje in het vliegtuig te betalen. Of je neemt slechts twaalf kilogram mee in een kleine handbagage en laat de rest achter je aan rijden over de weg. Als je die kost met enkele reisgenoten deelt, kan dat best meevallen.

Doumpalmen en nijlpaarden vanuit een boot in Lake Manze in Nyerere. f/11, 1/250, ISO200, 90 mm

Wanneer je terugreist van Ruaha naar Dar Es Salaam, kan dat over de weg waarbij je een nachtje (of twee) stopt in Mikumi National Park. Hierbij moet gezegd dat beide ritten erg lang duren en de weg deels onaangenaam onverhard is. Niet echt fijn voor het humeur. Bovendien wordt Mikumi vaak door inwoners van Dar Es Salaam bezocht als een uitstapje van enkele dagen. Na de afgelegen natuurervaringen in Nyerere en Ruaha National Park zal Mikumi naar mijn mening een anticlimax zijn. Ik raad dan toch weer eerder aan om met enkel handbagage naar Dar Es Salaam te vliegen en de rest van je bagage over de weg achterna te laten komen, ofwel om extra zitjes te boeken om al je bagage op de binnenvlucht mee te nemen.

Het vermelden waard is zeker dat je vanuit Ruaha ook weer naar Mahale Mountains National Park kunt vliegen om daar een uiterst exclusief strandverblijf met zeer kleinschalige chimpanseetrektochten te combineren. Een fotografische en ontspannende topper, maar dit kost je een flinke hap uit je portemonnee. Uiteindelijk beland je toch weer in Dar Es Salaam waar er verschillende resorts zijn waar je van de reis kunt bekomen, maar ik zou dan liever een binnenvlucht of bootreis naar Zanzibar ondernemen. Dit tropische eiland biedt talrijke accommodaties van groot naar klein en is een culturele topervaring.

Nyerere National Park

Nyerere National Park, of Selous in de volksmond, is Tanzania’s grootste natuurreservaat en beslaat een oppervlakte die twee maal zo groot is als België. De wonderbaarlijk grote populaties van de in dit park aanwezige zoogdieren ondersteunen de reputatie van Nyerere als de belangrijkste overblijvende Afrikaanse wildernis. Het reservaat telt naar schatting 150.000 buffels, 40.000 nijlpaarden en 4.000 leeuwen, waarschijnlijk de grootste populaties op het Afrikaanse continent. Het is ook een van de belangrijkste gebieden waar de bedreigde Afrikaanse wilde hond nog voorkomt, net als de sabelantilope en de puku. Ook krokodillen, gevlekte hyena’s, luipaarden, olifanten en meer dan 440 vogelsoorten bewonen dit uitgestrekte gebied.

yerere telt de grootste populatie leeuwen op het Afrikaanse continent. f/4, 1/3200, ISO 400, 500 mm

Wat dit reservaat verder typeert, zijn de verschillende mogelijkheden om het wild te benaderen. Het park wordt doorkruist door de Rufijirivier, de langste en breedste rivier van het land. Water trekt dieren aan, dus naast jeepsafari’s is er ook de mogelijkheid om boottochten op de Rufijirivier te maken. Met lage bootjes die behendig tussen de nijlpaarden door gemanoeuvreerd worden, kan je de dieren dan vanaf een laag standpunt fotograferen. In de hoge oevers van de Rufijirivier nestelen ook kolonies Witkapbijeneters die steeds voor een kleurrijk spektakel zorgen.

Bovendien zorgt de rivier voor een aanvoer van water naar omliggende meren waar er opnieuw kansen zijn om boottochten te maken of het gebied errond met een safarivoertuig te verkennen. Het landschap varieert tussen open savanne en wat dichter struikgewas, terwijl de dode doumpalmen in de meren een uitkijkpunt zijn voor Afrikaanse zeearenden. Vandaaruit hebben ze een ongehinderd zicht op de prooien in het water rondom. De roep van deze arenden is doordringend mooi en daardoor een zintuiglijke ervaring op zich.

Een boek lezen in een kamp in Nyerere doe je nooit alleen. f/4, 1/1600, ISO 1600, 420 mm

Ook in de kampen zelf zijn er fotografiemogelijkheden. Het kampmanagement zal je informeren over waar het veilig is om zelf in het kamp rond te lopen (of iemand met Een je meesturen om een oogje in het zeil te houden), dus zorg er zeker voor dat je een cameralenscombinatie bij je hebt die je makkelijk uit de hand kan bedienen. Gezien de oppervlakte van het park, is het best om enkele dagen in het oostelijke deel door te brengen om dan verder te trekken voor enkele dagen meer in het westen.

Ruaha National Park

Ruaha is bekend voor zijn gevarieerde landschap van glooiende heuvels, grote open vlaktes en dichter bebost gebied, en is gekenmerkt door indrukwekkende baobabs en kale rotsformaties die op z’n Afrikaans ‘kopjes’ worden genoemd. De Grote Ruaharivier slingert zich door het zuidelijke deel van het park en is er van levensbelang voor de dieren. Door de verscheidenheid aan habitats is het wildaanbod ook zeer gevarieerd. Zo vind je hier haast zeker buffels, zebra’s en giraffen, maar zijn ook de kleine en grote koedoe en de sabel- en roanantilope hier vertegenwoordigd. Ruaha National Park huisvest eveneens de grootste olifantenpopulatie in Tanzania.

Verder is het een uitstekend park om roofdieren te spotten. De leeuwengroepen zijn er groot, jachtluipaarden bevolken de open vlaktes en luipaarden houden zich schuil op de rotsen of in het struikgewas. Ook hier komt de Afrikaanse wilde hond voor. Bovendien is dit een paradijs voor de vogelliefhebber. Enkel en alleen al in Ruaha komen er meer dan 580 verschillende vogelsoorten voor.

De Grote Ruaharivier is niet bevaarbaar, dus alle safari-activiteiten vinden plaats in een voertuig. Dat gezegd zijnde, alle kampen in het park zijn niet omheind, dus ook wanneer je besluit om een dagje in het kamp te vertoeven, heb je best altijd de camera bij de hand. Het wild weet immers niet waar het kamp begint en eindigt. Voorzichtigheid is dan ook geboden. Ook hier raad ik weer aan om het verblijf tussen twee kampen te verdelen. Een combinatie van enkele dagen in de buurt van de Grote Ruaharivier en de rondomliggende kopjes, samen met enkele dagen in het meer noordelijke savannegebied, is ideaal.

De zonsopgang moest onverwachts plaatsmaken voor enkele minuten met een meute wilde honden. f/4, 1/1000, ISO 3200, 500 mm

Wanneer moet ik er zijn?

Het hoogseizoen is het droge seizoen in Tanzania. Dit zorgt ervoor dat het wild zich meer geconcentreerd bevindt in gebieden waar water beschikbaar is én dat de vegetatie minder dichtbegroeid is. Omwille van deze twee redenen zal je veel meer wild kunnen spotten dan in het laagseizoen. Best ga je wanneer het droge seizoen al enkele weken bezig is, zodat alles al wat begint te verdorren.

Grosso modo zou je kunnen zeggen dat je best gaat tussen half juli en midden oktober, voor de regens weer starten. Wanneer het regent, vinden de prooidieren immers voldoende vocht in de vegetatie die ze eten, waardoor ze minder behoefte hebben om zich aan de waterbronnen op te houden. Vermits de roofdieren hen volgen, wordt het veel minder voorspelbaar waar er iets te beleven zal vallen.

Hoe fotograferen?

Hoe en wat je in Zuid-Tanzania gaat fotograferen, kan je moeilijk thuis voorbereiden. Je weet niet welk dier je wanneer gaat zien en in welke omstandigheden. Het ene moment heb je net de instellingen klaar om een zonsopgang te fotograferen, het volgende moment loopt er een meute wilde honden voorbij je voertuig en moet je snel al die instellingen daarop afstemmen.

Dit is trouwens een situatie die we echt hebben meegemaakt. We hadden op voorhand een plek uitgezocht voor de zonsopgang en waren op tijd ter plaatse, bonenzakken over de rand, camera’s erop, witbalans en andere instellingen gecheckt, wanneer plots één van onze chauffeurs, met de verrekijker rondspeurend vanuit het open dak, twijfelend zegt “I think I see … wild dogs!” Nu zijn er prioriteiten in het leven van de Afrikafotograaf en een mooie zonsopgang staat gigantisch veel lager op de bucket list dan het kunnen zien – laat staan fotograferen – van een meute wilde honden. In een razend tempo informeer ik het andere voertuig, zetten de chauffeurs zich achter het stuur, haalt iedereen zijn bonenzak van het dak, en dirigeer ik het aanpassen van de instellingen voor iedereen. We kunnen de honden een tijdje volgen tot ze in het struikgewas verdwijnen. Op dat moment staat de zon allang te hoog aan de hemel, maar die paar minuten met de wilde honden doen ons dat helemaal vergeten.

Koppel Afrikaanse zeearenden bovenop een dode doumpalm in Lake Manze, Nyerere. f/5.6, 1/5000, ISO 500, 420 mm

Omwille van dit soort onvoorspelbaarheden, is een goede grip op je instellingen belangrijk. Dan kan je je snel aanpassen aan nieuwe beelden die met een wisselende snelheid in je zoeker verschijnen. En zo kan elk plan in duigen vallen om weer plaats te maken voor iets dat nog spannender is. Net dat maakt elke safari weer boeiend.

Geduld en anticiperen

Geduld is de belangrijkste eigenschap van een wildfotograaf. Dat, en natuurlijk een beetje kennis. Op een ochtend in Ruaha vertrokken we nog in het donker uit het kamp. Al snel zagen we in het licht van de koplampen van de auto een leeuwin over de weg lopen. Ze stapte resoluut en had duidelijk een missie. We besloten haar van op afstand te volgen. We hielden voldoende afstand om haar niet te storen, maar bleven dichtbij genoeg om haar niet uit het oog te verliezen.

Enkele kilometers verderop vervoegde ze een familie leeuwen met enkele mannetjes met redelijk korte manen. Ze waren dus nog wat jong en leeuwinnen gaan meestal op zoek naar grote, zwarte manen als het om de voortplanting gaat. Waarschijnlijk was ze dus die nacht op zoek geweest naar veelbelovend relatiemateriaal, had ze het niet gevonden en was ze dan maar weergekeerd naar haar groep.

Een goede wildfotograaf moet het geduld hebben om te wachten op het juiste moment (Ruaha). f/5.6, 1/500, ISO 200, 300 mm

De jonge mannetjes wisten waar de leeuwin op uit was en gingen al snel op de versiertoer. De eerste minnaar werd gekozen en de paring startte snel. Elke paring duurt slechts enkele seconden, maar leeuwen paren wel ongeveer om het kwartier, dus hier komt dat geduld van pas. Ik wilde toen echt de perfecte foto van de leeuwen dichtbij het voertuig met hun koppen naar mij gericht. Maar ik wilde ze niet in het struikgewas drijven, dus besloot het voertuig niet te verplaatsen. Leeuwen veranderen hun locatie immers zelf voor elke paring, dus was het makkelijkst om gewoon te wachten tot ze deden wat ik wilde. En uiteindelijk gebeurde dat waar ik op hoopte. Ik hield er een hele reeks leuke foto’s aan over maar had er wel drie uur voor uitgetrokken om tot dat resultaat te komen.

Het mooiste van alles is dat mijn foto’s uniek zijn. Want ik ben de enige die dit gefotografeerd heeft. We hebben één ander voertuig gezien, waarvan de passagiers geen kwartier wilden wachten op de volgende paring. Een snapshot van de liggende leeuwen was voor hen voldoende. Dat is nu net het mooie van Zuid-Tanzania, die privé-ervaringen van onvergetelijke momenten.

Wat zijn de beste instellingen?

Ik denk dat het al duidelijk is uit al het voorgaande dat er geen enkele set ‘beste instellingen’ is. Dieren bewegen aan verschillende snelheden en daar moet je de camera-instellingen op aanpassen. Je begint in het halfdonker voor zonsopgang te rijden en geleidelijk aan wordt het lichter. Daar moet je de camera op aan aanpassen. Hetzelfde gebeurt ’s avonds wanneer het geleidelijk aan donkerder wordt. Wanneer je in het halfdonker werkt, anticipeer je best op beweging met een sluitertijd van 1/500 seconde. Zet het diafragma volledig open om het weinige licht dat er is maximaal binnen te laten, zodat je geen al te hoge ISO’s moet gebruiken.

Babygiraf met roodsnavelossenpikker in Nyerere. f/5.6, 1/800, ISO 400, 500 mm

Wanneer je in Nyerere National Park een bootsafari maakt op de rivier of een meer, moet je rekening houden met de beweging van de boot. Vermits de boot nooit een moment helemaal stilligt, is het soms moeilijk focussen. Bij een vogel die dichtbij zit, of een grote vogel, krokodil of zoogdier (dichtbij of veraf), vind ik het nog altijd best om met éénpuntsfocus te werken en te proberen het oog daarin vast te houden. Indien een klein vogeltje wat verderaf zit, kan een kleine-groepsfocus helpen of een automatisch trackingsysteem. Dit staat echter bij oudere camera’s nog niet op punt, maar een groeiend aantal recente camera’s zijn daar erg sterk in. Maak in ieder geval continu-opnames voor het geval je af en toe de focus verliest.

In de hoge oevers van de Rufijirivier nesten grote kolonies bijeneters. f/11, 1/2000, ISO4500, 420 mm

Wanneer je erop anticipeert dat een vogel zal wegvliegen, kan je dienovereenkomstig de instellingen alvast aanpassen. Afhankelijk van de snelheid van de vogel zijn meestal sluitertijden van 1/1000 tot 1/2000 seconde voldoende. Zeker wanneer de vogel de lucht in vliegt, is het best hem te volgen met activatie van alle focuspuntjes. De camera zal de vogel dan onmiddellijk vinden en, zolang jij volgt, de vogel in focus houden. Houd er rekening mee dat je bij een lichte lucht en bij matrix- of meervlaksmeting de foto wat zult moeten overbelichten om te voorkomen dat alles middengrijs wordt. Wanneer de vogel dichtbij vliegt, diafragmeer je ook best. Je hebt immers alle (of meerdere) focuspuntjes geactiveerd en weet niet op welk deel van de vogel zal worden scherpgesteld (tenzij je camera een zeer accurate oogfocus heeft). Met een diafragma van bijvoorbeeld f/11 heb je dan toch al meer kans dat ook het oog scherp is, zelfs als de focus op de onderbuik van de vogel ligt.

Welke soort fotografie?

Het is evident dat iemand die enkel van landschaps- op macrofotografie houdt, geen reis naar Zuid-Tanzania zal boeken. Zuid-Tanzania is een paradijs voor wildfotografen, maar dat neemt niet weg dat er ook andere mogelijkheden zijn. Naast wildfotografie, zijn ook de rivieren, meren en grasvlaktes met hier en daar een baobabboom heel fotogeniek, zeker bij zonsopgang of zonsondergang. Bij landschapsfotografie wordt er vaak aan een groothoeklens gedacht. Nu raad ik aan altijd zo veel mogelijk lenzen mee te sjouwen voor het je-weet-maar-nooit-scenario, maar vaak is een telezoomlens (zoals een 70-200mm) prima om landschappen te fotograferen.

Krokodil in de Rufijirivier gefotografeerd vanuit een boot. f/2.8, 1/1000, ISO 250, 300 mm

Het grootste deel van de wildfoto’s zal je tijdens de ochtend- en late namiddagsafari nemen. De warmste uren van de dag zijn qua lichtval niet het meest interessant en veel dieren trekken zich dan terug in het struikgewas. Deze uren breng je dan ook best door in het kamp waar je verblijft.

Is er dan geen ruimte voor macrofotografie? Die is er zeker. Maar de ervaring heeft me geleerd dat de zintuigen in Afrika zodanig overspoeld worden door andere onderwerpen dat fotografen er zelden of nooit hun macrolens bovenhalen. Als je dus keuzes moet maken omdat je fototas overvol zit, is mijn advies om de macrolens thuis te laten. Gebruik voor een keer gewoon je telelens voor de kleine diertjes.

Wenkbrauwspoorkoekoek met een kenmerkende baobab in de achtergrond. f/11, 1/1250, ISO 800, 500 mm

Te mooi om waar te zijn?

Inderdaad, als je alle troeven van deze reservaten bekijkt, is er geen enkele reden om niet naar Zuid-Tanzania te reizen. Vergeet echter niet dat – zoals bij de meeste dingen in het leven – de prijs de kwaliteit volgt. Voor wat hoort wat, zo is dat ook in de reissector. Aan al die exclusiviteit en variëteit, en de moeilijke bereikbaarheid, hangt een duur prijskaartje. De kampen in Zuid-Tanzania weten wat ze waard zijn en geven hun schatten niet voor een habbekrats weg.

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in