Vietnam heeft een aantal serieuze troeven die door rondreizende fotografen worden gewaardeerd. De mix van landschappen, een eeuwenoude cultuur en de toegankelijke bevolking maken van het land een fotogenieke speeltuin. Voor wie dus een eerste veilige en inspirerende kennismaking met het exotische Verre Oosten zoekt, is dit de ideale hub



Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


“Hello, what’s your name? Where are you from?” In Vietnam hoor je deze gans de dag als meest voorkomende welkomstzinnen. Vietnamezen zijn te verdelen over wel 54 soorten sociaal-culturele identiteiten, maar allemaal zijn ze even vriendelijk en nieuwsgierig. Vooral op het platteland houden ze ervan om met je kennis te maken. Ook poseren doen ze graag, en wel met fierheid. Maar als iemand je aanspreekt in heel perfect Engels, dan mag je iets meer op je hoede zijn. Vaak willen dit soort personen je met hun vlotte praatjes enkel naar een of andere winkel lokken.

Een prettige restant van de voormalige koloniale overheerser Frankrijk is dat het Vietnamese letterschrift hetzelfde als het onze is. Dat betekent een enorme hulp als je kaarten, wegwijzers of naambordjes wilt lezen of lokaal wilt googelen. Daarbij is het meteen het vermelden waard dat de internetkwaliteit overal heel goed is, met zelfs prima toegang in erg afgelegen gebieden.

Hanoi

Vietnam is eigenlijk een meer dan 3000 km lange smalle kuststrook aan de Zuid-Chinese zee. Ideaal start je in het drukke Hanoi met enkele dagen straatfotografie. De wirwar aan toerende brommertjes (er zijn er in totaal zo’n 3 miljoen in deze stad!) en auto’s kan verlammend werken, zeker als je de eerste keer de straat wil oversteken. Het vraagt zelfs wat durf. Maak oogcontact met het aankomende verkeer en stap in een vloeiende beweging en gedecideerd door. Pas wel extra op met bussen en trucks. Die hebben voorrang en nemen die ook! In het verkeer van Hanoi geldt duidelijk de wet van de grootste.

In de smalle straatjes van The Old Quarter is het een stuk rustiger flaneren. Hier openen ook de poorten van het paradijs voor de straatfotograaf. De felle kleuren maken van elk hoekje een tafereel. Verdwaal gewoon eens en slorp de typisch Zuid-Aziatische sfeer op. Ondertussen kan je in deze wijk al kennismaken met een ander erg aangenaam aspect van Vietnam: de buitengewoon lekkere keuken. In de talloze straatstalletjes met hun vers bereide hapjes kan je dag en nacht aanschuiven.

Ik ontdekte ter plekke dat je met een Belgisch rijbewijs in Vietnam niet achter het stuur mag kruipen. Nu ja, dat lijkt me ook zelfmoord. De lokale busjes zitten als gevolg dan ook vaak stampvol. Hoewel fotogeniek, zijn ze voor westerse maten wat te krap om te reizen. Voor een meer comfortabele manier van transport ben je dus aangewezen op een wagen met chauffeur. Als je een beetje kan onderhandelen, zijn de prijzen daarvan erg schappelijk.

Sa Pa

Naar Sa Pa, in het noorden nabij de Chinese grens, reis je dan weer best met de nachttrein vanuit Hanoi. Houd onderweg je camera zeker bij de hand, want deze avontuurlijke rit is fotografisch erg de moeite waard. Het glooiende landschap met zijn donkergroene rijstterrassen is wonderbaarlijk mooi. Huur vooral een plaatselijke gids om fotowandelingen door de vallei en het nationaal park te maken. Die leidt je langs de kleine, schattige dorpjes van de etnische minderheden zoals de H’Mong, Dao en Tay. Tijdens de wandelingen vertelt hij over hun achtergrond en cultuur. Hier zijn de inwoners qua gestalte kleiner en meer geblokt. Je komt hier echte bergvolken tegen, met typische klederdracht zoals gestreepte hoofdoeken voor de vrouwen. Als ze die bij regenweer combineren met felkleurige gummilaarzen, zorgt dat voor een best grappige aanblik.

Over regen gesproken, afhankelijk van het seizoen kunnen de tropische regenbuien erg hevig zijn. Ook al duren ze meestal niet lang, als het warm is, stijgt de luchtvochtigheid meteen richting honderd procent. En daar houden fotoapparaten echt niet van! Ondanks alle voorzorgen heb ik enkele malen een compleet aangeslagen toestel gehad. Een nacht in een afgesloten bakje met een bodem van grof zout deed wonderen. Alle vocht was verdwenen!

Hal Long Bay

Ha Long Bay is een must voor elke roadtrip door Vietnam. Door kalksteenrotsen gevormde eilandjes rijzen hier op uit het vlakke zeewater. Ze vormen een panoramisch landschap dat al eeuwen inspiratie geeft aan schilders.

Helaas is de baai de laatste jaren overvallen door het massatoerisme. De ene boot ligt hier dicht tegen de andere aan. Persoonlijk vind ik dat de oorspronkelijke sfeer en schoonheid er niet meer te vinden is. Wil je hier toch originele beelden kunnen schieten, dan vraag je het best aan een lokale schipper om weg te varen van de routes met luidruchtige discoboten.

Hué

De verplaatsing naar Hué in centraal Vietnam gebeurt met een korte, maar vlotte binnenlandse vlucht. Hier kan je opnieuw bootje varen, en wel op de Perfume River, maar gelukkig wel met iets meer rust. Hoewel de souvenirverkoopsters hier dan weer wat opdringerig kunnen zijn. In deze historische stad vind je het oude Keizerlijke paleis, dat is geïnspireerd op de Verboden Stad in Beijing. Het gebouw staat sinds 1993 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Het enorme complex bestaat uit meerdere tempels, poorten en bruggen.

Als fotograaf kan je best maar vroeg opstaan en in de ochtend bezoeken. De kans is dan het grootst dat er nog weinig andere toeristen zijn. Bovendien is het scheerlicht dan echt feeëriek. Dat zorgt voor een lichtsituatie met weer eens een heel andere uitdaging om beelden te schieten. Voorzie zeker een groothoek, om mooie overzichten te maken en om in de soms krappe ruimtes te kunnen fotograferen.

Tijdens de Vietnamoorlog is in en om deze stad erg zwaar gevochten tussen de Amerikaanse mariniers en de Vietcong. Helaas is het paleis er niet ongeschonden uitgekomen. De restanten van de napalm zijn nog duidelijk zichtbaar op de gehavende muren, maar de restauratie van het complex is volop aan de gang. Het valt trouwens op dat het pijnlijke oorlogsverleden toch fel verdrongen is. De schaarse en vaak minder goed onderhouden kerkhoven die het gevolg van de oorlog zijn, liggen ver van de toeristische locaties. Natuurlijk zijn de 50.000 gesneuvelde Amerikaanse soldaten naar huis gerepatrieerd, maar ik had verwacht dat er meer herdenkingsmonumenten voor de ruim 2,5 miljoen Vietnamese slachtoffers te zien zouden zijn. En ondertussen is er natuurlijk al een geheel nieuwe, jongere generatie aan het opgroeien. Die heeft nauwelijks een benul van de gruwelheden die hun (groot)ouders hebben meegemaakt. Zij zien nu vooral de rollende dollars van de Amerikaanse toeristen.

Op zo’n 70 kilometer ten noorden van de stad Hué lag de DMZ, de gedemilitariseerde zone tussen beide strijdende partijen. Vanaf Hué worden er veel DMZ-dagtours aangeboden. Je kunt zo’n trip bij elke touroperator in de stad boeken. Op de dag zelf bezoek je de Khe Sanh Combat basis, de ‘Rockpile’ (observatiepost van het Amerikaanse leger), de Ho Chi Minh Trail (de logistieke aanvoerroute van voorraden voor het VC leger) en ondergrondse tunnelcomplex van Vịnh Moc. Tijdens de trip krijg je echt het gevoel de oorlog zelf mee te maken, vanuit het oogpunt van de toenmalige lokale Vietnamezen.

Hoi An

De verplaatsing van Hué naar Hoi An gaat over de Hai Van Pass of de Wolkenpas. Vanwege de slingerwegen en hoogteverschillen is het verstandig hier een volledige dag voor uit te trekken. Tijdens de rit heb je een spectaculair uitzicht over de baaien en stranden, de mooie Lap An Lagoon, de Marble Mountains en de Elephant Springs.

Hoi An is veruit de meest sfeervolle stad van Vietnam. Ooit was het een belangrijke havenstad en dat is nog terug te zien in de prachtige bouwwerken die de stad rijk is. Waar een stad als Hanoi wat nerveus en chaotisch overkomt, is Hoi An echt een oase van rust. Het komt de stad duidelijk ten goede dat het ook op de Werelderfgoedlijst staat: sinds de UNESCO-toekenning zijn auto’s en vrachtwagens in de binnenstad verboden.

Het oude centrum is een indrukwekkende mix van Chinese, Japanse, Vietnamese en Europese invloeden uit de zestiende eeuw. En die zijn allemaal nog authentiek en in oorspronkelijke staat, omdat Hoi An een van de weinige Vietnamese steden is die in de oorlog gespaard is gebleven. De beste periode om de stad te bezoeken is tijdens het jaarlijkse Full Moon Festival. Dan verlichten honderden kleurrijke en met de hand vervaardigde lantaarns de houten bruggen, veranda’s en ramen van winkelhuizen. Het is dan een aanrader om in je bagage een klein vouwstatiefje te voorzien om onbewogen nachtfoto’s te kunnen maken.

Na deze eerste kennismaking met Vietnam heb je gegarandeerd de smaak te pakken. Het land zal je blijven fascineren, vooral als fotograaf …

Wat neem je mee op reis?

Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen eisen en wensen, maar ik vind het ideaal om met compact fotomateriaal te reizen. Het meeslepen van een grote camera met een lange telelens is vaak een hele last. Bovendien kan zo’n gevaarte intimiderend overkomen voor de lokale bevolking. Als je daarmee straatportretten wilt maken, heb je een uitdaging. Met een kleinere systeemcamera zit je meteen dichter op de huid. Meestal wordt het contact bijgevolg ook hartelijker.

Dit artikel werd geschreven door reisfotograaf Joris Luyten. Meer beelden van hem kan je ontdekken op zijn website of Instagram.



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in