Willem wernsen 194b

Willem Wernsen is straatfotograaf in hart en nieren. Wat veertig jaar geleden begon als hobby is inmiddels een gepassioneerde levensinvulling geworden.

Vanaf het begin portretteert Willem Wernsen mensen. Eerst in hun eigen omgeving, maar al snel toog hij de straat op om het sociale publieke leven vast te leggen. Hij vertelt aan Shoot wat hij in vier decennia heeft geleerd en hoe hij zijn foto’s een eigen handschrift geeft.
Straatfotografie is tegenwoordig hot en trendy. Maar straatfotografie is geen recente uitvinding in de fotografie. De pioniers van de fotografie waren de eerste straatfotografen. Men noemt mij een straatfotograaf, maar eigenlijk ben ik bovenal een mensenfotograaf. Mijn werk bestaat grotendeels sociaal-documentair werk en straatfotografie maakt daar een belangrijk onderdeel van uit. Ik raakte al heel vroeg gefascineerd door fotografie. Reeds als dertienjarig jongetje kocht ik tweedehands fotoboeken van de – in mijn ogen – grote meesters van de sociaal-documentaire en portretfotografie, allemaal in zwart-wit. Deze interesse in deze tak van de fotografie is gebleven en werd de rode draad in mijn eigen fotowerk.
Veertig jaar geleden kocht ik mijn eerste camera en begon ik mensen te fotograferen. Eerst in hun eigen habitat, later maakte ik directere portretten van karakteristieke mensen voor een zwart doek. De portretten in het eigen interieur voerden mij naar de karakterportretten, naar interactie tussen mensen. Dat leidde me naar de straat waar die interacties het sterkst zijn. Al gauw ging ik in de openbaarheid op zoek naar mensen om te fotograferen.
Ook de interesse voor de medemens was van jongs af aan heel sterk aanwezig bij mij. Een gevoel hebben voor mensen is een must bij mijn vorm van fotografie. Zo kon ik mijn twee passies combineren: mensen en foto’s maken. Van die twee componenten heb ik geprobeerd een eenheid te maken. Vanaf het begin pakte ik in mijn foto’s het thema ‘mensen’ op en ik heb het niet meer losgelaten.

Willem Wernsen 157 2
Willem Wernsen is gefascineerd en geïnspireerd door het werk van de grote meesters.

 

Inspireren, niet kopiëren

In de fotografie gaat het over techniek en over inhoud. De techniek kan men tamelijk vlug leren. Het werken aan de essentie van het beeld vraagt een meer persoonlijke en creatieve inzet van de fotograaf. Door het bestuderen en analyseren van het werk van de meesters die je bewondert, ontdek je dat er naast die techniek nog een ander aspect is, namelijk inhoud en visie.
Het keer op keer bestuderen van fotoboeken die ik als jongeman had aangeschaft, vormde de basis van mijn passie en hoe ik tot de dag van vandaag mijn werk maak. Ik wilde niet kopiëren, maar iets creëren dat uit mijn borstkas kwam. Kortom, ik ging op zoek naar een eigen signatuur. Ook nu ben ik nieuwsgierig naar alles wat er over fotografie te zien, te horen en te lezen valt. Dat draagt allemaal bij aan mijn leerproces en mijn ontwikkeling – nog steeds. Mijn gouden raad: blijf niet stilstaan na het afronden van een opleiding of na het behalen van een prijs. Het leerproces gaat door. Dus blijf nieuwsgierig.

Zo ga ik te werk

Hieronder licht ik mijn eigen fotografische workflow toe en geef ik enkele tips wat betreft het fotograferen op straat. Ik wil hiermee laten zien hoe ík te werk ga om mijn doel te bereiken. Daarmee beweer ik niet dat jíj het zo moet doen. Voor mij persoonlijk bestaat er geen bijbel voor de fotografie. Techniek kan je leren, en het is ook een must die te beheersen, maar trek daarin vooral je eigen plan. Laat je niet gek maken over instellingen of over aantal pixels. Waar het in hoofdzaak over gaat, is de inhoud van je beeld, waarin je visie en authenticiteit toont.

Het gaat over de inhoud van je beeld, waarin je visie en authenticiteit toont.

De uitdaging op straat

De rust in mijn beginperiode bij het maken van de eigen omgevingsportretten en de portretten voor het zwarte doek verdween compleet bij de overstap naar het fotograferen op straat. Mijn eerste straatbeelden waren onrustig en onevenwichtig. Ik moest opnieuw op zoek naar de juiste composities, die bij straatfotografie al snel complexer waren. Het drukke en jachtige leven op straat dwong mij ertoe veel alerter te reageren. Zeker bij het aanspreken van de mensen moest ik vlug handelen. Mensen wilden wel meewerken, maar het moest vlot, want men had haast.
Gelukkig had ik al geleerd de foto te visualiseren vooraleer ik hem maakte. Dus werd het vooral oefenen om bij korte ontmoetingen of kortstondige gebeurtenissen het beeld vast te leggen dat ik al voor ogen had. Proberen het beeld precies zó te krijgen als ik in mijn hoofd had, was een opgave met moeilijkheidsfactor tien. Zeker met mijn niet bepaald handelbare 6×6-midenformaatcamera uit die tijd. Oefening baart kunst en met vallen en opstaan leerde ik vlug een beeld op mijn netvlies om te zetten naar een fotobeeld, vierkant en in zwart-wit.

Willem Wernsen 194
Kies eens andere standpunten om verrassende stadsgezichten vast te leggen.

 

Klein is fijn

Het is beter te werken met een wat kleinere camera. Dit komt bij de mensen minder confronterend over, vooral als je dicht bij je onderwerp staat. Zelf werk ik met een systeemcamera. Met een primelens erop blijft hij mooi compact. Mensen zien je dan ook als iemand die met zijn hobby bezig is, wat een bepaalde gemoedelijkheid schept. Het fotograferen met compactere camera’s wordt makkelijker geaccepteerd op straat.
Systeemcamera’s zijn zeer behendig om snel mee te kunnen werken in heel veel situaties. Kantelschermpjes laten toe om makkelijk vanuit verschillende standpunten te fotograferen. Ze vallen minder op en wegen niet zo zwaar.
Kleine digitale camera’s zijn kleine computers met optimale software geworden. Ook is tegenwoordig voor alle merken een uitgebreide range objectieven met een hoge optische kwaliteit beschikbaar.
Wat ik vooral wil meegeven, is dat de beste camera degene is die je in je handen hebt. Oftewel, je gaat heus geen betere foto’s maken door steeds het allernieuwste cameramodel met de modernste snufjes te kopen. Het is uiteindelijk de fotograaf die de foto maakt. Laat je niet lekker maken door mooie reclamepraatjes, maar probeer het beste te halen uit het toestel dat jij je kunt veroorloven.

De P van Probeer maar …

Wat wel belangrijk is, is leren omgaan met je camera. Leer je camera en lens goed te bedienen. Stel de body naar eigen wens in, probeer op straat het constant zoeken naar de juiste instelling te vermijden door minstens een
halfautomatische instelling zoals diafragmavoorkeuze te kiezen. Zo kom je ook zekerder over als je mensen vraagt om te portretteren.
Aanleggen en je compositie maken, vooral het moment kiezen, pas op de ontspanknop drukken wanneer je ziet dat jou aanwezigheid bij de geportretteerde niet meer ter zake doet … dit alles is een heleboel en moet haast tegelijkertijd gebeuren. Dat valt met training goed te leren. Maar als je daarbij ook nog alles manueel wil instellen, de lichtmeting moet controleren en bijsturen, ben je doorgaans te laat om het ultieme moment vast te leggen. Dat geldt al helemaal voor snapshots!
Om mezelf de frustratie te besparen dat ik te laat afdruk, zet ik mijn camera op de P-stand. Ik noem die daarom de “P van Probeer maar’. De ISO-instelling heb ik op automatisch staan. Indien nodig, corrigeer ik diafragma, sluitertijd en belichtingscompensatie, wat in de P-stand mogelijk blijft. Op die manier gebruik ik het gemak van de camera die alles voor mij kan berekenen.
Al vanaf het begin met mijn de analoge camera werk ik met primelenzen (lichtsterke objectieven met een vast brandpuntsafstand). Mijn armen en benen zijn mijn zoommechanisme en flitsen doe ik zelden.
Meestal kijk ik van bovenaf op het gekantelde lcd-scherm, net als vroeger op het matglas van de Rolleiflex. Dat is ideaal als je al niet zo makkelijk door de knieën gaat als ik. Mijn camera doet het rekenwerk, zelf ben ik uitsluitend met het beeld bezig. Volledig geconcentreerd met wat er op het scherm plaatsvindt, maak ik mijn compositie en druk ik af op het moment dat ik juist acht. Heel soms corrigeer ik sluitertijd en diafragma vooraf bij het eerste zien van wat ik wil fotograferen. Toch laat ik de instellingen veelal zoals de camera dat aangeeft. Ik ken mijn objectieven en werk met diafragma’s van f/1.2 tot f/5.6. Afhankelijk van het brandpuntsafstand, corrigeer ik wat. Voor mijn straatfotografie gebruik ik meestal het 23mm F2.0-objectief (equivalent met 35mm-kleinbeeld). Dit objectief komt doorgaans het meeste tegemoet aan mijn wensen van intensiteit en nabijheid.

Willem Wernsen 205 2
De beste camera is degene die je in handen hebt: “snapshots, het kan zelfs met de smartphone.”

 

Ontdekken op één plek

Het werkt bij mij niet om veel door de straten te lopen en te zoeken naar het ultieme shot. Ik blijf graag op één plek, bijvoorbeeld waar er veel terrasjes zijn of op markten en kermissen. Mijn tip voor de rondlopers: blijf eens op één plek staan en sla alles om je heen eens goed gade. In plaats van steeds de wereld tegemoet te lopen, laat je zo de wereld naar jóu toe komen. Je zal ervan versteld staan hoeveel actie zich zomaar voor je ogen afspeelt!

Dichtbij de mensen

Ik kom heel dicht bij mijn onderwerpen. Mensen zijn op straat of druk met elkaar of helemaal in eigen gedachten verzonken. Ik verberg me niet en meestal merkt men mij niet eens op. Als iemand mij toch opmerkt, wacht ik niet tot er een reactie komt. Ik maak meteen zelf contact en leg dan uit waarmee ik bezig ben. Daarbij geef ik altijd mijn visitekaartje af. Soms willen mensen je iets over zichzelf vertellen. Na het maken van de foto voelen ze zich even het middelpunt. Wees dan vooral belangstellend en neem er de tijd voor. Het kan zo maar zijn dat ze je verwijzen naar
nog meer interessante omstandigheden verderop in de straat. Mijn motto: een vriendelijk woord van pas, brengt een foto in de tas.
Mijn interesse gaat vooral uit naar karakteristieke koppen. Dat heeft te maken met mijn fascinatie voor de oude zwart-witfilms van vroeger. Uiteraard zijn doorleefde gezichten en karakterkoppen ideale onderwerpen voor mijn zwart-witfotografie. Zie ik mensen die zo’n uitstraling hebben, kan ik het niet laten contact te maken. Ik stel mij netjes voor en vraag of ik een portret van hen mag maken. Dan leg ik kort uit dat ik hen graag wil fotograferen omwille van hun karakteristieke uitstraling. Meestal voelen mensen zich gevleid. Soms geeft een partner dat extra
duwtje door dat te beamen. Je krijgt dan doorgaans een vol zelfvertrouwen stralende persoonlijkheid voor je lens.
Soms vraagt men mij wat ik met de foto wil doen. Ik antwoord dan eerlijk dat de kans bestaat dat hun portret in een nieuw boek gepubliceerd wordt. Zelden krijg ik hierop negatieve reacties. Eerlijk zijn, kordaat en vriendelijk antwoorden en de mensen recht in hun ogen blijven kijken: dat is de sleutel tot het kunnen maken van je beelden. Vertel dat fotograferen je passie is, eventueel dat je een cursus volgt en dat je bezig bent je verder te ontwikkelen. Geef een visitekaartje, zodat ze weten wie je bent, en stuur de foto als men er naar vraagt. Zo houden mensen hun vertrouwen niet alleen in jou, maar ook in je collega-straatfotografen.

Het leerproces gaat door. Dus blijf nieuwsgierig.

Willem Wernsen 167t
Kijk uit naar karakteristieke mensen.

 

Mensen benaderen

Het aanspreken van mensen is niet altijd en voor iedereen een makkelijke opgave. Heel wat fotografen moeten over een flinke drempel heen stappen. Voel je je angstig, ga dan vooral niet verkrampt op de mensen af. Zoek geen grenzen op die je passie voor fotografie onder druk zetten. Dat ga je aan je foto’s zien. Maar wie het wil proberen kan een stappenplan volgen om het aan te leren. Er zijn verschillende aspecten in de straatfotografie waar je je op kunt richten en waarmee je de drempelvrees om mensen aan te spreken helpt te overwinnen. De volgende tips kunnen dan ook een opstapje zijn om uiteindelijk zelf mensen op straat aan te spreken. Als je eenmaal merkt wat het met jou en je fotografie doet, als je de uitdaging ziet en erachter staat, wel, dan ben je al voor vijftig procent over die drempel. Dan rest nog slechts één stap om het zelf te proberen …
Gebruik reflecties Je kan dichter bij de mensen komen maar toch op een afstandje blijven door te werken met de reflecties in etalageruiten. Kijk goed en positioneer je lens zodanig tegen de ruiten dat je de reflecterende stadsomgeving én voorbijlopende mensen in beeld krijgt. Wacht op het juiste moment en je maakt al snel spannende beelden. Als je daarbij ook nog let op wat zich áchter de ruit, dus binnen, afspeelt, kan je dit alles samensmeden tot een nog mysterieuzere foto. Het fotograferen van die reflecties is sowieso al een creatieve uitdaging en terzelfdertijd ben je toch met mensen bezig op straat.
Bezoek evenementen Ben je zover dat je het aandurft je met je camera tussen de mensen te begeven, maar is het aanspreken zelf nog een stap te ver, zoek dan evenementen op. Ga dan naar een kermis of naar jaarevenementen in je eigen woonplaats. Mensen hebben meestal alleen maar oog voor wat zich daar afspeelt. Wandel maar eens rustig door de mensenmassa en observeer tegelijkertijd. Blijf vooral vol zelfvertrouwen zichtbaar met de camera in je handen. Je bent daar vast niet de enige fotograaf. Ga op in de menigte, kijk om je heen en pak je momenten. Ikzelf blijf meestal langere tijd op een en de zelfde plek waar continu mensen zijn of langskomen. Daar gebeurt altijd wel wat. Soms zit er geen portret in, maar lukt een snapshot wel.

Willem Wernsen 132
Vindt de hond je aardig, dan heb je ook de baas.

 
Van hondjes naar mensen Ben je dan zover dat je de drempel helemaal over wil, wandel dan eens door het stadscentrum, langs terrasjes of door een park. Let vooral op mensen met hun huisdier. Kleine hondjes zitten vaak op schoot bij de baas. De ervaring heeft me geleerd: vindt de hond je aardig, dan heb je ook de baas. Zie je een fotogeniek baasje of bazinnetje met een leuk hondje, of andersom, aarzel dan niet. Dit kan een ultieme foto opleveren. Ga er dus op af en spreek de mensen vriendelijk aan. Vraag eerst hoe het hondje heet en of je het mag aanraken. Informeren naar het hondje is een prachtige opening die altijd werkt. Al vlug krijg je de naam van het beestje te horen. Dan kietel je Bello even onder zijn kin of aait hem over zijn bol. Hond blij, baasje blij. Dat is het moment om de vraag te stellen “Mag ik Bello samen met u portretteren?” Negen op de tien keer krijg je dan een positieve reactie.

Een vriendelijk woord van pas, brengt een foto in de tas.

Oefening baart kunst

Regelmatig krijg ik de vraag hoe je kunt scoren met je foto’s. Mijn antwoord is dan altijd dat als je wil scoren je bij een sport- of voetbalclub moet gaan. Want fotografie is een leerproces, een ontwikkeling die je doormaakt. Uiteindelijk worden veel oefenen, geduld en volharding beloond. Dit wordt voelbaar in de vorderingen die je maakt, in het genieten
van je beelden en in het blijvende plezier in je passie. Ook geestelijke rijkdom is een te koesteren kostbaar bezit.
Dit jaar verschijnt er van Willem Wernsen een nieuw Nederlandstalig educatief fotoboek over straatfotografie. Hierin gaat hij uitgebreid in op zijn werkwijze en geeft hij veel tips en voorbeelden. Willem geeft ook lezingen en workshops.
Bezoek zijn website www.willemwernsen.com voor meer informatie en een agenda.

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.