Op 19 oktober overleed de Belgische fotograaf Jos Knaepen. Hij was over de hele wereld bekend om zijn stemmige foto's van jazzmuzikanten. In Shoot nummer 6 vertelde hij over zijn twee passies: jazz en fotografie.

Op 19 oktober overleed de Belgische fotograaf Jos Knaepen (71). Hij was over de hele wereld bekend om zijn stemmige foto’s van jazzmuzikanten. Jos was al enige tijd ziek, maar zijn overlijden komt toch onverwacht. Dit najaar zou hij nog een workshop concertfotografie begeleiden op het Hello Jazz! Festival.
In Shoot nummer 6 vertelde Jos Knaepen over zijn twee passies: jazz en fotografie. Hieronder kun je het integrale interview herlezen.
 

We hebben met Jos Knaepen afgesproken bij hem thuis, in Bertem. Op de achtergrond weerklinkt stemmige jazz – we hadden niet anders verwacht.

Shoot: Wat was er eerst, de liefde voor jazz of voor de fotografie?

Jos Knaepen: Jazz was mijn eerste liefde. Ik was een jaar of vijftien. De Amerikaanse muziek die we toen hoorden was jazz, dat waren de bigbands. Mijn ouders kenden ook een jazzvocaliste in Luik die we af en toe zagen, en zo is dat vlammetje blijven branden. Met fotografie ben ik pas na mijn legerdienst begonnen. Een neef gaf mij een oude Voigtländer kleinbeeldcamera om foto’s te maken van de communie van zijn zoon – dat was mijn eerste opdracht. Daarna heb ik zelf apparatuur gekocht en ben cursussen gaan volgen.

In de jaren 70 ben ik me gaan verdiepen in sportfotografie. Ik werkte toen als freelancer voor Het Nieuwsblad en Sportwereld. In de weekends fotografeerde ik voetbal en tijdens de week het plaatselijke nieuws. Jazz Bilzen was in die periode een van de grootste festivals in het land, maar ik maakte daar dus meer foto’s van de entourage.

Door de crisis begin jaren 80 kon ik als freelancer de eindjes niet meer aan elkaar knopen, en ben ik bij een tabaksverwerkend bedrijf gaan werken. In 2000 ben ik daar gestopt, en heb de draad van de fotografie weer opgepakt. Sindsdien fotografeer ik uitsluitend jazz, met als gevolg dat ik nu 60.000 foto’s heb.

Shoot: Is België een goed land voor jazzfotografie?

J. K.: België is goed voor de Belgische jazzmuzikanten en voor de grote namen tijdens het festivalseizoen. Buiten de zomermaanden zijn er sporadisch optredens van grote artiesten, meestal via een concertpromotor die ziet dat een artiest een gaatje in zijn Europese touragenda heeft. Maar dat zijn uitzonderingen. Maar het is zeker geen slecht land. Vorige week was een een festival met freejazz in de Beursschouwburg, maar de mensen die daar spelen zijn minder bekend buiten dat wereldje. Het is niet echt mijn muziek, maar de zaal zat wel vol.

Shoot: Kan je tijdens zo’n concert fotograferen wat je wil?

J.K.: Je wordt steeds meer aan banden gelegd. Dat komt in de eerste plaats doordat er te veel fotografen zijn. Bovendien hebben sommige fotografen weinig respect voor de muzikant en het publiek. Als reactie legt de organisator dan vast dat je alleen tijdens de eerste twee nummers mag fotograferen, en dat je alleen daar of daar mag staan. Dus sta je in de frontstage met tien fotografen naast elkaar, en dan maakt iedereen natuurlijk dezelfde foto.

Ik ga daarom steeds vaker naar de soundchecks. Meestal is er daar geen probleem om rond te lopen, en dan kan je heel verschillende foto’s maken. Je kan dan ook met de muzikanten praten en hen leren kennen. Bovendien is het licht meestal beter, want tijdens een optreden wil men al eens een sfeertje creëren door het licht dicht te draaien. 

Discreet

Shoot: Herkennen de muzikanten je?

J.K.: De Belgische wel. Van buitenlandse artiesten kan ik dat niet verwachten, die zien zoveel gezichten. Maar er zijn er wel. Onlangs was Stefano Bollani in het land voor een concert voor radiozender Klara. Ik had hem niet lang daarvoor bij een ander optreden ook gefotografeerd, en toen hij me zag zei hij “I see you more than my wife!” (lacht).

Shoot: Jouw werk verschijnt ook in Amerikaanse jazzmagazines. Hoe komen die bij een fotograaf uit Belgë terecht?

J.K.: Het begin met Downbeat, dat op zoek was naar een foto van Bobby McFerrin. Op het internet hadden ze een foto van mij gevonden, en ik kreeg de vraag of ze die mochten publiceren. Ik heb mijn dia opgestuurd, maar ze hebben hem uiteindelijk niet gebruikt. Maar een maand later bestelden ze dan andere beelden. Later kreeg ik dan ook een vraag van het Smithsonian Institute, die een foto van Wynton Marsalis wilden gebruiken voor een speciaal nummer. Anderhalve maand later vroeg de editor of ik foto’s van klassieke muzikanten had, maar toen heb ik hem toch moeten teleurstellen (lacht).

Shoot: Welk materiaal gebruik je?

Ik heb een Nikon D3 en een D2h als back-up, met vaste lenzen. Zoomlenzen zijn niet lichtsterk genoeg. Ik heb lenzen van 14 tot 300mm, en alles wat daartussen zit. Maar ik gebruik ook nog een Nikon F6 of een Leica M met zwart-witfilm. Zwart-wit is voor mij iets anders dan kleur die geconverteerd is. Je kan de cleane kleurbeelden van een digitale camera wel omzetten naar zwart-wit en er dan zelfs met speciale software ruis aan toevoegen om het natuurlijk te doen lijken, maar waar ben je dan mee bezig? Voor foto’s backstage gebruik ik de Leica, die is veel discreter dan een reflexcamera.

Dit interview verscheen in Shoot 6 (april 2010)

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.