De tropische jungle is een van de lastigste omgevingen om foto's te maken. Maar met een goede voorbereiding, het juiste materiaal en de aangepaste techniek kan je er schitterende beelden maken.

Werkafafstand

Regenwouden zijn bekend vanwege de enorme diversiteit aan dieren; daaronder veel amfibieën en reptielen, met ook wurgslangen en giftige slangen. In België en Nederland komt maar één giftige slang voor, de adder. De kans dat je door deze slang wordt gebeten is nihil omdat het dier meestal zal vluchten nog voordat je ’m hebt gezien. In de regenwouden in Azië en Zuid- en Midden-Amerika komen veel meer giftige soorten voor waarvan een aantal ook voor de mens dodelijk kunnen zijn. Omdat ze op hun schutkleur vertrouwen zullen ze niet vluchten. Afstand houden is dan het devies: fotografeer ’m op veilige afstand. Daarom gebruik ik meestal een behoorlijke telelens als de Nikon 80-400mm met een werkafstand van een paar meter – voldoende om dan toch nog een mooi beeldvullend portret te maken. Tijdens een tocht door de jungle van Kubah National Park in Sarawak/Borneo ontdekte ik op een paar meter vanaf de trial een waglers pit viper; een zeer giftige soort groefkopadder. Zoals alle adders hebben groefkopadders uitvouwbare giftanden en een driehoekige kop. Tussen hun ogen en de neusopening zit het groeforgaan waarmee ze warmte-uitstraling van een potentiële prooi kunnen waarnemen, zodat ze zelfs in volstrekte duisternis een trefzekere beet kunnen plaatsen. Door het geringe licht in de jungle kon ik met alleen met lange belichtingstijden werken. Om trilling door het indrukken van de ontspanknop te voorkomen, gebruikte ik een draadontspanner. Maar ook het opklappen van de spiegel kan onscherpte veroorzaken. Via het menu in mijn camera had ik daarom de spiegelvoorontspanning (Mirror Up) ingesteld. Met deze camerafunctie zitten er twee of meer seconden tussen het opklappen van de spiegel en de opname, en dat bleek voldoende om ongewenste trillingsonscherpte te voorkomen. Ik gebruikte de invulflits van de ingebouwde flitser om de donkere schaduwen onder het bladerdek op te helderen.

Planning

Een tweetal cruciale zaken voordat ik op reis ga naar een wildlifebestemming zijn onderzoek en planning. Door de populariteit van ecotoerisme heb je vandaag een enorme keuze uit mooie en interessante natuurbestemmingen. En door talrijke fotofora worden we lekker gemaakt met mooie beelden van collega-natuurfotografen. Op zich niks mis mee natuurlijk. Belangrijk is wel dat duidelijk wordt wat de hoofdonderwerpen van zo’n reis worden. En dan kun je proberen te achterhalen waar de beste plekken zijn en welke periode de beste is. Voor sommige bestemmingen ben ik al maanden van tevoren bezig met het reisplan, met waar ik de gewenste diersoorten kan vinden en met andere dingen die ik moet bedenken. Internet is een schitterend medium om veel informatie te verzamelen. Daarnaast contacteer ik ook natuurfotografen in het land van bestemming. Dat zijn de specialisten ter plekke en het is vaak ongelooflijk hoeveel medewerking, tips en hulp je krijgt. Ook koop ik altijd diverse boeken zoals reisgidsen van bijvoorbeeld Lonely Planet, maar ook natuurgidsen met specifieke informatie over dieren en planten. Die zijn ook handig voor de eerste determinatie ter plekke. Last but not least probeer ik me visueel al in te leven in de omgeving en haar natuur. Dat klinkt misschien wat zweverig maar het komt erop neer dat ik natuurbeelden van de bestemming op internet ga bekijken en dan me afvraag hoe ik die onderwerpen zou fotograferen. Daarnaast maak ik een plan van aanpak voor specifieke beelden die ik wil maken en neem ik een schetsboekje mee waarin bepaalde onderwerpen zijn uitgewerkt. Dat komt lang niet altijd in de praktijk uit, maar het is een soort leidraad die toch al veel leuke resultaten heeft opgeleverd. Verder probeer ik de reistijd in het betreffende land te beperken. Ik ben liever wat langer in twee of drie nationale parken, dan te proberen om tien verschillende parken aan te doen. Door langer op een plek te blijven, leer je de omgeving beter kennen en kun je beter op situaties inspelen. Ook geeft het mij de mogelijkheid om enkele diersoorten uitgebreider te belichten. Daardoor kan er binnen een landreportage een compleet verhaal ontstaan over een diersoort. Niet altijd volstaat één reis. Vaak zijn de beelden van een tweede of zelfs derde bezoek van duidelijk betere kwaliteit. Overigens heb ik altijd een laptop bij me waar ik de beelden ’s avonds op bekijk. Daardoor heb ik meteen feedback en kan ik dan de volgende dag proberen om bepaalde beelden te verbeteren of een onderwerp net even op een andere manier te fotograferen.

[extern_gallery urls=”http://cdn.minoc.com/zd_images/2015/09/142406_egi20100609207.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2015/09/142406_egi2009041094.jpg” caption=”||”]

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.