Flitslicht mengen met natuurlijk licht is minder moeilijk dan het lijkt. Deel 2 van onze praktische uitleg hierover.

Flitslicht mengen met aanwezig natuurlijk licht is niet zo moeilijk als het lijkt. Dit is deel 2 van onze praktische uitleg hierover. Het eerste deel lees je hier.

Drie mogelijke verhoudingen

Bij het mengen van natuurlijk licht en flitslicht zijn er drie mogelijke verhoudingen. De foto’s hieronder tonen de verschillende effecten.

Bij de eerste hebben we gekozen voor een invulflits op ons model. We spreken van een invulflits wanneer het onderwerp voornamelijk door het aanwezige licht wordt belicht, en de flits alleen dient om de schaduwen in te vullen. We hebben het model belicht met ongeveer 10% flitslicht en 90% natuurlijk licht. Dit cijfer kunnen we makkelijk aflezen op de display van onze lichtmeter (zie foto scherm lichtmeter). De foto ziet er heel natuurlijk uit, maar toch krijg je dat ietsje extra frisheid en scherpte op je model door het aanwezige flitslicht.

Bij de tweede foto hebben we het licht echt gemeng of geblend. We hebben ons model belicht met ongeveer 40 tot 50% flitslicht en de rest natuurlijk licht. Het model en de omgeving zijn bij blending iets beter gebalanceerd qua belichting, maar de bevriezende eigenschap van het flitslicht om bewegingsonscherpte te voorkomen, gaat een grotere rol spelen. Let wel, bij blending is de positie van je flitslicht meteen veel belangrijker. Zet het niet op dezelfde lijn als je camera, want dan krijg je de ‘platgeflitste’ foto die zo typisch kan zijn bij het gebruik van on-camera flashes.

Bij de derde foto hebben we zo veel mogelijk van het natuurlijke licht onderdrukt om een glamoureuzer en dramatischer effect in ons beeld te krijgen. Bij zulke foto’s mikken we op een 80 tot 90% flitslicht op het model, zodat de omgeving een stuk donkerder wordt dan in realiteit (ook bekend als day-to-night shot).

Bij de eerste foto dient de flits als invullicht. Op de tweede foto zijn flitslicht en aanwezig licht in evenwicht. Op de derde foto (gemaakt op klaarlichte dag) is het omgevingslicht onderdrukt en is het flitslicht de hoofdbron.

Highspeed sync?

Vaak hoor je de opmerking dat je bij het gebruik van manuele flitstechnieken beperkt bent door de maximale synchronisatietijd van je fototoestel – meestal 1/160, 1/200 of 1/250. Dat klopt ook, want indien je de camera op een kortere tijd instelt, krijg je een zwarte band in het beeld.

Als je gebruik maakt van merkeigen (of compatibele) flitsers, kan je dankzij een handig elektronisch trucje die beperking wel omzeilen. Die instelling heet high-speed synchronisatie (HSS) en zorgt ervoor dat het flitslicht bij korte sluitertijden in extreem korte pulsen geleverd wordt.

Een voorbeeldje: je bent op stap met een model op een zonnige dag. Je fotografeert op ISO 200 en je kiest voor een mooi diafragma van f/2,8. Om het zonlicht onder controle te houden moet je een sluitertijd van 1/2.000 aanhouden. Dat is te kort voor gewone flitssynchronisatie. Via HSS kan je wel flitsen, als je flitsers dat ondersteunen.

Manuele flitser
Werk je met manuele flitsers, dan heb je een probleem: je moet een manier vinden om de sluitertijd naar 1/250 van een seconde te laten zakken (of lager, afhankelijk van de flitssynchronisatietijd van jouw camera). Dat kan door het diafragma te verkleinen naar f/8 (een verschil van drie stops: f/2,8 – f/4 – f/5,6 – f/8) en de sluitertijd te verlengen met evenveel stops, van 1/2.000 naar 1/250. Je krijgt dezelfde belichting, maar door het kleinere diafragma wordt de scherptediepte veel groter. Weg mooi onscherpe achtergrond!

De oplossing voor dit probleem is heel eenvoudig en goedkoop. We plaatsen voor onze lens een ND8 neutral-densityfilter die drie stops licht zal tegengehouden. We kunnen dus een sluitertijd van 1/250 instellen en het diafragma toch op f/2.8 laten staan. We maken dus net dezelfde foto als met HSS, enkel door een courant verkrijgbare grijsfilter en onze (goedkopere) manuele flitsers te blijven gebruiken.

Mocht je er met deze synchronisatietijd toch nog niet komen – niet elke camera ondersteunt namelijk 1/250ste van een seconde – dan kunnen we nog altijd de gevoeligheid laten zakken van ISO 200 naar ISO 100, waardoor we deze foto hadden kunnen nemen op ISO 100, 1/125 en een diafragma van f/2.8 – en een ND-filter.

Voor de mensen die niet graag met ‘stops’ rekenen, bestaan er apps die voor je smartphone of tablet de juiste waarden berekenen. Enkele voorbeelden zijn Expositor en Long Time Exposure Calculator. In bepaalde lichtmeters kan je ook een ND-filterwaarde ingeven, waardoor hij de weergegeven waarde aanpast en je niet meer zelf hoeft te rekenen.

 

s

Op de bovenste foto moesten we het diafragma naar f/8 brengen om de flitssynchronisatietijd van 1/250 te halen. De onderste foto maakten we met een neutral-densityfilter die 3 stops blokkeert. Daardoor kon het diafragma op f/2.8 blijven en is de achtergrond mooi onscherp.

Verlengde sluitertijden

Soms zal je een foto maken waarbij het model correcte is ingeflitst, maar waar de omgeving door het weinige continu licht te donker is. Dat kun je eenvoudig oplossen door de sluitertijd langer te maken. Je wijzigt dus niets aan de ingestelde gevoeligheid noch aan het diafragma of de flitssterkte (gezien het model wel correct is belicht), maar maakt wel de sluitertijd langer. Dat doe je tot je ziet dat de omgeving mooi mee in beeld komt.

Deze techniek wordt zeer vaak toegepast door partyfotografen om de aanwezige sfeer mee in beeld te krijgen. Wees niet bang om langere sluitertijden te hanteren, aangezien het flitslicht je onderwerp enigszins zal bevriezen door de zeer korte flitsduur. Bij langere sluitertijden zoals 1/30, 1/15 of langer ontstaat dan bij beweging op de achtergrond of door de camera een bewegingseffect op de foto.

Kleurcorrectie

We kennen ze allemaal, de foute feestjes en de bijbehorende foute foto’s. Een zaal mooi verlicht door kunstlicht met een warme kleurtemperatuur. We nemen wat foto’s in automatische stand. Omdat er weinig omgevingslicht is, schakelen we de flitser in. Het resultaat: mensen met grijze huidtinten en geen sfeer meer te bespeuren op de foto. Laat ons even analyseren wat er allemaal fout is gelopen en hoe we het beter kunnen doen.

Er is weinig omgevingslicht, dus kiezen we een hoge gevoeligheid (ISO 800 tot 3.200) en een lange sluitertijd (1/125 tot 1/8 of nog langer). We flitsen om de beweging te bevriezen. Het probleem is dat de kleurtemperatuur van het omgevingslicht en van de flitser niet dezelfde zijn. De automatische witbalansregeling weet het ook niet meer en maakt er een knoeiboel van.

Kleurtemperatuur instellen
De oplossing is om de kleurtemperatuur in te stellen voor het warme kunstlicht (tungsten) en een gekleurde gel op je flitser te bevestigen zodat hij dezelfde kleurtemperatuur als het omgevingslicht krijgt. In dit geval is dat een CTO (colour temperature orange)-filter. Er bestaan nog veel andere filters om kleuren te corrigeren en effecten te realiseren; bekende merken zijn Lee en Rosco.

Een flitser geeft normaal een vrij groot spectrum van het zichtbare licht weer, hij is dan ook vrij eenvoudig te corrigeren qua kleurtemperatuur. Een CTO-filter laat alleen licht met een bepaalde golflengte door; er gaat dus ook een deel flitskracht verloren. In deze omstandigheden is dat echter geen probleem – gezien de hoge gevoeligheid heb je doorgaans flitsvermogen genoeg.

Kan je het flitslicht niet ‘gellen’, dan heb je twee opties. Je kunt de witbalans instellen op flitslicht, maar de omgeving zal dan te oranje aftekenen op de foto. De andere optie is om de kleurtemperatuur af te stemmen op de omgeving, met grijsblauwe huidtinten als gevolg.

 

Voor de bovenste foto stond de witbalans ingesteld voor het warme kunstlicht (tungsten). Daardoor zijn de huidtinten grijsblauw. Voor de rechter foto werd de flitser voorzien van een CTO-kleurfilter; de witbalans bleef ingesteld op tungsten. Model en omgeving zijn qua witbalans in evenwicht omdat de flitser gecorrigeerd werd voor het omgevingslicht.


[extern_gallery urls=”http://cdn.minoc.com/zd_images/2014/43/139953_verhoudingen01.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2014/43/139953_verhoudingen02.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2014/43/139953_verhoudingen03.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2014/43/139953_flits01.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2014/43/139953_flits02.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2014/43/139953_flits06.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2014/43/139953_flits07.jpg” caption=”||||||||||||”]

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.