Adobe Lightroom is niet het enige programma waarmee je rawbestanden kunt beheren en ontwikkelen. Ik ging aan de slag met de nieuwste versie van Capture One Pro.

Adobe Lightroom is niet het enige programma waarmee je raw-bestanden kan beheren en ontwikkelen. Ik ging aan de slag met de nieuwste versie van Capture One Pro.

Capture One Pro wordt gemaakt door Phase One, dat vooral bekend is als maker van digitale ruggen voor middenformaatcamera's. De software ondersteunt echter ook de meeste digitale reflex- en systeemcamera's van andere merken.

Als je op de website de lijst van ondersteunde camera's bekijkt, valt wel op dat recente toestellen nog ontbreken, terwijl die wel al herkend worden door Adobe Lightroom. De ontwikkeling gaat bij Capture One dus iets trager.

Gebruik even wennen
Zoals steeds bij software is veel een kwestie van gewoonte. Wie zijn video bewerkt met Final Cut Pro, loopt in het begin verloren in Adobe-concurrent Premiere Pro. Zo ook als je Lightroom in de vingers hebt en dan met Capture One aan de slag gaat.

Lightroom is ingedeeld in verschillende modules zoals Bibliotheek, Ontwikkelen, Afdrukken en Web. Capture One plaatst alle gereedschappen in één kolom met verschillende tabbladen, die je vrij kunt verplaatsen.

Mij lijkt het logisch om het gereedschap Metadata, waarmee je allerlei informatie over een opname kan bekijken (zoals exif-gegevens) en aanvullen (zoals copyright en sleutelwoorden), vlakbij het Catalogus-gereedschap te plaatsen, in plaats van bijna op het einde van de reeks.

En dat Crop-tools ergens halverwege de andere ontwikkeltools zitten, vind ik ook raar: croppen doe ik ofwel aan het begin ofwel aan het einde van het edit-proces. Wel, in Capture One kan ik dat dus aanpassen.

Tethered werken
Gereedschappen of onderdelen van een gereedschap die je niet wil gebruiken, kan je zelfs helemaal verwijderen, in plaats van ze – zoals in Lightroom – alleen dicht te klappen.

Capture One diende oorspronkelijk om opnames te maken met een camera die met een computer verbonden (tethered) was en bevat nog steeds een tab met de Capture-gereedschappen die daarvoor nodig zijn. Maar die kun je dus verwijderen als je ze niet nodig hebt.

Leuk voor wie 'tethered' wil werken tijdens een studioshoot: via de Capture Pilot-functie kun je tijdens de shoot je foto's al tonen op het scherm van een andere computer, smartphone of tablet. Zo kan een opdrachtgever meekijken zonder dat ze je op de huid zitten.

Importeren van foto's
Bij het importeren van bestanden kan je ervoor kiezen om foto's op hun huidige locatie te laten staan, of om ze in de Capture One-cataloog te plaatsen. De mogelijkheden om bij het importeren de juiste metadata toe te voegen zijn beperkt tot Copyright en een beknopte beschrijving – hier verkies ik toch de uitgebreidere mogelijkheden van Lightroom.

Net als bij Lightroom kun je bij het importeren van foto’s al een voorinstelling of een ontwikkelstijl laten toepassen.

De importdialoog laat je kiezen waar de foto's moeten belanden.

Ontwikkelen
De gereedschappen om je raw-bestand te ontwikkelen, liggen verspreid over meerdere tabbladen. Onder Color vind je de basisinstellingen, met name het cameraprofiel en de tooncurve die worden toegepast.

Er zijn profielen voor alle bekende cameramerken en –modellen, inclusief de digitale middenformaatcamera's van Leaf, Phase One en Mamiya. Eveneens onder Color stel je de witbalans en kleurbalans in, en – enigszins verwarrend – kan je de foto omzetten naar zwart-wit of duotoon.

Onder Exposure zitten de tools om de belichting, dynamisch bereik, niveaus, curves en helderheid (Clarity) aan te passen. Bij helderheid, beter gezegd 'lokaal contrast', zijn er nog drie aparte instellingen: klassiek, neutraal of punch.

Net als Lightroom bevat Capture One een middel om lensafwijkingen te corrigeren. Je kunt ook eigen lensprofielen aanmaken, en correcties toevoegen voor lensshifts bij technische camera's. Onder het tabblad Detail regel je de verscherping, ruisonderdrukking, moiréreductie en stofverwijdering. Vignettering, toch ook een lenseigenschap, zit dan weer onder Exposure.

Lokaal aanpassen
Via een penseel kun je ook lokale aanpassingen aan belichting, kleur, opscherping, moiré en helderheid toepassen. Net als in Lightroom kun je deze aanpassingen ook als een verloopfilter over je foto plaatsen, bijvoorbeeld om de lucht van een landschapsfoto van bovenaan tot aan de horizon donkerder en contrastrijker te maken. Maar die mogelijkheid zit goed verstopt in het toolbarmenu, tot je ontdekt dat er een toetsenbord-shortcut voor bestaat (b voor brush, g voor gradient).

Wat ik mis is een snelle manier om de bewerkte foto te vergelijken met het onbewerkte rawbestand, ofwel zij aan zij of in een gesplitste weergave Voor/Na. Op het gebruikersforum vond ik alleen de suggestie om een tweede versie te creëren zonder bewerkingen, en de twee versies naast elkaar te bekijken.

De bewerkte foto's kan je exporteren als digitaal bestand, met opties om de bestandsnaam, pixeldimensies en kwaliteit te kiezen. Ook zijn er verschillende printsjablonen om één of meerdere foto's af te drukken, en kan je je beelden als webgalerij of slideshow exporteren.

Je zult wel vergeefs zoeken naar ingebakken services om te publiceren naar bijvoorbeeld Flickr, Adobe Revel of Facebook, die voor Lightroom wel bestaan.

Met Stijlen geef je je foto een bepaalde look & feel.

Conclusie

Na enkele weken intensief gebruik ben ik ervan overtuigd dat Capture One gelijke tred houdt met Lightroom als het om ontwikkelkwaliteit gaat.

Er zijn wat verschillen in hoe bepaalde tools werken. Zo lijkt de ruisonderdrukking bij Capture One iets meer ten koste van de scherpte te gaan. Maar het eindresultaat van Capture One is meer dan aanvaardbaar.

Waar Lightroom wel een streepje voor heeft, is het ruime aanbod plug-ins en voorinstellingen van derden. Ben je op zoek naar ontwikkelvoorinstellingen (stijlen, in Capture-jargon) om je foto de look & feel van klassieke zwart-witfilm te geven, dan heb je bij Lightroom de keuze uit verschillende gratis of betaalde varianten. Het aanbod voor Capture One is veel beperkter.

Naast de Pro-versie maakt Phase One een goedkopere Express-versie. Deze gebruikt dezelfde raw-engine en levert dus dezelfde kwaliteit, maar mist een aantal geavanceerde functies. De meeste daarvan zijn alleen voor de professionele studiofotograaf relevant – op de ondersteuning voor lokale aanpassingen na. Dat laatste maakt Express veel minder interessant.

Prijs: 229 euro (Pro), 69 euro (Express)

[extern_gallery urls=”http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/23/130700_webinterface.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/23/130700_webimport.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/23/130700_webcrop.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/23/130700_webstijlen.jpg” caption=”Als je Lightroom gewend bent, is het even wennen aan de interface van Capture One.||De importdialoog laat je kiezen waar de foto’s moeten belanden.||Bij het crop-gereedschap zit ook een keystone-functie om perspectiefcorrecties uit te voeren.||Met Stijlen geef je je foto een bepaalde look & feel.”]

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.