Advertentie

Leer betere foto's te maken op de Photo Inspiration Day

15 september, Antwerpen

De Photo Inspiration Day is een dag vol fotografie, waarbij de nadruk ligt op het opdoen van praktijkkennis. Bestel nu je tickets en profiteer tot en met 20 augustus van 2 euro early bird korting.


 

Heeft het nog zin om over professionele fotografen te spreken? Yahoo denkt alvast van niet, want het schrapt zijn Pro-accounts.

Een insider uit de Belgische fotobranche denkt er het zijne over en geeft voor Shoot zijn mening – onder voorwaarde van anonimiteit.

Einde van Flickr Pro
Begin deze week kondigde internetbedrijf Yahoo het einde van het Flickr Pro-account aan. Grote baas Marissa Mayer verklaarde die beslissing als volgt:

"Er is niet meer zoiets als Flickr Pro omdat vandaag, met camera's die alomtegenwoordig zijn, iedereen een professioneel fotograaf is. Zeker, er zijn nog verschillen in vaardigheden, maar we willen geen Flickr Pro meer hebben. We willen dat iedereen op professionele wijze foto's kan opslaan en delen."

Klikken zonder kosten
Vroeger was het beter. Fotograaf was een beschermd beroep. Niet iedereen kon een inkomen verwerven als fotograaf. Met de komst van de digitale fotografie en het afschaffen van de bescherming was het hek echter van de dam. Fotografie werd toegankelijker en een klik had schijnbaar geen kosten meer.

De beroepsfotograaf stond erbij en keek ernaar. Toen eind jaren negentig de eerste elektronische camera’s uitkwamen, was de kwaliteit nog te laag en kon de professional de digitale wereld nog negeren. De camera’s werden wel omarmd door de computerliefhebbers, die begonnen te experimenteren met de eerste versies van Photoshop en dergelijke.

Toen de digitale fotografie enkele jaren later echt van de grond kwam, moesten de profs een inhaalbeweging maken. Velen investeerden in de goedkopere digitale amateurcamera's zoals de Nikon D70 en Canon EOS 300D. De beroeps kwam daarmee op hetzelfde niveau als de amateur – of anders gezegd, op dat moment werd de amateur de nieuwe prof.

Fotograaf is bijberoep
Het is duidelijk, veel amateurfotografen werken als fotograaf in bijberoep. Al dan niet officieel – betalingen in de kleur van de camerabody zijn niet ongewoon. De kwaliteit van hun foto’s is variabel. Maar als we eerlijk zijn: dat was ook zo bij de beroepsfotografen.

De prijzen die fotografen in bijberoep hanteren zijn meestal belachelijk laag. Ze staan niet in verhouding tot de echte kosten van materiaal en de werkuren. Veel amateurs hebben immers geen idee van wat hun materiaal echt kost. Na de aankoop zijn er geen zichtbare kosten meer, zoals vroeger met filmpjes en ontwikkeling.

Maar een digitale camera gebruikt stroom, moet onderhouden worden en verslijt. Camera’s zijn gemaakt om zonder te veel problemen een minimumaantal klikken (opnames) te maken. Een professioneel toestel is degelijker gebouwd en kan een groter aantal klikken halen, en kost daardoor ook meer.

Daarnaast heeft ook een sensor niet het eeuwige leven. Via de informatie van de producenten zijn de 'kosten per klik' van een camera best te berekenen, en die zijn laag in vergelijking met analoge opnames.

Behalve de camera zijn er de kosten van objectieven en ander materiaal. De tijd dat men dit materiaal zijn hele carrière kon blijven gebruiken is spijtig genoeg voorbij. Het moet dus in een aantal jaren afgeschreven worden.

Hier valt op dat de gemiddelde amateur in bijberoep méér materiaal bezit dan de gemiddelde voltijds professional. De materiaalonkosten van de bijberoeper liggen dus eigenlijk hoger dan die van een voltijds professioneel fotograaf. Maar omdat de eventuele winst uit het bijberoep dient om zijn hobby te betalen, is die berekening niet echt belangrijk.

Omdat bijberoepers zo'n goede klanten zijn, kunnen fabrikanten hen niet links laten liggen. Steeds vaker verwachten deze liefhebbers dat de fabrikant hen als beroeps erkent, en dat ze toegang krijgen tot de speciale service voor beroepsfotografen. Een service die ze eigenlijk niet nodig hebben, maar eerder als statussymbool zien.

Het einde van de beroeps
De echte beroeps, die van zijn fotografie moet leven, ziet dat alles met lede ogen aan en reageert traag of niet. Die inertie is voor een stuk te verklaren doordat hij of zij al voltijds bezig is, en door het extra werk dat de aanpassing met zich meebrengt. De rendabiliteit moet hoog genoeg zijn voor nieuwe investeringen, extra personeel enzovoort.

Concurreren kan de beroeps alleen via kwaliteit en een doorgedreven professionalisme. De fotograaf die op het niveau van de betere amateur werkt, is gedoemd. De klant die niet veel wil betalen, stapt toch naar de fotograaf in bijberoep. De fotograaf in bijberoep is nu de referentie.

De situatie van vandaag is nog niet stabiel. Nieuwe vormen van communicatie worden belangrijker. Zo is de samensmelting van foto en video in de reportagefotografie een feit. Digitale media bieden meer mogelijkheden, maar vragen ook nieuwe investeringen, opleidingen en inzichten.

Zullen deze kosten het leven van de voltijds fotograaf niet helemaal onmogelijk maken? Is de enige rendabele structuur niet die van de fotograaf in bijberoep, die leeft van iets anders dan beelden maken en die vooral geniet van de romantiek die het beroep uitstraalt? 


(c) ollyy

De nieuwe uitdaging
We vermeldden het al: de samensmelting van video en fotografie is een nieuwe uitdaging. De amateurfotograaf of fotograaf in bijberoep, die geen voltijdse foto-opleiding volgde, komt hier op een terrein waarvoor de echte fotograaf meestal ook niet opgeleid is.

De beroeps krijgt het dus nog lastiger. De kwaliteit die hij op fotovlak nog voorhad op de bijberoeper, zal nu moeilijker waar te maken zijn. En daarnaast komt de cameraman, die ook een graantje wil meepikken van deze dubbele opdrachten.

De prijzen van de accessoires die nodig zijn om een professionele video te maken, liggen veel hoger dan de prijzen van de randbenodigdheden uit de klassieke fotografie. Het is makkelijk en verleidelijk om te investeren in een overkill aan materiaal, maar duur materiaal staat nog niet garant voor betere resultaten. Wel voor beduidend hogere kosten. Dat maakt alweer dat investeringen beter te dragen zijn door de bijberoeper, die er eigenlijk niet van hoeft te leven.

Anderzijds heeft de gemiddelde bijberoeper het idee dat hij sterk is in beeldvorming. Terwijl die fulltime fotograaf toch meer gewend is om in alle situaties een goed beeld te schieten.

Uiteindelijk zal echte kwaliteit overleven. Maar terwijl camerafabrikanten toestellen maken waarbij foto en video samensmelten, en de media overstappen naar digitale platformen, blijft de vraag: wanneer beseft de professionele fotograaf dat hij zich dringend moet bijscholen?

[extern_gallery urls=”http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/21/130478_shutterstock69756328professioneelfotograaf.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/21/130478_shutterstock127823870fotograaf.jpg” caption=”(c) Jeff Thrower||(c) ollyy”]